Blogs

Aflevering 399 De man plundert straffeloos het vrouwendomein

Susan Hol, My cup of tea, 2015.

Van Lisa Tickner die de postkunst van Kate Walker bespreekt naar Lucy R. Lippards artikel Household Images in Art, het kan allemaal (zie aflevering 398). Het artikel van Lippard staat in het boek From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976) en is eerder verschenen in Ms., 1 No. 9, maart 1973.

‘Vrouwen maken, waarschijnlijk meer dan andere kunstenaars, kunst om aan de dagelijkse werkelijkheid te ontsnappen, deze te vermorzelen, of te transformeren’, schrijft Lippard. Vloeren, bezems, vuile was … deze vrouwelijke kunstenaars lopen er niet gillend van weg maar gebruiken het als inspiratiebronnen. Ze gebruiken deze beelden omdat het er is, omdat ze dat het beste kennen, omdat ze er niet omheen kunnen, aldus Lippard. (1976, p.56)

Doen mannen dat dan niet, huiselijke beelden gebruiken?

Tuurlijk wel, schrijft Lippard. In de vroege jaren 1960 trekt de mannelijke kunstenaar het domein van de vrouw binnen en plundert straffeloos. De mannen schilderen en beeldhouwen strijkplanken, vaatwassers, huishoudelijke apparaten, voedsel- en zeepadvertenties, of soepblikken. Deze keuze voor dit beeldenrijk wordt beschouwd als een doorbraak en krijgt de benaming popart. (1976, p.56)

Als de eerste grote popart kunstenaars vrouwen waren geweest, was de beweging misschien wel voor altijd in de keuken gebleven, aldus Lippard. (1976, p.56)

Hoezo dan?

Denk aan de critici die zo luid en van harte popart hebben opgehemeld. Een man die strijkplanken, soepblikken en zeepadvertenties verbeeld is f a n t a s t i s c h! Een vrouw die hetzelfde doet? Tja, dat is echt niet baanbrekend hoor, die doet gewoon meer van hetzelfde. Als zij een voorstelling uit het dagelijks leven of de alledaagse omgeving schildert of beeldhouwt, dan valt dat gewoon in de categorie genrekunst. (1976, p.56)

Hetzelfde geldt voor een in 1976 meer recente beweging, de lyrische abstractie (een soort voortzetting van abstract expressionisme) met haar weke waterige kleuren en nuance. Het is dat heel veel mannen voor deze manier van schilderen kiezen, anders was het schouderophalend weggezet als ‘louter’ vrouwelijk. (1976, p.56)

Zo werkt de kunstwereld, schrijft Lippard. Het kan een verklaring zijn voor het feit dat minder vrouwen met ‘huiselijke beelden’ werken dan je zou verwachten. (1976, p.56)

*Tickner, Lisa (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Kate Walker. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 188-190.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 398 Kunst ontwikkelen en begrijpen op eigen voorwaarden

Susan Hol, collage #3, 14062019.

De zesde van de negen critici (v) die het werk van een door hen gekozen, in Engeland werkende, kunstenaar (v) bespreken in Studio International, het Journal of Modern Art (zie aflevering 363) is Lisa Tickner. Zij heeft het werk van Kate Walker gekozen.*

Dat werkt spreekt blijkbaar behoorlijk tot de verbeelding, want Rozsika Parker heeft er aandacht aan besteedt in Studio International (zie afleveringen 381-383), evenals drie vrouwen in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978), te weten Marlite Halbertsma (zie aflevering 145), Rosa Lindenburg (zie aflevering 264) en Lidewijn Rekman (zie aflevering 265 A Portrait of the Artist as a Young Housewife)

‘Ik weet dat Kate Walker het niet erg vindt als ik haar werk voor een deel gebruik om mij te richten op de grotere kwesties van waaruit het is ontstaan’, zo schrijft Lisa Tickner. Waardoor het al meteen duidelijk wordt dat ze voor een andere aanpak kiest dan het beschrijven van kunstwerken. Ze wil een breder beeld schetsen van de kwesties die, op het moment dat zij het artikel schrijft, ongeschreven aannames betwisten over de makers en het maken van kunst.*

Tickner zet hierbij ‘kunst’ tussen aanhalingsteken. Waarom? Daar kan ik op dit moment alleen maar naar raden en dat ga ik niet doen. Misschien wordt het later duidelijker.

