Aflevering 285 Lili Lakich, ‘kunstenares van de ongelukkige lesbische liefde’

Lili Lakich, Oasis: Portrait of Djuna Barnes, 1977. Painted steel, glass tubing with argon and krypton gases, 96 x 72 x 8 in (244 x 183 x 20 cm). Collection: Touko Museum of Contemporary Art, Tokyo, Japan. Gevonden op: http://www.lakich.com/ns3-portraits.htm.

Waar Hannah O’Shea in een monotone litanie kunstenaressen uit de westerse kunstgeschiedenis voor het voetlicht plaatst (zie aflevering 284), doet Lili Lakich (1944) dat met uiterst kleurige neonobjecten. In de vroege jaren 1970 eert zij bijvoorbeeld de schrijfster Djuna Barnes (1892-1982) door een neonobject over haar te maken (zie afbeelding bij deze aflevering). Lakich werkte toen al heel wat jaartjes met neon en ze doet dat blijkbaar nog steeds, getuige haar website.

In de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal, bij de extra info over de kunstenaars, vertelt Lakich: ‘Ik zie mijn gehechtheid aan neon als een soort heroïneverslaving. Gassen jagen door glazen buizen zoals het bloed door de aderen. Een elektrische lading geeft een opflikkering van licht en kleur. Als ik me rot voel, maak ik een ding om me beter te voelen – ik heb een nieuwe roes nodig.’ (1978, p.78)

Het medium neon is in de beeldende kunst niet zo ongebruikelijk, schrijft Marlite Halbertsma. Toch wordt neon vaak verbonden met een commerciële, lawaaiige en onartistieke wereld waarin het medium ondergeschikt is aan de reclameboodschap. Halbertsma vindt dat de manier waarop Lakich neon hanteert nogal doet denken aan die reclame-uitingen. ‘Haar vroegere werk is nog wel sterk verwant aan de bonte Amerikaanse neonopschriften van winkels, high-way restaurants en dancings.’ (1978, p.78)

Als voorbeeld noemt Halbertsma het kunstwerk Vacancy, No Vacancy, waarbij het woord no apart kan oplichten en aangeeft of er in het motel nog kamers vrij zijn. Aan deze voor motels gebruikelijke tekst voegt Lakich een vrouwenlichaam toe, waardoor ze het verblijf in motels koppelt aan al dan niet legitieme vrijages. Tegelijkertijd levert ze kritiek op mannen die in vrouwen niet meer zien dan een leegte die gevuld moet worden. (1978, p.78)

In haar latere werk neemt Lakich volgens Halbertsma meer afstand van de commerciële beeldtaal. ‘De vorm is abstracter en lineair en vertoont een soort elegantie die verwant is aan de art deco uit de jaren 1920’, schrijft ze, en ziet ook in de inhoud een verschuiving optreden. ‘Lili Lakich is de kunstenares van de ongelukkige lesbische liefde’ en dat blijkt volgens Halbertsma uit titels als Don’t Jump Up and Down My Toes, You Loved Me Once You Know, Love in Vain, en Saving Grace. (1978, p.78)

Het is in deze periode dat Lakich het neonobject Oasis: Portrait of Djuna Barnes maakt. Barnes schreef het boek Night Wood, gebaseerd op de mondaine literaire lesbische kringen in Parijs, vlak na de Eerste Wereldoorlog. In het boek beschrijft Barnes de uitzichtloze affaire tussen een nog altijd hopende vrouw en haar amorele, ontrouwe vriendin.

Maar waar ligt het feministisch aspect in het werk van Lakich?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s