Aflevering 531 Feminisme en ‘burgerlijke problematiek’

Foto en bewerking: Susan Hol, origineel gemaakt in Finland in 2010.

Hoe kan het concept ‘feministische kunst’ het product zijn van een ‘burgerlijke problematiek’? Griselda Pollock schrijft (in ieder geval voor mij) in raadselen (zie aflevering 530).

Aangezien haar raadsels zijn ingegeven door marxistische ideeën, helpt het misschien haar beter te begrijpen als ik mijn eigen Marx-kennis eens uit het stof haal. Hoe zat het ook alweer. Door de industriële revolutie is een nieuwe klassenmaatschappij ontstaan, zo signaleert Marx.

De adel heeft afgedaan als heersende klasse, de burgerij of bourgeoisie is de topper. Die oude middenklasse bezit de productiemiddelen met zijn fabrieken. Het proletariaat, eerst uitgebuit door de adel, wordt bij gebrek aan productiemiddelen gedwongen hun arbeid te verkopen om in leven te blijven, en worden zo door de bourgeoisie uitgebuit.

De theorieën van Marx waren een voedingsbodem voor de arbeidersbeweging, het ontstaan van vakbonden enzovoort. Feministen maken gebruik van de arbeidersbeweging in hun strijd voor vrouwenkiesrecht. Maar wat willen feministen nu met het marxisme?

Er zijn vrouwen die het verband tussen het patriarchaat en kapitalisme onderzoeken, of vrouwen misschien een ‘sekse’ klasse zijn. Als, zoals Marx van mening is, onderdrukking is ingebouwd in de organisatie van de samenleving, dan betekent dit dat sociale verandering mogelijk is. Ofwel, zoals feministen het formuleren: de onderdrukking van de vrouw is een sociale constructie. Het is geen natuurlijk gegeven, dus die constructie kan bij het oud vuil.

Wat zou dan in dit verband die zogenaamde ‘burgerlijke problematiek’ kunnen zijn?

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 529 Een publiek doordesemd met aloude manieren en verwachtingen

Susan Hol, collage #3, 14062019.

Er is dus geen feministische beweging waarbinnen je iets typisch als ‘feministische kunst’ kunt aanwijzen, volgens Griselda Pollock (zie aflevering 528).

Wat is er dan wel?

Er zijn sowieso onmiskenbaar feministische artistieke praktijken. Een duidelijke overeenkomst tussen die praktijken is dat ze niet passen in de standaardprocedures en protocollen van de modernistische kunstgeschiedenis en kunstkritiek, die zich baseren op het isoleren van esthetische overwegingen zoals stijl of de gebruikte kunstmedia, aldus Pollock.*

Als je die modernistische meetlat langs de feministische artistieke praktijken legt, kun je de feministische kunstwerken niet begrijpen. De frase ‘feministische artistieke praktijken’ vindt Pollock wat onhandig gekozen, maar dient een doel.*

Het moet de aandacht verleggen van de aloude manieren waarop kunstwerken als objecten worden gezien naar de omstandigheden waaronder kunst wordt gemaakt in de vorm van teksten, gebeurtenissen en voorstellingen waarbij het effect en de betekenis afhangt van waar en hoe het door welk publiek ontvangen wordt.*

Een publiek dat vrijwel altijd doordesemd is met aloude manieren en verwachtingen bij het bekijken van kunst.*

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 528 Daar moeten ze allemaal niets van hebben

Susan Hol, De Koolmees, 2018.

‘Tot op heden zijn er verschillende pogingen gedaan om het veld van de feministische artistieke praktijk in kaart te brengen’, schrijft Griselda Pollock in 1987 (zie aflevering 470) en verwijst daarbij in een noot naar essays van Mary Kelly, Rozsika Parker, Judith Barry en Sandy Flitterman.

Die drie essays zijn in respectievelijk de afleveringen 471-491, 492-499 en 500-527 behandeld. Waarmee ik nu weer terugkeer naar Pollock en haar artikel Feminism and Modernism.*

Bij de diverse pogingen om het veld van de feministische artistieke praktijk in kaart te brengen, valt een ding op: ze moeten allemaal niets hebben van het idee om dé vraag te beantwoorden.*

Welke?

Nou, die ene.

Ja, welke dan?!?

Nou, deze natuurlijk:

W a t  i s  f e m i n i s t i s c h e  k u n s t?

Dus.

Zo’n entiteit bestaat niet, schrijft Pollock, er is geen homogene beweging die je kunt definiëren op grond van een karakteristieke stijl, bepaalde favoriete media of een typisch onderwerp.*

Mooi, de toon is gezet …

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 471 Nieuwe betekenis via patriarchale, marxistische en psychoanalytische theorieën

Mary Kelly, circa 1940, 2016, compressed lint and projected light noise, 242.6 by 322.6 by 3.8 cm. Gevonden op: https://www.miandn.com/exhibitions/mary-kelly.

