Aflevering 397 Strontluiers in het museum

In 1974 komt het boek Psychoanalysis and Feminism van Juliet Mitchell uit. Dit boek is aanleiding tot een debat in de vrouwenbeweging over het belang van Freud en zijn ideeën over het onbewuste voor de vrouwenbeweging, schrijft Jane Kelly.*

Waarom is dit debat op dat moment zo belangrijk?

Vrouwen vinden het essentieel om helder te krijgen in hoeverre de patriarchale ideologie is geïnternaliseerd. Zo ook Mary Kelly, die door de geboorte van haar zoon (zie aflevering 396) beperkt is in haar bewegingsvrijheid en van de nood een deugd maakt door vooral thuis keihard aan een soloproject te werken in plaats van aan de groepsprojecten (zie afleveringen 394-396).*

In de groepsprojecten is de culturele, sociale en economische situatie van de vrouw uitermate helder geworden voor Mary Kelly. Wat daaruit kwam bovendrijven is de bewustwording dat het vermogen tot voorplanting als belangrijkste taak voor vrouwen wordt gezien. In hoeverre heeft zij zelf deze patriarchale ideologie geïnternaliseerd?

Met deze vraag als uitgangspunt duikt ze diep in haar eigen situatie. Ze analyseert en documenteert de ontwikkeling van haar relatie met haar zoon binnen de context van beeldende kunst. Het resulteert in Post-Partum Document, in 1976 te zien in de ICA New Gallery (zie aflevering 145 voor een meer uitgebreide beschrijving en een verwijzing naar haar website).*

De psychoanalytische theorieën van Jacques Lacan die Mary Kelly bij dit project gebruikt, bekijkt ze met de nodige argwaan. Immers, ook deze theorie is gebaseerd op patriarchale inzichten en er is geen psychoanalytisch werk van vrouwen beschikbaar. Haar ontdekkingen zijn in de huidige tijd ‘gesneden koek’: de afwezige vader, de verwachting dat de moeder thuisblijft bij de kinderen en meer van dat soort patriarchale zaken.*

Volgens Jane Kelly kan het werk van Mary Kelly gezien worden als een bewerking van de feministische ideologie. Ze heeft nieuwe betekenis gecreëerd aan de hand van, weliswaar patriarchale, marxistische en psychoanalytische theorieën, maar hieraan ook haar eigen intuïtieve en analytische methoden toegevoegd. Het resultaat is een meerlagige visuele/verbale structuur die zich geleidelijk ontvouwt aan de toeschouwer die het omzet naar een betekenis.

In de video bij deze aflevering vertelt ze zelf een heel helder verhaal over deze periode in haar kunstenaarscarrière.

*Kelly, Jane (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Mary Kelly. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 186-188.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 393 Marie Yates’ vereniging van landschap en sociale betekenis

Marie Yates, Dorset Field Working Paper 23, 1975. Text panel. Gevonden op: http://users.otenet.gr/~myates/signalsproject1975.html/

Marie Yates krijgt een helder zicht op de tweedeling tussen natuur en cultuur (zie aflevering 392). Ze gaat zich verdiepen in andere tweedelingen, die vaak als gegeven feit geaccepteerd worden. Omdat die tweedelingen zo diepgeworteld zijn, vat Yates het plan op om ze veel meer zichtbaar te maken.

Ze schrijft een boek waarin ze de tweedelingen uiteenzet. Ze vraagt de lezer om deze tweedelingen te bekijken in het licht van de eigen houding ten opzichte van het landschap. Het boek is getiteld The Display and Consumption of Landscape is partly due to the enduring Ideology of Culture/Nature Logic in the service of Inegalitarian Relations of Product as an instrument of Power Relations in Society.* Dat is toch wel de langste boektitel die ik ooit ben tegengekomen! In vertaling: De Weergave en Consumptie van Landschap is deels te danken aan de blijvende Ideologie van de Cultuur/Natuur logica ten dienste van Ongelijke Productrelaties als instrument van Machtsverhoudingen in de samenleving.

