Aflevering 280 Het (nog lang niet) laatste woord over samenwerking

Sandy Orgel, Linen Closet, 1972. ‘As one woman visitor to my room commented, “This is exactly where women have always been—in between the sheets and on the shelf.”  It is time now to come out of the closet’, writes Sandy Orgel. Gevonden op: http://www.womanhouse.net.

‘Het verst doorgevoerde voorbeeld van samenwerking is wel de Woman’s Building in Los Angeles’, schrijft Lidewijn Reckman (feministische kunst internationaal, 1978, p.57). ‘Hier zijn allerlei vormen van feministische organisaties en activiteiten – zowel maatschappelijke als culturele – onder één dak gebracht. Er is een galerie, een centrum voor kunsthistorische studies, een boekwinkel, een drukkerij, een uitgeverij, er zijn theaterruimtes en filmzalen.’ (1978, p.57)

De Woman’s Building is ook aan bod geweest in de afleveringen 110-111, maar Reckman vertelt iets meer over wat er gedaan werd, zoals cursussen op allerlei gebied waaronder beeldende kunst, en een twee jaar durende opleiding in feministische kunst op academieniveau, waarbij de deelnemers een kunstgemeenschap vormen en zich samen met verschillende kunstdisciplines bezighouden. Tijdens zomerkunstprogramma’s kunnen feministen zeven weken lang hun creatieve mogelijkheden ontwikkelen, of kunstenaars hun feministische inslag. (1978, p.57)

De basis van de cursussen wordt gevormd door praatgroepen. Het gaat wederom om het bewustwordingsproces en het materiaal dat daaruit voorkomt voor het beeldend werk. Het is een vorm van samenwerking die ook te zien was bij Womanhouse, Los Angeles, 1971 (zie afleveringen 145, 217, 263-264). Een leegstaand huis kreeg zeventien kamers die elk een facet toonden van de dagelijkse sleur van het huisvrouwenbestaan. Aan de buitenkant keurig netjes en onopvallend, aan de binnenkant een grote dikke vette breuk met het beeld van de zorgende moeder, de perfecte gastvrouw, de attractieve minnares, de sobere huisvrouw en de punctuele, vindingrijke kokkin. (1978, p.57)

Het ging bij al die programma’s indertijd om de persoonlijke ontwikkeling en de professionele ontwikkeling tegelijkertijd. Je zag het niet alleen in Amerika, maar ook in Europa. Zo baseert Urike Rosenbach (zie ook aflevering 156) in Duitsland vanaf 1976 cursussen, bestaand uit drie fasen: theorieonderzoek (vrouwengeschiedenis), bewustwording (praatgroepen), praktijk (met materiaal uit de vorige twee fasen). Ze heeft vier groepen begeleid, maar moest elke groep om verschillende redenen weer afbreken. (1978, p.57)

In die tijd is in Nederland nog niets begonnen op dat gebied, maar er is wel begonnen met discussies over een opleiding binnen de Stichting Vrouwen in de Beeldende Kunst (SVBK). Verder zijn er zomerweken voor kunstenaars (v) waar het werk van en met elkaar besproken wordt, de beroepspositie onder de loep wordt genomen en met video geëxperimenteerd. Tot slot zijn er plannen voor vrouwenkunsthuizen, vrouwencultuurcentra en andere activiteiten om een feministisch kunstcircuit te realiseren. (1978, p.58)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 279 Betsy Damon ontdekt allerlei facetten van haar eigen wezen

The 7000 year old woman (locatie / location: PIAC, Amsterdam) I. fotograaf: © Aggy Smeets © De Appel, Amsterdam & de kunstenaar(s)/the artist(s). Gevonden op: http://deappel.nl/nl/events/betsy-damon-the-7000-year-old-woman.

