Aflevering 329 Feministische kunst of propaganda?

Maina-Miriam Munsky, Emanzipation, 1970. Tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal, Haags Gemeentemuseum, 1979. Foto gevonden op: https://de.wikipedia.org/wiki/Maina-Miriam_Munsky#/media/File:Vrouw_bekijkt_het_schilderij_Baas_in_eigen_buik_van_Maina-Miriam_Munsky_(1943),_Bestanddeelnr_930-5396.jpg,

Marlite Halbertsma en Rosa Lindenburg willen af van de positivistische kijk op kunst, omdat kunstgeschiedenis vanuit een feministisch standpunt volgens hen alleen mogelijk is als die aloude uitsluitende aandacht voor zichtbare kenmerken wordt losgelaten (in: Ingelies Vermeulen, Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.179; zie ook aflevering 328).

Halbertsma en Lindenburg zien in die jaren 1970 perspectief in de meer marxistisch geïnspireerde theorieën die kunst in een sociaaleconomisch kader plaatsen, aldus Vermeulen. Zij streven naar een minder elitaire positie van de kunstwereld, naar minder ontoegankelijke kunst, naar kunst waarvan vorm en inhoud niet alleen begrijpelijk zijn voor een kleine groep, de zogenoemde burgerlijke klasse. (2006, p.179)

Volgens Duitse kunsthistorica Cecilia Rentmeister (eerder genoemd in aflevering 316) is de eis van de vrouwenbeweging om toch vooral te gaan samenwerken, niet verenigbaar met de autonomie van de kunst. Halbertsma en Lindenburg zien dat anders. Juist samenwerking geeft volgens hen mogelijkheden tot verbroedering. Het pad dat zij voor ogen hebben voor de kunstenares is dat zij eerst de kans moet krijgen zich lost te maken van de traditionele kunstopvattingen (wat best een ding is, die bijvoorbeeld de afleveringen 107-114 waarin de worsteling van Judy Chicago hiermee is beschreven). (2006, p.179)

Daarnaast moet de kunstenares de obstakels van haar opleiding overwinnen. Vervolgens kan zij een rol spelen in de vrouwenbeweging. ‘Want echte creativiteit ontstaat slechts door confrontatie, reflectie en verandering. Halbertsma zag daar een rol voor de feministische kunst weggelegd’, aldus Vermeulen (2006, p.179)

Waarschijnlijk bedoelt Halbertsma hier dat in het directe contact met het publiek, maar ook met collega’s, de kunstenaar het een en ander kan opsteken over haar eigen werk en de effecten ervan op anderen. De kunstenaar kan er vervolgens bewust voor kiezen om wel of juist niet iets met deze effecten te doen in haar werk.

Maar ja, gaat vrije (individuele) kunst wel samen met het streven naar maatschappelijke veranderingen? Een heikel punt, dat in die jaren 1970 al gauw leidde tot zelfs vergelijkingen met dictatoriale regimes als in Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Kunst of propaganda? Dat was de vraag die bij velen op het puntje van de tong lag.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 328 Feministische kunst en positivisme

Maria van Oosterwijck, ‘Vaas met tulpen, rozen en andere bloemen met insecten’, 1669, Amsterdam, Denver Art Museum. Bron: Wikimedia Commons.

Volgens Theodor Adorno moet de geëngageerde kunstenaar in de allereerste plaats een autonoom kunstwerk maken, een kunstwerk waar de kritiek op mistanden in de samenleving niet vanaf druipt (zie afleveringen 326-327).

‘Kunst moet een buitenstaander willen zijn, afstand hebben tot de wereld’, citeert Ingelies Vermeulen Adorno in haar artikel (Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.178). Ze schrijft vervolgens: ‘Vertaald naar de feministische kunst is de boodschap van Adorno dat de kunstenaars niet te veel met de over te brengen boodschap bezig mogen zijn. Dat kunstwerken op eigen kracht van een betere wereld moeten spreken om werkelijk engagement uit te stralen.’ (2006, p.178-179)

Eh, oh, hoe zit dat dan?

