Acquaintance principle

Foto: Susan Hol, met toestemming Haags Gemeentemuseum, in kader van artikelen over vrouwen in de kunst voor tijdschrift Lover.

Het acquaintance principle is een principe dat komt van de filosoof Richard Wollheim (1923-2003) en heeft hij beschreven in Art and its Objects, 1980, p. 233. Hij omschreef het als volgt:

… een goed verankerd principe in esthetiek […] dat erop staat dat oordelen van esthetische waarde, in tegenstelling tot morele kennisoordelen, gebaseerd moeten zijn op de ervaring uit de eerste hand van de beoordeelde objecten en niet, behalve binnen zeer enge grenzen, overdraagbaar zijn van de ene persoon op de andere.

Wollheim spreekt zich niet uit over de juistheid of onjuistheid, de wenselijkheid of onwenselijkheid, of de noodzakelijkheid van dit principe.

Well laat hij aan de hand van een aantal opmerkingen over twee begrensde onderwerpen – het voorkomen van waarde of wat een esthetische waarde heeft, en de status van waarde of hoe de esthetische waarde gerechtvaardigd is – zien wat verschillende stromingen (realisme, objectivisme, relativisme en subjectivisme ) kunnen betekenen voor esthetische waardebepaling.

Het acquaintance principle is daarbij de toetssteen en Wollheim probeert een plaats te vinden voor enerzijds de menselijke kant (psychological properties of human beings) van esthetische oordelen, en anderzijds de kenniskant ofwel de realistische waarheidswaarde van een esthetisch oordeel.

Het uitzonderlijke van het acquaintance principle is dat – in tegenstelling tot kennisclaims – de esthetische oordelen niet gebaseerd mogen zijn op getuigenis, je moet het kunstwerk of ander te beoordelen object zelf gaan bekijken.

Belangeloosheid

Hoe moet je nou een kunstwerk, een object waarderen?

Volgens de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) speelt belangeloosheid daarbij een belangrijke rol. Hij schreef ooit: Das Wohlgefallen, welches das Geschmacksurteil bestimmt, ist ohne alles Interesse. Dit betekent zoiets als: Het genoegen, dat het smaakoordeel bepaalt, is zonder enig belang. In deze zin van Kant spelen drie dingen een rol: genoegen (Wohlgefallen), smaakoordeel (Geschmacksurteil) en belang (Interesse).

Belang hangt volgens Kant samen met het aangename en het goede. Het aangename is iets dat voldoening geeft, het vervult direct een begeerte. Je hebt Lees verder “Belangeloosheid”

Egocentrische waarneming

Fiets_sus_ws

De term egocentrische waarneming komt van Gregory Currie en is beschreven in Image and mindAls je iets gewoon ziet, bijvoorbeeld een fiets, dan speelt informatie over de ruimtelijke en tijdelijke relaties tussen het geziene object (de fiets) en jezelf een rol. Dit soort informatie noemt Currie egocentrische informatie. Dat zien je voorziet van egocentrische informatie is verbonden met het feit dat zien perspectivisch is: ik zou mijzelf niet in de wereld kunnen plaatsen als ik de wereld niet vanuit een specifiek perspectief zou zien. Vanuit welk perspectief ik de dingen zie hangt af van de locatie van mijn lichaam (waar ik sta of zit) – of tenminste mijn ogen – verbonden met de dingen die ik zie. Foto’s bijvoorbeeld bevatten geen egocentrische informatie. Een foto zien vertelt me niet veel over waar het gefotografeerde object in relatie tot mij is. Een foto vertelt me niet of het ei nu drie minuten heeft gekookt, zoals ik denk, of vier seconden langer. Een foto laat me geen veranderingen in het object zien terwijl ik ernaar kijk.

Twofoldness

De term twofoldness, tweevoudigheid, komt van Richard Wollheim, Brits filosoof. Tweevoudigheid hangt samen met ons vermogen tot seeing-in, zien-in. Het is het vermogen om figuren en vormen te zien in bijvoorbeeld vlekken op een muur of in de wolken in de lucht. Wollheim noemt dit tweevoudigheid omdat er twee dingen tegelijkertijd gebeuren: er is visueel bewustzijn van het oppervlak waarnaar je kijkt (muur, lucht) en je neemt iets waar dat zich daarvan onderscheidt (vlekken, wolk).

Institutionele kunsttheorie

De institutionele kunsttheorie houdt kortweg in dat iets kunst is als daartoe geëigende personen zeggen dat het kunst is. Een kunstwerk is in die theorie een artefact, iets door mensen gemaakt, en de geëigende personen zijn leden van de kunstwereld: critici, museumdirecteuren, kunstenaars, kunsthistorici, galeriehouders en verzamelaars. Alleen deze leden kunnen een artefact de status van kunstwerk toewijzen. De theorie komt van George Dickie, emeritus hoogleraar in de filosofie aan de universiteit van Illinois, Chigago. Zijn theorie heeft hij geformuleerd in Art and the aesthetic. An institutional analysis.

Platoons dubbel verwijderd zijn van Idee

De eeuwige en onveranderlijke Ideeën zijn de waarlijk en bevinden zich in de Ideeënwereld. Naar deze Ideeën zijn de altijd maar weer veranderende, en dus onvolmaakte, voorwerpen om ons heen gevormd. Een bed bijvoorbeeld is gevormd naar de ene volmaakte oer-Idee Bed uit de Ideeënwereld. Het gewone voorwerp bed is daarvan slechts een kopie, dus beduidend minder van kwaliteit. Welnu, een schilderij van een bed is nog slechter, omdat dit een kopie van een kopie is.