Betsy Damon verschijnt tijdens haar performance The 7000 Year Old Woman in evakostuum in de ruimte vol publiek en de acht vrouwen uit haar workshop (zie ook aflevering 278). Ze heeft haar huid geverfd in de kleur van rode aarde en is omhangen met tientallen zakjes waarin meel is vermengd met kleurstoffen. De zakjes verwijzen naar de vele borsten van een vruchtbaarheidsgodin.

Ze hurkt in de kring en de acht vrouwen heffen een soort monotone litanie aan. Een aantal rituele handelingen volgt daarna, zoals het omwikkelen van het lichaam van Damon met een lange witte doek.

De in het wit geklede vrouw (zie aflevering 278) voert met haar kleurige kluwen van touwen en draden een soort rituele dans uit terwijl ze de kluwen in cirkels rondom Damon afrolt. De vrouwen spreken teksten die over verkrachtingen gaan, teksten die beginnen met de woorden ‘ik herinner mij’. Tegen de verwachting van Damon in reageert het publiek niet met eigen herinneringen, waardoor ze even niet meer weet wat te doen. Ze moet improviseren en springt ze nog enige keren de kring rond, waarop ze langzaam de zakjes van haar lichaam begint te halen. Bijna geheel naakt verlaat ze ten slotte de kring.

Deze performance is gehouden in de ruimte van het PIAC in Amsterdam in 1978, maar daar houdt het niet op. Betsy Damon identificeert zich iedere keer opnieuw met deze 7000 jaar oude vrouw en probeert zo allerlei facetten van haar eigen wezen te ontdekken. Haar ervaringen deelt ze dan met haar vrouwenpubliek en probeert ze over te brengen.

De performance is dus op meerdere plaatsen uitgevoerd, ook in New York geloof ik. In de performance bij het PIAC staat het ontkomen aan de seksuele onderdrukking en de bevrijding uit seksuele frustraties centraal, schrijft Hedy Buursma, ‘daardoor krijgt deze abstracte 7000 jaar oude vrouw toch een zeer menselijk gezicht’.

Bij de vorige aflevering (278) is een video geplaatst van een re-enactment van de performance van Damon door kunstenaar Lucy Thane, die meer performances van Damon opnieuw heeft uitgevoerd.

Bronnen: feministische kunst internationaal, 1978, p.98 (Hedy Buursma) en deappel.nl.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 278 Betsy Damon, The 7000 Year Old Woman, groepsperformance

Een groot aantal kunstenaars zoekt samenwerking met het publiek en uit die ervaringen ontstaan initiatieven voor het geven van workshops (zie ook aflevering 277). Betsy Damon is daarvan een voorbeeld met haar workshop/performance The 7000 Year Old Woman, 6-12-1978 (zie ook afleveringen 188, 192).

Damon werkt eerst vier dagen met een groep van acht vrouwen. De workshop is vooral gericht op de bewustwording van het vrouw-zijn en wat dat voor ieder afzonderlijk betekent. Damon maakt daarbij gebruik van elementen uit verschillende psychotherapieën, zoals cocounseling, sensitivitytraining, bio-energetica en psychodrama.

Samen met de acht vrouwen uit de workshop maakt Damon dan de performance The 7000 Year Old Woman, waarbij ze voortbouwt op een thema waarmee ze in 1975 begon: het zoeken naar de eigen identiteit door – via de vrouwenlijn zoals zuster, moeder, tante, grootmoeder, overgrootmoeder enzovoort – terug te keren tot de oorsprong.

De bedoeling is dat het publiek meedoet aan de performance, dat zij inspringen op de vrouwen die herhaaldelijk een tekst beginnen met ‘ik herinner mij’. Het publiek, onwennig en wat bleu bij deze nieuwe kunstvorm, doet niets. En dus staat Damon er alleen voor, met haar acht vrouwen.

Op de vloer is een grote witte cirkel getrokken, met daaromheen vier in het zwart geklede vrouwen. In hun handen houden ze stokken waartussen aan touwen witte zakjes hangen. In de zakjes zitten rode zakjes met een rood papiertje waarop een tekst staat. De tekst gaat over verkrachting en andere seksuele ervaringen.