In aflevering 26 schreef ik: ‘Heb je het weleens meegemaakt? Je staat (uiterst welwillend) een object te bekijken en wordt er daadwerkelijk door geraakt. Lucky you! De meeste mensen overkomt het zelden.’ Als je zegt dat een kunstwerk op eigen kracht van een betere wereld moeten spreken, dan bedoel je in feite zoiets, dat je bam! wordt geraakt door het kunstwerk. Een tamelijk onzinnige eis. Het kunstwerk van de geëngageerde kunstenaar bevindt zich in een bepaalde context, het is geen losstaande eenheid dat nergens verband mee houdt. Het kán je enorm treffen, maar het hóeft niet.

Volgens Vermeulen spelen in de stukken van Marlite Halbersma (zie vanaf aflevering 96 e.v.) en Rosa Lindenburg (zie bijv. deel 5C vanaf aflevering 194 e.v.) over feministische kunst ook marxistische uitgangspunten een grote rol, net als bij Walter Benjamin en Theodor Adorno (zie aflevering 326). Halbertsma en Lindenburg willen af van de positivistische kijk op kunst. (2006, p.179)

Wat is dat, een positivistische kijk op kunst?

Het positivisme komt voort uit het empirisme, de filosofische stroming die stelt dat kennis alleen uit de ervaring verkregen kan worden. Echte kennis, zo meent de positivist, verkrijg je door de waarneembare, dus zekere en onweerlegbare, feiten. Een andere stevige voedingsboden voor het positivisme was het vooruitgangsgeloof: het idee dat alles zich verder ontwikkelt naar steeds hogere stadia van volmaaktheid (zie ook aflevering 131).

Vertaald naar de positivistische kijk op kunst betekent dit dat er alleen aandacht is voor de zichtbare kenmerken van het kunstwerk. Halbertsma en Lindenburg willen dat dit wordt losgelaten.

Waarom?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 325 Feministische kunst: vormgeven aan én uitdragen van feministisch bewustzijn

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.28. Georgine Schwartze, Vrouw met kruiwagen, 1898, Foto IAV, Amsterdam, Verblijfplaats onbekend.

In hun verweer op de kritiek dat de tentoongestelde kunst geen feministische kunst was (zie aflevering 324), stelden de SVBK-vrouwen dat je een bijvoeglijk naamwoord als ‘feministische’ voor kunst op meerdere manieren kunt uitleggen, zo schrijft Ingelies Vermeulen (Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.177).

1) Net als Spaanse kunst door Spanjaarden is gemaakt, zo kun je feministische kunst lezen als door feministen gemaakt.

2) Je kunt feministische kunst als stijl opvatten, net zoals bij constructivistische kunst.

3) Het bijvoeglijk naamwoord ‘feministische’ impliceert een maatschappelijke geëngageerdheid, zoals ook het geval is bij socialistische kunst.

Het laatste punt, zo laat Vermeulen weten, is hét punt geworden. En dan staat vooral de feministische uitspraak van het kunstwerk centraal, niet zozeer het feministisch engagement van de kunstenaar. Je hoeft dus geen feminist te zijn om feministisch werk te maken. ‘Feministische kunst is het vormgeven aan het feministisch bewustzijn én het uitdragen van een feministisch bewustzijn’, aldus Marlite Halbertsma (in: Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.177).

En feministische kunst onderscheid zich dan van andere door vrouwen gemaakte kunst door haar kritische, meer strijdbare en met de vrouwenbeweging geëngageerde kunst. Volgens Vermeulen zijn in het debat over engagement in de kunst de theorieën van Walter Benjamin (1892-1940, zie ook afleveringen 116-119) en Theodor Adorno (1903-1969) relevant.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 324 Neutrale kunst, Vrouwenkunst en Feministische kunst

Hanneke Dantuma, 1977. Foto gevonden op: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Hanneke_Dantuma.jpg

Marlite Halbertsma en Hanneke Dantuma geven de eerste aanzetten tot een feministische kunstkritiek, zo schrijft Ingelies Vermeulen in haar artikel Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal? (2006, p.175, zie ook aflevering 323).

