Blogs

Aflevering 521 Vrouwen op een cruciale plaats in het patriarchaat

Foto bij het essay Vijftig jaar na ‘Het onbehagen bij de vrouw’ van Marja Vuijsje in de Groene Amsterdammer, 6 december 2017, nr. 49. Gevonden op: https://www.groene.nl/artikel/het-paradijs-breekt-nooit-aan.

Na deze drie categorieën (essentialistische positie, afleveringen 501-510; subcultureel verzet, afleveringen 511-515; potentieel isolationisme, afleveringen 516-520) bespreken Judith Barry en Sandy Flitterman tot slot hun vierde categorie.*

Het laatste type artistieke praktijk waaraan Barry en Flitterman aandacht besteden ‘plaatst vrouwen op een cruciale plaats in het patriarchaat’. Hierdoor kunnen kunstenaars inspelen op de tegenstellingen binnen dat patriarchaat, schrijven ze.*

En hoe doen deze kunstenaars dat dan?

Volgens Barry en Flitterman beschouwen zij de artistieke activiteit als een tekstuele praktijk die gebruik maakt van bestaande sociale tegenstellingen. Kunstenaars in deze categorie doorkruisen andere sociale praktijken waarbij problemen met hoe vrouwen worden gezien, hun representatie, op de voorgrond staan.*

In hun werk accepteren zij niet het beeld van de vrouw als een allang bestaand en eindeloos vormgegeven feit, maar stellen zij een beeld samen van de vrouw in en door het werk zelf. Volgens Barry en Flitterman benadrukt dit soort werk dat betekenissen sociaal opgebouwd zijn. Bovendien is het werk dat het belang en de functie van de dialoog (het discours) aantoont bij het vormgeven van de sociale realiteit.*

Bij de bespreking van deze vierde categorie van feministische kunst willen Barry en Flitterman de in hun essay zo belangrijke kwestie van theoretiseren verhelderen.*

Hoe gaan ze dat doen?

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 520 Kunst van vrouwen is noodzaak feminisme ontgroeid

Rosalyn Drexler, Chain Smoker, 1960, acrylic and paper collage on canvas, 16 x 12 inches. Gevonden op: https://rosalyndrexler.org/selected-paintings.

Binnen de derde categorie ‘potentieel isolationisme’ (zie aflevering 516) onderscheiden Judith Barry en Sandy Flitterman, naast de eerste groep, een tweede groep separatisten (zie aflevering 517).

Deze tweede groep vrouwen is het ideologische tegendeel van de eerste groep. Zij hebben geen feministische strategie, omdat zij zichzelf niet zien als kunstenaars die betrokken zijn bij de feministische strijd. Het zijn vrouwen die zich hebben gestort op hun carrière als kunstenaar, die van mening zijn dat de kunst van vrouwen de noodzaak van feminisme ontgroeid is.*

Voor deze vrouwen is het feminisme niet langer bruikbaar, vooral omdat het wordt gezien als een middel om een doel te bereiken. Kunstenaars die binnen deze categorie vallen zijn volgens Barry en Flitterman bijvoorbeeld Rosalyn Drexler (1926) en Elaine de Kooning (1918-1989).*

Drexler: ‘Ik vind het niet erg om een vrouwelijk kunstenaar genoemd te worden, als het woord vrouw maar niet gebruikt wordt om de kunst die ik maak te omschrijven.’*

De Kooning: ‘Wij zijn kunstenaars die toevallig vrouwen of mannen zijn, naast allerlei andere dingen zoals lang, kort, blond, donker, gespierd, slank, zwart, Spaans, Duits, Iers, opvliegend, gemakkelijk in de omgang. Allemaal zaken die op geen enkele manier relevant zijn voor het feit dat we kunstenaar zijn.’*

Kunstenaars in deze tweede groep van de derde categorie (de separatisten) ontkennen volgens Barry en Flitterman eenvoudigweg dat hun werk is ingebed in een sociale context, of dat het maken van kunst ook een sociale component heeft.*

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 519 Toeschouwer met eigen lading aan betekenissen

Lili Lakich, Blonde Diver. Gevonden op: https://www.vice.com/en_au/article/kwxa83/photos-from-last-nights-inherent-vice-art-show-000.