Een vijfde vrouw is in het wit gekleed en zit op de vloer met voor zich een kluwen van touwen en draden in verschillende kleuren. Aan een van de wanden hangt een vel papier met de tekst: Herinneringen, neem een rood zakje uit het witte, geef een herinnering aan het witte zakje, deel je herinneringen tijdens de performance. De drie overige vrouwen komen, in zwart gekleed, een voor een vanachter een gordijn de cirkel binnen terwijl ze met een bel rinkelen en met een stokje op een klein inlands instrument slaan, wat een sonoor geluid geeft. Alle in zwart geklede vrouwen nemen plaats in de cirkel, waarbij de staketsels met zakjes buiten de cirkel op de grond worden gelegd.

Dan verschijnt Damon in de ruimte…

De video bij deze aflevering is een re-enactment van deze performance door Lucy Thane, die meer performances van Damon opnieuw heeft uitgevoerd.

Bronnen: feministische kunst internationaal, 1978, p.57 (Lidewijn Reckman), en p.97-98 (Hedy Buursma) en deappel.nl.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 277 Individuele ervaringen en belevingen omzetten in gemeenschappelijke

Susan Hol, RijkGevuldBloemstillevenMetTulp, 2017. Tulpenproject waarbij ik gebruik maak van foto’s van tulpen die zijn ingestuurd door mede-tulpen-enthousiastelingen (zie ook het blog erover, klik daartoe op de foto).

De Duitse kunstenaars Dagmar Dorsten en Elke Lixfeld hebben ook enige jaren samengewerkt, zo schrijft Lidewijn Reckman in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.56) over het samenwerken van kunstenaars (v) (zie afleveringen 273-276). De vrouwen hielden zich bezig met het zichtbaar maken van de voorwaarden voor menselijke relaties; de zorg voor elkaar, het scheppen van sfeer en het inrichten van ruimtes, aldus Reckman. Deze kunstenaars en hun werk zijn al aan bod gekomen in aflevering 268, dus zie aldaar 😉

Natuurlijk noemt Reckman als voorbeeld van samenwerking tussen kunstenaars The Dinner Party, al is dit een samenwerking van een kunstenaar – Judy Chicago – met tweehonderd, vaak vrijwillige, helpers. In verschillende ateliers werd gewerkt met diverse technieken, want dit kunstwerk bevat ook onderdelen met traditioneel vrouwelijke technieken als keramiek en naaldwerk. (1978, p.56) Dit project is in de afleveringen 71 (met YouTube-filmpje), 225, 261 en 262 besproken.

Aflevering 265, getiteld A Portrait of the Artist as a Young Housewife, nog vers in het geheugen? Reckman noemt logischerwijs de ‘postkunst’ van Kate Walker en Sally Gallop – beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw – ook als samenwerkingsproject. Kleine genaaide, gehaakte of gebreide kunstwerken, bijvoorbeeld een gebakken ei of een sofakussen getransformeerd tot vagina met ritssluiting, gingen over de post naar elkaar. De postkunst groeide uit tot een groot uitwisselingsproject per post. (1978, p.56-57)

Kunstenaars zoeken niet alleen aansluiting bij elkaar maar ook bij het publiek. Reckman heeft het over samenwerking tussen professionele kunstenaars en ‘amateurs’, maar heeft het daarna over ‘vrouwenpubliek’. Ze schrijft ook: ‘Juist bij de feministische kunstenares zal het verwijt vanuit de vrouwenbeweging, dat zij ‘elitair’ bezig is, dubbel hard aankomen. Vandaar de pogingen om in haar onderwerpkeuze aansluiting te zoeken bij haar vrouwenpubliek.’ (1978, p.57)

