Aflevering 501 Een esthetiek van eenvoudige omkering

Mary Beth Edelson, Grapceva Neolithic Cave: See For Yourself, 1977, 20×20 inches. Photograph. Gevonden op: https://www.huffpost.com/entry/sara-zielinski-interviews-mary-beth-edelson_b_582e8498e4b0eaa5f14d42fa.

De eerste categorie kunst van vrouwen noemen Judith Barry en Sandy Flitterman een essentialistische positie, met kunstuitdrukkingen die zich richten op ‘vaginale’ vormen in schilderijen en sculpturen (zie aflevering 500).*

Ik denk dan bijvoorbeeld aan Carolee Schneemann met haar Interior Scroll (zie aflevering 183), Niki de St. Phalle met haar gigantische sculptuur Hon (zie aflevering 185), Ferdi Jansen met haar Wombtomb (zie ook aflevering 185), Louise Bourgeois met bijvoorbeeld haar Femme-couteau-serie, met name de marmeren (‘vlezige, vaginale vorm, die zich met scherpe punten naar de buitenwereld richt’, zie aflevering 195), en natuurlijk Judy Chicago met bijvoorbeeld haar Tampaxlithografie en menstruatiebadkamer in Womanhouse(zie aflevering 217). En zo kan ik nog wel even doorgaan, velen zijn in dit feuilleton besproken.

Niet alleen die nadruk op ‘vaginale’ vormen valt onder de essentialistische positie, ook mystiek, rituelen en het idee van een vrouwelijke mythologie spelen een rol. In dit feuilleton zijn daarvan voorbeelden te vinden. Om er twee te noemen: Ana Mendieta (bijv. afleveringen 204-215) en Mary Beth Edelson (bijv. afleveringen 291-294).

Het is volgens Barry en Flitterman mogelijk om dit soort essentialistische kunst, waarbij het lichaam een centrale rol speelt, te zien als een omkering van de traditionele westerse hiërarchie, waarbij juist de geest de hoofdrol speelt (mind over matter). Het is een esthetiek van eenvoudige omkering, schrijven ze.*

Met andere woorden, het feministisch essentialisme in de kunst keert eenvoudigweg de voorwaarden van dominantie en ondergeschiktheid om, aldus de auteurs. De vrouw (het essentiële vrouwelijke) krijgt de hoogste status in plaats van de mannelijke opperheerschappij van de patriarchale cultuur.*

Veel kunstwerken in deze categorie hebben als doel het zelfvertrouwen van vrouwen een boost te geven, het middel is de waardering van ervaringen en lichamelijke processen van vrouwen. Het gaat om het versterken van een tevreden gevoel over het feit dat je vrouw bent in een cultuur die het tegenovergestelde doet.*

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 417 Olie en water samenbrengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit

Studio International, Journal of Modern Art, heeft in 1977 het thema ‘Women’s Art’ gekregen. Het tijdschrift opent met een artikel van Linda Nochlin; Ellen H. Johnson bespreekt vijftig jaar portretschilderen door Alice Neel (zie aflevering 363); negen critici (v) buigen zich over werk van kunstenaars (v) (afleveringen 364-408); en Sarah Kent geeft inzicht in de ervaringen van een vrouwelijke kunstenaar (afleveringen 409-416).

Op pagina 197 van Studio International gaat Lucy R. Lippard in op politieke kunst: Caring: five political artists. Lippard … in dit feuilleton al zo veelvuldig genoemd. Ik heb het even nagekeken. In de afleveringen 107-114 bespreek ik haar in verband met Judy Chicago. In de afleveringen met Louise Bourgeois komt Lippard ook voor (115-116; 119-123; 125-135), en verder nog zo hapsnap in zo’n dertien afleveringen. Deze inmiddels 82-jarige beroemde en zeer ervaren criticus was in 1977, toen ze dit artikel schreef, veertig jaar.

Goede politieke kunst moet vragen oproepen, schrijft Lippard, maar ook overtuigingen bevestigen. Een politiek kunstwerk komt tot stand via de kunstenaar die zich bewust is van het conflict tussen kunst en de echte wereld, terwijl het werk tegelijkertijd bedoeld is voor de echte wereld, aldus Lippard. Misschien dat het politieke kunstwerk van vrouwelijke kunstenaars op weg is naar de uitgang, dat het vertrekt uit de kunstwereld.* Waarom?

