Aflevering 289 Ehm, okay …

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.86. Maria Pinińska-Bereś, Czary nad głową mężczyzny (Hekserij over een mannenkop), 1977, 90 x 110 x 55 cm.

Het kunstwerk met de titel Czary nad głową mężczyzny (Hekserij over een mannenkop) van Maria Pinińska-Bereś is een wel heel directe aanwijzing.

Eh, voor wat?

Nou, dat heksen en tovenarij onderdeel zijn geweest van haar werk, zoals Marlite Halbertsma aangaf in feministische kunst internationaal (1978, p.54; zie ook aflevering 287).

Halbertsma noemde heksen een ‘vrouwelijke tegencultuur’, die nogal overwoekerd is geraakt door het patriarchaat, maar wel een mogelijkheid is voor vrouwen om zich ermee te identificeren. (1978, p.54; aflevering 287). Geldt dat ook voor Pinińska-Bereś? Uit de vorige afleveringen blijkt dat deze kunstenaar bovenal haar eigen weg gaat. Het werk Czary nad głową mężczyzny bestaat uit een rechthoekige eettafel op stevige rechthoekige poten. Op die tafel is een laken vastgenageld en onder dat laken ligt een vage vorm die nog het meest wegheeft van een hoofd. (1978, p.86)

Op de plek van het hoofd is de afdruk van een hand te zien. ‘Mijn hand’, heeft Pinińska-Bereś laten weten. De tafelpoten staan in schoteltjes met water. ‘Ze zijn het symbool van een magische ingreep, van de isolering van de aarde’, aldus de kunstenaar. (1978, p.86) Wat dat betekent? Ik heb geen idee, vooral ook niet omdat de kunstenaar een solerende genius was en zich niet laat vastpinnen op een beweging, stroming of richting.

Dus. Helaas, tot zover Maria Pinińska-Bereś.

In de feministische kunst is er nóg een vorm van identificatie, naast de drie die al genoemd zijn (afleveringen 282-288), en dat is het (veronderstelde) matriarchaat. Feministische kunstenaars (en vele andere feministen) gaan aan de slag om verborgen matriarchale betekenissen in de patriarchale samenleving (en kunst) weer aan het licht te brengen. Het resultaat is dat het voor vrouwen mogelijk wordt om zich met bepaalde aspecten van de cultuur van het patriarchaat kunnen identificeren.

Hoe werkt het?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 288 Maria Pinińska-Bereś volgt haar eigen weg in de kunstwereld

Maria Pinińska-Bereś, Is a Woman a Human Being?, 1972. Gevonden op: https://contemporarylynx.co.uk/maria-pininska-beres-breaking-social-conventions.

In Wenen is er in 1993 een conferentie over feministische kunst. Maria Pinińska-Bereś (zie ook aflevering 287) is erbij. Het geheugen van de deelnemers wordt opgefrist: er is een verhaal over de prestaties van vrouwen op het gebied van kunst uit de periode dat hun zelfbewustzijn zich nog ontwikkelde (de jaren 1960/70). Verder wordt er verteld over de toen alweer vervagende oude feministische werken. En er worden namen genoemd van kunstenaars (v) die vroeger prominente figuren in de feministische kunst waren.

Op dat moment voelt Pinińska-Bereś zich een beetje vreemd en begint te rekenen. Haar Tables, met vrouwelijke lichaamsdelen als gerecht (zie de afbeelding in aflevering 287), waren in 1968 tentoongesteld. The Dinner Party, het kunstwerk van Judy Chicago (zie ook aflevering 284), dateert van 1974-1979… Met een schok realiseert Pinińska-Bereś zich dat haar Tables er veel eerder waren dan The Dinner Party, een van de meest prominente werken van de feministische kunstbeweging! (Bron: Contemporary Lynx)

Het werk van Pinińska-Bereś hóórt bij de pioniers. Haar projecten zijn zeer persoonlijk, nogal ongewoon en vol ironie. Het gaat haar niet om artistieke grootsheid en feminisme. De feministische beweging staat ver van haar af, want in Polen is er geen vrouwenbeweging. In feite is Pinińska-Bereś een vrouw die de vrijheid zoekt, zo krijg ik de indruk uit teksten op internet (Tate UK; Contemporary Lynx) en in de catalogus (1978, p.86). Ze wil bij zichzelf naar binnen kijken, aan de kaak stellen waarmee ze worstelt, ongeacht de bron van deze worsteling (opvoeding, verleden, patriarchaat, problemen met vrouw-zijn, noem het allemaal maar op), en ze wil totaal onafhankelijk zijn. Ze gaat bijvoorbeeld haar sculpturen van licht materiaal maken, omdat ze deze dan zelf kan verplaatsen zonder enige hulp (van vooral mannen).

