Aflevering 218 Het mannenlichaam onder een vergrootglas

Sylvia Sleigh, At The Turkish Bath, 1976 Oil on Canvas 76” x 100”. Collection of The David and Alfred Smart Museum of Art, University of Chicago. Gevonden op: http://www.sylviasleigh.com.

Het vierde punt van Rosa Lindenburg (zie aflevering 217) is bevrijding en herwaardering eigen lichaam, seksualiteit en erotiek, maar schrijft zelf dat hiervan weinig voorbeelden te vinden zijn in de feministische kunst. Waarom? ‘Omdat de meeste vrouwen nog op weg zijn’, schrijft ze (feministische kunst internationaal, 1978, p.50).

Ze noemt wel weer een werk van Joan Semmel (zie ook de afleveringen 194 en 197), de kunstenaar die in staat is met haar werk de vrouwelijke toeschouwer te bereiken. De nieuwe vrouwbeelden die zij creëert zijn gemakkelijk om je mee te identificeren. Haar schilderijen tonen seksualiteit in gelijkwaardigheid en zonder prestatiedwang.

Het vijfde punt op het lijstje van Rosa Lindenburg is de openlijke interesse van vrouwen voor mannelijke lichamelijkheid en seksualiteit. Hiervan is schande gesproken, tenminste, bij kunstwerken die geen blad voor het beeld hadden genomen. Zo schildert Sylvia Sleigh mannen in een kwetsbare houding, op dezelfde manier als mannen hun vrouwelijke modellen schilderen. ‘Mannen vinden het bedreigend om op een schilderij een penis in erectie te zien’, aldus Lindenburg, ‘Is het ongewoonte of verlegenheid ten opzichte van een vrouwelijk publiek?’ (1978, p.50)

Er is nog een kunstenaar die de man met de penis in erectie schildert, Eunice Golden. Maar zij maakt er een ‘landschap’ van. Of, zoals Lindenburg het verwoord: ‘…een nieuwe Eros, waarbij fysieke kracht, emotionele aanwezigheid en het opgaan in de omgeving door elkaar heen lopen. De man, symbool van cultuur, wordt opgenomen in de natuur.’ Nou, dát is nog eens een statement in een tijd waarin de vrouw als ‘natuur’ wordt beschouwd, niet al te slim en zeker niet in staat tot zoiets als cultuur. Het werk van Golden heet Landscape #160, 1972 en een foto ervan is te vinden op haar site.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 203 Het verstilde lichaam onder een bebloed laken

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.49, en bewerkt/verzameld in één beeld met tekst. Kunstwerk van Susan Lacy, Rape, 1972.

Wat Rosa Lindenburg ook onder punt 2. woede over de lichamelijke geconditioneerdheid van de vrouw (zie aflevering 202) bespreekt is verkrachting. Ze noemt allereerst de schrijfsters Susan Brownmiller en Jeanne Doomen (feministische kunst internationaal, 1978, p.49).

Brownmiller is het meest bekend van haar boek Against Our Will: Men, Women and Rape (1975). Meer dan vijftien jaar later kwam de Nederlandse vertaling uit: Tegen Haar Wil. Mannen, Vrouwen en Verkrachting. Brownmiller pakt het onderwerp groot aan met een historische analyse van verkrachting aan de hand van statistieken, vele verhalen van mensen die met verkrachting te maken hadden, de psychologische wetenschap, oorlog, revolutie, boeken, films, popmuziek en analyseert dader, slachtoffer, politie en rechtssysteem.

Haar belangrijkste conclusie is dat ‘verkrachting een gevolg is van gefrustreerde machtsgevoelens bij de man’, zo vat Lindenburg het kort en bondig samen (1978, p.49).

Tot die conclusie komt ook Jeanne Doomen in haar boek Verkrachting, uitgegeven in 1976, met zeer openhartige en soms schokkende verhalen van vrouwen die verkracht of aangerand zijn. Doomen bespreekt in haar boek het feit dat de vrouw vaak de schuld krijgt en zichzelf meestal schuldig voelt. Daarnaast behandelt ze de gevoelens van angst en vernedering bij vrouwen na het machtsmisbruik, de verwerking ervan en de (niet gekregen) hulp, en het gedrag van politie en justitie.

Het onderwerp verkrachting komt natuurlijk ook bij beeldend kunstenaars aan bod. Lindenburg geeft als voorbeelden een werk van Susan Lacy, Eunice Golden, Ana Mendieta en Joan Snyder, wiens naam ook al even gevallen is in aflevering 138.

Het werk van Lacy dat Lindenburg noemt is Rape (1972, zie ook de afbeelding bij deze aflevering). Ik vind het een eenvoudig en sterk werk:  eerst een foto van een stuk papier, gevouwen tot enveloppe en verzegeld met een ronde (naar het schijnt rode) sticker waarop RAPE staat; vervolgens een foto van het verscheurde zegel, waarmee verkrachting wordt gesymboliseerd; en daarna een foto van de geopende ‘enveloppe’ met de tekst: RAPE IS (verkrachting is) | when you attempt to prosecute the rapist, and find yourself on trial instead (wanneer je de verkrachter probeert te vervolgen, maar in plaats daarvan zelf wordt aangeklaagd). (feministische kunst internationaal, 1978, p.49)

Helaas kan ik het werk niet op internet vinden en ook niet op de zeer goede site van Susan Lacy zelf: www.suzannelacy.com. Dat geldt ook voor het door Lindenburg beschreven werk van Eunice Golden. Ze noemt geen titel van het werk maar schrijft dat Golden ‘het gezicht van de verkrachter als een dreigende penis op het slachtoffer [laat] afkomen’ (1978, p.49). Als je toch enigszins een idee wilt krijgen, kijk dan hier op de prima site van Golden.

‘Het verstilde lichaam onder een bebloed laken van Ana Mendieta geeft de tragische afloop weer’, vervolgt Lindenburg (1978, p.49) en dat is dan ook het eerste en het laatste wat in de catalogus over Mendieta geschreven wordt.

Nu heb ik van en over Ana Mendieta een paar hele dikke boeken, dus ik ga iets meer aandacht aan haar besteden.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.