De ervaringen van vrouwen zijn anders (sociaal, seksueel, politiek) dan die van mannen, dus de kunst van vrouwen is ook anders, schrijft Lippard* Ik schat in dat ze bedoelt dat deze kunst misschien wel té anders voor de door mannen gedomineerde kunstwereld.

De politiek kunstenaars in het artikel van Lippard gebruiken woord en beeld. Volgens Lippard is dat noodzakelijk voor politiek effectieve kunst, zelfs binnen het frame van de zogenoemde visuele kunst ‘wereld’, schrijft ze. Verder gebruiken ze collage in hun pogingen om kunst en politiek, twee grootheden die zich net zo goed laten mengen als olie en water in een marktgeoriënteerde kunstwereld, samen te brengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit. Geen gemakkelijke weg.*

De politiek activistische kunstenaars die na het stukje van Lippard tijdschriftpagina’s met werk vullen zijn May Stevens (1924; zie ook afleveringen 192-193), Nancy Spero (1926-2009; zie afleveringen 149, 192), Mary Beth Edelson (1933; zie bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295), Adrian Piper (1948) en Martha Rosler (1943; zie video bij deze aflevering, een performance).

*Lippard, Lucy R. (1977). Caring: five political artists. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 197-207.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 305 Feminisme en VideoArt

Natalia LL, Consumer art, 1972. Photographs 100x100cm. Gevonden op: https://nataliall.com/en/the-70s/.

Naast de performances in De Appel, te Amsterdam (zie afleveringen 296-303), werden er ook video’s, films en documentatiemateriaal getoond. Hiervoor is een aparte catalogus gemaakt die – voor zover ik kan achterhalen – niet meer verkrijgbaar is.

Op de site van De Appel worden wel de kunstenaars genoemd die video’s en films (zouden) vertonen, te weten Lynda Benglis, Mary Beth Edelson, Suzanne Lacy, Natalia LL, Christa Maiwald, Susan Milano, Susan Mogul, Ulrike Rosenbach, Marja Samson en Hannah Wilke. Ook vond ik nog een pagina op deappel.nl met wat oude foto’s van en een klein beetje tekst over de video’s.

In de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal staat vermeld dat om verschillende redenen de video’s van Natalia LL en Mary Beth Edelson niet getoond worden (1978, p.100). Natuurlijk heb ik flink gezocht naar dat oude videomateriaal, waarbij ik allereerst heb geprobeerd erachter te komen om welke video’s het gaat.

Van één kunstenaar weet ik dat zeker, omdat zij dat in haar Resume op haar website heeft opgenomen. Dit is het geval bij Susan Mogul (1949). Verder heb ik iets bruikbaars kunnen vinden van Lynda Benglis, Suzanne Lacy, Marja Samson en Hannah Wilke. Van Christa Maiwald heb ik echt niks kunnen vinden en van Susan Milano bijna niets, eigenlijk alleen een foto en een paar woorden over de video op die bovengenoemde pagina van De Appel.

Video’s van Ulrike Rosenbach zijn eerder aan bod gekomen in dit feuilleton, bijvoorbeeld aflevering 145 met Salto Mortale II. Op haar een eigen, uitgebreide website is ook het nodige te vinden. Video’s van Mary Beth Edelson (1933) zijn schaars, en gaan eigenlijk altijd óver haar in plaats van dat de video zelf het kunstwerk is. Er is overigens in dit feuilleton genoeg over haar te vinden (bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295).

Van Natalia LL vond ik in eerste instantie maar één video, waarop ze – gezicht in close-up – een banaan eet. Niet zomaar hap-kauw-slik-weg, nee, traag verorbert ze de banaan met veel tong- en lipbewegingen. Je kunt het niet eens suggestief noemen, daarvoor is het te plat, te overduidelijk wat de bedoeling is. Die ene video, die oorspronkelijk ruim een half uur duurt (😱), vind je wel vele malen terug, in – meestal door mannen – geknipte versies van een paar minuten. Daarnaast zijn van dezelfde beelden series foto’s te vinden.

En wat denk ik dan? Iets heel simpels, namelijk: Waarom?!?!?! Wat betekent: toch maar verder speuren. En ik heb inderdaad meer gevonden. Zelfs een uitgebreide website.