De kunstenaars (v) die in de jaren 1950 en voor die tijd een reputatie weten op te bouwen, vinden dat zij het recht op seksuele neutraliteit hebben verdiend, aldus Tickner.*

Hoe moet ik die opmerking begrijpen? Misschien zo: in aflevering 108 stel ik de vraag: Hoe wist Judy Chicago bekend te worden? Het antwoord daarop is: Door haar vrouwelijkheid zo goed mogelijk te onderdrukken. Waarschijnlijk bedoelt Tickner dat met ‘seksuele neutraliteit’. Een noodzaak voor vrouwelijke kunstenaars in een tijd waarin openlijk vrouwelijke kwaliteiten traditioneel onverenigbaar waren met maken van ‘goede’ kunst, aldus Tickner.* De aanhalingstekens hier bij ‘goede’ zullen dan slaan op kunst die in de door mannen gedomineerde kunstwereld als goed gezien wordt.

De feministische kunstenaars van de jaren 1960/70 proberen niet meer ‘one of the boys’ te worden. Zij gaan juist samenwerken om een groeizame omgeving te creëren waarin ze hun werk kunnen ontwikkelen en begrijpen op hun eigen voorwaarden. Tickner noemt hier ook de herwaardering van de aloude door vrouwen uitgevoerde kunstnijverheid en het werken vanuit de eigen ervaringen, zoals regelmatig in dit feuilleton is aangehaald.*

De feministische kunstenaars maken daarbij dan wel gebruik van de voordelen geleverd door het futurisme, dada, surrealisme, popart, conceptuele kunst, performance en andere avant-garde richtingen die de conventies met voeten treden, aldus Tickner.*

Maar waar komt die hang naar kunstnijverheidsmaterialen vandaan? Wat is de aantrekkingskracht ervan? Tickner verwijst naar het artikel Household Images in Art, van Lucy R. Lippard…*

*Tickner, Lisa (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Kate Walker. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 188-190.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 397 Strontluiers in het museum

In 1974 komt het boek Psychoanalysis and Feminism van Juliet Mitchell uit. Dit boek is aanleiding tot een debat in de vrouwenbeweging over het belang van Freud en zijn ideeën over het onbewuste voor de vrouwenbeweging, schrijft Jane Kelly.*

Waarom is dit debat op dat moment zo belangrijk?

Vrouwen vinden het essentieel om helder te krijgen in hoeverre de patriarchale ideologie is geïnternaliseerd. Zo ook Mary Kelly, die door de geboorte van haar zoon (zie aflevering 396) beperkt is in haar bewegingsvrijheid en van de nood een deugd maakt door vooral thuis keihard aan een soloproject te werken in plaats van aan de groepsprojecten (zie afleveringen 394-396).*

In de groepsprojecten is de culturele, sociale en economische situatie van de vrouw uitermate helder geworden voor Mary Kelly. Wat daaruit kwam bovendrijven is de bewustwording dat het vermogen tot voorplanting als belangrijkste taak voor vrouwen wordt gezien. In hoeverre heeft zij zelf deze patriarchale ideologie geïnternaliseerd?