Een echte individualist dus die steeds haar eigen weg in de kunstwereld volgt. Ze heeft geen geestverwant, alleen één artistieke supporter: haar man, Jerzy Bereś. Hij is tijdens het leven van Maria een succesvol beeldhouwer en performer, zij is momenteel (haar overlijden was in 1999) beroemder: haar werken worden voortdurend bestudeerd en opnieuw ontdekt, geanalyseerd in talloze publicaties over kunsttheorie en kunstgeschiedenis, maar ook over restauratie van hedendaagse kunst. (Contemporary Lynx)

Er is een stichting naar haar vernoemd die onderzoek doet naar re-enactments van performances en is een impuls voor vele interessante artistieke evenementen. De werken van Maria Pinińska-Bereś blijven actueel en vertonen een aantal karakteristieke elementen: zachtheid en een mengsel van roze en witte kleuren. De vormen zijn in de loop van de jaren abstracter geworden, ze lijken niet meer op een menselijk lichaam. (Contemporary Lynx)

Maar hoe zit het nou met die heksen en tovenarij die Marlite Halbertsma noemde in verband met deze kunstenaar (aflevering 287)?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 287 Maria Pinińska-Bereś, het vrouwelijk lichaam als gerecht

Maria Pinińska-Bereś, Table II – The Feast, 1968. Gevonden op: https://contemporarylynx.co.uk/maria-pininska-beres-breaking-social-conventions.

Marlite Halbertsma noemt in haar artikel Sterke Voorbeelden als eerste vorm van identificatie het herkennen van de eigen problematiek in die van andere vrouwen en het ontwikkelen van onderlinge solidariteit (zie afleveringen 282-283). De tweede vorm is identificatie met grote vrouwen uit het verleden en heden (zie afleveringen 284-286).

Een derde mogelijkheid die Halbertsma noemt is: ‘identificatie met een door het patriarchaat bijkans overwoekerde vrouwelijke tegencultuur, waarvan de heksen in de late middeleeuwen wellicht de laatste uitlopers waren in Europa’ (feministische kunst internationaal, 1978, p.54).

Tovenarij en heksen zijn volgens Halbertsma terug te vinden in het werk van Mary Beth Edelson en Maria Pininska-Beres. De eerste kunstenaar, Edelson, is aan bod geweest in de afleveringen 152, 192, 205, 217. Van Maria Pinińska-Bereś heb ik tot nog toe nooit gehoord, maar gelukkig brengt de extra info in de catalogus (feministische kunst internationaal, 1978, p.85-86) uitkomst en is er ook op internet het een en ander te vinden.

Maria Pinińska-Bereś is Pools. Ze is in 1931 in Poznan geboren en in 1999 al overleden, in Kraków. Ze deed de kunstacademies in Katowice en Kraków. Tot 1965 maakte ze vooral figuratieve sculpturen, daarna verschoof haar interesse naar abstractie en het gebruik van zachte, lichtgewicht materialen, een medium dat volgens haar dichtbij de praktijk van vrouwen stond. (1978, p.85; Tate UK)

Pinińska-Bereś onderzoekt in haar werk het genderverschil in de patriarchale samenleving met groeiend consumentisme. Ze maakt daarbij gebruik van de voorraad kwesties die te maken hebben met vrouwelijkheid. Voor haar installaties kiest ze ‘doodgewone’ materialen, bijvoorbeeld papier-maché, naaiwerk, quilts, kussens en spons afgezet met stof. In feite net als de popart wijze van werken. (1978, p.85; Tate UK)

In 1968 begon Pinińska-Bereś met een serie werken onder de titel Psycho Furniture. Het gaat over de objectivering van vrouwen voor mannelijk plezier. Ze naait roze vormen, gemodelleerd naar vrouwelijke lichaamsdelen, die ze combineert tot met absurde, ‘dienende’ machines. (Tate UK) Voor een indruk, zie deze foto.

In die tijd, 1968, maakt ze ook tafels met delen van het vrouwelijk lichaam als gerecht. De foto bij deze aflevering is bijvoorbeeld haar kunstwerk dat in 1968 aan het publiek is getoond. Toen ze in 1993 een conferentie over feministische kunst bijwoonde deed ze een schokkende ontdekking.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.