Een niet zo gemakkelijke stap. De diskwalificatie ‘elitair’, waar ook in onze tijd zo ruimhartig mee gestrooid wordt, betekent wel dat deze ‘elite-persoon’ beschikt over specifieke vaardigheden en kennis die het gemiddelde publiek niet heeft. Maar samenwerking met het vrouwenpubliek biedt de kunstenaars wel de mogelijkheid om individuele ervaringen en belevingen om te zetten in gemeenschappelijke. Reckman noemt daarbij de happenings van de jaren 1960 (zie ook afleveringen 81, 180, 199), waarbij de actieve deelname van het publiek een vereiste was voor het realiseren van het kunstwerk. (1978, p.57)

Uit deze samenwerking met het publiek ontstaan ook initiatieven voor workshops …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 274 Duo-schap in grafbeelden en fotografie

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.60. Alice Arnold / Gertrud Vogler, Frauen am Friedhof, 1978-1979, fotoserie, 24 x 18 cm.

Een andere vorm van samenwerking (zie ook aflevering 273) is die van de Zwitserse kunstenaars Alice Arnold (1952-?; op internet niet te vinden) en Gertrud Vogler (1936-2018). Zij delen hun liefde voor marmeren negentiende-eeuwse grafbeelden én voor fotografie. Samen gaan ze op stap en kiezen ze de onderwerpen voor hun foto’s. Ze maken beiden foto’s en drukken deze beiden af. Het uiteindelijke fotoproject is het product van hun gezamenlijke inspanning. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.56)

Hun onderwerp, de grafbeelden uit de negentiende eeuw, genoot hoge waardering in die negentiende eeuw en werd als volwaardig onderdeel van de beeldhouwkunst beschouwd. Het grote kerkhof in Genua gold als een bezienswaardigheid van de eerste rang, schrijft Marlite Halbertsma bij de extra informatie in de catalogus (feministische kunst internationaal, 1978, p.59-60). Die waardering werd in de eeuwen erna wel anders, wij kennen het meer als kitscherige grafbeelden.

Vogler en Arnold zijn vaak te vinden op de kerkhoven in Noord- en Zuid-Europa, met name in Genua en Milaan. Ze zijn geïnteresseerd in de typische kerkhofsymboliek waarin de rolpatronen duidelijk doorklinken (‘een trouwe echtgenote en een echte moeder was je en dat zegt alles’; ‘de vrouw zij onderdanig aan de man’), maar voelen zich ook aangetrokken door de ‘onloochenbare schoonheid en melancholische sfeer van de kerkhoven’, aldus Halbertsma (1978, p.60)

Bij de kerkhofsculptuur is geen sprake van l’art pour l’art, waardoor het afwijkt van andere kunst, zo merkt Halbertsma terecht op. In de negentiende en twintigste eeuw ging het namelijk om opdrachten. De beeldhouwer kreeg helder omschreven richtlijnen, zoals een bepaald aantal figuren, nauwkeurige gelijkenis, materiaal en opschriften. ‘Toch weerspiegelen zich in deze beeldhouwkunst wel degelijk allerlei stromingen van de negentiende- en twintigste-eeuwse kunst, van Neoclassicisme via Realisme naar Symbolisme en Jugendstil’, aldus Halbertsma. (1978, p.60)

Als overheersende stroming noemt Halbertsma een sentimenteel Realisme dat aansluit bij de salonkunst. (1978, p.60) Salonkunst? De salon, een openbare expositie van kunstwerken, werd in de negentiende eeuw definitief de beslissende en onmisbare vorm om het contact tussen kunstproducenten en -consumenten. Door maatschappelijke, economische en culturele ontwikkelingen moesten kunstenaars – inmiddels vrij en ongebonden, dus niet meer in dienst van een vorst en los van een gilde – hun werk op de een of andere manier zien te verkopen. Zo ontstond de salon als expositie/kunstverkoopruimte. (Bron: Kunstbus)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 273 S a m e n w e r k e n

De Sister Chapel met een aantal nog levende kunstenaars. Zie ook aflevering 222 voor het hele verhaal. Via: https://www.stateoftheartsnj.com/?portfolio=the-sister-chapel.