Wie is Hanneke Dantuma? De vrouw op de foto bij deze aflevering. Verder heb ik geen idee, die foto is alles wat ik heb kunnen vinden. Marlite Halbertsma is een ‘oude bekende’ in dit feuilleton.

Halbertsma en Dantuma stellen in 1977 dat er drie soorten kunst van vrouwen bestaat, namelijk neutrale kunst, vrouwenkunst en feministische kunst. De neutrale kunst omvat dan natuurlijk het mannenconcept, want kunst gemaakt door mannen was de standaard. Vrouwen die zich aanpasten aan die standaard maakten ‘neutrale kunst’. (2006, p.175)

Vrouwenkunst heeft vooral de persoonlijke belevingswereld als onderwerp. Deze kunstenaressen maken gebruik van het eigen lichaam, ervaringen met geboorte en het moederschap. Feministische kunst kan alleen die titel krijgen als het feministisch engagement direct herkenbaar is. Deze kunst moet wel visionair en agressief zijn, of als zodanig overkomen, omdat het een verandering van de status quo beoogt. (2006, p.175-176)

Eenmaal lekker bezig, formuleren deze vrouwen meteen het einddoel van het feminisme: een maatschappij waarin sociale en culturele ongelijkheid is opgeheven en ieder individu zich onbelemmerd kan ontplooien. (2006, p.176) Ik zou zeggen: hesjtek Goeie! Dat we dit anno 2019 nog niet gerealiseerd hebben … pffft.

Maar wat nu te denken van de conclusie van Ella Reitsma in aflevering 320. Zij zag op de tentoonstelling vele goede en minder goede stijlen en technieken, maar geen feministische kunst, alleen kunst van vrouwen waarin bepaalde vrouwenproblemen worden belicht.

De SVBK-vrouwen hadden een verweer op deze kritiek.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 321 Feministische kunst: avant-garde stroming 20e eeuw

Foto: Susan Hol, 2019.

De oprichters van de Stichting Vrouwen in de Beeldend Kunst (SVBK) hadden de hoop om via beeldende kunst de wereld te verbeteren, en dan vooral de positie van de vrouw. Er was een geloof in de kracht en de macht van de verbeelding, wat voor die jaren zeventig van de vorige eeuw zo kenmerkend is, aldus Ingelies Vermeulen (2006, p.170, zie ook aflevering 320).

Bij dat geloof in de kracht en de macht van de verbeelding past heel goed het visionaire karakter van de beeldende kunst en precies dat kan verklaren waarom juist kunstenaressen en vrouwelijke kunsthistorici zich organiseerden (zie ook aflevering 320). De tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal was een eerste grote kans van de SVBK om het werk van vrouwelijke kunstenaars zichtbaar te maken. Bovendien kon de tentoonstelling leiden tot een grotere emancipatie van vrouwelijke kunstenaars. (2006, p.170-171)

De opkomst van de vrouwenbeweging en de bewustzijnsverandering die daardoor op grote schaal plaatsvond, zorgden ervoor dat op veel plaatsen tegelijkertijd nieuwe feministische kunstvormen ontstonden. De SVBK-vrouwen wilden dit proces signaleren én een overzicht bieden van de meest karakteristieke uitingen van die feministische kunstvormen. Er moest discussie komen over vrouwen en kunst, de plek van de kunstenares in de kunsten, en de betekenis van de beeldende kunst als communicatiemiddel binnen en buiten de vrouwenbeweging. (Marlite Halbertsma (in dit feuilleton al menigmaal aan bod geweest, te beginnen bij aflevering 96), in: 2006, p.171.)

