Aflevering 31 Fountain … en toen?

Het publiek dat geconfronteerd werd met (verhalen over) de omgekeerde pispot in het museum, had het een stuk lastiger om te snappen waarover het ging. Net als de jonge avant-garde impressionisten (zie aflevering 29) stelde de inzender van Fountain, Elsa von Freytag-Loringhoven, alias Barones Elsa (en dus niet Marcel Duchamp, zie mijn blog daarover), met haar gevonden attribuut de artistieke tradities en heersende kunstopvattingen aan de kaak.

Alleen was deze stap wel erg radicaal: een bestaand gebruiksvoorwerp in het museum plaatsen, gesigneerd en wel. Hoewel Fountain niets meer met schilderkunst te maken had, zijn mensen toch in staat geweest om conventies aan te passen en uit te breiden. Maar de razende vaart en de radicaliteit waarmee de veranderingen elkaar sindsdien opvolgen, maken het nog steeds lastig om te bepalen wanneer en waarom iets kunst is.

Het moeilijkst hieraan is dat kunstenaars steeds meer afstand hebben genomen van allerlei traditionele kunstvormen. Schilderijen werden verrijkt met zand, schelpen, steentjes en andere materialen om ten slotte als kunstvorm bijna geheel te verdwijnen. Neem Allan Kaprow, die zich in 1958 afzette tegen de artistieke traditie door te zeggen: “Ik ben ervan overtuigd dat schilderkunst stomvervelend is. Net als muziek en literatuur … Beweeg je armen in plaats van te schilderen; maak lawaai in plaats van muziek. Ik geef het schilderen en alle kunsten op door everything and anything, door alles en nog wat te gaan doen.” Hij meed musea, noemde ze ‘mausolea’ waar de kunst een ‘holy death’ te wachten stond.  (Ik heb dit uit de Volkskrant, recensie van Sacha Bronwasser, 2007, getiteld: Auto’s met jam insmeren.)

Sculptuur werd een kunstvorm waarvan de grenzen nauwelijks meer aan te geven zijn, want vallen bijvoorbeeld de werken van Land Art-kunstenaars ook onder ‘sculptuur’? Deze kunstenaars zwaaiden de traditionele kunstvormen vaarwel. Ze wilden ontsnappen aan musea en allerlei regels en wetten voor kunst.

De Land Art-kunstenaar trok de ‘wijde wereld’ in om op afgelegen plekken, moeilijk bereikbaar voor publiek, haar kunstwerken te maken (die soms door niemand gezien werden). In bijvoorbeeld een klein kunstproject als Seven snowballs melting, returned the following day, 4, 5 January 1995, van Andy Goldsworthy, legde de kunstenaar zeven sneeuwballen op de lage boomtak van een grote boom in een leeg landschap met de bedoeling dat het zou wegsmelten.

Of neem, als laatste voorbeeld, Oldenburgs Placid Civic Monument (een opgevuld gat in de grond). Tot wat voor kunstvorm zou dat kunnen behoren? Oldenburg liet een gat graven in Central Park achter het Metropolitan Museum om het vervolgens weer dicht te gooien. Ondertussen liet hij zijn publiek weten voor elke interessante interpretatie open te staan.

Dûs, schrijf ik, uiterst filosofisch …

Wat nu?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s