De samenstellers van de tentoonstelling feministische kunst internationaal (1978) zijn ervan uitgegaan dat feministische kunst een vertellende, betogende kunst is. Ze hebben daarom de tentoonstelling naar onderwerp ingericht, niet naar vormcriteria, en vijf thema’s gekozen (zie aflevering 106).

In deel 5A kwam het eerste thema aan bod: bewustwording van en verzet tegen stereotype rolpatronen van mannen en vrouwen. Deel 5B, thema 2, ging over: van binnen naar buiten, rolpatronen van vrouwen en mannen in beeld. Het derde thema, deel 5C, behandelde seksualiteit en bevrijding. Deel 5D, thema 4, ging over:zoeken naar inspirerende voorbeelden van vrouwen uit heden en verleden, die laten zien dat een vrouw meer en anders kan zijn dan de gangbare clichés vrouwen graag doen geloven.

Het laatste thema tot slot, thema 5, deel 5E gaat in op de: samenwerking tussen feministische kunstenaressen onderling en tussen de feministische kunstenares en haar vrouwenpubliek. Lidewijn Reckman, al even aan bod geweest in de afleveringen 257, 259, 264, 265, is de auteur van dit stuk. (feministische kunst internationaal, 1978, p.56-58). Haar artikel is getiteld Samen sterk; Voorbeelden van samenwerking in de feministische kunst.

‘Net als andere bevrijdingsbewegingen heeft ook de feministische beweging solidariteit en samenwerking hoog in haar vaandel staan’, opent Reckman haar artikel. Natuurlijk kunnen kunstenaars (v) elkaar ook opzoeken om de krachten te bundelen en zo een plaats op te eisen in de door mannen gedomineerde kunstwereld. Volgens Reckman is dat toch niet de reden om samen met andere kunstenaars én hun vrouwenpubliek kunstwerken te maken. (1978, p.56)

‘De samenwerking tussen kunstenaressen onderling betekent een verzet tegen de heersende opvatting over de kunstenaar als geniale eenling’, aldus Reckman. Die geniale eenling kwam opzetten in de renaissance. ‘Sinds de renaissance’, zo schrijft Reckman, ‘is het kunstwerk de unieke schepping van de individuele kunstenaar. (1978, p.56)

Als kunstenaars al samenwerkten, dan was dat uit praktische overwegingen, bijvoorbeeld om een grote opdracht te kunnen doen. Toch was ook dan meestal sprake van dé kunstenaar, en zijn helpers. In de loop van de negentiende eeuw lijkt de autonomie van kunst en de kunstenaar steeds groter te worden, omdat de opdrachtgevers verdwijnen. (1978, p.56)

Een groep kunstenaars komt daartegen in verzet, onder aanvoering van William Morris, die de kunst opnieuw een plaats wil geven in het dagelijks leven (zie ook aflevering 161). Het doel was de integratie van kunst en ambacht. Hij zette zich in voor gezamenlijke arbeid in ateliers aan gezamenlijke producten. In diezelfde tijd bestaat het Duitse idee van het Gesamtkunstwerk, een combinatie van verschillende kunstdisciplines zoals beeldende kunst, theater en muziek. Bij feministische kunstenaars zijn die verschillende opvattingen over samenwerking terug te vinden: het samen maken van een product, de integratie van ‘hogere’ en ‘lagere’ vormen van kunst en samenwerking met het publiek. (1978, p.56)

Een goed voorbeeld daarvan is Sister Chapel (zie afleveringen 222 en 223).

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 265 A Portrait of the Artist as a Young Housewife

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.95. Postal Events, 1975, activiteiten per post, gemengde techniek, 20 x 30 cm.

De ‘postkunst’ ontstond toen Kate Walker en Sally Gallop, beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw, geen buren meer waren en elkaar vanaf begin 1975 via de post kunstwerken stuurden. Het project groeide enorm en werd in 1976 een reizende (Engeland, Amerika, Duitsland) expositie met bijna 300 werken (zie ook aflevering 145).

