Aflevering 490 Kunstpraktijk ad. 3 ‘Ego’ kunstenaars

Rose Garrard, Surveillance, 1978. Foto gevonden op: http://www.rosegarrard.com/surveillance.htm.

Kelly begint haar punt 3 met de opmerking dat de vrouwelijke ervaring in kunst (egokunst) als basis heeft: een identificatie met het beeld van wat de vrouw zou willen zijn (zie aflevering 487).

Na al haar duistere lacaniaanse uitlatingen (enigszins opgehelderd in de afleveringen 488-489) schrijft ze dat er ook een omkering is van die identificatie, van wat de vrouw zou willen zijn. Door deze omkering wordt volgens Kelly de ‘vrouwelijke ervaring’ als zodanig ontkend.*

De kunstenaar kan daarbij volgens Kelly expliciet of impliciet te werk gaan. De expliciete kunstenaar staat met pistool, vlag of zeis in de ene hand en soms met een baby in de andere hand of met een voet bovenop een vijand. De impliciete kunstenaar neemt uitsluitend en zonder kritiek de dominante vormen van betekenis aan uit de kunstpraktijk van mannen.*

De lacaniaanse terminologie die Kelly hierbij gebruikt laat ik deze keer buiten beschouwing, ik heb er schoon genoeg van 😉 Bovendien lijkt het mij zo voldoende duidelijk. Kelly is blijkbaar van mening dat deze kunstenaars op de ‘mannelijke’ toer gaan. Een van de kunstenaars die zij in verband het dit punt 3 noemt, Alexis Hunter (1948-2014), past precies in haar opmerking.

Hunter, al eens langsgekomen in dit feuilleton (aflevering 414), deed eens de volgende uitspraak: ‘Vrouwelijk betekent meestal onnozel en niet goed snik. Ik ben opgevoed met een mannelijk bewustzijn, ik verachtte vrouwen en trok op met mannen en wedijverde met mannen.’

De andere kunstenaar die Kelly noemt in het kader van ‘egokunst’ is Rose Garrard (1946). Een werk van haar, de afbeelding bij deze aflevering, Surveillance, staat ook in Kelly’s essay. Volgens de kunstenaar is het ingelijste portret het belangrijkste object in haar installatie: het dient als onderwerp én inhoud van het werk. De mannequinfiguur is een portret van haarzelf, aldus Garrard, gekleed om eruit te zien als het model in het schilderij, en heeft een dubbele functie.*

Enerzijds moet het formeel de categorie ‘sculptuur’ verbeelden, maar functioneert het in de performance als een attribuut, waardoor de traditionele bepaling van deze categorie wordt uitgebreid. Anderzijds is het een visuele link tussen haar eigen fysieke uiterlijk en die van het portretmodel, waardoor een overdracht van identiteit (kunstenaar <-> portret, denk ik) kan plaatsvinden.*

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 470 Het veld van de feministische artistieke praktijk

Video! In het Engels, dat dan weer wel. Straks vertel ik kort waar het over gaat. Eerst: hoe kom ik bij deze video?

‘Tot op heden zijn er verschillende pogingen gedaan om het veld van de feministische artistieke praktijk in kaart te brengen’, schrijft Griselda Pollock in 1987 (zie ook aflevering 469).*

Ze verwijst daarbij in een noot naar essays van Mary Kelly, Rozsika Parker, Judith Barry en Sandy Flitterman, en naar een aantal artikelen: van haarzelf; van kunstenaar Alexis Hunter (1948-2014; zie ook aflevering 414); van Lisa Tickner, kunsthistorica (zie de afleveringen 398-403 met haar bespreking van het werk van Kate Walker); en van Laura Mulvey, de Brits feministische filmcriticus die in de video bij deze aflevering te zien is.

De essays zijn in het boek Framing Feminism opgenomen en die ga ik de komende afleveringen doorspitten. De artikelen, pfft, die beschouw ik maar als ‘ontoegankelijk’, op internet is er niets van te vinden. Niet erg, inmiddels weet ik wel zo’n beetje wat er in die tijd geschreven is. Maar, tijdens het speuren naar die artikelen kwam ik dus wel de video bij deze aflevering tegen.

