Aflevering 163 Toegepaste kunstinvloeden op kubisme, expressionisme en dadaïsme

Sophie Taeuber, Untitled, gevonden op: http://museumofthegoldenratio.org/sophie_taeuber_arp.htm.

Volgens historica Liesbeth Brandt Corstius is de herwaardering voor toegepaste kunst juist heel belangrijk geweest voor de schilderkunst (feministische kunst internationaal, 1978, p.24-25). Dus Otto van Rees had helemaal niet denigrerend hoeven doen over het borduren van Adya Dutilh (zie aflevering 162). Misschien was het ontdekken van de toegepaste kunst voor kunstenaars (m) belangrijker dan die toegepaste kunst zelf?

‘Hoe het ook zij’, schrijft Brandt Corstius, ‘de abstracte, geometrische vormen van veel toegepaste kunst, de heldere kleuren van de borduursels en weefsels, en de grotere aandacht voor de verschillende materialen met hun verschillende textuur, zijn allemaal van invloed geweest op de ontwikkeling van de abstracte kunst’ (1978, p.25).

Het kubisme verliet de regels van het illusionistische perspectief en volgde de regels die het platte vlak zelf stelt. Kortom, lijkt mij, zoals je een borduurwerk maakt. Brandt Corstius wijst erop dat de kubistische vormanalyse van Adya Dutilh nadrukkelijk geprezen wordt in een tentoonstellingskritiek op het werk van haar, Otto van Rees en Hans Arp (1978, p.25).

Veel kunstenaressen maakten vrij gemakkelijk de stap van abstracte patronen naar abstracte schilderkunst, ‘zodat zij met hun veelal vooruitstrevende werk een belangrijke bijdrage konden leveren aan de ontwikkelingen van het kubisme’. En dat gold ook voor de ‘stimulerende wisselwerking’ tussen de ‘heldere kleuren van borduursels en het expressionisme, en tussen de aandacht voor de textuur van stoffen en het dadaïsme’ (1978, p.25).

Brandt Corstius noemt naast Adya Dutilh en Otto van Rees nog een kunstenaarshuwelijk, dat tussen Sophie Taeuber en Hans Arp.

Sophie wie?

Sophie Taeuber (1889-1943), in de kunstgeschiedenis terechtgekomen als de vrouw van die beroemde dadaïst Hans Arp. ‘En daarnaast’, zo schrijft Brandt Corstius, ‘vinden haar tijdgenoten en de latere kunstcritici het noodzakelijk om voortdurend op haar stille, vrouwelijke bescheidenheid te wijzen, haar eenvoud’ (1978, p.26). In de catalogus Sophie Taeuber-Arp (Winterthur, 1977) beschrijft Rudolf Koella haar als iemand die ‘zich liever op de achtergrond hield, schuw en bescheiden, ingesponnen in haar jongemeisjesachtige poëtische droomwereld’, (1978, p.25).

P r a c h t i g. En zo bezijden de waarheid.

Sophie Taeuber is een vrouw met pit, een vrouw waarmee je gedegen rekening moet houden …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 162 Zij was ‘slechts bordurende’ …

Adya Dutilh, Madonna. Gevonden op: http://kreaneeltje.blogspot.com/2014/02/verrassing-in-kubisme-adya-van-rees.html.

Oké, om het even scherp te stellen: je bent een uiterst bekwame kunstschilder, maar je vindt een vent, ook kunstschilder, en je krijgt samen een kind. Immers, ook kunstschilders is niets menselijks vreemd.

Maar dan. Wat doet hij? Verdergaan met schilderen natuurlijk! Zoals het een man betaamt laat hij zich niets in de weg leggen als het gaat om het uitoefenen van zijn beroep. De man gaat dapper voort op de ingeslagen weg, de blik op het ultieme doel.

Wat doet zij? Stoppen met schilderen natuurlijk! Zoals het een vrouw betaamt laat zij zich van álles in de weg leggen als het gaat om het uitoefenen van haar beroep. Zij gaat linksom, rechtsom, achteruit, slaat zijwegen in, doet een stap voorwaarts en drie stappen terug, neemt s-bochten, maar nooit gaat zij rechtdoor, niks doorgaan op de ingeslagen weg.

Adya Dutilh vormde een koppel met Otto van Rees (zie aflevering 161) en na de geboorte van hun oudste dochter in 1906 stopte zij met schilderen. ‘Sinds twee jaar slechts bordurende (tentoonst. R.damsche Kunstkring 1910). Sedert 1906 niet meer geschilderd’, zo schrijft Van Rees over haar (citaat in: feministische kunst internationaal, 1978, p.24).

