Blogs

Aflevering 421 Het object met gratie en schoonheid, een natuurding

Sandro Botticelli, De geboorte van Venus, ca 1485, tempera op canvas 172,5 x 278,5 cm. Gevonden op: http://kunst-renaissance.blogspot.com/p/renaissance-schilderkunst.html.

Mannen objectiveren vrouwen door middel van door hen bedachte beelden (zie aflevering 420). Vrouwen raken daardoor steeds meer vervreemd van hun eigen zelfbeeld, wat volgens Rosetta Brooks een extra aanmoediging is om zich alsmaar verder terug te trekken in de huiselijke sfeer. Het lijkt daardoor misschien dat vrouwen het fantastisch vinden, dat huisvrouwenbestaan binnenshuis, maar waarschijnlijk is het meer een toevluchtsoord.*

In huis ben je wég van de samenleving die je constant dwingt jezelf te verontschuldigen voor jouw (wijze van) bestaan, voor jouw niet voldoen aan door mannen bedachte beelden van de vrouw. Je schiet tekort, je voldoet niet aan dat abstracte ideaal, je twijfelt voortdurend aan jezelf. De sociale creatie van vrouwen in beeld en in werkelijkheid als een op zichzelf staand ding, is voortdurend in tegenspraak met de vrouw als ding voor de man, aldus Brooks.*

Ze verklaart zich nader.

Ten tijde van het uiteenvallen van het middeleeuwse christendom en de eerste manifestatie van een krachtige georganiseerde koopmansklasse, werd het idee van de natuur als ding-op-zichzelf en als onderworpen aan de wet van de mens – als een ding voor ons – ofwel de tegenstelling tussen objectiviteit en subjectiviteit, steeds sterker. Er verschenen steeds meer schilderijen die de natuur als ding-op-zichzelf weergaven in plaats van de natuur als goddelijke instantie.*

De vrouw was natuurlijk ook een ding-op-zichzelf, iets uit de natuur, een ding met gratie en schoonheid. Zo verscheen zij op menig schilderij en foto. De vrouw als object, het symbool van gratie en schoonheid en natuur (zie afbeelding bij deze aflevering). Zij het object, de man het handelend subject.*

*Brooks, Rosetta. (1977). Woman visible: Woman invisible. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 208-212.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 420 Onmisbare waardeloze arbeid

Appeltaart!, Susan Hol, 2015-2018.

De onzichtbare huisvrouw in haar eenzame repeterend bestaan van eindeloos terugkerende steeds maar weer dezelfde taken (zie aflevering 419), is wél zichtbaar als consument in de moderne consumentencultuur, aldus Rosetta Brooks.* Ze heeft het over produceren en consumeren. Blijkbaar heeft ze Marx gelezen, al noemt ze dat niet expliciet.

Ik begrijp niet helemaal wat ze bedoelt in haar artikel. Het eerste stuk was redelijk helder (afleveringen 418-419), maar het tweede deel is lastiger te vatten. Ze heeft het in ieder geval ook over de vrouw als ‘consumer object’. Bedoelt ze dan ‘gebruiksvoorwerp’? Of ‘consumentobject’? Het lijkt erop dat Brooks ook doelt op het gebruik van vrouwen in afbeeldingen of misschien wel het beeld dat er van vrouwen bestaat en waaraan elke vrouw moet voldoen.

‘Voor de vrouw is de tegenstrijdigheid tussen de privé en publieke gebieden van haar leven extreem’, schrijft Brooks. De man die buitenshuis werkt, heeft daar zijn publieke werkelijkheid. Zodra hij thuiskomt, treedt hij zijn privégebied binnen, maar dat is tegelijkertijd de werkplek van de huisvrouw en omvat eveneens haar privégebied.*

Hoe dan ook, het is een ingewikkelde toestand die nou niet lekker voordelig uitpakt voor de vrouw. Tenminste, als je het in termen van productie en consumptie bekijkt, als je ervan uitgaat dat de meeste waarde ligt bij degenen die producten produceren voor de markt en dat degenen die zorgen voor een leefbare omgeving waardeloos zijn in termen van geld opleverende arbeid.

*Brooks, Rosetta. (1977). Woman visible: Woman invisible. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 208-212.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 419 De eeuwige gevolgen van haar eigen arbeid

Birgit Jürgenssen, Hausfrauen – Küchenschürze (Housewife – Kitchen Apron), 1975, black and white photographs, each: 39 × 28 cm. Gevonden op: https://frieze.com/article/reactfeminism-2.

