Aflevering 353 Voorbij de mythe, op naar nieuwe visie en nieuw bewustzijn

Eerste artikel pamflet Towards a revolutionary feminist art. Liz Moore, Artists connected with the women’s liberation movement, 1971. Gevonden op: http://nla.gov.au/nla.obj-51715850/view?partId=nla.obj-51715966#page/n1/mode/1up.

‘De cultuur is gecreëerd door mannen voor mannen, en vrouwen ploeteren aan de rand ervan’, zo schrijft Liz Moore in 1971 in haar statement Artists connected with the women’s liberation movement (zie ook aflevering 352; NLA).

De algemeen aanvaarde mythe in de tijd dat Moore haar statement schrijft, dus een mythe die ook voor vrouwen heel vanzelfsprekend is, sluit vrouwen uit van de mainstream. De mythe houdt ze aan de kant. (Moore, 1971, NLA)

Hoe luidt die mythe dan?

De overtuiging is dat vrouwen een bewijsbaar gebrek aan talent hebben, zodanig dat ze onmogelijk zwaargewichten in de kunst (of op welk terrein dan ook) kunnen worden. Aangezien vrouwen deze overtuiging hebben geïnternaliseerd en ernaar handelen, is het moeilijk om anders naar zichzelf te kijken. Bovendien levert de strijd tegen deze mythe een vloed aan discriminatie en vijandigheid en minachting op. (Moore, 1971, NLA)

Het is uiterst menselijk om de minder moeilijke route te nemen, om schouderophalend ‘ik kan het toch niet’ te zuchten. Het is gewoon gemakkelijker te geloven dat je niet in je hebt wat nodig is om deel uit te gaan maken van die mainstream. En zo wordt vanzelf waar wat je denkt en creëer je uiteindelijk niets meer. Wat niet helpt is dat vrouwen vaak worden gedwongen tot een oneigenlijke keuze tussen kunstenaarschap en huwelijk plus ouderschap – een keuze die niet geëist wordt van mannelijke kunstenaars. (Moore, 1971, NLA)

De rol van vrouwen in de kunst is dat van het model geweest, de vrouw als het geïdealiseerde object; of de vrouw die kookt en schoonmaakt terwijl de meester creëert; of de minnares die beide rollen combineert. (Moore, 1971, NLA)

Maar er zijn dingen aan het veranderen. Dit is al aan bod geweest in aflevering 346, dat vrouwen uit hun isolement komen/elkaar opzoeken, gaan samenwerken, zelf exposities regelen en op weg zijn naar een nieuwe visie en nieuw bewustzijn.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 352 Professioneel kunstenaar + vrouw = vloeibaar + ijs ofwel: contradictio in terminis

Pamfletvoorblad Towards a revolutionary feminist art. Van Monica Sjoo, Liz Moore, Ann Berg, 1973. Gevonden op: http://nla.gov.au/nla.obj-51715850/view?partId=nla.obj-51715966#page/n1/mode/1up.

De kunstenaars proberen tijdens de openbare bijeenkomst (zie aflevering 351) ‘dapper een constructieve discussie te organiseren’, aldus de auteur in het feministische tijdschrift Spare Rib (1973, no.12, p.19, zie ook aflevering 349-351).**

Een verloren zaak, want al gauw lopen de gemoederen in de Swiss Cottage Library hoog op. Er heerst vooral boosheid en er worden veel hoogdravende woorden gebruikt. Ann Berg, een van de deelnemende kunstenaars aan de tentoonstelling Womanpower (zie aflevering 349), probeert het doel van haar en haar collega’s uit te leggen, zo schrijft de auteur en citeert haar: ‘het bewustzijn van vrouwen vergroten om zich bewust te worden van zichzelf als creatieve wezens’. Het antwoord daarop van iemand uit het publiek is: ‘vrouwelijke kunstenaars kunnen pas vrij zijn als je de hele arbeidersklasse bevrijdt hebt’.**

‘De bijeenkomst barst al snel uit in een chaotische verscheidenheid aan gedrag’, schrijft de auteur en geeft daarvan een beeldend verslag. Als eerste noemt ze een man die zijn T-shirt aan stukken trekt en verklaart: ‘Ik mag dan het lichaam van een man hebben, maar ik heb de ziel van een vrouw’. Terwijl hij dat doet, schrijft ze vervolgens, springt een andere man overeind die een tirade over zijn moeder afsteekt. Tot slot noemt ze een derde persoon die ondertussen schreeuwend rondloopt op de bijeenkomt met de woorden dat ‘we allemaal morele burgerwachten zijn’.**

