Blogs

Aflevering 485 Kunstpraktijk ad. 1 ‘Moeder’ kunstenaars

Homeworkers 1977 Margaret Harrison born 1940 Purchased 2011 http://www.tate.org.uk/art/work/T13631

De twee kunstenaars die Mary Kelly bij naam noemt in het kader van de ‘moeder kunst’ (zie aflevering 484) zijn Kate Walker, kunstenaar, moeder en huisvrouw (zie ook afleveringen 145, 264-265, 398-403, 431) en Margaret Harrison, kunstenaar, moeder en huisvrouw (zie ook aflevering 189).

Van Walker toont Kelly The Other Side of the Blanket, een quilt uit 1977 die helaas op internet niet te vinden is. Van Harrison toont Kelly Homeworkers, een quiltachtige collage uit 1978, te zien op de foto bij deze aflevering.

Van beide kunstenaars heeft ze een uitspraak opgenomen in haar essay.

Walker vindt absoluut niet dat kunst met als onderwerp het ‘huiselijke’ altijd een bitterheid van onderdrukking moeten blootleggen. Ze vindt de toekomst belangrijker. Ze wil zich richten op het opwindende vooruitzicht om de rijkdom van het verleden te gebruiken, een cultuur te slopen en vanuit een ander gezichtspunt te herbouwen.*

Harrison ontdekt dat haar project (over thuisarbeid, beloning, werkomstandigheden, afwezige sociale zekerheden) een erg persoonlijke lading heeft. Ze heeft net als de thuiswerkers kinderen, moet voortdurend op zoek naar een oppas om haar werk te kunnen doen, doet haar werk te midden van allerlei andere verantwoordelijkheden, vanuit huis, en zonder sociale zekerheid.*

In hoeverre is het werk van Walker en Harrison nu daadwerkelijk te koppelen aan Kelly’s verhaal (zie afleveringen 471-484)? Waarschijnlijk moet dat vanzelf spreken, want Kelly gaat daar verder niet op in. Niets meer over ‘identificatie met de vrouw die zorgt’, of de moeder als ‘ongecastreerde ‘parthenogenator’ van de preoedipale instantie’ of ‘de gecastreerde en (onbewuste) verachte moeder van het oedipuscomplex’ (zie aflevering 484).

Het enige feit dat ik kan vaststellen is dat beide kunstenaars moeder zijn en dat ze zich verdiepen in hun eigen bestaan als kunstenaar, moeder en huisvrouw en het bestaan van andere vrouwen in heden en verleden, met een blik op de toekomst.

Kelly gaat simpelweg door naar 2) Vrouwelijke anatomie (body art).*

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 484 Kunstpraktijk ad. 1 Vrouwelijke cultuur (moeder kunst)

Mary Kelly and son, recording session for Post-Partum Document, 1975. Foto gevonden op: https://frieze.com/article/parent-trap?language=de.

Mary Kelly heeft in haar essay On sexual politics and art* een tamelijk verwarrende mix van psychoanalytische theorieën gepresenteerd (zie afleveringen 471-483). Nu wil ze de kunst van vrouwen koppelen aan haar verhaal.

Ze begint met 1) Vrouwelijke cultuur (moeder kunst).

Volgens Kelly speelt bij ‘moeder kunst’ de identificatie met de vrouw die zorgt, ofwel de moeder die je voedt. De moeder geeft melk en dus alle ‘goede dingen’. De ‘moeder kunst’ kunstenaar herwaardeert de producten (liefdeswerk noemt Kelly dat) van deze moeder, zoals het maken van patchwork quilts, kaarsen, brood en het uitvoeren van een variatie aan magische rituelen.*

Deze moeder is de ‘fallische moeder’, schrijft Kelly.* Hiermee bedoelt ze, denk ik, de ‘symbolische volkomenheid’ (zie aflevering 481). Als freudiaanse uitsmijter voegt Kelly daaraan toe dat deze moeder ‘de ongecastreerde ‘parthenogenator’ van de preoedipale instantie’ is.*

Wat dat dan precies mag betekenen? Eigenlijk doelt Kelly op de vroege moeder-kindrelatie, als alles nog symbolisch volkomen lijkt tussen die twee en de vader nog geen (castrerend) roet in het eten heeft gegooid (zie ook aflevering 481). Parthenogenese is overigens de maagdelijke voortplanting. De moeder is dan dus als een soort Maria, de vrouw van de ‘onbevlekte ontvangenis’.