Met deze vraag als uitgangspunt duikt ze diep in haar eigen situatie. Ze analyseert en documenteert de ontwikkeling van haar relatie met haar zoon binnen de context van beeldende kunst. Het resulteert in Post-Partum Document, in 1976 te zien in de ICA New Gallery (zie aflevering 145 voor een meer uitgebreide beschrijving en een verwijzing naar haar website).*

De psychoanalytische theorieën van Jacques Lacan die Mary Kelly bij dit project gebruikt, bekijkt ze met de nodige argwaan. Immers, ook deze theorie is gebaseerd op patriarchale inzichten en er is geen psychoanalytisch werk van vrouwen beschikbaar. Haar ontdekkingen zijn in de huidige tijd ‘gesneden koek’: de afwezige vader, de verwachting dat de moeder thuisblijft bij de kinderen en meer van dat soort patriarchale zaken.*

Volgens Jane Kelly kan het werk van Mary Kelly gezien worden als een bewerking van de feministische ideologie. Ze heeft nieuwe betekenis gecreëerd aan de hand van, weliswaar patriarchale, marxistische en psychoanalytische theorieën, maar hieraan ook haar eigen intuïtieve en analytische methoden toegevoegd. Het resultaat is een meerlagige visuele/verbale structuur die zich geleidelijk ontvouwt aan de toeschouwer die het omzet naar een betekenis.

In de video bij deze aflevering vertelt ze zelf een heel helder verhaal over deze periode in haar kunstenaarscarrière.

*Kelly, Jane (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Mary Kelly. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 186-188.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

4 x De kracht van een goede redacteur

Foto: Susan Hol, Koffie, 2013-2017.

In gesprek met een grafisch ontwerper merk ik jaloers op dat zij met haar werk meteen zichtbaar kan maken wat er mooi, goed, geweldig en fantastisch aan is.  Een tikje wanhopig roep ik tegen haar: ‘Kijk maar naar die prachtige ontwerpen en je weet het!’ Die uitroep is het gevolg van mijn grote vraag: Hoé laat ik als tekstredacteur mijn mooie, geweldige, fantastische en goede werken zien?

Dat is beslist knap lastig. Alleen de mensen die het zelf meegemaakt hebben kennen de genoegens van een goed geredigeerde tekst.

Jahaa, geeft de grafisch ontwerper toe, inderdaad, hoe maak je jouw werk zichtbaar… En laan mij lekker zelf zwemmen in deze poel van onzekerheid, want helaas heeft zij niet eens het antwoord paraat. Zucht. Nu weet ze heus wel dat ik daar heel goed zelf uitkom en dit gesprekje geeft een heel goede duw in de rug om er eens echt voor te gaan zitten om antwoord te vinden op de vraag wat de kracht van een goede redacteur is.

Een redacteur werkt vaak in stilte, op de achtergrond. Een goede redacteur zorgt voor een prettig leesbare tekst, dus ook dat is zo goed als onzichtbaar. In de tekst gaan geen lichtjes branden op plaatsen waar die redacteur het zo enorm goed heeft gedaan. Je ziet pas het werk van een redacteur als je een tekst leest die niet is geredigeerd, een slecht leesbare tekst, een tekst waarbij je niet soepel kunt doorlezen maar telkens blijft ‘haken’ (huh?!? wat staat daar nou weer?!?).

Welnu, de kracht van een redacteur in vier punten.

1) De redacteur bekijkt de tekst met verse en frisse blik

De auteur heeft lange tijd naar de brij woorden zitten staren, ploeterend op de juiste bewoordingen. Bij sommigen gaat het om een dag of een paar dagen werk, bijvoorbeeld voor een blog, bij anderen kan het gaan om weken, soms zelfs maanden werk.

De redacteur heeft die geschiedenis met die tekst niet.

Nou ja, zul je zeggen, mijn moeder, tante, oom, neef, vriend, zus ook niet.

Inderdaad! Die verse en frisse blik heeft iedereen die voor het eerst naar jouw zorgvuldig opgebouwde tekst kijkt. Sterker nog, als jij je tekst een poosje weglegt krijg je zelf ook die frisse blik op je tekst.