‘In het verlangen om de scheidslijn tussen kunst en niet-kunst te verkleinen, kunst deel te laten uitmaken van het alledaagse leven en het grote publiek te willen aanspreken, vertoont de opzet van de tentoonstelling overeenkomsten met andere avant-garde stromingen van de twintigste eeuw.’ (Riet van der Linden, in: 2006, p.171)

Binnen de SVBK werd veel gediscussieerd over de opbouw en visie van de tentoonstelling. Een andere grote vraag was welke kunstenaars (v) er te zien zouden moeten zijn. Een aantal belangrijke feministische items, zoals abortus, verkrachting en gelijke lonen, werden als eerste belangrijke tentoonstellingsonderwerpen overwogen. Uiteindelijk, na overleg met buitenlandse vrouwenorganisaties, tijdschriften en vrouwenhuizen, concludeerde de SVBK-vrouwen dat het feministisch bewustwordingsproces de nadruk moest krijgen.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 295 Alle sterke vrouwelijke voorbeelden zijn van belang

Mary Beth Edelson, Ana Mendieta, 1990s 6×8 feet, Oil on canvas. Gevonden op: https://www.huffpost.com/entry/sara-zielinski-interviews-mary-beth-edelson_b_582e8498e4b0eaa5f14d42fa

Niet alleen Mary Beth Edelson reist af op zoek naar oude culturen en rituelen (zie afleveringen 291-294), Ana Mendieta doet dat ook (zie afleveringen 203-215). De twee vrouwen kennen elkaar trouwens. Edelson noemt Mendieta in een interview ‘een goede vriendin’ die wat jonger is dan zij (huffpost.com).

Marlite Halbertsma noemt bij de derde mogelijkheid tot identificatie (zie aflevering 287), naast de kunstenaars Besty Damon (aflevering 291) en Edelson, de kunstenaar Ulrike Rosenbach (zie ook afleveringen 145 en 156). (feministische kunst internationaal, 1978, p.54-55)

‘In het werk van Ulrike Rosenbach staan begrippen als identificatie en energie-uitwisseling centraal, al is bij haar de uitkomst van dit proces onzeker en niet zonder tragiek’, schrijft Halbertsma. ‘Vrouwen zijn in de loop van de tijd zoveel van hun eigen tradities kwijtgeraakt, dat hun identiteit niet dan na lang zoeken gevonden kan worden. Het heeft geen zin de geschiedenis eenvoudig om te draaien en de opofferende Madonna door de agressieve Amazone te vervangen. Dit leidt tot zelfdestructie’, aldus Halbertsma (1978, p.55).

Ze sluit haar artikel Sterke voorbeelden af met het volgende: ‘Identificatie is een proces van toe-eigening. Omdat de patriarchale maatschappij vrouwen weinig positiefs te bieden heeft, zijn alle sterke vrouwelijke voorbeelden van belang om ons te helpen bij het scheppen van onze eigen feministische normen en waarden.’ (1978, p.55)

Het laatste artikel in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.97-100) gaat over de nieuwe kunstvormen performance, video en film. Kunstvormen die vrouwen zo gretig omarmden omdat ze nog nauwelijks ‘besmet’ waren door patriarchale invloeden.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 291 Mary Beth Edelson op grotten/godinnentocht

De top van Saint Nicholas (628 m), het hoogste punt van het eiland Hvar waar Mary Beth Edelson was. Gevonden op: https://www.stari-grad.eu/en/things-to-do/exploring-island.

Een kunstenaar die in performances en workshops samen met de aanwezige vrouwen probeert een band te leggen naar een vrouwelijk verleden via moeders, grootmoeders, overgrootmoeders, enzovoort, is Betsy Damon, aldus Marlite Halbertsma (feministische kunst internationaal, 1978, p.54; zie ook aflevering 290).

‘Ze laat ons voelen dat we deel uitmaken van één lange vrouwelijke traditie’, schrijft ze. In aflevering 279 zijn Damon en haar werk uitgebreid beschreven.