Het doel van het project is communicatie, niet het maken van een kunstwerk. Het materiaal voor het werk komt uit de dagelijkse omgeving van de vrouwen en bestaat uit restjes van verschillende aard, zoals stof, wol, karton, knopen enzovoort, allemaal materiaal dat in een huishouden altijd voorhanden is. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.95.)

Het formaat van de kunstwerken is klein, het moet immers op de post. De vrouwen stemmen de afmetingen af op wat door de posterijen is toegestaan. In die kleine kunstwerken wordt het hele onzichtbare bestaan van vrouwen in die jaren 1970 naar de oppervlakte gehaald. Belangrijk thema’s zijn de sleur van het dagelijks leven, het huishouden, de kinderen, seksualiteit, en allerlei lief en leed in dat huishouden. (1978, p.95)

Interessant is dat deze thema’s als vanzelf komen bovendrijven. Alle vrouwen zijn vrij te maken wat zij willen, niets is vooraf vastgelegd, en toch verschijnen steeds diezelfde thema’s. En denk maar niet dat de vrouwen die meedoen aan het project hetzelfde zijn, welnee, ze verschillen in leeftijd, zijn niet allemaal feminist, hangen verschillende ideologieën aan, dus denken beslist niet hetzelfde, en de burgerlijk staat is bij ieder weer anders. Dus waarom zouden toch steeds die thema’s opkomen? (1978, p.95)

Wel, dat is samen te vatten in die ene zin van Reckman, die het totaal heeft gezien, een van de exposities met de 300 werken: ‘Het geheel vormt een samenhangend verhaal en een beeld van de kunstenares als huisvrouw, aan huis gebonden met weinig uitwijkmogelijkheden.’ (1978, p.95).

Het samenwerken aan dit project is een bemoediging voor de deelnemers. Ze wisselen ervaringen uit en het project Postal Event, of A Portrait of the Artist as a Young Housewife, is een gezamenlijk bewustwordingsproces geworden.

Meer info over dit project: Feministo: a portrait of the artist as a young housewife, posted by: Joan Braderman, coming from Heresies: A Feminist Publication on Art and Politics, Volume 3, No. 1, Issue 9, 1980.

Het fraaie is, postkunst bestaat nog steeds. Ik ken zelf een paar vrouwen die met elkaar een postkunstgroep vormen. Elke maand hebben ze een bepaald, vooraf besproken, thema en sturen ze elkaar hun kleine kunstwerken toe. En waarom ook niet, het is simpelweg hartstikke leuk! En nee, de thema’s van de in hun huishouden gevangen zittende huisvrouwen voeren niet meer de boventoon.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 264 Dollhouse

Miriam Schapiro and Sherry Brody, Dollhouse, 1972. Gevonden op: https://hyperallergic.com/283426/miriam-schapiros-road-to-feminism/.

Bij elke ruimte van het vrouwenhuis (Womanhouse, zie aflevering 263) hoorde een bewustwordingsproces in groepsverband, schrijft Rosa Lindenburg (feministische kunst internationaal, 1978, p.43; zie ook aflevering 263).

De keuken symboliseerde bijvoorbeeld het centrum van de machtsstrijd tussen man en vrouw, een uiterste consequentie van de rolverdeling. De vrouwen bouwden de keuken om tot ‘verzorgende’ keuken. Alle muren en voorwerpen werden bedekt met een vleeskleurige laag en plastic eieren werden getransformeerd tot plastic borsten. Lindenburg: ‘Een totale identificatie van de vrouw met haar rol was bereikt en werd tegelijkertijd becommentarieerd.’ (1978, p.43)