Huishoudelijk werk is onzichtbaar in de moderne consumptiemaatschappij, omdat de opbrengst ervan buiten de belangwekkende vormen van consumptie ligt – het toneel van de burgerlijke maatschappij, schrijft Rosetta Brooks (zie ook aflevering 418).

Het huishoudelijk werk bestaat uit iets doen en na afloop de rotzooi opruimen. Je kunt bijvoorbeeld niet eten zonder iets klaar te maken en daarna af te wassen, zodat alles weer klaar ligt voor de volgende maaltijd, enzovoort. Elke huishoudelijke activiteit leidt tot een andere huishoudelijke activiteit in een eindeloze ketting van huishoudelijke taken. Volgens Brooks is dit toch wel het meest dodelijk voor elke vorm van spontaniteit.*

De illusie die is gecreëerd, aldus Brooks, is die van de zichzelf in stand houdende activiteiten die niets te maken hebben met de buitenwereld. De vrouw wordt veroordeeld tot haar eigen wereld bij het aanpakken van de eeuwige gevolgen van haar eigen arbeid – tot en met de bevalling. De negatieve reflex op alle vormen van spontane activiteit is geïntegreerd in het vrouwelijk bewustzijn, dus dat ligt ten grondslag aan alle activiteit.*

Wat is het resultaat volgens Brooks? Een extreme vorm van zelfcontrole – het in bedwang houden van enige en elke manifestatie van spontaniteit, een houding die zich als een olievlek uitspreidt over alle dingen in haar hele leven, van voedsel tot seks. Als vrouwen niet verder kunnen kijken dan de grenzen van hun eigen handelen, en al het werk lijkt voort te vloeien uit eerdere acties, dan zijn ze niet in staat iets te zien buiten de wereld die is afgebakend door hun rol.*

Fabrieksarbeiders hebben dit soort problemen niet, zij hebben een wereld met werk en een wereld met ontspanning. De huisvrouw kan zichzelf alleen maar zien als de bron van en de verantwoordelijke voor elke nieuwe taak. Uiteindelijk verandert ze de wereld in zichzelf, waarbij ze haar zelf helemaal identificeert met de huiselijke afzondering en lijdt aan een onzichtbaarheid die gelijk staat aan het huishoudelijk werk.*

De afbeelding bij deze aflevering, kunstenaar Birgit Jürgenssen (1949-2003) met haar geïntegreerde schort-fornuis, laat die ‘vereenzelviging’ mooi zien.

*Brooks, Rosetta. (1977). Woman visible: Woman invisible. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 208-212.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 418 De meest afstompende vorm van arbeid

Foto: Susan Hol

Rosetta Brooks heeft na haar bespreking van het werk van Yve Lomax (zie de afleveringen 405-407) een tweede artikel geschreven in Studio International, Journal of Modern Art, met het thema ‘Women’s Art’. Het is getiteld Woman visible: Woman invisible.*

Historisch gezien is de vrouw zeer zichtbaar als onderwerp van kunst en volkomen onzichtbaar als maker van kunst, zo opent Brooks haar artikel. Op dezelfde manier overheerst het beeld van de vrouw binnen het schouwspel van de burgerlijke cultuur en is haar (huishoudelijk) werk totaal afwezig in dat schouwspel. Brooks wil maar zeggen dat de realiteit van het huishouden net zo onzichtbaar is als de vrouwelijke kunstenaar. De zichtbaarheid en onzichtbaarheid van vrouwen, daar wil Brooks het in haar artikel over hebben.*

Het huishoudelijk werk is de kenmerkendste vorm van vrouwenarbeid in de moderne westerse industriële samenleving, aldus Brooks. Het lijkt ook in diverse maar samenhangende opzichten uniek of exceptioneel te zijn:

  • De waarde huishoudelijk werk wordt anders bekeken dan de dominante vormen van arbeid in een marktmaatschappij – het produceert geen meerwaarde.
  • Huishoudelijk werk is niet kenmerkend voor een dienstensector omdat het niet expliciet is gericht op een abstracte vraag, maar zich concentreert op de specifieke eisen van een echtgenoot en gezin.
  • De huisvrouw zelf wordt niet op dezelfde manier omgezet in een product, zoals wel bij de fabrieksarbeider die haar of zijn tijd verkoopt tijd tegen de waarde zoals deze is vastgelegd in de markt.
  • Vervreemding door huishoudelijk werk is niet het bekende resultaat van de taakverdeling – het is een soort dubbele vervreemding, doordat de proces van verschillende taken geen volledig product oplevert.Dit is de betekenis van de onzichtbaarheid van huishoudelijk werk, want bij het herstellen van dingen naar een staat van huiselijke normaliteit kan de ‘opbrengst’ ervan alleen negatief worden gezien.
  • Er is geen duidelijke kwantitatieve definitie van huishoudelijk werk die het kan onderscheiden van andere activiteiten en afbakenen van een onderscheiden sector van ontspanning in het leven van een huisvrouw. Ofwel: het werk van een vrouw is nooit af, dat wil zeggen: het is afhankelijk van alle andere activiteiten die (zoals seks) worden omgezet in huishoudelijke taken. Het loopt ook letterlijk door met alle andere activiteiten van het gezin, omdat het eindproduct ontbreekt.*