‘Slechts bordurende’ hè, en dat terwijl zij beiden de toegepaste kunsten zeer waardeerden. Dus waarom is Van Rees (en met hem vele collega’s) dan zo denigrerend over borduren? Borduurde Adya Dutilh misschien al te simpele patroontjes op kussenhoezen? Of was het een zeer eenvoudige ‘liefhebberij’ dat zij met de ogen dicht kon doen? Neen! Deze kunstenaar borduurde abstracte geometrische vormen.

Annette Koolmees vond tijdens de tentoonstelling Mondriaan en het kubisme, in het Haags Gemeentemuseum (februari 2014), het kleine geborduurde schilderijtje dat op de foto bij deze aflevering staat. Het is Madonna van Adya Dutilh. Mondriaan, zo schrijft Annette Koolmees op haar blog, schilderde in 1912 het abstracte kubistische portret van Adya Dutilh, getiteld Portret van een dame. Haar geborduurde Madonna past prima op een tentoonstelling met werk van Mondriaan.

Een hele leuke en logische opmerkingen van Koolmees is dat Dutilh na de geboorte van haar oudste dochter zich ‘toelegde op de naaldkunst, omdat ze er gemakkelijk mee kon stoppen als haar dochter haar nodig had’. Borduurgaren droogt niet op, de borduurnaald droogt niet uit. Slim bekeken! Koolmees schrijft ook dat Dutilh in 1913 opnieuw begint met tekenen en later het schilderen weer oppakt.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 161 Een ‘vrij’ huwelijk in 1904 tussen kunstenaars …

Adya Dutilh (1876-1959), kunstenaar. Foto gevonden op: http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/dutihl.

De industriële revolutie, die in Engeland rond 1750 begon en zich als een olievlek uitspreidde naar de rest van Europa, riep in haar eigen tijd al negatieve reacties op (zie ook aflevering 160). De reacties hadden te maken met het verdwijnen van de ambachtelijke en kleinschalige werkplaatsen, waar trouwens ook vaak vrouwen werkten. Mensen vonden de industriële producten lelijk en misten de mooie handmatig vervaardigde producten.

Het ongenoegen resulteerde in de ‘arts-and-craftsbeweging’, ofwel een ‘kunst-en-nijverheidsbeweging’. Het gaat hier voornamelijk om toegepaste kunst. De Engelsman William Morris (1834-1896) was de belangrijkste vertegenwoordiger van de beweging en de Engelse kunstenaar en schrijver John Ruskin (1819-1900) inspirator. (Info: wikip.)

Liesbeth Brandt Corstius heeft het over ‘de bezielende leiding van William Morris’ en dat hij industriële producten per definitie lelijk vond. Daarnaast vond hij ‘de industriële productiewijze ongezond voor lichaam en geest’. Kleine coöperaties die in hun eigen levenshoud konden voorzien vond Morris beter. In zo’n kleine coöperatie konden dan ‘gebruiksvoorwerpen met persoonlijke aandacht en kunstzin ontworpen en uitgevoerd worden.’ (feministische kunst internationaal, 1978, p.24.)

De herwaardering voor het ambacht had op den duur ingrijpende gevolgen voor de vrouw en de kunst, aldus Brandt Corstius (1978, p.24, zie ook aflevering 160).

Hoe zit dat?

Kort na de eeuwwisseling (naar de twintigste eeuw) is het opvallend dat veel kunstenaressen ophouden met schilderen en gaan borduren en weven na hun huwelijk met een kunstenaar, aldus Brandt Corstius (1978, p.24). Zij gaan zich dus bezighouden met toegepaste kunst, hoe goed geschoold ze ook zijn in bijvoorbeeld de schilderkunst.

Als voorbeeld noemt Brandt Corstius de Nederlandse Adya Dutilh (1876-1959). Wim Adema heeft een aardig artikel over haar geplaatst: Adya van Rees-Dutilh: een vergeten avant-gardiste. Brandt Corstius schrijft dat Dutilh ‘een veelbelovend schilderes [was] met een uitstekende opleiding in Brussel achter de rug toen zij in 1904 met de schilder Otto van Rees’ een ‘vrij’ huwelijk aanging (1978, p.24).

Ehm, een vrij huwelijk? Wat is dat in die tijd?

Elders op internet vind ik dat ze in 1909 voor de wet trouwen. Als dat waar is, dan betekende dat vrije huwelijk waarschijnlijk niets meer of minder dan ongehuwd samenwonen. Maar ja, je weet het niet hè, je weet het niet.

In ieder geval waren Adya Dutilh en Otto van Rees gecharmeerd van het vrije leven, de natuur, leven van eigen teelt op het land, veel gebruiksvoorwerpen zelf maken, rondzwerven in Nederland en daarbuiten, en bovendien waren ze zeer geïnteresseerd in allerlei vormen van toegepaste kunst.

Alleen, hoe werd dat gewaardeerd in 1904, de toegepast kunst?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.