Aflevering 377 Weet je wat? Wég met dat alles!

Eva Hesse, Untitled, 1966, gray wash and graphite on cream wove paper, 35 x 27.4 cm, © Harvard Art Museums Fogg Museum, Margaret Fisher Fund, © The Estate of Eva Hesse. Gevonden op: https://awarewomenartists.com/en/artiste/eva-hesse/.

Daar waar Clement Greenberg de dooddoener ‘alle wezenlijk oorspronkelijke kunst is op het eerste gezicht lelijk’ ten beste gaf (zie aflevering 374), geeft Leo Steinberg zijn versie: als je er beroerd van wordt, is het waarschijnlijk grote kunst (Tom Wolfe, Het geschilderde woord, 1982, p.72).

Sjonge.

Robert Scull neemt dat ter harte als hij de tekeningen van Walter De Maria ontdekt en deze zo weerzinwekkend vindt dat hij meteen de kunstenaar opbelt en zijn mecenas wordt. Het gaat hier om tekeningen waar zo goed als niets op staat, alleen in een hoekje staan een paar vrijwel onzichtbare woorden, zoals water, water, water … (1982, p.72).

Het is de ontdekking van Minimal Art, een kunstvorm die volgens Wolfe onderdeel is van een comeback van abstracte kunst in de tijd dat Popart in volle gang is. Het proces van versimpeling zet door. Elke keer gaat er weer iets af. Geen ‘emotionele’ kleuren meer, maar machinerood, spoorweggroen en restaurantventilatorkokergrijs. Geen wollige, troebele, wazige contouren, maar harde meetkundige lijnfiguren. Weet je wat? Ook geen lijst meer. Weet je wat? Ook geen doek meer. Weet je wat? Niks meer aan de muur hangen … (1982, p.75-81).

Er kwamen installaties in galeries en musea. Maar, weet je wat? Weg met musea, naar buiten! Land Art! ‘Nu iedereen in de theoretische mallemolen gevangen zat en woester werd rondgeslingerd dan ooit’, schrijft Wolfe, ontstaat de stap naar conceptuele kunst, de kunst van het idee. ‘Niet de duurzaamheid, de materialen, die […] verf en al die andere onzin, vormen het wezen van de kunst, maar uitsluitend […] talent en het scheppingsproces, aldus Wolfe. (1982, p.83)

De conceptualistische kunst valt uiteen in twee soorten…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 132 Lucy R. Lippards Eccentric Abstraction

Eva Hesse, Repetition 19, III, 1968, fiberglass and polyester resin, 19 units each 19 to 20 1/4″ (48 to 51 cm) x 11 to 12 3/4″ (27.8 to 32.2 cm) in diameter, Museum of Modern Art, New York. Foto te vinden op allerlei sites, maar ik heb hem van: https://theartstack.com/artist/eva-hesse/right-after-1969-1

Die vrouwen, wat ging het er toch anders aan toe dan bij de mannen. Lucy R. Lippard was echt met stomheid geslagen (zie ook aflevering 130).

Ze was in al die jaren als kunstcriticus gewend geraakt aan mannelijke kunstenaars met een uiterlijk vertoon van zelfvertrouwen, jargon, duidelijk uitspraken over formele problemen … kortom, ‘die wisten wat ze deden’.

Bij de vrouwen ontdekte ze dat sommige kunstenaars in de war waren, onzeker en veel kwetsbaarder dan mannen, maar dat deze vrouwen tegelijkertijd veel meer bereid waren zichzelf en hun werk te openen voor persoonlijke en associatieve interpretaties van de kant van de toeschouwer, bereid om deel te nemen aan het delen van hun kunst, hun ervaring, hun leven.

Terugkomend op de vraag waarmee aflevering 130 afsloot, namelijk wat Lippard opviel tijdens het organiseren van Eccentric Abstraction in 1966, het volgende.

Voor Eccentric Abstraction had ze onder andere het werk van Eva Hesse voor ogen. Ze zocht daarom bij andere kunstenaars naar een ongebruikelijke, onconventionele, niet helemaal minimalistische, niet helemaal funky (eenvoudige, gevoelsmatige) stijl. Vandaar de gekozen tentoonstellingstitel, want de kunstwerken waren abstract, maar niet op de gebruikelijke manier. Er was sprake van een buitenissige, zonderlinge, excentrieke abstractie, van proceskunst en postminimalisme. Later kreeg dat de benaming ‘anti-vorm’.

Tijdens haar zoektocht naar dit soort werken, naar excentrieke abstractie, vond Lippard heel veel vrouwen die dat maakten, die sensorisch, sensibel, geometrisch werk hadden. Opvallend veel, meer dan bij haar vergelijkbare zoektochten naar andere stijlen. En bovendien, zo merkt ze op, deed zij deze expositie omdat ze zich persoonlijk aangesproken voelde door dit soort werk. De criticus stond dus even iets meer aan de zijlijn.

Een aantal jaar later, toen ze heel veel kunstenaressen bezocht, viel het haar op dat deze en andere elementen vaak terugkwamen. Misschien was het toe te schrijven aan haar eigen smaak, merkt ze aarzelend op, maar het zou net zo goed iets universeels kunnen zijn.

Lippard benoemt uitgebreid die elementen en daar ga ik ook wat nader op in, in de volgende aflevering.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.