De publicatie van het boek valt samen met haar expositie bij de Robert Self Gallery in de herfst van 1977. Het boek is voor Yates vooral een politiek document. Yates zegt: ‘De verhouding van de ene mens tot de ander (de essentie van productie/creativiteitsverhoudingen) wordt verkeerd geïnterpreteerd als een verhouding tussen cultuur en natuur, een in wezen mystificatie van de verhoudingen tussen de ene klasse mensen en een andere.’*

Hierin klinken Marxachtige elementen. Yates heeft dan ook kritiek op de kapitalistische samenleving en specifiek op de tweedeling handelaar/galerie. Voor veel kunstenaars is deze tweedeling een probleem, maar dit probleem wordt een stuk helderder als een ideologie de basis is van de kunstwerken. ‘En Yates heeft duidelijk het gevoel dat ze zich in een problematische situatie bevindt’, schrijft Crichton.*

Het boek van Yates is een eerste stap naar het maken van werk dat gericht is op het bewerkstelligen van sociale verandering, aldus Crichton. Er is dus geen sprake van bevrediging van individualistische en institutionele behoeften, ofwel netjes in de pas lopen van de door mannen gedomineerde culturele en sociale wereld/de kunstwereld.*

Het werk van Yates is poëtisch en politiek, een combinatie die volgens Crichton niet altijd even gelukkig uitpakt. Maar Crichton ziet ook dat wat Yates probeert te doen ongelooflijk lastig is. De waan heeft lang bestaan dat landschap alleen door kunstenaars kan worden toegeëigend om een eenzame verbondenheid met de ‘natuur’ aan te tonen. Het is geheel aan Yates te danken dat zij begint te bewijzen dat landschap en sociale betekenis verenigbaar kunnen zijn, aldus Crichton.*

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 392 Marie Yates analyseert het bewegen door het landschap

Susan Hol, Look through, 2013-2015. Te vinden op: https://www.werkaandemuur.nl/nl/shopwerk/Look-through/129070/132.

Het landschap is in de romantiek dé plek waar het alleengaande, gevoelige individu een wordt met de ongerepte natuur (zie aflevering 391).

Deze idealisering van de werkelijkheid wordt door Marie Yates van de mythische, spirituele wolk gehaald en met twee benen op de grond gezet. Zij analyseert het bewegen door het landschap, haalt dit proces uit elkaar en brengt het onder in verschillende fasen. Het is een fasering die op effectieve wijze een model van de objectivering van de ervaring geeft, schrijft Fenella Crichton.*

De fasen die Yates onderscheidt zijn Signals, Location, Context, Sign, Transformation, Resolution. Het gaat hierbij dus om de letterlijke realiteit.

Signals zijn dan geen hemelse aanwijzingen, maar simpelweg de tekens die ze onderweg tegenkomt, zoals bewegwijzering of bijvoorbeeld een bepaalde kenmerkende boom die een zekere plek aangeeft. Location is niets meer dan de locatie waar ze geweest is, waar ze haar observaties heeft gedaan en foto’s heeft gemaakt. Context is wijdere omgeving van de plek waar zij zich bevindt, dus zoiets als een open plek in een bos in een bepaald deel van Engeland. Sign is denk ik een aanwijzing, bijvoorbeeld een bepaald pad, een typische struik, een groepje bomen.

Transformation betekent letterlijk transformatie, een bepaalde verandering. Yates doelt waarschijnlijk op een verandering in het landschap, bijvoorbeeld het landschap op dag 1 in vergelijking met het landschap op dag 2. Resolution, verdwijning, houdt verband met de wens van de kunstenaar om afgelegen plaatsen buiten de gebaande paden te ontdekken ‘waar elke aanwezigheid vluchtig en onopgemerkt zou zijn’ (zie aflevering 388).

Voor Yates is het duidelijk geworden dat ze het landschap op meer manieren kan benaderen, dat ze zich buiten de begrenzing van het 19e-eeuwse romantische ketens kan begeven. Ze wordt nieuwsgierig naar de invloed van cultuur op de houding van mensen ten opzichte van het landschap. Ze gaat andere samenlevingen onderzoeken. Ze wil nagaan in hoeverre mensen het landschap beschouwen als een aparte entiteit* (ofwel een op zichzelf staand object, zou Schopenhauer zeggen, zie aflevering 391), die verschillende functies kan vervullen* (ofwel, in de woorden van Schopenhauer, die het subject op diverse manieren kan bedienen, zie aflevering 391).

Yates staat in haar onderzoek stil bij de al zo lange tijd opgelegde tweedeling tussen natuur en cultuur en gaat op zoek naar andere tweedelingen.