Maar eerst aandacht voor Lynda Benglis.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 295 Alle sterke vrouwelijke voorbeelden zijn van belang

Mary Beth Edelson, Ana Mendieta, 1990s 6×8 feet, Oil on canvas. Gevonden op: https://www.huffpost.com/entry/sara-zielinski-interviews-mary-beth-edelson_b_582e8498e4b0eaa5f14d42fa

Niet alleen Mary Beth Edelson reist af op zoek naar oude culturen en rituelen (zie afleveringen 291-294), Ana Mendieta doet dat ook (zie afleveringen 203-215). De twee vrouwen kennen elkaar trouwens. Edelson noemt Mendieta in een interview ‘een goede vriendin’ die wat jonger is dan zij (huffpost.com).

Marlite Halbertsma noemt bij de derde mogelijkheid tot identificatie (zie aflevering 287), naast de kunstenaars Besty Damon (aflevering 291) en Edelson, de kunstenaar Ulrike Rosenbach (zie ook afleveringen 145 en 156). (feministische kunst internationaal, 1978, p.54-55)

‘In het werk van Ulrike Rosenbach staan begrippen als identificatie en energie-uitwisseling centraal, al is bij haar de uitkomst van dit proces onzeker en niet zonder tragiek’, schrijft Halbertsma. ‘Vrouwen zijn in de loop van de tijd zoveel van hun eigen tradities kwijtgeraakt, dat hun identiteit niet dan na lang zoeken gevonden kan worden. Het heeft geen zin de geschiedenis eenvoudig om te draaien en de opofferende Madonna door de agressieve Amazone te vervangen. Dit leidt tot zelfdestructie’, aldus Halbertsma (1978, p.55).

Ze sluit haar artikel Sterke voorbeelden af met het volgende: ‘Identificatie is een proces van toe-eigening. Omdat de patriarchale maatschappij vrouwen weinig positiefs te bieden heeft, zijn alle sterke vrouwelijke voorbeelden van belang om ons te helpen bij het scheppen van onze eigen feministische normen en waarden.’ (1978, p.55)

Het laatste artikel in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.97-100) gaat over de nieuwe kunstvormen performance, video en film. Kunstvormen die vrouwen zo gretig omarmden omdat ze nog nauwelijks ‘besmet’ waren door patriarchale invloeden.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 294 Mary Beth Edelson voert haar rituelen uit

Mary Beth Edelson, Grapceva Neolithic Cave: See For Yourself, 1977, 20×20 inches. Photograph. Gevonden op: https://www.huffpost.com/entry/sara-zielinski-interviews-mary-beth-edelson_b_582e8498e4b0eaa5f14d42fa.

‘De zwarte korst van klei op het oppervlak van de ‘oven’ was dun’, zo ontdekt Mary Beth Edelson. Ze schrijft dat in haar artikel Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave (zie ook aflevering 291-293). Ze vervolgt met:

‘Er doorheen krabbend kwam ik tot een helder wit en begon patronen te maken die je zag in dit gebied in Neolithische tijden. Na een paar bewegingen voelde ik een lange hand die zich uitstrekte in de tijd en die een schok van energie door mijn lichaam stuurde. Ik begon mijn rituelen.

De energie van de rituelen leek vanuit het gewelfde plafond naar mij en weer terug te pulseren. Bewust van het voorrecht om de grot voor mezelf te hebben, voelde ik me het centrum van het universum. Mijn mond inhaleerde eigenlijk de grot, helemaal, en ademde hem weer uit. De grot trok zich samen en zette zich uit op mijn ritmes en glinsterde bij dit heen en weer gaan. Ik heb een overeenkomst gesloten met de grot: hij zou me een aantal van zijn geheimen vertellen in ruil voor mijn rituelen, rituelen die het al duizenden jaren niet meer had gezien. Ik zou op mijn beurt nu en dan wat geheimen leren – ik hoefde alleen maar te luisteren, contact te houden.

De eerste stalagmietkamer aan de voorkant en links van de grote hal bood een natuurlijk altaar, omdat het ruim een halve meter boven de vloer uitstak en vanaf elk punt in de hal duidelijk zichtbaar was. Midden in het altaar stond een stalagmiet ter grootte van een grote moedergodin. Voluptueus hield ze vol, bevroren door de eeuwen heen maar nog steeds de baas. Voor haar en tegenover de grote hal stond een hellende stalagmiet ter hoogte van een tafel; achter haar, verborgen voor het zicht, een kleine kamer verdeeld in drieën: een verborgen sacristie.