Als je de tijd hebt om je tekst een poosje weg te leggen, prima! Maar zit je in tijdnood, wil je nú weten of je tekst publicabel is, dan moet je iemand anders inschakelen. Als auteur ben je op een gegeven moment ‘blind’ voor je eigen tekst. Ik ook! Voor mijn eigen geschreven teksten helpt het niks dat ik een senior redacteur ben …

Maar waarom zou je een redacteur inschakelen als familieleden, vrienden of collega’s net zo goed die verse en frisse blik kunnen leveren?

2) De redacteur voorziet in een werkrelatie

Het voordeel van een redacteur is dat je verder niets verplicht bent, zoals je dat bij familie en bekenden vaak wel hebt. Kun je met die verplichting goed uit de voeten? Prima! Ben je liever niet afhankelijk van de goedheid van de lieve mensen om je heen? Dan is het fijn om na gedane arbeid de redacteur wat euro’s te betalen en daarmee overal vanaf te zijn.

Andersom is de redacteur niets aan jou verplicht. Zij is primair met je tekst bezig en niet met jou, in welk opzicht dan ook. Een goede redacteur houdt uiteraard rekening met de auteur, niets menselijks is haar vreemd, maar in de aard van de zaak is er sprake van een zakelijke relatie.

3) De redacteur is een professional

Talent en kennis van zaken

Een goede redacteur heeft, naast een fikse portie talent, kennis van zaken: zij is gespecialiseerd in het redigeren van teksten, het is haar vak. Zo heb ik bijvoorbeeld mijn vakkennis bestendigd door bij de Vakopleiding Boekenbranche een certificaat te halen. Ook zorg ik ervoor dat mijn naslagwerken de meest recente zijn en voel ik mij gezegend met een (zorgvuldig opgebouwd en onderhouden) netwerk van collega’s, waarvan inmiddels een deel is verzameld bij Het Grote Bureau.

Naslagwerken

Verder zorgt een goede redacteur ervoor dat zij de juiste en meest recente naslagwerken bezit. De kracht van een redacteur is namelijk dat zij alles opzoekt!

Nou ja, alles…

Een senior tekstredacteur heeft natuurlijk de nodige ervaring, maar ook ik zoek nog regelmatig dingen na. De gedachte ‘Het zal wel goed zijn’ is uit den boze. De stelregel van een goede redacteur is: bij twijfel opzoeken! Lange ij of ei, dt  of d of t, maar ook: wanneer gebruik je ‘die’ of  ‘dat’, de tussenletter n (pannekoek (onjuist) of pannenkoek (juist)), ‘hen’ of ‘hun’ … de lijst spellingszaken is vrijwel eindeloos.

Veel is te vinden in naslagwerken, maar internet is natuurlijk ook een omvangrijke bron van informatie. Hoewel je met dat laatste voorzichtig moet zijn, want vaak weet je niet wie de informatie heeft geplaatst. Een zeer betrouwbare digitale bron is het Genootschap Onze Taal. Wil je weten hoe je een bepaald woord spelt, dan is de Woordenlijst Nederlandse Taal, ofwel het Groene Boekje, tegenwoordig ook online te raadplegen. Minder betrouwbaar, maar toch best handig is de automatische spellingscorrectie van Word. Als je zelf heel goed blijft opletten en niet klakkeloos elk voorstel overneemt (opzoeken!), verhoog je de betrouwbaarheid.

Antenne voor spellingszaken en kennis van eigen blinde vlekken

De kracht van een redacteur is dat zij, naast een berg kennis, ook een antenne heeft ontwikkeld voor spellingszaken en weet wanneer ze iets moet opzoeken. Zij kent ook haar eigen ‘blinde vlekken’. Zo heeft ieder mens, dus ook elke redacteur wel een paar woorden waarvan ze maar niet kan onthouden hoe je die ook alweer correct schrijft.