Judith Barry en Sandy Flitterman schrijven over de samengestelde betekenis van ‘vrouw’, een betekenis die in de eeuwenlange patriarchale samenleving is ontstaan, en dat er daarom geen onproblematische notie van vrouwelijkheid kan zijn (zie aflevering 518).*

Je kan dat wel willen, die onproblematische notie van vrouwelijkheid, maar Barry en Flitterman wijzen erop dat betekenis een dialectisch proces is.* Dat wil zeggen dat betekenis tot stand komt door hoor en wederhoor, door (tegengestelde) meningen uit te wisselen, dat een toeschouwer die een kunstwerk bekijkt haar eigen lading aan betekenissen meeneemt.

Over dat laatste heb ik in het begin van dit feuilleton al veel geschreven, in deel 1 Over geraakt worden door een kunstwerk. Vooral de afleveringen 21-25 gaan over de rol van de toeschouwer bij het bekijken van kunst.

De kunstenaars in deze derde categorie, die van de separatisten met het potentieel isolationisme (zie aflevering 516), doen volgens Barry en Flitterman niets aan de bestudering van hoe betekenis binnen het sociale geheel tot stand komt.

Maar als je uitgaat van een onproblematische notie van vrouwelijkheid, en dat de culturele positie van vrouwen afgescheiden en anders is dan de heersende stromingen, dan kan dat zeer verontrustende resultaten opleveren, aldus Barry en Flitterman.*

Als voorbeeld noemen ze de kunst uit de groep rondom Terry Wolverton (zie aflevering 518), waarin het onderwerp blootgestelde borsten een prominente plaats krijgt op een manier die opvallend veel lijkt op hoe Les Krims dat in zijn fotografie doet, terwijl deze kunstenaar bekend staat om zijn bijzonder heftige uitingen van vrouwenhaat.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 518 De (on)problematische notie van vrouwelijkheid

Lesbian Art Project (LAP) founded by Terry Wolverton & Arlene Raven in 1979 to give a platform to lesbian art & artists #womensart. Gevonden op: https://twitter.com/womensart1/status/752067555020374016.

De separatistische strategie heeft zo haar voordelen en beperkingen, en volgens Judith Barry en Sandy Flitterman is dat goed te zien aan het werk van kunstenaar Terry Wolverton (zie aflevering 517).

Wolverton laat zich in haar werk inspireren door de wens om een alternatieve vrouwencultuur vorm te geven. Dit omvat ook de waardering voor ambachtelijke projecten zoals sculpturen van brooddeeg en gekostumeerde happenings, om de doodeenvoudige reden dat lesbische vrouwen in de vrouwengemeenschap dit hebben gemaakt (zie ook het Lesbian Art Project en aflevering 517).*

Een positief gevolg hiervan is dat deze vorm van kunst vrouwen in staat stelt hun gevoelens en gedrag te onderzoeken, aldus Barry en Flitterman. Zo kunnen zij zelfvertrouwen en trots opbouwen in de ontdekking van hun liefde voor en vertrouwen in elkaar. Het vruchtbare resultaat is een aanval op de destructieve ontevredenheid met het feit dat je een vrouw bent die de patriarchale cultuur bevordert.*

Het separatistische standpunt lijkt echter een voorbeeld te zijn van een zelfevaluatie die niet helemaal goed gaat: juist het idee van positieve (lesbische) beelden van vrouwen berust op de reeds samengestelde betekenis van ‘vrouw’.* En dan denk ik dat Barry en Flitterman met ‘reeds samengestelde betekenis’ bedoelen dat die betekenis van ‘vrouw’ in de afgelopen eeuwen tot stand is gekomen in de aloude patriarchale samenleving.

Door die samengestelde betekenis van ‘vrouw’ is er dus niet daadwerkelijk zoiets als een ‘onproblematische notie’ van ‘vrouwelijkheid’, aldus Barry en Flitterman.

Wat bedoelen ze daar precies mee?

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 517 De strategie van de feministisch separatisten

Womanhouse (January 30 – February 28, 1972) organized by Judy Chicago and Miriam Schapiro, co-founders of the California Institute of the Arts (CalArts) Feminist Art Program. PIctured here, cover of the original exhibition catalog designed by Sheila de Bretteville. Foto gevonden op: http://www.womanhouse.net.