Miriam Schapiro en Sherry Brody maakten samen voor het vrouwenhuis een poppenhuis, omdat dit speelgoed traditioneel deel uitmaakt van de meisjeswereld en meisjes moet voorbereiden op de vrouwelijke rol. Het vrouwenhuis mag dan zijn opgeheven, dit poppenhuis bestaat nog steeds (zie afbeelding bij deze aflevering). De kunstenaars hebben gezorgd voor een mooie aankleding van en in het poppenhuis, maar tonen tegelijkertijd de bedreigingen die de illusie verstoren. Het huis laat duidelijk de omgeving van de vrouwelijke kunstenaar zien, compleet met atelier en mannelijk naaktmodel. (1978, p.43)

Niet alleen in Amerika, maar ook in Engeland zijn het huishouden en de verzorgende rol van de vrouw voor verschillende kunstenaars (v) een bron van inspiratie in de jaren 1970. Typerend daarvoor is het project van Kate Walker, dat zich als een olievlek uitbreidde. Haar project, getiteld Postal Event, of A Portrait of the Artist as a Young Housewife, begon met haar buurvrouw die verhuisde. Beide kunstenaars begonnen elkaar, genaaide of gebreide, kunstobjecten toe te sturen die te maken hadden met het huishouden of de vrouwelijke folklore. Uiteindelijk werd door kunstenaars en amateurs uit verschillende Engelse steden meegedaan aan dit project. (1978, p.43; zie ook aflevering 145).

In de catalogus bij de extra info over de kunstenaars valt te lezen dat Walker in 1938 in Leeds is geboren en in 1975 het project ‘activiteiten per post’ is begonnen met haar vriendin en verhuizende buurvrouw Sally Gallop. Ze onderhielden het contact met het sturen van brieven en kleine kunstwerken. Een jaar later waren er al meer dan twaalf vrouwen betrokken bij het project. Het aantal kleine kunstwerken was gegroeid tot boven de 200. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.95)

Wat is eigenlijk het doel van dit project?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 259 Herhalingsmotieven en kleurenrijkdom in weven, lapwerk en naaien

Joyce Kozloff, Striped Cathedral, 1977, acryl/canvas, 72 x 180 inch. Gevonden op: http://www.joycekozloff.net/1970-1977-early-works/sgrtt3ii44ht7ovgck53hw732ksn7g.

Joyce Kozloff (1942) en Miriam Schapiro (1923-2015) laten zich vanuit een feministisch bewustzijn inspireren door herhalingsmotieven en de kleurenrijkdom van vrouwenkunsten als weven, lapwerk en naaien. Zij maken deel uit van de Pattern Painting-beweging (zie aflevering 258). (Rosa Lindenburg, feministische kunst internationaal, 1978, p.42)

In deze beweging komen ook veel motieven voor uit niet-Westerse culturen die niet direct verbonden zijn met vrouwelijke creativiteit. Waarom maken feministen hiervan gebruik? Dat gaat ‘vanzelf’. De herwaardering van de decoratieve kunsten brengt ook een erkenning voor anonieme artistieke prestaties van vrouwen met zich mee. (1978, p.42)

Maar heeft het opnieuw bewust hanteren van traditionele vormen van vrouwelijke creativiteit bij het publiek altijd het beoogde effect? Worden daarmee niet bestaande vooroordelen bevestigd? Dit zijn twee heel terechte vragen van Lindenburg (1978, p.42), die ze helaas niet beantwoord. Misschien dat ik daar in de loop van dit onderzoek iets aan kan doen.

De schilderijen van Kozloff zijn volgens eigen zeggen ‘architecturale fantasieën’, grote doeken waarom decoratieve patronen  zijn aangebracht, schrijft Lidewijn Reckman in de catalogus bij de extra info over de kunstenaars (feministische kunst internationaal, 1978, p.77-78). Het zijn patronen zoals je die ziet in de architectuur (stapelen van bouwmaterialen), in tapijten (de ineen geweven draden) en in de decoratief met tegels beklede wanden, vloeren en plafonds van bijvoorbeeld Moorse gebouwen. Deze patronen bepalen de structuur en functie van het gebouw of kleed. (1978, p.77)