Bij mij is de oorzaak van verwarring het gehannes met de oude, nieuwe en weer terug naar de oude spelling. Toen ik Nederlands en Engels studeerde was de nieuwste mode om woorden te schrijven zoals je ze uitspreekt, bijvoorbeeld vakansie, kado, aksie, al tot de opleiding doorgedrongen. Niet lang daarna kwam de trend om daar toch maar weer mee te stoppen. Vervolgens werd een nieuw idee uitgevoerd: veel, heel veel woorden aaneenschrijven, wat na een aantal jaar weer gevolgd werd door de trend dat niet meer te doen.

4) De redacteur kilt lievelingen

Natuurlijk bestaat de kracht van een redacteur niet alleen uit zorgvuldig omgaan met spelling, want daar kun je, zoals hierboven beschreven, als schrijver zelf heel veel aan doen. Het belangrijkste werk van een redacteur is het aanpakken van woordkeus, interpunctie, zinsconstructies en, last but not least, kills your darlings.

Wat nou, ‘last but not least’ en ‘kills your darlings’? Waarom gebruik je Engels?

Ach ja, dat klinkt zo lekker. Het schrijft met zo’n fijn scherp randje. Moeilijk om afscheid van te nemen.

En dat is precies waar het bij het ombrengen van lievelingen om gaat: je liefde voor dat ene stukje tekst, die paar woorden, een zinsnede of alinea – de geweldige inval en zo prachtig passend in het verhaal.

Het gaat je na verloop van tijd in de weg zitten, want het is een enorme dwarsligger geworden die het verhaal laat stokken. Maar oh, oh, het is zó moeilijk om nou juist dát te schrappen.

Vertel mij wat, ik weet er alles van. Dat je na veel zuchten, steunen en kreunen dan toch maar dat heerlijke stukje tekst eruit gooit, en onmiddellijk merkt dat dit een enorme verbetering is. Tot je grote verdriet, want denk maar niet dat meteen de opluchting volgt. Hoewel, sommigen hebben dat misschien wel.

Als schrijver is het niet alleen lastig om je lievelingen te vermoorden, het is ook niet gemakkelijk om ze te zien. Je merkt dat ergens de tekst stokt, je loopt vast, weet niet zo goed hoe je verder moet. Of je geeft er maar een draai aan en worstelt verder naar een volgende alinea, waar je (opgelucht) weer een ander onderwerp aansnijdt.

Ondertussen blijft het knagen dat er iets niet klopt. Hoewel, misschien ben jij iemand die fluitend van de ene lieveling naar de andere fladdert. Al ben je wel verbaasd dat zo weinigen je tekst begrijpen, of willen lezen. Maar ach, dan lezen ze het maar niet, als jij maar lekker aan het schrijven bent. Prima! Jij hebt geen redacteur nodig!

Voor degenen die wel worstelen met hun lievelingen, of de daarmee verbonden woordkeus, interpunctie en zinsconstructies, kunnen veel baat hebben bij een tekstredacteur. Uit ervaring weet ik dat het voor velen een verademing is om het commentaar van de redacteur te zien: ách, já, natúúrlijk, dáár zit het knelpunt! En met verse inspiratie kunnen ze weer aan de slag.

Anderen raken zo geïnspireerd dat ze hun hele tekst omgooien: ze zien ineens welke kant ze op willen. En de meeste schrijvers zijn vooral erg blij met de voorgestelde wijzigingen (zie ook bij Testimonials), voeren ze door, passen een paar dingetjes aan en publiceren heel tevreden hun tekst.

Het is in eerste instantie misschien even slikken: al die correcties, aanpassingen en wijzigingsvoorstellen, pffft. Maar als je dat allemaal rustig tot je genomen hebt, zul je de voordelen zien. Bovendien leer je ervan. Als je eenmaal hebt gezien hoe het anders kan, helpt dat bij het schrijven van je volgende tekst.

Op Linked-In schreef een collega in kleurrijke bewoordingen over het nut en de noodzaak van een redacteur. Haar woorden heb ik met haar toestemming gebruikt voor een artikel op Linked-In.