Maar het is niet allemaal brood en rozen. Nee nee, er ‘is ook de gecastreerde en (onbewuste) verachte moeder van het oedipuscomplex.’* Dat is dus nadat die vader zijn plaats in het geheel is komen opeisen. Het wordt dan een geworstel voor het kind tussen een voorkeur voor de moeder of de vader.

Het liefdeswerk van die verachte moeder wordt volgens Kelly door vrouwelijke kunstenaars aangeduid als ‘vrouwenwerk’, een soort iconografie van slachtofferschap. De kunstvormen die Kelly hierbij noemt zijn installaties en performances. Deze performances kenmerken zich door obsessieve activiteiten als schrobben, strijken en eten klaarmaken. Dat klaarmaken van eten is volgens Kelly mogelijk een verwijzing naar de kannibalistische relatie tussen moeder en kind, of naar de totem-maaltijd, waarin inname van de vader betekent zijn naam en status toe-eigenen.*

Totem-maaltijd? Dat komt van een omstreden freudiaanse theorie. Het is iets met totem, vadermoord of het verlangen ernaar, een oerhorde, absoluut gezag van vader, die vermoord wordt, en broers die na de vadermoord een clan en nieuwe cultuur (totemisme) starten.

Afijn, dus, nou ja, goed, maar wat voor werk van welke kunstenaars hoort hier volgens Kelly bij?

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 483 Bemind worden en verliezen

Susan Hol, Licht, 2019, collage 20x23cm.

Freud heeft in al zijn wijsheid twee typen onderscheiden, weet Mary Kelly, als ze het wat uitgebreider wil hebben over de behoefte om bemind te worden en de angst om geliefde objecten te verliezen (zie aflevering 482). Het gaat om ‘objectkeuzes’ in de liefde.

Kies je (word je verliefd op) een ander als aanvulling (om jezelf volledig te maken, net als toen met je moeder), of omdat die ander je weerspiegelt (je laat zien wat je bent, was, wilt zijn, enzovoort)? Dan ben je in het eerste geval het afhankelijke type volgens Freud (de vrouw die zorgt of de man die beschermt), en in het tweede geval het narcistische type.

Kelly noemt dit tweede type niet alleen narcistisch, maar ook vrouwelijk. Waarom? Wat heeft ze precies voor ogen? De behoefte van vrouwen om bemind te worden of de angst om geliefde objecten te verliezen? Hebben mannen dat niet dan? Lijkt mij toch van wel.

Of gaat het om de gerichtheid op zichzelf (wat immers de definitie van narcisme is)? In die jaren 1970 focussen vrouwen/feministen/kunstenaars zich op de vrouw, de vrouwelijke cultuur, (oer)moeders, het vrouwenlichaam, de ervaringen van vrouwen, het spreken van vrouwen enzovoort (zie bijvoorbeeld ook aflevering 477).

Misschien wordt het wat duidelijker allemaal als ze haar bevindingen loslaat op de kunstpraktijk van vrouwen. Ze doet dat in vier onderdelen: vrouwelijke cultuur (moeder kunst), vrouwelijke anatomie (body art), vrouwelijke ervaring (ego kunst), en vrouwelijk discours (de ander kunst).

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 482 Genotzuchtig instinct

Foto gevonden op: https://dsmmeisjes.nl/ik-ben-een-narcist/.

