Aflevering 525 Woede en frustratie tussen potten en pannen

Julia Child in her kitchen as photographed ©Lynn Gilbert, 1978, Cambridge, Mass. Gevonden op: https://nl.wikipedia.org/wiki/Julia_Child# /media/Bestand:Julia_Child_portrait_by_©Lynn_Gilbert,_1978.jpg.

Ingelijste poepluiers of niet (gecathecteerde geheugensporen, zie aflevering 524), het ging over de vierde categorie die Judith Barry en Sandy Flitterman onderscheiden, over artistieke activiteit als een tekstuele praktijk (zie afleveringen 521-522).

Daarvan noemen Barry en Flitterman nog een voorbeeld, de Amerikaanse kunstenaar Martha Rosler. Zij werkt met diverse kunstvormen en maakt vaak gebruik van verbale en geschreven teksten. In haar video’s, performances, romans in briefkaartvorm, en andere uitingen richt ze zich op de ideologie van de burgerlijke cultuur. Het gaat over (niet) eten, uiterlijk, vrouwen in het dagelijks leven.*

Een van haar performances is Semiotics of the Kitchen, te zien in deze video die ook in aflevering 417 al is voorbijgekomen. Rosler is daarin de tegenpool van de in die tijd zeer beroemde tv-kokkin Julia Child.

Rosler demonstreert in haar performance het gebruik van gastronomisch kookgerei en spreekt daarbij woorden die woede en frustratie uitdrukken, verwijzend naar een minder beschaafde tijd bij het bereiden van de maaltijd, toen koken meer te maken had met overleven dan met een comfortabele obsessie.*

Voor Rosler maakt de toeschouwer of lezer een wezenlijk deel uit van een kunstwerk. Zo zullen de romans in briefkaartvorm, die gaan over vrouwen en voedsel in relatie tot kwesties op het gebied van klasse, sekse en afkomst, en die ze per post verstuurt, zich gewild of ongewild aan de ontvanger opdringen. De ontvanger moet er op wat voor manier dan ook iets mee in het eigen leven.*

Een derde voorbeeld die past in deze vierde categorie van de tekstuele praktijk, zo vinden Barry en Flitterman, is … Judith Barry.

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 454 De specifieke intensiteit van feministische (kunst)debatten

Gevonden op: http://alencontre.org/debats/feminisme-debat-reproduction-sociale-et-le-feminisme-des-99.html. De site heeft helaas geen fotoverantwoording, dus als iemand weet waar deze foto vandaan komt, wie de maker is, dan hoor ik dat graag.

De Amerikaanse kunstenaar Martha Rosler heeft de volgende antwoorden op de vraag: ‘Is het persoonlijke politiek?’ (zie aflevering 453):

  • ‘JA, als het zo wordt opgevat en als men het bewustzijn van een grotere collectieve strijd meebrengt bij vragen over het persoonlijke leven, waarbij de twee sferen zowel elkaars tegengestelde als een eenheid zijn.
  • NEE, als de aandacht zich vernauwt tot het bevoorrecht knutselen met of uitsluitend aandacht voor de eigen individuele privésfeer, gescheiden van elke collectieve strijd of publiekelijke gezamenlijke handeling, en de persoonlijke praktijk eenvoudigweg als politiek benoemt. Voor kunst kan dit betekenen dat men werk maakt dat eruitziet zoals kunst er altijd heeft uitgezien, dat weinig uitdaagt, maar waarvan men beweert dat het geldig is omdat het door een vrouw is gedaan.
  • JA, als men het sociaal aan banden gelegde blootlegt binnen de veronderstelde gebieden van vrijheid van handelen, namelijk het persoonlijke.
  • NEE, als men er eenvoudigweg op staat zijn recht op autonomie te beschermen en deze triomf van persoonlijke politiek als een publieke emancipatorische handeling beschouwt.
  • JA, als men openstaat voor de verschillende situaties van mensen in de samenleving als het gaat om het nemen van controle over hun privélevens.
  • NEE, als men slechts bij iedereen erop aandringt om ‘zichzelf te bevrijden’ of ‘hun leven te veranderen’.
  • JA, als we begrijpen hoe we deze eisen kunnen stellen aan het recht om ons leven te beheersen, binnen de context van de strijd om de controle over de richting van de samenleving als geheel.’*

Juist op het terrein van de kunstpraktijk komen de debatten over individualiteit en het subject, en feministische theorie en politiek in een enorm conflict, volgens Roszika Parker en Griselda Pollock. Zij beweren dat dit de specifieke intensiteit van feministische debatten bepaalt, want hoewel de kwesties van vitaal belang zijn, moeten de personen, de identiteiten en gevoelens van vrouwen die deze kwesties aan den lijve ondervinden, ook met respect en support behandeld worden. Dat is immers het fundament van de vrouwenbeweging.*

Wat de kwesties niet gemakkelijker maakt is dat er diepgaande verschillen blijken te zijn tussen de kunstenaars die zich feminist noemen.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 453 Feministische kunstpraktijk zoekt juist volledige subjectiviteit

Martha Rosler, Monumental Garage Sale, Art Gallery of the University of California, San Diego, CA, 1973. (Lees het verhaal erbij via de link, interessant!) Gevonden op: http://www.martharosler.net/projects/garagesale1.html.