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 389 Marie Yates en de wurggreep van 19e-eeuwse landschapsromantiek

Detail van een schilderij uit de Romantiek – Caspar David Friedrich, Falaise de craie sur l’île de Rügen, 1818. Gevonden op: https://historiek.net/romantiek-kenmerken-reactie/82638/. Op deze site vind je meer info over de romantiek.

Tot de expositie Artists over Land in 1975 is Marie Yates, net als haar mannelijke collega’s, fundamenteel geïnteresseerd in het overbrengen van een ervaring vanuit een individualistisch gezichtspunt, zo laat Fenella Crichton weten.* (zie ook aflevering 388)

Yates doet dan al wel steeds iets dat afwijkt van de ideologie van haar mannelijke collega’s: ze heeft aandacht voor de rol van de toeschouwer. In de expositie Artists over Land maakt ze het aandeel van de toeschouwer nog groter dan eerst: het publiek kan door de manier van presenteren van het kunstwerk een soort eigen reis maken langs de observaties van Yates (zie aflevering 388 voor een foto en beschrijving van dit werk).*

Bij de expositie Artists over Land bevat het werk van Yates, naast de rechthoek met tekst aan de muur en de vertoning van twee sets dia’s (zie aflevering 388), een derde component. Volgens Crichton is deze component een erg belangrijke poging om definitief de negentiende-eeuwse romantiek die aan landschap in de kunsten vastgeplakt zit van zich af te schudden.*

Wat doet Yates dan en hoe ziet die negentiende-eeuwse landschapsromantiek er dan uit?

Om met het laatste te beginnen, de tijd van de romantiek (ca. 1780-1850) is van oorsprong tegengesteld aan het classicisme (ca. 1640-1720). In het classicisme is sprake van een opleving van de klassieke Griekse en Romeinse voorbeelden en dat levert een rustige, ordelijke en wat serene kunst op (zie bijvoorbeeld deze afbeelding). De romantiek is in vergelijking daarmee nogal wild, met bakken levendige energie, volop emotie, bergen betekenissen en vaak ook met een wat spirituele lading (zie bijvoorbeeld deze afbeelding Jong meisje op het kerkhof ).

‘Zoenen is geen romantiek, het bezitten van een hart wel’, kopt Jesse Bryant Wilder in zijn boek Kunstgeschiedenis voor Dummies (2008, p.205). ‘De romantiek betekent niet dromerig achterover liggen op een bed van rozen of bij kaarslicht in de ogen van je geliefde staren’, gaat hij verder. ‘Ze heeft niets met dat soort romantiek te maken. Deze beweging betekent een individualist zijn, geloven in de rechten van andere individuen en diepgaande, intense en vaak positieve emoties uiten.’ (2008, p. 205)

Jawel, dat is nog eens lekker rechttoe-rechtaan en de spijker op zijn kop.

Een laatste essentieel punt dat hij noemt is dat in de romantiek een diepgaande, spirituele relatie met de natuur een grote rol speelt. (2008, p. 205) En dat is precies het juk van de romantische landschapskunst voor een kunstenaar als Marie Yates.

Tuurlijk, in de filosofie gaat het er wat minder recht-voor-de-raap aan toe, maar daar vind ik ook allemaal zeer interessante elementen. Zo citeert de filosoof Thomas Baumeister in zijn boek De filosofie en de kunsten de dichter Novalis: ‘Wanneer ik aan het gewone een hoge betekenis, aan het alledaagse een geheimzinnig uiterlijk, aan het bekende de waarde van het onbekende en aan het eindige de schijn van het oneindige geef, dan romantiseer ik’. Ook dat geeft een heel andere betekenis aan ‘romantiseren’ zoals wij dat heden ten dage kennen…

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 388 Marie Yates wil de tijd vangen in haar kunstwerken

Marie Yates, Dorset Field Working (from Signals 1975 – 78), 1975. Set of 28 black and white photocopied texts & 1 colour photo, mounted directly on the wall, 20.25 × 25.5 cm. Gevonden op: https://www.artsy.net/artwork/marie-yates-dorset-field-working-from-signals-1975-78

Een sculpturale vormgeving geeft Marie Yates niet genoeg ruimte (zie aflevering 387). Ze wil de tijd vangen in haar kunstwerken. Nu kan een sculptuur een compacte vorm van tijd materialiseren, maar Yates gebruikt tijd graag letterlijk. Ze wil dat elk deel opeenvolgend beschouwd wordt als deel van een samenhangend geheel.