Mary Beth Edelson (zie ook afleveringen 152, 192, 205, 217) is een kunstenaar die van Amerika naar Joegoslavië reist ‘als een reis door de tijd, terug naar de moedergodinnen’, weet Halbertsma te vertellen. Deze kunstenaar doet in een grot aan de Adriatische zee, te midden van resten van neolithische bewoning, een rituele performance om het contact met die wereld weer te herstellen. (1978, p.54)

Edelson schrijft er zelf over in Heresies, A Feminist Publication on Art and Politics, een feministisch tijdschrift dat van 1977 tot 1993 werd geproduceerd door het Heresies Collective, New York. De titel van het artikel luidt: Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave, en het is een verslag van haar reis in 1977 (Heresiespubliceert het in nummer 5, 1979).

Om een indruk te geven van hoe zo’n kunstenaarsproject in zijn werk gaat, volgt in de komende afleveringen de vertaling van dit artikel. Edelson schrijft in Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave, het volgende:

‘Sinds enkele jaren probeerde ik een bedevaart te maken naar een godinnensite. Ik deed al enige tijd zelf rituelen in mijn kunstpraktijk, zowel buitenshuis als in de studio. Ik kon me eraan voeden en ze in mijn gedachten vasthouden als totems, maar ik was nog steeds hongerig. Ik moest mijn rituelen uitvoeren in een echte prehistorische grot; om een ​​neolithische plek te ervaren waar ik de aarde kon ruiken, in de bodem kon porren, de lucht inademen en het gevoel te hebben dat mijn hele lichaam was doordrongen van de grotlucht en een deel van mij was geworden. Het werd een obsessie om naar een prehistorische site te gaan en het werd de representatie van de plaats om een ​​nieuwe cyclus te beginnen. Talloze subsidies waren niet toegekend en de tijd begon te dringen. Ik verkocht mijn auto en kocht de reis.

Voordat ik New York verliet, onderzocht ik zeven sites in de hoop er minstens één te kunnen vinden en toegang te krijgen. (Ik was er al vaak in gedachten geweest.) Dat Joegoslavië, door archeologen het ‘Oude Europa’ genoemd, mij aansprak, kwam voort uit mijn verlangen om te beginnen met een beschaving die verband hield met zowel de vroegste godinnenaanbidding en haar kunstvormen als de latere die godinnen aanbaden. Wat ik me voorstel en van plan ben, is om mijn bedevaart de komende jaren in het gebied rond de Middellandse Zee voort te zetten, om de sporen te vinden van onze archeologische herstory, om te fotograferen en te documenteren, rituelen uit te voeren, natuurlijke objecten van de locaties te verzamelen en mijn reacties vast te leggen terwijl ik deze waarnemingen omzet in mijn werk.

Na aankomst op het eiland Hvar in de Adriatische zee voor de kust van Joegoslavië, ging ik op zoek naar de neolithische grot genaamd Grapceva, met alleen de wetenschap dat het in de buurt van Jelsa was, wat een kleine havenstad aan de noordkant van het eiland bleek te zijn …’

[Artikel Edelson gevonden op artcornwall.org, als je niet kunt wachten op de volgende aflevering met de vertaling kun je daar de Engelse versie lezen]

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 290 Een eenvoudiger leven en rituelen

Op zoek naar ‘sporen’ en ‘beeldende kunst’ kwam ik bij dit mooie beeld uit van Liesbeth Takken (1964-2017), landartproject ‘sporen’, zie http://nl.landartprojecten.nl/index2.php; https://www.sporenvanmensheid.nl; http://www.liesbethtakken.com/start.php.

Kunstenaars verdiepen zich in oude culturen, niet-westerse samenlevingen, vrouwensamenlevingen, heksen, godinnen en rituelen, op zoek naar sporen van een matriarchale samenleving (zie ook aflevering 289).