De positie van het feministisch potentieel isolationisme (een getto van vrouwenkunst, de derde categorie die Judith Barry en Sandy Flitterman onderscheiden) kan volgens hen worden beschouwd als een tegengif voor het feministische essentialisme (hun eerste categorie, zie ook aflevering 516).

Dat komt zo: deze feministische erkennen dat ‘vorm’ en ‘inhoud’ betekenis hebben als het gaat om kunstwerken, ook al is dat een van oudsher bekend staand – dus patriarchaal – cultureel fenomeen.*

Het is echter, ironisch genoeg volgens Barry en Flitterman, ook de basis van de ‘separatist’ en niet-feminist discussie. De ‘separatisten’ zijn kunstenaars die zich niet willen vereenzelvigen met de bestaande patriarchale kunstwereld, de niet-feministen zij de vrouwelijke kunstenaars die volhouden dat ze mensen zijn die ‘toevallig’ vrouw zijn.* Die laatste groep kunstenaars wil dus juist wél en totaal in die kunstwereld worden opgenomen.

Aldus, concluderen Barry en Flitterman, bestaat deze derde categorie ‘potentieel isolationisme’ uit twee groepen vrouwen die ideologisch elkaars tegendeel zijn.

De strategie van de eerste groep (separatisten) is de oprichting van een eigen samenleving, zodat vrouwen in staat worden gesteld om het patriarchaat te bevechten. Hoe je vrouwen dan als een categorie binnen het sociale complex neerzet, daarover ontstaat bij deze groep geen theorie, aldus Barry en Flitterman. Evenmin wordt ingegaan op vrouwelijkheid als sociale constructie.*

De voordelen en beperkingen van de separatistische strategie wordt volgens Barry en Flitterman mooi aangetoond door kunstenaar Terry Wolverton, codirecteur van het Lesbian Art Project en producer-codirecteur van een feministisch sciencefiction theater.*

En waar gebeurde dat? Bovenop de Woman’s Building, van de vrouwengroep in Los Angeles, in 1974 opgezet door Judy Chicago (zie afleveringen 110, 111 en 280).

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 516 Getto van vrouwenkunst in alternatieve traditie

Foto, bewerking en samenstelling: Susan Hol.

De kern van Textual strategies: the politics of art making, het essay van Judith Barry en Sandy Flitterman, is de politieke effectiviteit van een feministisch kunstwerk. In hun analyse van feministische kunst onderscheiden ze vier categorieën.*

De eerste categorie is de essentialistische positie (zie afleveringen 501-510). De tweede categorie is de strategie in de feministische kunstpraktijk om de kunst van vrouwen als een vorm van subcultureel verzet te beschouwen, waarbij het vooral gaat om ambachtelijk werk (zie afleveringen 511-515).*

De derde categorie vloeit voort uit een aspect van de tweede categorie, namelijk de kans dat er een getto van vrouwenkunst in een alternatieve traditie ontstaat (zie aflevering 515). Ofwel wat Barry en Flitterman ‘potentieel isolationisme’ noemen.

Waaruit bestaat dit potentieel isolationisme?

Het uitgangspunt is dat de dominante culturele orde een monolithische constructie is, ofwel een uit één stuk gehouwen bastion, waarin de culturele activiteit van vrouwen óf wordt opgeslokt óf volledig wordt buitengesloten.*

Volgens Barry en Flitterman kan de positie van potentieel isolationisme worden beschouwd als een tegengif voor het feministische essentialisme (de eerste categorie).*

Hoezo dan?

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 515 ‘Alternatieve traditie’-benadering met sociale + functionele aspecten

Magdalene Odundo, uit het blog Five groundbreaking women ceramic artists you need to know, van het Gardiner Museum. Gevonden op: https://www.gardinermuseum.on.ca/five-groundbreaking-women-ceramic-artists-need-know/.