Huishoudelijk werk is de meest afstompende vorm van arbeid vanwege deze vijf redenen en omdat het bovenal onzichtbaar is gemaakt in de moderne consumptiemaatschappij.*

*Brooks, Rosetta. (1977). Woman visible: Woman invisible. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 208-212.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 417 Olie en water samenbrengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit

Studio International, Journal of Modern Art, heeft in 1977 het thema ‘Women’s Art’ gekregen. Het tijdschrift opent met een artikel van Linda Nochlin; Ellen H. Johnson bespreekt vijftig jaar portretschilderen door Alice Neel (zie aflevering 363); negen critici (v) buigen zich over werk van kunstenaars (v) (afleveringen 364-408); en Sarah Kent geeft inzicht in de ervaringen van een vrouwelijke kunstenaar (afleveringen 409-416).

Op pagina 197 van Studio International gaat Lucy R. Lippard in op politieke kunst: Caring: five political artists. Lippard … in dit feuilleton al zo veelvuldig genoemd. Ik heb het even nagekeken. In de afleveringen 107-114 bespreek ik haar in verband met Judy Chicago. In de afleveringen met Louise Bourgeois komt Lippard ook voor (115-116; 119-123; 125-135), en verder nog zo hapsnap in zo’n dertien afleveringen. Deze inmiddels 82-jarige beroemde en zeer ervaren criticus was in 1977, toen ze dit artikel schreef, veertig jaar.

Goede politieke kunst moet vragen oproepen, schrijft Lippard, maar ook overtuigingen bevestigen. Een politiek kunstwerk komt tot stand via de kunstenaar die zich bewust is van het conflict tussen kunst en de echte wereld, terwijl het werk tegelijkertijd bedoeld is voor de echte wereld, aldus Lippard. Misschien dat het politieke kunstwerk van vrouwelijke kunstenaars op weg is naar de uitgang, dat het vertrekt uit de kunstwereld.* Waarom?

De ervaringen van vrouwen zijn anders (sociaal, seksueel, politiek) dan die van mannen, dus de kunst van vrouwen is ook anders, schrijft Lippard* Ik schat in dat ze bedoelt dat deze kunst misschien wel té anders voor de door mannen gedomineerde kunstwereld.

De politiek kunstenaars in het artikel van Lippard gebruiken woord en beeld. Volgens Lippard is dat noodzakelijk voor politiek effectieve kunst, zelfs binnen het frame van de zogenoemde visuele kunst ‘wereld’, schrijft ze. Verder gebruiken ze collage in hun pogingen om kunst en politiek, twee grootheden die zich net zo goed laten mengen als olie en water in een marktgeoriënteerde kunstwereld, samen te brengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit. Geen gemakkelijke weg.*

De politiek activistische kunstenaars die na het stukje van Lippard tijdschriftpagina’s met werk vullen zijn May Stevens (1924; zie ook afleveringen 192-193), Nancy Spero (1926-2009; zie afleveringen 149, 192), Mary Beth Edelson (1933; zie bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295), Adrian Piper (1948) en Martha Rosler (1943; zie video bij deze aflevering, een performance).

*Lippard, Lucy R. (1977). Caring: five political artists. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 197-207.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 416 ‘Vrouwelijke kunstenaar’ wordt een geuzennaam

Rose Finn-Kelcey, The Restless Image: a discrepancy between the seen position and the felt position. Gevonden op: http://www.rosefinn-kelcey.com.