Volgens Marlite Halbertsma vertoont een aantal van die thema’s raakvlakken met de in die tijd (jaren 1960/70) wijdverspreide kritiek op het sociale systeem, het rationele winst-denken, de industrialisatie en de gevolgen daarvan, de verwoesting en uitbuiting van de natuur en de vervreemding (feministische kunst internationaal, 1978, p.54).

De zoektocht naar een vorm van eenvoudiger leven komt dan uit bij oude en niet-westerse culturen, waarbij mensen in harmonie met elkaar en de natuur (zouden) leven. In de beeldende kunst komt dat tot uiting in zoiets als Land Art (zie mijn artikel daarover) en wat Halbertsma noemt ‘Spurensicherung’. (1978, p.54)

De letterlijke betekenis van Spurensicherung is het veiligstellen van bewijsmateriaal, van ‘sporen’. Kunstenaars wilden ook sporen veiligstellen, maar dan de sporen die onvoldoende aandacht kregen of genegeerd werden door de archeologie en wetenschap. Misschien speelt daarbij een rol dat de filosoof Jacques Derrida (1930-2004) in die jaren 1960/70 over ‘sporen’ iets zeer interessants maar ook ingewikkelds heeft geschreven, bijvoorbeeld dat je een woord of begrip geen vastomlijnde, helder beschreven betekenis kunt geven, maar dat je toch ergens het gevoel hebt dat je snapt wat er bedoeld wordt. Snap je? 😉

Hoe dan ook, Spurensicherung schijnt dus een vorm van conceptuele kunst te zijn en iets met archeologie en wetenschap te maken te hebben.

De kunstenaars die zichzelf willen verbinden met matriarchale culturen, komen al gauw terecht bij rituelen uit die culturen. Zij kiezen daarom vaak als kunstvorm de performance, omdat dit beter geschikt is dan de traditionele vormen van kunst. ‘In performances kan de kracht en het zelfbewustzijn van vrouwen uit die oude samenlevingen worden opgewekt en bezworen, en zo omgezet in energie voor vrouwen van nu’, schrijft Halbertsma (1978, p.54).

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 289 Ehm, okay …

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.86. Maria Pinińska-Bereś, Czary nad głową mężczyzny (Hekserij over een mannenkop), 1977, 90 x 110 x 55 cm.

Het kunstwerk met de titel Czary nad głową mężczyzny (Hekserij over een mannenkop) van Maria Pinińska-Bereś is een wel heel directe aanwijzing.

Eh, voor wat?

Nou, dat heksen en tovenarij onderdeel zijn geweest van haar werk, zoals Marlite Halbertsma aangaf in feministische kunst internationaal (1978, p.54; zie ook aflevering 287).

Halbertsma noemde heksen een ‘vrouwelijke tegencultuur’, die nogal overwoekerd is geraakt door het patriarchaat, maar wel een mogelijkheid is voor vrouwen om zich ermee te identificeren. (1978, p.54; aflevering 287). Geldt dat ook voor Pinińska-Bereś? Uit de vorige afleveringen blijkt dat deze kunstenaar bovenal haar eigen weg gaat. Het werk Czary nad głową mężczyzny bestaat uit een rechthoekige eettafel op stevige rechthoekige poten. Op die tafel is een laken vastgenageld en onder dat laken ligt een vage vorm die nog het meest wegheeft van een hoofd. (1978, p.86)

Op de plek van het hoofd is de afdruk van een hand te zien. ‘Mijn hand’, heeft Pinińska-Bereś laten weten. De tafelpoten staan in schoteltjes met water. ‘Ze zijn het symbool van een magische ingreep, van de isolering van de aarde’, aldus de kunstenaar. (1978, p.86) Wat dat betekent? Ik heb geen idee, vooral ook niet omdat de kunstenaar een solerende genius was en zich niet laat vastpinnen op een beweging, stroming of richting.

Dus. Helaas, tot zover Maria Pinińska-Bereś.