Zo zijn haar Field Working Pieces verslagen van reizen, die ze op zo’n manier presenteert dat een analyse van het werkproces (ofwel het observeren) vervat is in het format van elk stuk. Ze is bij dit project vooral bezig met het overbrengen van haar relatie tot de context waarin ze zich bevindt. Van het begin af aan werkt Yates zeer gestructureerd en hogelijk georganiseerd. Ze ontwikkelt vandaaruit de categorieën Locatie, Dag en Procedure.*

Op haar eigen site vertelt Yates dat het Field Working Project in maart 1971 een galerie-installatieproject met dia’s bevat, bestaande uit documentatie en aantekeningen van haar reizen in het landschap van de West Country (Engeland). Het is een project van drie jaar en ze start haar reizen vanuit Londen. De schuur bij Buckfastleigh (in het Engelse graafschap Devon) van John Latham (1921-2006, pionier in de Britse conceptuele kunst) en zijn familie doet van tijd tot tijd dienst als basisplaats van haar reizen.

Het project bestaat uit dertien veldwerkdocumenten, zo schrijft ze zelf op haar site, en ze plant haar reizen uitgebreid. Ze doet onderzoek naar de omgeving, bestudeert plattegronden, gaat na op welke tijdstippen treinen en bussen rijden en speurt naar historische teksten. Ze wil afgelegen plaatsen buiten de gebaande paden ontdekken ‘waar elke aanwezigheid vluchtig en onopgemerkt zou zijn’. Later onderneemt ze vergelijkbare projecten met anderen in verschillende delen van Engeland, Wales en Schotland.

Bij de tentoonstelling Artists over Land in 1975 mag de bezoeker het werk van Yates ervaren in de vorm van 28 teksten die aan de muur zijn gehangen. De teksten volgen de omtrek van een rechthoek, zodat bezoekers worden aangespoord om aan boord te stappen van een ingebeelde reis die uiteindelijk terugkeert naar zichzelf. Tijdens die reis langs de teksten met de observaties van Yates, kunnen de toeschouwers de ervaringen transformeren naar hun eigen werkelijkheid. De volgende stap is dan dat de toeschouwers hun ervaringen kunnen nagaan aan de hand van het visuele bewijs van de reis: twee sets dia’s worden tegelijkertijd geprojecteerd om te suggereren dat ervaring en transformatie tegelijkertijd moeten plaatsvinden.*

Tot dat moment in de carrière van Yates vertoont de ideologie van haar werk nog steeds overeenkomsten met werk van meer bekende mannelijke kunstenaars, zo schrijft Crichton.* Ze noemt Richard Long (nog steeds in actie, recente tentoonstelling in de Pont in Tilburg, met keien, de link gaat naar zijn eigen site) en Hamish Fulton (met een eigen site, maar daar heb je een heel goede flash player voor nodig en die ga ik echnie downloaden). Beide mannen noemen zich ‘wandelend kunstenaar’.

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 387 Marie Yates’ opleiders zijn not amused …

Marie Yates, Oppositional Frameworks 1 (from Signals 1975 – 78), 1976. Set of 6 panels: colour & black and white archival inkjet prints with texts mounted on board, 30.5 × 35.25 cm. Gevonden op: https://www.artsy.net/artwork/marie-yates-oppositional-frameworks-1-from-signals-1975-78.

In de vroege jaren 1960 … als vrouwelijke kunstenaars in opleiding zich totaal en geheel lieten opslokken door en opnemen in de ‘Amerikaanse macho ethos’, dan ‘zouden ze mogelijk in staat zijn om tweederangs mannelijke schilders te worden’, schrijft Fenella Crichton.* (zie ook aflevering 386)

Een omschrijving die ook past bij de ervaringen van Judy Chicago, die zó ontzettend haar best heeft gedaan om in de door mannen gedomineerde kunstwereld een plaatsje te veroveren (zie deel 4B afleveringen 104-114).