Mulvey geeft in deze video een mooie ‘samenvatting’ van gebeurtenissen in de jaren 1970/80. Zij is trouwens de uitvinder van de term ‘male gaze’, ofwel de mannelijke blik (zie aflevering 311). Die term ontstaat als ze, onder invloed van de activiteiten van de vrouwenbeweging, heel anders naar films gaat kijken, vertelt ze in de video. Ze was altijd een geabsorbeerde, voyeuristische toeschouwer, ofwel een mannelijke toeschouwer, maar dat verandert ineens. Ze is een vrouwelijke toeschouwer geworden, die de film van een afstand bekijkt en niet meer met die geabsorbeerde ogen.

Ze verhaalt in de video ook over het samenstellen van de tentoonstelling Frida Kahlo and Tina Modotti (besproken in de afleveringen 459-462). Verder spreekt ze over Freud, Hollywood en haar eigen tegenbioscoop.

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 414 De soldaten (v) gaan manhaftig voort in de strijd

Alexis Hunter, Identity Crisis, 1974. Six black and white photographs with typed text. Collection of Sammlung Verbund di Vienna, Austria. Gevonden op: http://www.alexishunter.co.uk/radical_feminist_art_photo_hunter-2.html.

Vrouwen die aan de hand van mannelijke criteria hun leven beoordelen …  Sarah Kent doet dat zelf ook en ze vindt het misplaatst (zie aflevering 413). In deze beoordeling worden huisvrouwen gezien als de troepen die zich hebben teruggetrokken terwijl de andere soldaten (feministen, vrouwen die zichzelf niet als huisvrouw zien) manhaftig voortgaan in de strijd.*

‘Wij zijn degenen die gered zijn – ik kan geen enkele mislukking in welke vorm dan ook verdragen’, citeert Kent een kunstenaar die ze eens ontmoette. Er is volgens Kent niet alleen een neiging om vrouwelijk rollen en activiteiten af te wijzen, maar ook om de nadruk op geslacht te leggen. ‘Elk miniem partikel met het stempel ‘vrouwelijk’ is taboe’, schrijft ze en citeert kunstenaar Alexis Hunter (1948-2014): ‘Vrouwelijk betekent meestal onnozel en niet goed snik. Ik ben opgevoed met een mannelijk bewustzijn, ik verachtte vrouwen en trok op met mannen en wedijverde met mannen.’*

Kent put ook informatie over dit ‘mannelijke bewustzijn’ uit het boek van Lucy R. Lippard, From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976, p.4). Lippard schrijft daar dat haar lijfspreuk altijd is geweest: ‘Ik heb het als een persoon gemaakt, niet als een vrouw’, tot ze op een dag tot de ontdekking komt dat ze zich al die tijd heeft geschaamd voor haar sekse. Een misschien banale maar voor Lippard wereldschokkende openbaring, en van weersomstuit schaamt ze zich voor deze langdurige schaamte.*

Een veelgehoorde wens is om bekend te worden als kunstenaar en niet als een ‘vrouwelijke’ kunstenaar, een label dat minachtend of betuttelend is, aldus Kent. Veel vrouwen zeggen nadrukkelijk: ‘Ik ben in de eerste plaats een kunstenaar en in de tweede plaats een vrouw’, aldus Kent en maant de lezer te letten op deze volgorde. Naast de tegenzin de eigen sekse te erkennen, willen veel vrouwelijke kunstenaars ook liever niet geassocieerd worden met andere vrouwen uit angst dat ze weggezet worden als een soort kansarme subgroep.*

De angst is dat je in zo’n ‘vrouwensubgroep’ geen toegang meer hebt tot de gangbare kunst en beoordeeld wordt als een, mogelijk nogal onbelangrijke, aparte categorie. Het gevolg is dat vrouwen die het gemaakt hebben in de kunstwereld, kunstenaars en critici, met een grote boog om vrouwengroepen, vrouwententoonstellingen en vrouwengalerieën heen lopen: ze willen er niet mee geassocieerd worden.*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.