Als de fallus/symbolische volkomenheid staat voor het vermogen het geliefde object te behagen, oorspronkelijk de moeder, dan is een bedreiging voor deze fallus/symbolische volkomenheid (meestal de vader) een enorme bedreiging voor het narcisme van het kind, aldus Mary Kelly (zie ook aflevering 481).*

Het narcisme omschrijft Kelly als ‘een genotzuchtig instinct dat later door het ego vorm krijgt door verscheidene identificaties’.* Dat is een freudiaanse betekenis van narcisme. Het betekent in feite dat dit een ontwikkelingsfase is waarin het kind in eerste instantie totaal met zichzelf bezig is en zich later openstelt voor relaties. Alice Miller (1923-2010) laat in haar boek Het drama van het begaafde kind (eerste druk 1979) een heel andere kant van narcisme zien (in het psychoanalytisch woordenboek staat een artikel over haar).

Kelly bijt zich stevig vast in de, wat zij noemt, enorme bedreiging voor het narcisme van het kind. Ze vindt dit vooral bij vrouwen van bijzonder belang, omdat vrouwen het dreigende symbolische ‘gebrek’ moeten zien te begrijpen.* Ik neem aan dat ‘gebrek’ hier dan op zijn freudiaans betekent: niet in het bezit van een penis.

In haar poging dit ‘gebrek’ te begrijpen, aldus Kelly, werkt de vrouw juist de karakteristieke kenmerken van vrouwelijk narcisme uit. Ze bedoelt hiermee de behoefte van vrouwen om bemind te worden en haar angst om haar geliefde objecten te verliezen, in het bijzonder haar kinderen.*

Hierna lijkt ze een ander, freudiaans, onderwerp te bespreken, maar na een hoop gepuzzel snap ik dat het te maken moet hebben met bemind worden en geliefde objecten.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 481 Symbolische volkomenheid versus realiteit

©Susan Hol, MAN, 2014. Foto en bewerking Susan Hol.

Het lacaniaanse in Mary Kelly’s zin ‘De fallus wordt de bevoorrechte betekenaar in taal’ (zie aflevering 479), heeft dus te maken met het woord ‘betekenaar’ (zie aflevering 480).

Hoe vermoeiend ook om een woord als ‘fallus’ niet te ziet als iets dat bestaat uit zes tekens, maar het op lacaniaanse wijze allerlei betekenissen, begeerten en verlangens toe te dichten, moet ik toegeven dat daar natuurlijk heus wel íets in zit. Het woord ‘fallus’ roept allerlei associaties op, tenzij je het hele woord niet kent, dan zegt het je niets en is het inderdaad iets met zes tekens.

Maar waarom wordt die fallus de ‘bevoorrechte betekenaar in taal’?

Nou, gewoon, omdat de samenleving patriarchaal is, dûh. Maar dat is voor Kelly niet genoeg, want ze is overtuigd van het psychoanalytische kader waarin aspecten als de borsten, de moeder en alle goede objecten van het kind een rol spelen. De aan- of afwezigheid van dit soort aspecten in een babyleven tot het leert spreken, is volgens Kelly in hoge mate van invloed op de (h)erkenning van de aan- of afwezigheid van de penis.*

Zij ziet vrouwelijkheid als synoniem aan de ‘negatieve betekenis’ van vrouwen in de orde van taal en cultuur. Het begint volgens haar al voor de geboorte, bij de achternaam die van de vader komt. Vervolgens wordt daar verder aan gebouwd op het moment dat het castratiecomplex zorgt voor de intrede in de taal (ja, echt, dat schrijft Kelly echt).*

Haar verklaring van het castratiecomplex is freudiaans: jongens zijn bang voor de penis, meisjes zijn afgunstig qua penis, maar haar verklaring van het gevolg ervan is lacaniaans: later maakt het kind de vergelijking penis = baby.* Al klopt dit niet helemaal, want het gaat niet zozeer om de penis als het ding op zichzelf, maar eerder om de fallus, wat meer een soort (freudiaanse én lacaniaanse) symbolische volkomenheid is (wat dan mijn inziens weer is ingegeven door patriarchale zienswijzen, om de fallus een dergelijke betekenis te geven).

Die fallus, ofwel symbolische volkomenheid, wil het kind in eerste instantie voor de fallische moeder zijn, maar de vader steekt daar een stokje voor (eh, sorry, onbedoelde woordspeling). Híj heeft de fallus (ofwel echt de penis), komt tussen kind en moeder (castratie, voor de jongen is dat angst zijn penis kwijt te raken), en het kind stopt met pogingen de fallus/symbolische volkomenheid te zijn.