De strategie om de kunst van vrouwen als een vorm van subcultureel verzet te beschouwen, de zogenoemde ‘alternatieve traditie’-benadering van werk dat is gemaakt door vrouwenhanden, benadrukt de sociale en functionele aspecten van activiteiten als weven of pottenbakken in samenlevingen, zo schrijven Judith Barry en Sandy Flitterman (zie ook de afleveringen 511-514).*

Barry en Flitterman kunnen instemmen met het feit dat dit soort bijdragen aan het maken van feministische kunst belangrijk is, maar vinden iets anders even belangrijk: de beperkingen van een vorm van op zichzelf staand subcultureel verzet. Als je je helemaal buiten de dominante mannelijke cultuur houdt en daarmee niet de discussie aangaat, dan loop je het risico te belanden in een getto van vrouwenkunst in een alternatieve traditie.*

Als je bedenkt dat de kern van hun essay Textual strategies: the politics of art making de politieke effectiviteit van een feministisch kunstwerk is, en dat zij langdurige veranderingen ambiëren, wat zeggen Barry en Flitterman dan eigenlijk over de door henzelf onderscheiden tweede categorie ‘subcultureel verzet’?

Ik denk zoiets als: ga vooral zo door en haal al die hardwerkende creatieve vrouwen boven tafel, maar zorg ervoor dat je de strijd aangaat met de dominante mannelijke cultuur, werk aan een plaats in, tussen, naast, tegenover, aan tafel met de heersende stromingen. Ga in ieder geval niet op een onbewoond eiland je ding zitten doen voor een beperkt groepje medestanders.

Hebben ze daarin gelijk, moeten vrouwen zich tussen de heersende dominante mannelijke cultuur wurmen of kunnen ze ook zorgen voor een alternatief met een even grote impact? Of gaat dit alternatief dan als vanzelf deel uitmaken van die dominante mannelijke cultuur? Of zal die dominante mannelijke cultuur langzaam maar zeker veranderen in een cultuur waarin kunst van mannen en vrouwen op gelijke wijze een plaats hebben? Interessante vragen om mee te nemen in mijn onderzoek.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 514 Een ándere kunst, mét geschiedenis (die is onderdrukt)

Jackie Winsor, Nail Piece, 1970. Gevonden op: https://collection.cmoa.org/objects/160ad9f3-d121-407f-aec3-8f8a154dd8a5.

Het werk van Jackie Winsor wordt als ‘stoer’ beschouwd, aldus Judith Barry en Sandy Flitterman, omdat het vaardigheden vergt die je normaalgesproken alleen bij mannen ziet, zoals timmerwerk (zie ook aflevering 513).*

In de bespreking van haar werk verbindt Winsor vaak de oorsprong van een bepaald beeld met een ervaring uit de vroege kinderjaren, schrijven Barry en Flitterman. Zo verwijst ze bij Nail Piece (zie afbeelding bij deze aflevering) naar het huis dat haar vader had ontworpen en door haar moeder werd gebouwd. Op een zeker moment geeft haar vader haar een enorme zak spijkers en vertelt erbij dat ze de spijkers moet inslaan om het hout op zijn plaats te houden. Vervolgens vertrekt hij naar zijn werk.*

Winsor gaat aan de slag. Ze spijkert de hele zak spijkers leeg op het stuk dat haar vader had aangewezen. Als haar vader thuiskomt is hij ontsteld dat de zak spijkers leeg is. Voor het klusje dat hij zijn dochter gaf was hooguit een half pond spijkers nodig, Winsor gebruikte zes pond. De toestand die daardoor ontstond heeft grote indruk op haar gemaakt en is haar altijd bijgebleven.*

Het werk van Winsor mag dan ‘stoer’ zijn, het heeft volgens Barry en Flitterman toch veel weg van het traditionele werk van vrouwen. Het vraagt en toont namelijk eenzelfde soort volgehouden arbeid om het in elkaar te zetten. Je kunt bijvoorbeeld het werk dat Winsor verzet vergelijken met het werk dat vrouwen steken in het maken van quilts of manden, aldus Barry en Flitterman.*

In de traditionele patriarchale cultuur is natuurlijk nooit plaats geweest voor de complexiteit van dit soort traditioneel handwerk. Kunstenaars als Winsor brengen deze kunst, die anders is dan de conventionele ‘high art’, naar de voorgrond. Het kunstwerk dat in de tweede categorie van Barry en Flitterman valt (zie aflevering 512), benadrukt dat er een andere kunst is, een kunst die een geschiedenis heeft en die is onderdrukt.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 513 Veel ‘stoerder’ dan werk van andere vrouwen

Vimeo: Jackie Winsor – Installation of ‘30 to 1 Bound Trees’ (1971-1972) at Hauser & Wirth Los Angeles.

