Aflevering 514 Een ándere kunst, mét geschiedenis (die is onderdrukt)

Jackie Winsor, Nail Piece, 1970. Gevonden op: https://collection.cmoa.org/objects/160ad9f3-d121-407f-aec3-8f8a154dd8a5.

Het werk van Jackie Winsor wordt als ‘stoer’ beschouwd, aldus Judith Barry en Sandy Flitterman, omdat het vaardigheden vergt die je normaalgesproken alleen bij mannen ziet, zoals timmerwerk (zie ook aflevering 513).*

In de bespreking van haar werk verbindt Winsor vaak de oorsprong van een bepaald beeld met een ervaring uit de vroege kinderjaren, schrijven Barry en Flitterman. Zo verwijst ze bij Nail Piece (zie afbeelding bij deze aflevering) naar het huis dat haar vader had ontworpen en door haar moeder werd gebouwd. Op een zeker moment geeft haar vader haar een enorme zak spijkers en vertelt erbij dat ze de spijkers moet inslaan om het hout op zijn plaats te houden. Vervolgens vertrekt hij naar zijn werk.*

Winsor gaat aan de slag. Ze spijkert de hele zak spijkers leeg op het stuk dat haar vader had aangewezen. Als haar vader thuiskomt is hij ontsteld dat de zak spijkers leeg is. Voor het klusje dat hij zijn dochter gaf was hooguit een half pond spijkers nodig, Winsor gebruikte zes pond. De toestand die daardoor ontstond heeft grote indruk op haar gemaakt en is haar altijd bijgebleven.*

Het werk van Winsor mag dan ‘stoer’ zijn, het heeft volgens Barry en Flitterman toch veel weg van het traditionele werk van vrouwen. Het vraagt en toont namelijk eenzelfde soort volgehouden arbeid om het in elkaar te zetten. Je kunt bijvoorbeeld het werk dat Winsor verzet vergelijken met het werk dat vrouwen steken in het maken van quilts of manden, aldus Barry en Flitterman.*

In de traditionele patriarchale cultuur is natuurlijk nooit plaats geweest voor de complexiteit van dit soort traditioneel handwerk. Kunstenaars als Winsor brengen deze kunst, die anders is dan de conventionele ‘high art’, naar de voorgrond. Het kunstwerk dat in de tweede categorie van Barry en Flitterman valt (zie aflevering 512), benadrukt dat er een andere kunst is, een kunst die een geschiedenis heeft en die is onderdrukt.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 513 Veel ‘stoerder’ dan werk van andere vrouwen

Vimeo: Jackie Winsor – Installation of ‘30 to 1 Bound Trees’ (1971-1972) at Hauser & Wirth Los Angeles.

‘Haar constructies van hout, hennep en andere “natuurlijke” materialen tonen een post-minimale fascinatie met geometrische vormen en het opleggen van orde en regelmaat’, zo schrijven Judith Barry en Sandy Flitterman over het werk van kunstenaar Jackie Winsor (1941) (zie ook aflevering 512).*

In het werk van Winsor zijn herhaling, gewicht en dichtheid belangrijk. Haar werkproces bestaat uit zorgvuldige aandacht voor ambachtelijke details. Zo is ze eindeloos in de weer met het ‘omzwachtelen’ van houten onderdelen en andere materialen.*

Lucy R. Lippard besteedt in haar boek From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976) een hoofdstuk aan Winsor en haar werk (pp. 202-209). Barry en Flitterman nemen daaruit een citaat (p. 203). Lippard schrijft dat de herhaling in het werk van Winsor niet verwijst naar vorm, maar naar proces.(*; 1976, p.203)

Lippard bedoelt dan het proces van herhaling waarbij Winsor de meerdere enkelingen (takken, boomstammen, stukken hout) samenbrengt tot een eenvormig geheel (aaneengebonden bos takken, boomstammen, stukken hout). (*; 1976, p.203)

Lippard ziet daarin ook een voorafgaand proces van herhaaldelijk ontrafelen, waarop het proces van herhaaldelijk binden volgt of het proces van herhaaldelijk spijkeren in hout, of het proces van het herhaaldelijk plakken van bakstenen in cement, of het proces van herhaaldelijk gutsen van sporen in multiplex. (*; 1976, p.203)

Het werk van Winsor wordt volgens Barry en Flitterman als veel ‘stoerder’ beschouwd dan het werk van andere vrouwen die ook in hun tweede categorie (zie aflevering 512) zouden passen. Ze denken daarbij aan schilders van patronen, zoals Harmony Hammond (zie bijvoorbeeld aflevering 258 Vrouwengeheimtaal in quilts).

En waaruit bestaat dat ‘stoere’ dan?

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 512 Kunst van vrouwen als vorm van subcultureel verzet

Jackie Winsor, Bound Square, 1972. Wood and twine, 191.8 x 193 x 36.8 cm. Gevonden op: http://pictify.saatchigallery.com/400320/bound-square-by-jackie-winsor-1972.

De strategie om de kunst van vrouwen als een vorm van subcultureel verzet te beschouwen, de tweede categorie die Judith Barry en Sandy Flitterman onderscheiden (zie aflevering 511), is volgens hen in zekere zin ook een essentialistische positie, net als de eerste categorie (zie afleveringen 501-510).*

Waarom?

De overeenkomst tussen deze eerste en tweede categorie is het uitgangspunt dat vrouwen en creativiteit onafscheidelijk verbonden zijn.*

Waarom is kunst van vrouwen dan toch niet erkend in de dominante patriarchale kunstwereld?

Veel, zo niet alle kunst gemaakt door vrouwenhanden wordt simpelweg niet (h)erkent door de heersende culturele stromingen, zo is het idee van deze feministische tweede positie. De mogelijkheden tot verandering van de structurele voorwaarden die de definities van kunst bepalen en die vrouwen onderdrukken, zijn daardoor beperkt.*

Met andere woorden, deze manier van kunst produceren door vrouwen is niet onbelangrijk, maar een strategie zonder theorie heeft zo haar beperkingen.*

Als voorbeeld noemen Barry en Flitterman de kunstenaar Jackie Winsor. Hoewel ze eigenlijk niet als feministisch kunstenaar wordt beschouwd, past ze volgens Barry en Flitterman in hun tweede categorie kunst van vrouwen. Én ze wordt door ten minste één criticus als een feministisch kunstenaar beschouwd, aldus de auteurs, toen ze voor het eerst nationale bekendheid kreeg in 1970-71.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.