Jonge kunstenaars (v) die eind 1960, begin 1970 van de kunstacademie komen, staan veel positiever ten opzichte van hun eigen vrouwelijkheid dan Sarah Kent en haar generatiegenoten (zie aflevering 415). Ze vormen groepjes en veranderen gezamenlijk hun vooruitzichten. Vrouwen beginnen zichzelf en elkaar meer te respecteren. Ze bekijken de benaming ‘vrouwelijk kunstenaar’ heel anders, het wordt een geuzennaam.*

Vrouwen delen hun ervaringen, steunen elkaar en werken samen. Voor Rose Finn-Kelcey (1945-2014) is dat een belangrijke waarde van het collectief. Gedwongen isolement beschouwt ze als ongezond en dodelijk voor de creativiteit: ‘Ik heb de energie van andere mensen nodig’, vertelt ze aan Kent, ‘van andere vrouwen en hun werk.’ Finn-Kelcey heeft een heel nieuw gebied ontdekt, een nog niet verkend territorium: het vrouwelijk bewustzijn. Voor haar gaat het bewustwordingsproces hand in hand met de kunstpraktijk.*

De vrouwelijk toets, subtiliteit, nuance, zelfs kwetsbaarheid hebben volgens Kent allemaal hun eigen kracht. Ze vindt dat vrouwen niet langer bang moeten zijn voor hun eigen gevoeligheid, dat dit als zwak wordt afgedaan, noch voor hun kracht, dat dit als agressie wordt afgedaan. Ze kijkt ernaar uit dat vrouwelijke kwaliteiten in een werk gewoon besproken kunnen worden zonder de neerbuigende benadering.*

Kent sluit haar artikel af met een citaat van Finn-Kelcey, die het volgende benadrukt: ‘Onze ervaringen maken ons de vrouwen die we zijn en we zouden moeten leren ze te gebruiken en ze nooit te onderdrukken’.*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 415 De kruimels van de eens zo rijke taart zorgen voor verandering

Bridget Riley, Continuum. Gevonden op: https://duncanstephen.net/continuum-bridget-riley-on-exhibition-at-the-scottish-national-gallery/.

Kunstenaars (v) en critici (v) willen hun carrière niet in gevaar brengen door enige connectie met vrouwengroepen, vrouwententoonstellingen en vrouwengalerieën (zie aflevering 414).

Sarah Kent snapt dat wel, want vrouwen moeten op een wel heel smal koord balanceren. Je wilt niet het label ‘vrouw’ krijgen, want dat kan overkomen als een soort excuus en dat je bedelt om een speciale behandeling. Je wilt ook niet als feminist ‘ontmaskert’ worden, want dat kan weer overkomen als al te agressief waardoor je vervreemd raakt van die mannelijke kunstwereld waar je nou juist een plekje wilt veroveren omdat dat je enige kans op een redelijk bestaan als kunstenaar is.*

Sommige vrouwen blazen hun vrouw-zijn omver door veel vertoon van zelfvertrouwen, trots en agressieve rivaliteit, bijvoorbeeld zoiets als: ‘Ik ben een veel betere kunstenaar dan al die mannen. Het verbaasde me totaal niet dat ik de klus kreeg toegewezen. Dat is geen kwestie van arrogantie – ik wist dat ik oneindig veel beter was – kijk simpelweg naar al die mannelijke mededingers, zij stellen niets voor.’*

‘De zelfontkenning van veel vrouwen, inclusief mijzelf, is begrijpelijk maar daarom niet minder pijnlijk’, schrijft Kent. Het draagt in ieder geval niet bij tot ‘bevrijding’, weet Kent. Ze signaleert dat het onderdrukken van vrouwelijkheid in de plaats komt van vrouwenonderdrukking. Volgens haar komt de natuurlijke autoriteit en kracht van vrouwen in gevaar door een soort pseudomannelijkheid te cultiveren. Ze is bang dat vrouwen zichzelf dwingen in de positie van androgyne wezens.*

Kent heeft enorm respect voor de vrouwen die het gemaakt hebben in de door mannen gedomineerde kunstwereld en zo voor andere vrouwen een voorbeeld kunnen zijn, maar ze is ook bang dat velen van hen een hoge prijs hebben betaald als het gaat om persoonlijk geluk. Toch ziet ze veranderingen in de kunstwereld, waardoor het misschien niet meer nodig is om die hoge prijs te betalen.*

Succes en falen … het is volgens Kent voor vrouwen en mannen in een nieuw licht komen te staan. Toen zij de kunstacademie verliet in de jaren 1960 was Londen nog steeds ‘swinging’, schrijft ze, met bloeiende galerieën in een economische en culturele toptijd. Kunst had een publiek en een markt en er werden reputaties opgebouwd. Kunstenaars als David Hockney en Bridget Riley (1931) werden ‘ontdekt’ op jonge leeftijd en de strijd voor een punt van de enorm rijke taart was levendig en opwindend.*

Maar dat was tegen het eind van de jaren 1960 allemaal voorbij. Die eens zo rijke taart bestond ineens uit alleen nog een paar kruimeltjes. Jonge vrouwen die eind 1960, begin 1970 van de kunstacademie komen hebben een heel andere benadering van hun eigen vrouwelijkheid dan Kent en haar generatiegenoten…*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.