In de feministische kunst is er nóg een vorm van identificatie, naast de drie die al genoemd zijn (afleveringen 282-288), en dat is het (veronderstelde) matriarchaat. Feministische kunstenaars (en vele andere feministen) gaan aan de slag om verborgen matriarchale betekenissen in de patriarchale samenleving (en kunst) weer aan het licht te brengen. Het resultaat is dat het voor vrouwen mogelijk wordt om zich met bepaalde aspecten van de cultuur van het patriarchaat kunnen identificeren.

Hoe werkt het?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 288 Maria Pinińska-Bereś volgt haar eigen weg in de kunstwereld

Maria Pinińska-Bereś, Is a Woman a Human Being?, 1972. Gevonden op: https://contemporarylynx.co.uk/maria-pininska-beres-breaking-social-conventions.

In Wenen is er in 1993 een conferentie over feministische kunst. Maria Pinińska-Bereś (zie ook aflevering 287) is erbij. Het geheugen van de deelnemers wordt opgefrist: er is een verhaal over de prestaties van vrouwen op het gebied van kunst uit de periode dat hun zelfbewustzijn zich nog ontwikkelde (de jaren 1960/70). Verder wordt er verteld over de toen alweer vervagende oude feministische werken. En er worden namen genoemd van kunstenaars (v) die vroeger prominente figuren in de feministische kunst waren.

Op dat moment voelt Pinińska-Bereś zich een beetje vreemd en begint te rekenen. Haar Tables, met vrouwelijke lichaamsdelen als gerecht (zie de afbeelding in aflevering 287), waren in 1968 tentoongesteld. The Dinner Party, het kunstwerk van Judy Chicago (zie ook aflevering 284), dateert van 1974-1979… Met een schok realiseert Pinińska-Bereś zich dat haar Tables er veel eerder waren dan The Dinner Party, een van de meest prominente werken van de feministische kunstbeweging! (Bron: Contemporary Lynx)

Het werk van Pinińska-Bereś hóórt bij de pioniers. Haar projecten zijn zeer persoonlijk, nogal ongewoon en vol ironie. Het gaat haar niet om artistieke grootsheid en feminisme. De feministische beweging staat ver van haar af, want in Polen is er geen vrouwenbeweging. In feite is Pinińska-Bereś een vrouw die de vrijheid zoekt, zo krijg ik de indruk uit teksten op internet (Tate UK; Contemporary Lynx) en in de catalogus (1978, p.86). Ze wil bij zichzelf naar binnen kijken, aan de kaak stellen waarmee ze worstelt, ongeacht de bron van deze worsteling (opvoeding, verleden, patriarchaat, problemen met vrouw-zijn, noem het allemaal maar op), en ze wil totaal onafhankelijk zijn. Ze gaat bijvoorbeeld haar sculpturen van licht materiaal maken, omdat ze deze dan zelf kan verplaatsen zonder enige hulp (van vooral mannen).

Een echte individualist dus die steeds haar eigen weg in de kunstwereld volgt. Ze heeft geen geestverwant, alleen één artistieke supporter: haar man, Jerzy Bereś. Hij is tijdens het leven van Maria een succesvol beeldhouwer en performer, zij is momenteel (haar overlijden was in 1999) beroemder: haar werken worden voortdurend bestudeerd en opnieuw ontdekt, geanalyseerd in talloze publicaties over kunsttheorie en kunstgeschiedenis, maar ook over restauratie van hedendaagse kunst. (Contemporary Lynx)

Er is een stichting naar haar vernoemd die onderzoek doet naar re-enactments van performances en is een impuls voor vele interessante artistieke evenementen. De werken van Maria Pinińska-Bereś blijven actueel en vertonen een aantal karakteristieke elementen: zachtheid en een mengsel van roze en witte kleuren. De vormen zijn in de loop van de jaren abstracter geworden, ze lijken niet meer op een menselijk lichaam. (Contemporary Lynx)

Maar hoe zit het nou met die heksen en tovenarij die Marlite Halbertsma noemde in verband met deze kunstenaar (aflevering 287)?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.