Aflevering 396 Kunstenaar Mary Kelly in de fabriek

In 1973 gaat Mary Kelly samenwerken met Margaret Harrison (zie aflevering 189) en Kay Hunt (onvindbaar op internet) aan de tentoonstelling Women and Work, schrijft Jane Kelly.*

Ook bij deze tentoonstelling is het bewust zijn van het historische moment belangrijk, net als bij het maken van de film Night Cleaners (zie afleveringen 394-395). Die film heeft Mary Kelly aan het denken gezet over vakbonden, ook op haar eigen gebied, en ze wordt de eerste voorzitter van de Artists’ Union. Haar betrokkenheid bij de vrouwenbeweging is een extra stimulans om de relatie te onderzoeken tussen de uitbuiting van vrouwenarbeid en vrouwenonderdrukking.*

De kunstenaars kiezen voor het maken van de tentoonstelling Women and Work een fabriek die vooral draait op parttime vrouwenarbeid. In dat jaar 1973 is ook de Equal Pay Act van kracht geworden, waardoor de kunstenaars een tijd van verandering in de fabriek meemaken. De drie vrouwen krijgen toegang tot de fabriek waar ze allerlei data verzamelen.*

Ze brengen in kaart hoe het management het personeel herstructureert om de fabriekswinsten intact te houden. Het vrouwelijk personeel wordt niet regelrecht gedegradeerd, de aanpak is een stuk ingewikkelder. Het management verzint een herverdelingsproces. Ze stellen excuustruzen aan in de hoogste regionen. Ze kiezen voor meer automatisering en dus ontslagen in de lagere regionen. Ondertussen vindt ook een geleidelijke afschaffing van al het deeltijdwerk plaats, dat traditioneel door getrouwde vrouwen wordt gedaan, en ze introduceren een tweedaagse dienst met de bijbehorende asociale werkuren.*

Op de tentoonstelling Women and Work presenteren de kunstenaars foto’s, documenten (zoals prikklokkaarten), naslagwerken, relevante fabrieksbepalingen, film loops die werk door mannen en werk door vrouwen vergelijken, en geluidsbanden. De tentoonstelling laat een groep arbeidskrachten op weg naar de uitgang zien, ofwel hoe de industrie omgaat met problematische, liberale wetgeving door de bepalingen te herstructureren of te negeren. Alle documentatie van de tentoonstelling is na de expo in het bezit gekomen van het National Museum of Labour History.*

Voor Mary Kelly maakt deze tentoonstelling nog duidelijker hoezeer de verdeling van arbeid in het bedrijfsleven gebaseerd is op de verdeling van arbeid thuis. Ze wordt zich zeer bewust dat het vermogen tot voorplanting als belangrijkste taak voor vrouwen wordt gezien. Deze bewustwording wordt fiks versterkt door het feit dat ze tegen het eind van het project een zoon baart. Ze moet hierdoor een tijdje afstand nemen van het gezamenlijk werken. Een belangrijk boek zet haar aan tot een soloproject.

In de video bij deze aflevering vertelt ze zelf over de achtergronden bij Women and Work.

*Kelly, Jane (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Mary Kelly. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 186-188.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 395 De kijker als deel van het leerproces

Still uit de film Night Cleaners, van het Berwick Street Film Collective, UK 1972–5, 16 mm, 90 min. Gevonden op: https://www.tate.org.uk/whats-on/tate-modern/film/berwick-street-film-collective-nightcleaners-part-1.

De makers van de film Night Cleaners realiseren zich dat zij pas een politieke film kunnen maken als zij het heel anders dan anders aanpakken (zie aflevering 394).

