Aflevering 374 Van Platheid naar allerplatst (letterlijk)

Morris Louis, Third Element, 1961, 85 1/2 x 51 in. (217.2 x 129.5 cm), Acrylic resin (Magna) on canvas, DU458. Copyright © 2014 MICA. Rights administered by Artists Rights Society (ARS). Gevonden op: http://morrislouis.org/paintings/large/du458#.

Platheid, denkt de kunstenaar Morris Louis (1912-1962) als hij uit New York is teruggekeerd naar Washington (zie aflevering 373), platheid, mmm … en hij ziet ‘de toekomst glashelder voor zich’, aldus Tom Wolfe in zijn boek Het geschilderde woord (1982, p.48).

Waar Wolfe heen wil is een beeldende beschrijving van hoe dat werkt, die neiging tot plat, platter, platst schilderen, en dat doet hij via Louis’ volgende ‘gedachtegang’:

‘Dat werken met dikke olieverf was op zichzelf al een misdaad tegen de platheid geweest, een schending van de integriteit van het beeldvlak, al die jaren […] Zelfs onder de handen van Picasso rees gewone verf toch altijd wel een millimeter of twee boven doekniveau op! En wat de nieuwe Picasso – dat wil zeggen Pollock – betrof: mijn God, daar mocht je wel een meetlint bijhalen.’ (1982, p.48)

Wat doet Louis vervolgens? Hij smeert op ongeprepareerd linnen sterk verdunde verf, zo dun dat de verf door het doek wordt opgezogen. Er is geen enkele verhoging meer te zien, alleen een aantal rijen ‘waterige strepen’, schrijft Wolfe. Louis staat hiermee aan de basis van de Washington School. (1982, p.50)

De theorieën over platheid, abstractie, zuivere vorm, zuivere kleur, action, gaan een eigen leven leiden en lijken fundamentele regels te worden. Het Woord is nodig voor enig begrip van kunst. De abstractie wordt zo ver doorgevoerd dat niemand het nog snapt zonder theorie. Pas als je het Woord kent, kun je het zien. (1982, p.50-51)

De geschriften en theorieën van Clement Greenberg en Harold Rosenberg (zie bijvoorbeeld aflevering 372 of 373) worden belangrijker dan de kunstwerken. Als iemand het al waagt het werk van Jackson Pollock lelijk te vinden, kan zij rekenen op Greenbergs: ‘alle wezenlijk oorspronkelijke kunst is op het eerste gezicht lelijk’. Greenberg krijgt het voor elkaar dat ‘lelijk’ een kwaliteitsoordeel wordt waarbij je de ogen wijd open moet sperren: het kan zomaar baanbrekende kunst zijn! (1982, p.51-52)

Maar het loopt tamelijk slecht af met de abstract expressionistische kunstwerken …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 373 Het begin van het betere gooi- en smijtwerk

Willem de Kooning in zijn studio, East Hampton, 1964. Foto: Hans Namuth. Gevonden op: http://atelierlog.blogspot.com/2013/05/willem-de-kooning-4.html.

Tot 1950 is het voornamelijk Clement Greenberg die de hoofdrol speelt met zijn theorie van formele zuiverheid (zie aflevering 372).

Maar Harold Rosenberg overtroeft hem vervolgens met zijn uitvinding van de term Action Painting. Het is de tijd dat het canvas onderdeel wordt van een gebeurtenis, het inmiddels welbekende spectaculaire gooi- en smijtwerk van verf op het doek, en/of de kunstenaar die zich – besmeurd met verf – letterlijk op het doek stort en/of met de handen in woeste vegen uithaalt. (Tom Wolfe, Het geschilderde woord, 1982, p.44)

Volgens Wolfe heeft Rosenberg steeds zijn vriend de schilder Willem de Kooning voor ogen, terwijl Greenberg zijn vriend Jackson Pollock als favoriet heeft. Pollock is in één jaar tijd, 1943, met hulp van Peggy Guggenheim en haar netwerk beroemd gemaakt, aldus Wolfe. Greenberg huppelde er toen nog wat achteraan, maar haalde dat in door ‘Pollocks gegarandeerde succes [te gebruiken] om Platheid te verkopen als de theorie’. (1982, p.45-47)

Wolfe citeert in zijn boek Greenberg over platheid. Als je dat leest valt het overdreven taalgebruik van Wolfe enigszins in het niet. Ik neem het hier over. Greenberg:

‘Pollocks kracht schuilt in het nadrukkelijke oppervlak van zijn schilderijen, dat hij wil handhaven en verhevigen in al die dikke, roeterige platheid die bij de late kubisten zo sterk naar voren begon – maar alleen begon – te komen. […] Het is de spanning die inherent is aan die geconstrueerde, gerecreëerde platheid van het oppervlak die deze kunst haar kracht geeft. […] zijn aandacht voor de textuur en de tastbaarheid van het oppervlak […] die uitspatting van verf, die op het beeldvlak leeft […].’ (1982, p.47)

Lust u nog peultjes? Voor wie er niets van snapt: je bent niet de enige!

In 1953 gaat Morris Louis, een 41-jarige schilder uit Washington, eens een kijkje nemen in New York. Hij is wel benieuwd naar die nieuwe stroming en heeft lange gesprekken met Greenberg. Het opent hem de ogen …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 372 Het platheidsgedoe wordt een hele rage

Lee Krasner. Imperative, 1976. National Gallery of Art, Washington D.C. © The Pollock-Krasner Foundation. Courtesy National Gallery of Art, Washington D.C. Gevonden op: https://www.studiointernational.com/index.php/lee-krasner-living-colour-review-barbican-london.

Al de kringen en groepjes genoemd in aflevering 371 ‘voegen zich na de oorlog samen tot de cénacle des cénacles, de New York School, ofwel de Tenth Street School, de scheppers van het Abstract Expressionisme’, schrijft Tom Wolfe in zijn boek Het geschilderde woord (1982, p.39).

De twee belangrijkste ontmoetingsplaatsen zijn de Subject of the Artist School, de Club en de Cedar Tavern. De galerieën met de Abstract Expressionistische kunstwerken zijn gevestigd in Tenth Street, vandaar de naam Tenth Street School. (1982, p.40)

Deze School wordt vrij snel behoorlijk groot en invloedrijk. Er zijn vrijdagavondbijeenkomsten in de Club en die groeien volgens Wolfe uit ‘tot dorpsvergaderingen van de hele New Yorkse kunstscene’. Naast kunstenaars zijn er kunsthandelaren, verzamelaars, museumdirecteuren, critici en andere mensen uit de kunstenaarselite die de kans krijgen binnen te komen. (1982, p.40)

In dit dorpsgebeuren, Wolfe noemt het ‘Cultuurburg’, bevinden zich twee grote theoretici: Clement Greenberg (1909-1994) en Harold Rosenberg (1906-1978). Deze theoretici zijn in de jaren 1930 betrokken bij de linkse schrijversbeweging van Lower Manhattan en ontwikkelen zich na 1940 steeds meer tot pure theoretici, critici en esthetici. Ze zijn ook jarenlang vaste gast bij diverse abstracte kunstenaars. Zo zijn het in wezen de ideeën van Hans Hofmann (zie aflevering 371) en zijn ‘gehamer op zuiverheid, zuiverheid, zuiverheid die, via Greenberg, bezit nemen van Cultuurburg’, aldus Wolfe  (1982, p.40).

Greenberg en Rosenberg spreken een andere taal dan andere critici. Uniek is dat ze dicht op de kunstenaars en hun ideeën zitten. Ze verwerken dat in hun theorieën, wat ze extra aantrekkelijk maakt voor zowel kunstenaars als de chic. Enige pathos in het taalgebruik heeft ook meegeholpen aan hun bekendheid. Wolfe: ‘Als Greenberg sprak was het alsof niet alleen de toekomst van de kunst op het spel stond, maar de hele beschaving […].’  (1982, p.40-42)

Greenberg roept op tot zelfkritiek en zelfdefinitie en zuiverheid. De goede weg is al ingezet: van de oude driedimensionale effecten (de illusie van een venster waardoor je in de verte kunt kijken) naar een nieuwer plat vlak met verf (tweedimensionale abstractie). Maar het moet nog zuiverder, of, zoals Wolfe het noemt ‘platter’ (in de letterlijke zin van het woord): een stijl waarin lijnen, vormen, contouren en kleuren op het platte vlak allemaal één worden. (1982, p.43)

En dit ‘platheidsgedoe werd een hele rage, een obsessie, zou je kunnen zeggen’, aldus Wolfe (1982, p.43).

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.