In het schilderij Striped Cathedral (zie afbeelding bij deze aflevering) zet Kozloff twee verschillende zaken naast elkaar, aldus Lindenburg, namelijk de decoratieve motieven uit de toegepaste kunst en grote kleurvlakken zoals gebruikelijk bij de schilders van de – door Clement Greenberg gedoopte – postpainterly abstraction, een gevestigde moderne kunstrichting. Decoratie en kleurvlakken krijgen zo een gelijke status en vormen samen een nieuwe decoratieve vorm. Het feminisme heeft volgens Lindenburg een belangrijke impuls gegeven aan deze nieuwe decoratieve vormen, die een gevarieerd antwoord laten zien op minimal art en postpainterly abstraction. (1978, p. 42)

Wat zegt Kozloff er zelf over?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 257 Het onbespreekbare naar de oppervlakte

Ora Lerman, Trained As a Seamstress Mom Couldn’t Embroider Her Dreams, 1976, watercolor and pencil, 18 x 24 inches. Gevonden op: https://www.lermantrust.org/oralerman/.

Kunstenaar Ora Lerman (1938-1998) drukt in haar werk als geen ander de frustratie uit van de handwerkende vrouwen die uit nood hun vaardigheden moesten inzetten en hun persoonlijke creativiteit moesten wegduwen (zie aflevering 256).

Rosa Lindenburg noemt met name haar werk Trained as a seamstress, Mom couldn’t embroider her dreams (feministische kunst internationaal, 1978, p.41). Blijkbaar kon de moeder van Lerman, opgeleid als naaister, haar dromen niet ‘borduren’ ofwel verwezenlijken.

Lindenburg legt uit: ‘Zowel in de Verenigde Staten als in Europa werkten vrouwen met haar naaldkunst in de eentonige en karig betalende confectie-industrie. Slechts een klein aantal vrouwen wist zich een positie te verwerven als hoedenmaakster of coupeuse, beroepen waarin zij meer van haar creativiteit kwijt kon.’ (1978, p.41)

De aquarel van Lerman (zie afbeelding bij deze aflevering) is een commentaar op de situatie waarin haar moeder als Oost-Europese joodse immigrante terechtkwam, toen zij in de New Yorkse confectieateliers ging werken, schrijft Lidewijn Reckman (1952-2018) in de catalogus bij de extra info over de kunstenaars. (feministische kunst internationaal, 1978, p.79-80). Reckman was in die tijd stagiaire bij de Stichting Vrouwen in de Beeldende Kunst, vandaar dat ze meewerkte aan deze inmiddels legendarische tentoonstelling (zie ook het in memoriam over haar).

De aquarel combineert werkelijkheid en droom, weet Reckman. De geschilderde rand, met de titel van het werk, vertelt de werkelijkheid: het beroep van de moeder en het commentaar erop van de dochter. De voorstelling brengt het beroep in beeld met verschillende attributen, voorwerpen die voor het uitoefenen van dat beroep nodig waren, maar ook voorwerpen die haar dromen verbeelden. Dat is het commentaar, dat ondersteund wordt door het feit dat de moeder alleen als portretfoto in beeld komt en niet als levend persoon. (1978, p.79)

Lerman: ‘Het schilderen is voor mij een handeling die verbonden is met verlangen/bezorgdheid/ongerustheid en het schilderij blijft in voortdurende verandering tijdens het werkproces tot ik op het laatste moment een vast punt vind. Omdat mijn werk over mijn ervaringen gaat, realiseer ik mij dat ik veel te danken heb aan de vrouwenbeweging, want die heeft een klimaat geschapen waarin het persoonlijke belangrijk is en waarin het altijd onbespreekbare aan de oppervlakte kan komen.’ (1978, p.79-80)

Volgens Lindenburg sluit Lerman met dit werk mooi aan bij de stroming in de feministische kunst die de sociale creativiteit wil herwaarderen. (1978, p.41)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.