De keuze die ze maken is dat ze elk standpunt uit de film laten, van wie dan ook. Ze focussen op de problemen en tegenstrijdigheden tussen, bijvoorbeeld, de overwegend middenklasse vrouwenbeweging en de nachtwerkers. Ze laten de interventies van de filmmakers zien en de invloed van het filmen zelf. De betekenis van de film moet pas vorm krijgen als de toeschouwer zijn of haar denkbeelden aan het werk toevoegt.*

De filmkijker wordt dus aan het werk gezet. Deze is niet langer een passieve consument. Door de gekozen techniek ziet de filmkijker hoe de film gemaakt is, hoe bijvoorbeeld gebruik is gemaakt van slow motion om het uitputtende en eenzame werk van het nachtelijke schoonmaakwerk te beschrijven. Je ziet als kijker hoe de filmakers voortdurend de manier waarop een beeld betekenis produceert ter discussie stellen.*

De ‘natuurlijke’ beeldtaal van een film die samenvalt met de burgerlijke ideologie, wat de filmkijker gewend is, wordt zo met voeten getreden. De kijker is deel van het leerproces van de filmmakers geworden.*

In plaats van een campagnefilm die bruikbaar is voor de schoonmakers, is het een film geworden die een enorm complexe historische situatie laat zien. In de film wordt die complexiteit niet ontkend en ook niet hoe moeilijk het is om tot een oplossing te komen. In feite biedt de film uiteindelijk een bredere betekenis dan de specifieke gebeurtenis van de nachtwerkers in de schoonmaak.*

*Kelly, Jane (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Mary Kelly. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 186-188.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 394 Cinéma vérité door Mary Kelly tijdens campagne nachtwerkers

De vijfde van de negen critici (v) die het werk van een door hen gekozen, in Engeland werkende, kunstenaar (v) bespreken in Studio International, het Journal of Modern Art (zie aflevering 363) is Jane Kelly. Zij heeft het werk van Mary Kelly (1940) gekozen.*

Of Mary Kelly (1941, zie ook afleveringen 145, 217 en 342) familie is van Jane Kelly? Je ne sais pas. Geen idee dus, maar omdat ze allebei Kelly heten, zal ik ze bij uitzondering steeds bij de voornaam noemen.

‘Een van de meest indrukwekkende aspecten van Mary’s werk’, zo schrijft Jane, ‘is de manier waarop elk gebied uiteindelijk is afgestemd op het specifieke historische moment waarop het ingrijpt.’*

Okay, klinkt mooi! Maar wat betekent het?

In de prille jaren van haar carrière, zo rond 1970, werkt Mary samen met Berwick Street Collective aan de film Night Cleaners.* Het maken van deze film gebeurt ten tijde van een campagne, door onder andere actieve vrouwen uit de vrouwenbeweging, voor betere arbeidsvoorwaarden voor de vrouwen die ’s nachts onder slechte omstandigheden en tegen een karig loon kantoren schoonmaken.

Ze kiezen voor de cinéma vérité techniek, een uit Frankrijk overgewaaide manier van filmen waarbij het gaat om natuurlijke acties en authentieke dialogen. Je filmt als het ware mensen in het dagelijks leven. Het gaat om het vastleggen van het leven zoals het is of om waarheidsvinding in bewegende beelden.

Deze cinéma vérité techniek is voor de film Night Cleaners gekozen, omdat de makers een alternatieve documentaire willen neerzetten met de nachtwerkers in de schoonmaak. Dat wil zeggen: met actief betrokken leden van het filmcollectief, en de schoonmakers belichten in plaats van de werkgevers.*

Maar dat verandert in de filmbewerking. De filmmakers worden zich ervan bewust dat een politieke film onmogelijk is, tenzij zij zowel vorm als inhoud betwijfelen en tenzij zij tegenstrijdigheden en problemen aangeven in plaats van verdoezelen.* Een voorbeeldje van hun pogingen het anders aan te pakken is de video bij deze aflevering.

De filmmakers komen uiteindelijk tot een oplossing waarbij de filmkijker een actieve rol krijgt.

*Kelly, Jane (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Mary Kelly. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 186-188.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.