Aflevering 287 Maria Pinińska-Bereś, het vrouwelijk lichaam als gerecht

Maria Pinińska-Bereś, Table II – The Feast, 1968. Gevonden op: https://contemporarylynx.co.uk/maria-pininska-beres-breaking-social-conventions.

Marlite Halbertsma noemt in haar artikel Sterke Voorbeelden als eerste vorm van identificatie het herkennen van de eigen problematiek in die van andere vrouwen en het ontwikkelen van onderlinge solidariteit (zie afleveringen 282-283). De tweede vorm is identificatie met grote vrouwen uit het verleden en heden (zie afleveringen 284-286).

Een derde mogelijkheid die Halbertsma noemt is: ‘identificatie met een door het patriarchaat bijkans overwoekerde vrouwelijke tegencultuur, waarvan de heksen in de late middeleeuwen wellicht de laatste uitlopers waren in Europa’ (feministische kunst internationaal, 1978, p.54).

Tovenarij en heksen zijn volgens Halbertsma terug te vinden in het werk van Mary Beth Edelson en Maria Pininska-Beres. De eerste kunstenaar, Edelson, is aan bod geweest in de afleveringen 152, 192, 205, 217. Van Maria Pinińska-Bereś heb ik tot nog toe nooit gehoord, maar gelukkig brengt de extra info in de catalogus (feministische kunst internationaal, 1978, p.85-86) uitkomst en is er ook op internet het een en ander te vinden.

Maria Pinińska-Bereś is Pools. Ze is in 1931 in Poznan geboren en in 1999 al overleden, in Kraków. Ze deed de kunstacademies in Katowice en Kraków. Tot 1965 maakte ze vooral figuratieve sculpturen, daarna verschoof haar interesse naar abstractie en het gebruik van zachte, lichtgewicht materialen, een medium dat volgens haar dichtbij de praktijk van vrouwen stond. (1978, p.85; Tate UK)

Pinińska-Bereś onderzoekt in haar werk het genderverschil in de patriarchale samenleving met groeiend consumentisme. Ze maakt daarbij gebruik van de voorraad kwesties die te maken hebben met vrouwelijkheid. Voor haar installaties kiest ze ‘doodgewone’ materialen, bijvoorbeeld papier-maché, naaiwerk, quilts, kussens en spons afgezet met stof. In feite net als de popart wijze van werken. (1978, p.85; Tate UK)

In 1968 begon Pinińska-Bereś met een serie werken onder de titel Psycho Furniture. Het gaat over de objectivering van vrouwen voor mannelijk plezier. Ze naait roze vormen, gemodelleerd naar vrouwelijke lichaamsdelen, die ze combineert tot met absurde, ‘dienende’ machines. (Tate UK) Voor een indruk, zie deze foto.

In die tijd, 1968, maakt ze ook tafels met delen van het vrouwelijk lichaam als gerecht. De foto bij deze aflevering is bijvoorbeeld haar kunstwerk dat in 1968 aan het publiek is getoond. Toen ze in 1993 een conferentie over feministische kunst bijwoonde deed ze een schokkende ontdekking.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s