Een van de pogingen om het veld van de feministische artistieke praktijk in kaart te brengen, komt van Mary Kelly, aldus Griselda Pollock in een voetnoot (zie ook aflevering 470).*

Het is een essay met de titel On sexual politics and art, en is opgenomen in Framing Feminism. Het heeft als oorspronkelijke bron een conferentie over kunst en politiek, gehouden op 15-16 april 1977. Het essay verscheen later in Art and Politics, ed. B. Taylor, Winchester School of Art, 1980, pp.66-75.**

Het is niet het meest toegankelijke stukje proza. Kelly heeft zich verdiept in het werk van Louis Althusser (1918-1990), een Franse filosoof die erg ‘into’ Marx was. Ze is ook erg geïnteresseerd in psychoanalytische werken, zoals die van Julia Kristeva en Sigmund Freud. In het essay maakt ze daar haar eigen ‘mengelmoes’ van die niet eenvoudig te volgen is.

Of, zoals Jane Kelly het formuleert: Mary Kelly creëert nieuwe betekenis aan de hand van patriarchale, marxistische en psychoanalytische theorieën, en voegt hieraan haar eigen intuïtieve en analytische methoden toe (zie aflevering 397 en zie ook de video bij die aflevering).

Nu zien velen in die jaren 1970 wel brood in de meer marxistisch geïnspireerde theorieën die kunst in een sociaaleconomisch kader plaatsen. Zij streven naar een minder elitaire positie van de kunstwereld, naar minder ontoegankelijke kunst, naar kunst waarvan vorm en inhoud niet alleen begrijpelijk zijn voor een kleine groep, de zogenoemde burgerlijke klasse (zie aflevering 329).

Welnu, Mary Kelly opent haar essay met de woorden: ‘Allereerst wil ik onderscheid maken tussen “feministische praktijk” en “het feministisch problematische” in kunst (problematisch in de zin dat een denkbeeld/idee niet los gezien kan worden van het algemene theoretische of ideologische kader waarin het wordt gebruikt).’**

Hier doemen meteen al een paar problemen op. Wat bedoelt ze met ‘feministische praktijk’ en wat met ‘het feministisch problematische’? Van welk theoretisch en ideologisch kader is hier sprake?

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.
**Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 470 Het veld van de feministische artistieke praktijk

Video! In het Engels, dat dan weer wel. Straks vertel ik kort waar het over gaat. Eerst: hoe kom ik bij deze video?

‘Tot op heden zijn er verschillende pogingen gedaan om het veld van de feministische artistieke praktijk in kaart te brengen’, schrijft Griselda Pollock in 1987 (zie ook aflevering 469).*

Ze verwijst daarbij in een noot naar essays van Mary Kelly, Rozsika Parker, Judith Barry en Sandy Flitterman, en naar een aantal artikelen: van haarzelf; van kunstenaar Alexis Hunter (1948-2014; zie ook aflevering 414); van Lisa Tickner, kunsthistorica (zie de afleveringen 398-403 met haar bespreking van het werk van Kate Walker); en van Laura Mulvey, de Brits feministische filmcriticus die in de video bij deze aflevering te zien is.

De essays zijn in het boek Framing Feminism opgenomen en die ga ik de komende afleveringen doorspitten. De artikelen, pfft, die beschouw ik maar als ‘ontoegankelijk’, op internet is er niets van te vinden. Niet erg, inmiddels weet ik wel zo’n beetje wat er in die tijd geschreven is. Maar, tijdens het speuren naar die artikelen kwam ik dus wel de video bij deze aflevering tegen.

Mulvey geeft in deze video een mooie ‘samenvatting’ van gebeurtenissen in de jaren 1970/80. Zij is trouwens de uitvinder van de term ‘male gaze’, ofwel de mannelijke blik (zie aflevering 311). Die term ontstaat als ze, onder invloed van de activiteiten van de vrouwenbeweging, heel anders naar films gaat kijken, vertelt ze in de video. Ze was altijd een geabsorbeerde, voyeuristische toeschouwer, ofwel een mannelijke toeschouwer, maar dat verandert ineens. Ze is een vrouwelijke toeschouwer geworden, die de film van een afstand bekijkt en niet meer met die geabsorbeerde ogen.

Ze verhaalt in de video ook over het samenstellen van de tentoonstelling Frida Kahlo and Tina Modotti (besproken in de afleveringen 459-462). Verder spreekt ze over Freud, Hollywood en haar eigen tegenbioscoop.