Vanuit feministisch oogpunt ligt dus de nadruk op het sociaal gevormde individu en op kunst als sociaal bepaalde representatie (vertegenwoordiging)/betekenis (zie aflevering 452). Maar deze sociale oriëntatie vormt een bedreiging voor de tradities van de feministische kunstpraktijk, aldus Roszika Parker en Griselda Pollock.*

Wat is dan die feministische kunstpraktijk?

Het is een kunstpraktijk die gebaseerd is op kunst als bevrijde (geëmancipeerde) of bevrijdende zelfexpressie, als een middel voor vrouwen om toegang te krijgen tot de volledige subjectiviteit die mannen – of in ieder geval sommige mannen, afhankelijk van klasse en ras – blijkbaar wél als vanzelfsprekend bezitten.

De centrale vraag tijdens de historische conferentie Questions on Women’s in 1980 (zie ook de afleveringen 447 en 451) werd, naar aanleiding van het ‘persoonlijke expressie versus sociale bewogenheid’-debat (zie aflevering 452):

‘Is het feit dat de kunst door een vrouw is gemaakt en ervan wordt beweerd dat het een authentiek persoonlijk statement is voldoende om het als politiek te bestempelen?’* Ofwel, met anderen woorden, is het persoonlijke politiek?

Volgens Parker en Pollock is het noodzakelijk om te analyseren wat wordt bedoeld met ‘het persoonlijke’. Zij noteren daarbij de volgende vragen.

  • Wat is de geschiedenis van ‘het persoonlijke’?
  • Wat zijn de ideologische implicaties van ‘het persoonlijke’?
  • Wat betekent of impliceert ‘het persoonlijke’ politiek gezien?
  • Wat is nodig om de categorie van het individu (het niet-sociale, zelf scheppende, zelf beschikkende bedenksel) te transformeren van een ideologisch bedenksel naar een sociale realiteit?*

De in het panel aanwezige Amerikaanse kunstenaar Martha Rosler gaat in op de dialectiek van de feministische transformatie met enerzijds de ‘politieke strijd’ en anderzijds het idee van ‘het persoonlijke’.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 417 Olie en water samenbrengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit

Studio International, Journal of Modern Art, heeft in 1977 het thema ‘Women’s Art’ gekregen. Het tijdschrift opent met een artikel van Linda Nochlin; Ellen H. Johnson bespreekt vijftig jaar portretschilderen door Alice Neel (zie aflevering 363); negen critici (v) buigen zich over werk van kunstenaars (v) (afleveringen 364-408); en Sarah Kent geeft inzicht in de ervaringen van een vrouwelijke kunstenaar (afleveringen 409-416).

Op pagina 197 van Studio International gaat Lucy R. Lippard in op politieke kunst: Caring: five political artists. Lippard … in dit feuilleton al zo veelvuldig genoemd. Ik heb het even nagekeken. In de afleveringen 107-114 bespreek ik haar in verband met Judy Chicago. In de afleveringen met Louise Bourgeois komt Lippard ook voor (115-116; 119-123; 125-135), en verder nog zo hapsnap in zo’n dertien afleveringen. Deze inmiddels 82-jarige beroemde en zeer ervaren criticus was in 1977, toen ze dit artikel schreef, veertig jaar.

Goede politieke kunst moet vragen oproepen, schrijft Lippard, maar ook overtuigingen bevestigen. Een politiek kunstwerk komt tot stand via de kunstenaar die zich bewust is van het conflict tussen kunst en de echte wereld, terwijl het werk tegelijkertijd bedoeld is voor de echte wereld, aldus Lippard. Misschien dat het politieke kunstwerk van vrouwelijke kunstenaars op weg is naar de uitgang, dat het vertrekt uit de kunstwereld.* Waarom?

De ervaringen van vrouwen zijn anders (sociaal, seksueel, politiek) dan die van mannen, dus de kunst van vrouwen is ook anders, schrijft Lippard* Ik schat in dat ze bedoelt dat deze kunst misschien wel té anders voor de door mannen gedomineerde kunstwereld.

De politiek kunstenaars in het artikel van Lippard gebruiken woord en beeld. Volgens Lippard is dat noodzakelijk voor politiek effectieve kunst, zelfs binnen het frame van de zogenoemde visuele kunst ‘wereld’, schrijft ze. Verder gebruiken ze collage in hun pogingen om kunst en politiek, twee grootheden die zich net zo goed laten mengen als olie en water in een marktgeoriënteerde kunstwereld, samen te brengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit. Geen gemakkelijke weg.*

De politiek activistische kunstenaars die na het stukje van Lippard tijdschriftpagina’s met werk vullen zijn May Stevens (1924; zie ook afleveringen 192-193), Nancy Spero (1926-2009; zie afleveringen 149, 192), Mary Beth Edelson (1933; zie bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295), Adrian Piper (1948) en Martha Rosler (1943; zie video bij deze aflevering, een performance).

*Lippard, Lucy R. (1977). Caring: five political artists. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 197-207.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.