Aflevering 376 Maf, lullig, ironisch, dubbelzinnig, banaal, leeg, dwaas, vulgair …

Popartkunstenaar Kiki Kogelnik, Untitled (Woman’s Lib), ca. 1971. Gevonden op: https://www.artsy.net/article/artsy-editorial-11-female-artists-who-left-their-mark-on-pop-art.

Nee joh, Popart is echt geen realisme (zie aflevering 375).

Eh, nee? Echt niet?

Nee! Want, zo vertelt Lawrence Alloway (1926-1990), de man die de term Popart heeft verzonnen, de plaatjes die de kunstenaars gebruiken – zoals vlaggen, cijfers, letters, schietschijven, plaatjes uit stripboekjes met tekst – zijn géén voorstellingen van de buitenwereld (externe realiteit, zoals de klassieke driedimensionale realisten schilderden, zie ook aflevering 372) (Tom Wolfe, Het geschilderde woord, 1982, p.67).

De plaatjes die de kunstenaars gebruiken, aldus Alloway, zijn tekensystemen van de Amerikaanse cultuur, dingen met een boodschap. Door deze tekens te vergroten en op canvas te schilderen verliezen ze hun boodschap en zijn ze ook geen afbeelding van de externe realiteit. Kortom: Popart is noch abstract, noch realistisch. Het heeft wel verbindingen in beide richtingen, maar is in wezen een kunst over tekens en tekensystemen. (1982, p.67)

Eh, juist.

Dit lijkt mij een soort prietpraat om Popart er als ‘okay-kunst’ doorheen te duwen bij ‘Cultuurburg’, zoals Wolfe dat noemt, ofwel de chic (zie aflevering 372). Natuurlijk, Popart is onvergelijkbaar met een schilderij van een oude meester die de illusie heeft van een venster waardoor je in de verte kunt kijken, zoals een berglandschap met op de voorgrond een wandelaar, een hond en een paard, om maar iets te noemen. En natuurlijk, als je een vlag naschildert of cijfers, of letters, of een schietschijf, dan gebruik je een tekensysteem, maar het is wel degelijk een realistische afbeelding. Je kunt er immers naar wijzen en zeggen: hé, kijk, een schietschijf. Het is een ding uit de wereld om ons heen.

Hoe dan ook, Popart en de Popartkunstenaars gingen lekker! ‘Iedereen’ was blij om van het donkere, duistere, ernstige, heilige Abstract Expressionisme af te zijn. ‘Met Popart kon je lol hebben’, schrijft Wolfe  (1982, p.67). Lekker kijken naar ‘het maffe, lullige prentje van die twee blonde sexy leeghoofden, die daar meer dan levensgroot, een meter tachtig bij twee meter veertig, om precies te zijn, hun beeldromanliefde bedreven aan de muur van een kunstgalerie’, aldus Wolfe en bedoelt daarbij deze afbeelding. (1982, p.70)

‘Maf … lullig … Popart zat boordevol literaire associaties […] Het was van A tot Z een ironische, dubbelzinnige, literair-intellectuele bevestiging van de banaliteit, de leegte, de dwaasheid, de vulgariteit enzovoort, enzovoort van de Amerikaanse cultuur’, schrijft Wolfe (1982, p.71)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s