Het moet inderdaad een ongelooflijk zootje geweest zijn op die bijeenkomst. De auteur sluit haar verslag dan ook af met de woorden: ‘Als je een gefrustreerde deelnemer aan de bijeenkomst bent en echt de gezichtspunten van de kunstenaars wilt weten, lees dan hun pamflet Towards a Revolutionary Feminist Art’ (zie ook aflevering 349). Het pamflet is voor 10 pence te verkrijgen.**

Het pamflet is inmiddels online beschikbaar gesteld door de National Library of Australia (NLA). Het pamflet is gescand, dus het duidelijk ouderwets typmachinewerk, inclusief verbeteringen met typex :-), is zichtbaar. Op de eerste pagina staan de contactgegevens van Monica Sjöö, Liz Moore en Ann Berg. Daarna komt het stuk getiteld Artists connected with the women’s liberation movement, geschreven door Moore in maart 1971 (zie ook aflevering 346). De eerste zin luidt: ‘Het is moeilijk om een professioneel kunstenaar te worden als je een vrouw bent’ en ze vervolgt met: ‘Dat idee is voor de meeste mensen een contradictie in termen’. (NLA)

Dus het idee professioneel kunstenaar + vrouw is, als ik die contradictie even dieper uitwerk, net zoiets als vloeibaar + ijs of vierkant + cirkel. Een beeldende manier om de situatie van de vrouwelijke kunstenaar te omschrijven.

**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.187

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 349 Exposeren buiten de gebaande paden

Deze tekening is gemaakt door Judith Meinders als omslag bij mijn afstudeerscriptie ‘Een berg fietswielen in de hoek van een museumzaal’.

In April 1973 organiseert Monica Sjöö met andere figuratieve kunstenaars – Liz Moore, Beverley Skinner (onvindbaar), Roslyn Smythe (onvindbaar), Ann Berg – de tentoonstelling Womenpower (zie ook aflevering 346). Ze benaderen eerst Serpentine Gallery voor het evenement, maar worden geweigerd. Wat maar goed ook is, achteraf gezien, want hierdoor zijn ze genoodzaakt op zoek te gaan naar alternatieven buiten de conventionele galerie, zo schrijven Roszika Parker en Griselda Pollock.*

Ze kiezen ervoor om in Swiss Cottage Library te exposeren. Het is een nieuw initiatief dat veel navolging krijgt van andere feministen. Deze keuze trekt een publiek dat normaalgesproken geen galeries bezoekt. Het werk van Monica Sjöö God giving birth (zie afbeelding bij aflevering 346), een schilderij waarop een vrouw een kind baart, wekt venijnige kritieken en de kunstenaar wordt bedreigd met juridische tenlastelegging: men vindt dat er sprake is van blasfemie en obsceniteit.*

De kunstenaars betrokken bij Womenpower scheppen een ander belangrijk precedent dat later veel navolging vindt op feministische tentoonstellingen: ze organiseren een meeting om de bezwaren van het publiek op hun werk te bespreken en de kwesties die volgens hen door de tentoonstelling zijn ontstaan over vrouwen en kunst.*

In het feministische tijdschrift Spare Rib, 1973, no.12, p.19 verschijnt een verslag van de tentoonstelling. Parker en Pollock hebben dat verslag integraal opgenomen in hun boek onder de titel 1973 Dossier: ‘Womenpower’ (1). De auteur van dat verslag heeft het over een ‘controversionele tentoonstelling’, ‘zeer uiteenlopende stijlen’ van de kunstenaars en heel ‘diverse onderwerpen’. Toch signaleert ze een duidelijke overeenkomst…**

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78
**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.187

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 346 Geen gepriegel met kleurenvlakjes

Monica Sjöö met links: God giving birth, 1969, oil on canvas; en rechts: ???, misschien de tekst die bovenaan het schilderij staat: celebrating the great mother crete 2000 BC. Gevonden op: http://www.missingwitches.com/2018/10/14/episode-4-monica-sjoo-the-earth-is-a-witch-and-the-men-still-burn-her/.