Dan sleept Kelly ook nog het freudiaanse narcisme erbij.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 480 Een taaltheorie toepassen op psychoanalyse, pffft

De lacaniaanse taal die Mary Kelly gebruikt in haar zin ‘De fallus wordt de bevoorrechte betekenaar in taal’ (zie aflevering 479), komt van Jacques Lacan (1901-1981). Zijn werk heeft mij altijd erg tegengestaan vanwege de onnoemelijke vaagheid in zijn taalgebruik. Hij heeft de taaltheorie van de linguïst Ferdinand de Saussure (1857-1913) toegepast op de psychoanalyse. Alleen het idee al, daar kan toch niets goeds van komen. Maar goed, laat ik niet zeuren.

De ‘betekenaars’ zijn bij Lacan basiselementen van de taal. Nu is taal is een systeem van tekens. Zo niet bij Lacan, voor hem is het een systeem van betekenaars. Zo is ‘fallus’ niet zomaar een woord dat bestaat uit de zes letters f a l l u s, maar drukt het allerlei betekenissen, begeerten en verlangens uit. Pffft.

Luce Irigaray (1930), Belgisch filosoof, psychoanalyticus, taalkundige, feminist en voormalig student van Lacan, neemt zijn werk onder de loep en heeft er fikse kritiek op. In de video bij deze aflevering vertelt Isabelle Hamley in ruim 18 minuten over het werk van Irigaray, waaronder dus die kritiek op Lacan. Ik vind het reuze interessant wat Hamley te vertellen heeft. Als je het Engels machtig bent, is het prima te volgen.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 479 Het fundamenteel verdeelde ‘sprekende subject’

Foto gevonden op: http://ikvrouwvanjou.nl/2015/03/fabels-over-feminisme/.

Mary Kelly beschouwt niet alleen het subject liever als dynamisch en sociaal gevormd (zie aflevering 478), ze ziet ook het ‘sprekende subject’ als fundamenteel verdeeld.*

Juist, ‘het sprekende subject’, en waar komt dat dan ineens vandaan? Bovendien, hoezo ziet ze dat ‘sprekende subject’ als ‘fundamenteel verdeeld’?

Om met dat laatste te beginnen, volgens Kelly bestaat het fundamenteel verdeeld zijn van het ‘sprekende subject’ bijvoorbeeld uit de scheiding tussen bewust en onbewust. Je handelt soms bewust, soms onbewust, en elke kant heeft zo de eigen kenmerken. Een andere vorm van verdeeld zijn is dat je enerzijds je eigen drijfveren (signifying processes noemt Kelly dat) hebt, en er anderzijds sociale beperkingen zijn door gezinsstructuren of productiewijzen.*

Voor wat betreft het ‘sprekend subject’, Kelly komt daar zelf op terug. ‘Waarom zei ik “sprekend subject”?’, schrijft ze.* Ja! Precies! Waarom? ‘Omdat we op het moment van onze intrede in de taal, we een vrouwelijke of mannelijke positie innemen in de symbolische structuur van onze samenleving’, is haar antwoord.* Ah.

En dan schrijft ze: ‘Leren spreken is afhankelijk van het vermogen om afwezigheid te conceptualiseren en verschillen vast te stellen.’* Ofwel, met andere woorden: dat je een paard (concept) in de wei (concept) kunt onderscheiden (verschillen) en benoemen, óók als je thuis in je kinderstoel zit (afwezigheid conceptualiseren, zie ook aflevering 450).

Ik neem aan dat Kelly hier vooral doelt op de vrouw/man positie die een kind, met het leren van taal, snel leert kennen en innemen ‘in de symbolische structuur van onze samenleving’ (zie hierboven), want in de volgende zin komt ineens de fallus weer om de hoek kijken. ‘De fallus wordt de bevoorrechte betekenaar in taal’, schrijft ze, waarmee ze lacaniaanse taal uitslaat…

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.