‘Haar constructies van hout, hennep en andere “natuurlijke” materialen tonen een post-minimale fascinatie met geometrische vormen en het opleggen van orde en regelmaat’, zo schrijven Judith Barry en Sandy Flitterman over het werk van kunstenaar Jackie Winsor (1941) (zie ook aflevering 512).*

In het werk van Winsor zijn herhaling, gewicht en dichtheid belangrijk. Haar werkproces bestaat uit zorgvuldige aandacht voor ambachtelijke details. Zo is ze eindeloos in de weer met het ‘omzwachtelen’ van houten onderdelen en andere materialen.*

Lucy R. Lippard besteedt in haar boek From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976) een hoofdstuk aan Winsor en haar werk (pp. 202-209). Barry en Flitterman nemen daaruit een citaat (p. 203). Lippard schrijft dat de herhaling in het werk van Winsor niet verwijst naar vorm, maar naar proces.(*; 1976, p.203)

Lippard bedoelt dan het proces van herhaling waarbij Winsor de meerdere enkelingen (takken, boomstammen, stukken hout) samenbrengt tot een eenvormig geheel (aaneengebonden bos takken, boomstammen, stukken hout). (*; 1976, p.203)

Lippard ziet daarin ook een voorafgaand proces van herhaaldelijk ontrafelen, waarop het proces van herhaaldelijk binden volgt of het proces van herhaaldelijk spijkeren in hout, of het proces van het herhaaldelijk plakken van bakstenen in cement, of het proces van herhaaldelijk gutsen van sporen in multiplex. (*; 1976, p.203)

Het werk van Winsor wordt volgens Barry en Flitterman als veel ‘stoerder’ beschouwd dan het werk van andere vrouwen die ook in hun tweede categorie (zie aflevering 512) zouden passen. Ze denken daarbij aan schilders van patronen, zoals Harmony Hammond (zie bijvoorbeeld aflevering 258 Vrouwengeheimtaal in quilts).

En waaruit bestaat dat ‘stoere’ dan?

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 512 Kunst van vrouwen als vorm van subcultureel verzet

Jackie Winsor, Bound Square, 1972. Wood and twine, 191.8 x 193 x 36.8 cm. Gevonden op: http://pictify.saatchigallery.com/400320/bound-square-by-jackie-winsor-1972.

De strategie om de kunst van vrouwen als een vorm van subcultureel verzet te beschouwen, de tweede categorie die Judith Barry en Sandy Flitterman onderscheiden (zie aflevering 511), is volgens hen in zekere zin ook een essentialistische positie, net als de eerste categorie (zie afleveringen 501-510).*

Waarom?

De overeenkomst tussen deze eerste en tweede categorie is het uitgangspunt dat vrouwen en creativiteit onafscheidelijk verbonden zijn.*

Waarom is kunst van vrouwen dan toch niet erkend in de dominante patriarchale kunstwereld?

Veel, zo niet alle kunst gemaakt door vrouwenhanden wordt simpelweg niet (h)erkent door de heersende culturele stromingen, zo is het idee van deze feministische tweede positie. De mogelijkheden tot verandering van de structurele voorwaarden die de definities van kunst bepalen en die vrouwen onderdrukken, zijn daardoor beperkt.*

Met andere woorden, deze manier van kunst produceren door vrouwen is niet onbelangrijk, maar een strategie zonder theorie heeft zo haar beperkingen.*

Als voorbeeld noemen Barry en Flitterman de kunstenaar Jackie Winsor. Hoewel ze eigenlijk niet als feministisch kunstenaar wordt beschouwd, past ze volgens Barry en Flitterman in hun tweede categorie kunst van vrouwen. Én ze wordt door ten minste één criticus als een feministisch kunstenaar beschouwd, aldus de auteurs, toen ze voor het eerst nationale bekendheid kreeg in 1970-71.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.