Aflevering 256 Herwaardering artistieke uitingen in heden tot en met verre verleden

In de jaren 1960/70 staan kunstenaars (v) voor een dilemma. De vanzelfsprekende eerste neiging is (geweest) om aansluiting te vinden bij de door mannen gedomineerde kunstwereld, bij de productieve creativiteit (zie aflevering 255), maar dat leidt vaak tot onvrede, uitputting, moedeloosheid en soms zelfs wanhoop bij de kunstenaars. Een iets minder lastige route kan dan zijn: focussen op de eigen wereld, op zoek gaan naar artistieke uitingen van vrouwen in het heden tot en met het verre verleden.

Jammer dan dat het werk van deze vrouwen tot de veel minder gewaardeerde sociale creativiteit gerekend werd (zie aflevering 255), dat betekent juist een mooie taak voor het feminisme in de kunst: zorgen voor herwaardering.

Vooral in Amerika heeft de feministische beweging in de kunst veel belangstelling voor die specifiek vrouwelijke bijdrage, schrijft Rosa Lindenburg (feministische kunst internationaal, 1978, p.40). In het tijdschrift Heresies werden in 1978 vrouwelijke artistieke bijdragen in verschillende primitieve samenlevingen met elkaar vergeleken, zoals de kunst van het pottenbakken bij de Indiaanse vrouwen in Mexico, het mandenvlechten door Afrikaanse vrouwen, het weven bij Indiaanse vrouwen in Peru, de Maori’s en de Noord-Amerikaanse Indianen. (1978, p.40-41)

Waarom deze kunst niet opvalt? Dat komt doordat het deel uitmaakt van dagelijkse bezigheden van de vrouw en hoort bij de verzorgende functie. Al weven bij de Chilkat Indianen vrouwen en mannen. De mannen gebruiken een figuratieve stijl die hun eigen rol symboliseert. De vrouwen leven zich uit in abstract-geometrische vormen en patronen. Voor de tussenkomst van de Europese smaak werden alle weefsels gelijk gewaardeerd. Erna raakte de vrouwelijke stijl op de achtergrond. (1978, p.41)

Een belangrijke kunstvorm voor vrouwen is kantklossen. Zoals de vrouw in het filmpje bij deze aflevering vertelt, is het een heel oude techniek. Ongeacht afkomst werd en wordt er wat afgeklost, al probeerden vrouwen die in armoede leefden er de kost mee te verdienen. Ze ‘bedierven er hun ogen mee, door twaalf uur per dag hun dagelijks brood bij elkaar te klossen. Dat kwam omdat het vroege kapitalisme de vrouwen afhankelijk maakte van tussenhandel, zodat er niet langer sprake was van een persoonlijke, sociale creativiteit, maar van een toenemende anonieme, economische uitbuiting’, aldus Lindenburg (1978, p.41).

Vrouwen uit de gegoede kringen konden kant voor hun plezier maken, voor hun directe omgeving en als bewijs van een goede opvoeding… (1978, p.41)

In een ander filmpje over kantklossen (met oubollige draaiorgelmuzak) zag ik dat het met name voor Engelse mannen heel gewoon is om te kantklossen. Ach ja, hoe zwart-wit is het nu eigenlijk allemaal.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s