We snuffelden rond in de grond buiten de grot, de zon warm op onze rug. Anne zei: “Ik had vandaag contact met mezelf op een manier die ik lange tijd niet heb gehad.” Op de terugweg brachten we tijd door in het verlaten dorp, verlaten, vermoedden we, bij gebrek aan water. Maar ook hier was magie; op een terugweg vonden we een granaatappelboom in volle bloei. De druiven in de wijngaarden, oorspronkelijk gecultiveerd door Humac dorpelingen, worden nog steeds geoogst, net als de lavendel op de velden, die in bloei stond. De huizen, gemaakt van gestapelde stenen uit de omgeving zonder mortel ertussen, leken uit de aarde omhoog te groeien.

Alles was in harmonie. We bleven afdalen met onze fysieke lichamen, maar onze geest was daarboven hoog in de bergen.

Note: Na deze dag en met aanmoediging van de inwoners van het eiland Hvar, zijn we op zoek gegaan naar professor Novak. Opnieuw vonden we via mond-tot-mondcommunicatie zijn huis in de stad, Hvar. Hij was zo aardig ons zijn observatorium te laten zien, dat hij ons met trots toonde, en het bezoek eindigde met geschenken van scherven en schelpen uit de grot. Onder de vele artefacten, meestal kommen, verwijderd uit de grot of gereconstrueerd uit scherven, waren er twee kelken die mij bijzonder interesseerden. De vorm was identiek en hun vorm was zo niet-functioneel dat ze voor rituele doeleinden moeten zijn gebruikt. Ze bleken heel bijzonder te zijn; het was of ik keek naar tastbaar bewijs van een oud geheim. Ik had moeite om een ​​foto te maken door het glas van de kast.

Dit soort kelk wordt door Marija Gimbutas, onderzoekster van de neolithische en bronstijdculturen, aangeduid als wijnbekers op een steel, die werden gebruikt toen de godin van de vegetatie werd geboren. … [toen] ‘grotten werden gebruikt als heiligdommen, met name die met stalagmieten en stalactieten.’ (Gimbutas merkt op dat kwartsgrotten in het bijzonder werden geselecteerd als heiligdommen).’

[Artikel Edelson gevonden op artcornwall.org.]

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 293 Mary Beth Edelson onderzoekt de grot

De grot van Grapceva, dateert uit de Neolithische tijd (2500 v.Chr.), een van de oudste ontdekkingen in de regio. Er zijn twee kamers in de grot, een hal van ongeveer 13,5 x 5m en een grotere kamer (23 x 22m) die is omgeven door vertrekken. Gevonden op: https://www.stari-grad.eu/en/things-to-do/exploring-island.

‘Wat een ongelooflijke locatie’, schrijft Mary Beth Edelson in haar artikel Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave (zie ook aflevering 291-292). Ze vervolgt met:

‘Het uitzicht op zee, een platte rots die zich uitstrekt vanaf de voorkant van de grot, fruit- en notenbomen en bessenstruiken aan weerszijden. We konden gemakkelijk de dagelijkse activiteiten van de neolithische bewoners visualiseren, praten, koken, zonnen.

De zoon van Vicko ontgrendelde de poort boven de grot. Ik kan onze entree alleen in persoonlijke termen beschrijven. Het is heel moeilijk om over te brengen hoe opwindend deze ervaring voor mij was. De grot was oogverblindend. Het was geweldig. De hoofdkamer, de grote hal, schitterde en glinsterde met koraalkwarts. Stalagmieten en stalactieten, die grote tempelpilaren suggereren, verdeelden de kamers in vertrekken. De sfeer creëerde een gevoel van eerbied en ontzag. Voor mij was het een heilige plaats.

Vicko’s zoon begon in de vloer van de grot te graven en produceerde binnen korte tijd wat botten. Het bleek dat er overal botten, scherven en schelpen waren. Maar in de grot was totaal geen licht. De weinige kaarsen die we hadden konden nauwelijks de omringende duisternis verdrijven. Hoewel onze ogen een vage glimp konden opvangen, kon een camera niet meer opnemen dan het licht van de kaars zelf. Na het rusten gingen we weer terug naar het dorp. We vroegen Vicko om de sleutel van de poort zodat we de volgende dag alleen terug konden gaan.