Marie Yates walgt van dit wereldje en past ervoor. Ze stopt met haar opleiding. In 1968 waagt ze een nieuwe poging bij het Hornsey College of Art. Haar doel is dan om iets meer te ontdekken over het kunstprocedé. Volgens Crichton verraadt het werk van Yates uit die tijd haar acute bewustzijn van haar maatschappelijke positie, omdat dit werk bijzonder en heel nadrukkelijk vrouwelijk is.*

Als voorbeeld van dit vrouwelijke werk noemt Chrichton: ‘golvend rond gebogen neonbuizen, gloeiend in sacharinekleurige zachtheid, afgewisseld met gedrapeerd transparant materiaal, kronkelend en samenkomend in een decoratieve bundels’.*

In die periode aan Hornsey College of Art is het werk van Yates al meteen vluchtig, want ze haalt alles direct na de opbouw weer uit elkaar. Het enige blijvende is haar documentatie ervan. Een manier van werken die ze naar buiten verkast: ze gaat in het veld, op het platteland, in het landschap aan het werk met materialen en presenteert de documentatie van haar reis als het kunstwerk.*

En wat dacht je wat? Haar opleiders zijn not amused en keuren haar werk af. Yates voelt zich oneerlijk behandeld en stapt op. Ze vertrekt naar het platteland en probeert daar werk te maken dat haar ervaring met dat platteland overbrengt, en dan wel zodanig dat het andere mensen aanspreekt. In eerste instantie steekt ze in op een sculpturale vormgeving, waarbij het landschap (heuvels, bomen enzovoort) de sculpturale elementen zijn.*

Maar het wordt toch iets anders…

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 386 Marie Yates, een vrouw die werkt met landschap

Marie Yates, Field Working Paper 7. – 26th April 1972 – Porthmeor Beach, St.Ives, Cornwall, 1972. Gevonden op: http://www.artcornwall.org/exhibitions/Marie_Yates_Richard_Saltoun.htm.

De vierde van de negen critici (v) die het werk van een door hen gekozen, in Engeland werkende, kunstenaar (v) bespreken in Studio International, het Journal of Modern Art (zie aflevering 363) is Fenella Crichton. Zij heeft het werk van Marie Yates (1940) gekozen.*

‘Marie Yates is een vrouw die werkt met landschap’, zo opent Crichton haar artikel. ‘Radicale ideeën passen niet heel gemakkelijk in dit raamwerk, omdat we zwaar doordrenkt zijn met vooroordelen over vrouwen en landschap, met als gevolg dat zij op grote schaal verkeerd is begrepen.’*

Toch is deze houding van de buitenwereld enigszins begrijpelijk, schrijft Crichton, maar alleen als het over het vroege werk van Yates gaat. In eerste instantie focust Yates zich op het landschap, omdat zij zich vervreemd voelt van de samenleving en het landschap gebruikt om die gevoelens te symboliseren. Een benadering die in feite samenvalt met een overheersende culturele notie van het landschap: de plaats waar de kunstenaar zich terugtrekt en zich manifesteert als het individu in afzondering.*

In het latere werk gebruikt Yates het landschap voor heel andere doelen, namelijk om haar ideeën uit te drukken over de cultuur waarin de mens verstrikt is geraakt. Deze nieuwe werkwijze is ontstaan uit een groeiend politiek bewustzijn. In de loop van dat groeiproces wijst ze de notie af van de kunstenaar als een soort apart ras met toegang tot een ervaring die, mits goed uitgedrukt, de consument zeker moet verrijken. Met andere woorden: kunst als elite-activiteit moet stoppen en zich bezighouden met sociale veranderingen die gaande zijn.*

Het standpunt van Yates houdt in dat kunst zonder sociale relevantie totaal geen betekenis heeft. Voor haar is er alleen sprake van kwaliteit als de ideologie, die de basis is voor het werk, uitgedaagd wordt. Voor wat betreft sekse en gender … dat komt bij Yates op de tweede plaats. Ze wil niet de persoonlijke kwesties uitlichten, al ondersteunt ze wel de feministische manier van werken van andere vrouwelijke kunstenaars. De kunstenaar accepteert niet het door mannen gedomineerde cultureel-maatschappelijke systeem, en onderdrukt ook niet haar vrouwelijke identiteit.*

Yates begint in de vroege jaren 1960 met schilderen. In die tijd hebben vrouwen maar 1 optie, aldus Crichton…

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 183-184.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.