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 469 Massabeweging voor radicale sociale verandering met revolutionaire kracht

Women’s liberation movement in Washington, DC, August 26, 1970. Don Carl Steffen/Gamma-Rapho/Getty Images. Foto gevonden op: https://www.vox.com/2018/3/20/16955588/feminism-waves-explained-first-second-third-fourth.

Te midden van alle maatschappelijke en theoretische veranderingen (zie aflevering 468) dragen ook vrouwen, met name vrouwen die betrokken zijn bij de vrouwenbeweging, hun steentje bij. Op veelzijdige manieren grijpen ze in de historische samenloop van de jaren 1970 in en dan vooral op het niveau van de culturele praktijk en culturele politiek.*

In de geschiedenis van de afgelopen vijftien jaar, schrijft Griselda Pollock in 1987, is het feminisme gevormd door allerlei historische gebeurtenissen en vormde het de huidige voorwaarden en mogelijkheden. Een direct resultaat van het feminisme zijn volgens haar vele kwesties in het maken van kunst, zoals de verschillen in sekse, dingen die met gender te maken hebben, seksualiteit en macht.*

Verder zijn er gebieden waarop het feminisme verandering heeft gebracht in een bepaalde trend, zoals het geval is bij body art en conceptuele kunst. Maar het doel van het feminisme is volgens Pollock niet om plaats te nemen in een of ander nieuw -isme. Feminisme dient niet voor het vergroten van de pluralistische rijkdom van het postmodernisme.*

Waar het om gaat, de basis, het fundament van feminisme, ligt ergens anders. Het is een massabeweging van vrouwen die kiezen voor radicale sociale veranderingen en dat maakt het een revolutionaire kracht, aldus Pollock. Feministische inmenging loopt dan ook tegen een grotere muur aan dan slechts de beleefde minachting van de gevestigde orde. Feministen kunnen rekenen op vijandigheid, onderdrukking, censuur en spot.*

Mannen die bang zijn dat ze hun ‘algehele dominantie’ kwijtraken, omdat vrouwen zich anders dan anders (gaan) gedragen, deinzen niet terug voor persoonlijke aanvallen (letterlijk en figuurlijk).*

Et, voilà, dat gezegd hebbende, gaat Pollock over tot het onderwerp: ‘Is er zoiets als feministische kunst?’ Zij is van het kamp nee, nee, en nog es nee.

Waarom?

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 468 Een draaikolk van veranderingen

Susan Hol, collage no.13, 2019. Klik op foto voor meer info.

Het samengaan van een nieuwe feministische golf met de uitdagingen in de kunst voor het modernisme (zie aflevering 467), krijgt een extra boost door ontwikkelingen in de cultuurwetenschappen, schrijft Griselda Pollock, en ze duikt de historie in.*

De nieuwe linkse bewegingen van de late jaren 1950 en vroege jaren 1960 moeten een meer verfijnde analyse ontwikkelen voor de veranderende geavanceerde samenleving, aldus Pollock. De complexiteit en diepgang van de, in die tijd, moderne vormen van sociale controle, dwingen mensen de cultuurpolitiek met andere ogen te bezien. De blik vestigt zich op manieren waarop ongelijkheid en uitbuiting in een welvarender samenleving in stand worden gehouden.*

Het leidt tot een herbeoordeling van het effect van reclame, film, televisie, journalistiek, literatuur, beeldende kunst en het onderwijssysteem. Het gaat om het hele spectrum van sociale praktijken die – bij het produceren van betekenis en beelden van de wereld – zorgen voor een bepaald gevoel van werkelijkheid, maar die ook invloed hebben op de eigen identiteit van individuen.*

Een in elkaar grijpend netwerk van beelden, waarden, identiteiten verzadigt het dagelijks leven. Culturele theoretici, zo schrijft Pollock, werken Antonio Gramsci’s (1891-1973) idee van hegemonie uit als een middel om de rol van cultuur in sociale reproductie te begrijpen.*

Centraal staat bij deze hegemonie van Gramsci de algehele dominantie – politiek, economisch, militair, civiel, intellectueel, moreel, cultureel – van de bourgeoisie.

Verder noteert Pollock dat theoretici beginnen te beseffen dat ideologieën meer zijn dan louter sets van ideeën en overtuigingen die bepaalde sociale groepen en klassen – min of meer bewust – eropna houden. De ideologie vormt de mens in woord en beeld, toont identiteiten die een radicaal ongelijk racistisch en seksistisch sociaal systeem in stand houden.*

En wat is dan de rol van vrouwen in die draaikolk van veranderingen?

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.