‘Vrouwelijke kunstenaars maken contact met elkaar, komen uit hun isolement’, schrijft Liz Moore in haar statement in 1971 bij de tentoonstelling van de Women’s Liberation Art Group (zie aflevering 345). En ze vervolgt met:

‘We beginnen de waarde van ons eigen en elkaars werk te erkennen; te leren om het zonder mannelijke goedkeuring te stellen, trots te zijn om in elkaars gezelschap te exposeren. We leren elkaar het vertrouwen te geven om onze eigen visie op een nieuw bewustzijn te verkennen en te ontwikkelen: en we geloven dat de bestaande op mannen georiënteerde kunstwereld, verwrongen als het is, vervormd tot een soort internationale aandelenmarkt, de transfusie nodig heeft van deze nieuwe visie en dit nieuwe bewustzijn om te kunnen overleven.’*

Het jaar erop, in 1972, zo schrijven Parker en Pollock, stelt Liz Moore samen met Monica Sjöö (1938-2005) eigen werk ten toon op de National Women’s Liberation Conference, in Londen. Zij weten een levendig debat uit te lokken met de opmerking dat figuratieve schilderijen de enige passende stijl is voor feministische kunstenaars.*

Sjöö werkt haar ideeën over de anti-abstractiepositie uit in een pamflet, getiteld Towards a Revolutionary Feminist Art. Het stuk is een begeleidend schrijven bij de tentoonstelling Womenpower, die plaatsvond in 1973 in de Swiss Cottage Library in Londen. Parker en Pollock nemen uit dat stuk van Sjöö het volgende citaat op:

‘We betreuren de abstracte onderzoeken, speelse gimmicks die kenmerkend zijn voor tevreden en succesvolle mannelijke kunstenaars. Hoewel we ons ervan bewust zijn dat deze niet geheel zonder doel en interesse zijn, hebben we het gevoel dat het niet mogelijk is als leden van een onderdrukte groep – de helft van het menselijk ras – en met een krachtig communicatiemiddel in onze handen om maar een beetje te gaan zitten spelen met de realiteit van het oppervlak.’*

Ofwel, niet met de (abstracte) verdeling van vlakjes gaan zitten priegelen, vermoed ik zo, maar iets maken dat daadwerkelijk iets te zeggen/betekenen heeft. En Sjöö geeft zelf het voorbeeld, getuige haar werken in de afbeelding bij deze aflevering.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 345 Groeiende ambities om kunst te veranderen

Margaret Harrison, Captain America, 1971-1997. Watercolour and graphite on paper. Gevonden op: https://fadmagazine.com/2013/05/26/margaret-harrison-art-life-and-politics/.

Het activisme van de Amerikaanse vrouwen is volgens Roszika Parker en Griselda Pollock onmiskenbaar van invloed (zie ook aflevering 344). Zij organiseren demonstraties, tentoonstellingen, galerieën voor alleen vrouwen, onderwijsprogramma’s en doen onderzoek naar vrouwelijke kunstenaars in het verre en minder verre verleden.*

Maar die invloed van de Amerikaanse vrouwen is niet het enige. Er is ook op internationale basis een heel actieve uitwisseling van ideeën en personen, ofwel feminisme is een internationale beweging. En natuurlijk zijn er verschillen. In elk land of elke regio ter wereld waar vrouwen hun strijd voeren, ontwikkelt de beweging zich op basis van lokale socio-economische en ideologische kenmerken.*

Hoewel het ontwikkelingspatroon in elk gebied anders is, zijn er algemene kenmerken die deze specifieke dingen een relevant onderdeel maken van het totaal aan feministische activiteiten, aldus Parker en Pollock. Een belangrijke opmerking van deze auteurs voor hun boek, want ze geven aan dat ze graag de grote lijn bespreken en niet elke feministische activiteit willen opnoemen. Zij willen de belangrijkste ontwikkelingen in Engeland van de jaren 1970 en 1980 in kaart brengen. Wat waren de belangrijkste feministische debatten en mijlpalen? Daar gaat het ze om.*

Het Britse gezichtspunt moet tegelijkertijd een bijdrage zijn aan de geschiedenis van een internationale beweging en de voortdurende strijd die op zoveel plekken in de wereld plaatsvindt.*

Parker en Pollock beginnen met het noemen van de eerste tentoonstelling van de Women’s Liberation Art Group, in Woodstock Gallery in Londen. Een opsomming van deelnemers volgt, waaronder Margaret Harrison die in aflevering 189 aan bod is gekomen. Ze noemen specifiek Liz Moore (1944-1976), vanwege haar statement die de gevoelens verwoordt van de vrouwen over hun beslissing om samen een expositie te doen, en hun groeiende ambities om kunst te veranderen door hun collectieve aanwezigheid.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.