De volgende ochtend vertrokken we met twee dozijn kaarsen en drie Joegoslavische zaklampen. Eerst wilde ik de grot zelf verkennen. De lage smalle ingang naar de grot opende in een voorkamer of voorste hal met een zijkapel van de donkerste en rijkste koraalkwarts die je je maar kunt voorstellen. De grote hal leidde naar een gewelfd plafond met twee massieve stalagmieten, die pilaren waren geworden en bijdroegen aan de majestueuze uitstraling van de grot. Een kuil in het midden van de hal – ongetwijfeld gevormd door eeuwenlang gebruik – was een natuurlijk centrum. Aan de linkerkant veranderden kamers gevormd door kleinere stalagmieten in smalle doorgangen die in elkaar versmelten, naar beneden of naar boven bogen. De natuur had een complex doolhof van heiligdommen voortgebracht.

Vijf ‘lofts’, die de achterkant van de grote hal omcirkelden en zich uitstrekten in de kamers met vertrekken, ongeveer anderhalve meter boven de vloer van de grot, waren groot genoeg voor drie of vier personen om te slapen. De grootste trok mijn aandacht, vooral omdat, in tegenstelling tot de anderen, de vloer en het plafond gitzwart waren met vlekken van parelmoer ingebed in het oppervlak. Veel van de potten die in de grot zijn gevonden, zijn gemaakt van deze zwarte klei; anderen werden gemaakt van meer traditionele rode klei.

Ik kroop de ruimte in waar ik, diep in een hoek, gehurkt om een ​​kapot deel in de zwarte vloer te onderzoeken, pure donkerrode klei vond met een consistentie, vochtgehalte en textuur die prima was om zonder verdere voorbereiding een pot te gaan maken. Ik vroeg me af of deze zwarte kamer een ovenkamer was geweest. De klei, klaar voor gebruik, kon dan in de buurt van de oven worden gedroogd en op dezelfde plaats gebakken, een perfecte opstelling. Een binnenoven heeft misschien ook de vochtigheid verdreven, het enige aspect van de grot dat ik ongemakkelijk vond.

Gezien de omgeving begon ik mijn ideeën over de ontberingen van het primitieve leven te herzien – tenminste op deze locatie. De temperatuur en kwaliteit van de lucht, ondanks de hitte buiten, waren veel beter dan onze airconditioning. In een hoek van de grot zorgde een constant straaltje water voor een natuurlijke watervoorziening. Fruit, noten en kruiden stonden voor de deur en de geur van lavendel vulde de lucht.’

[Artikel Edelson gevonden op artcornwall.org, als je niet kunt wachten op de volgende aflevering met de vertaling kun je daar de Engelse versie lezen.]

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 292 Mary Beth Edelson bereikt de begeerde grot

Het verlaten dorp Humac, waar Mary Beth Edelson doorheen komt. Gevonden op: https://www.stari-grad.eu/en/things-to-do/exploring-island.

‘… Mijn informatie had ik verzameld uit het boek van Marija Gimbutas, The Gods and Goddesses of Old Europe 3500/Myths, Legends and Cult Images(Berkely, California Press, 1974, p.27)’, schrijft Mary Beth Edelson in haar artikel Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave (zie ook aflevering 291). Ze vervolgt met:

‘Een nuttig boek door zijn schat aan godinneninformatie en de archeologische kaarten. Hoewel de kaarten niet bruikbaar waren om daadwerkelijk locaties te lokaliseren, brachten ze ons wel naar afgelegen dorpen. Eenmaal in het gebied bleek mond-tot-mondcommunicatie de beste methode om exacte locaties te vinden. In Jelsa probeerden wij (Anne Healy en ik reisden samen) iemand te vinden die Engels sprak en wist waar de Grapceva spilja was. Deze had ik gekozen omdat het ernaar uitzag dat ik daar alleen kon zijn. Na de eerste opgraving in 1955 door professor Grya Novak was er weinig aandacht besteed aan de site. Ik dacht, door literatuur die ik gelezen had en op pure intuïtie, dat deze grot werd gebruikt als een heiligdom door Neolithische mensen.

De reisagent in Jelsa zei botweg dat niemand ons kon vertellen waar de grot was, en verzekerde ons dat hij zijn hele leven in het gebied had gewoond en het nog nooit had gezien. Kortom, hij maakte ons duidelijk dat het niet de moeite waard was. Uiteindelijk wisten we hem te ontfutselen dat een nu gepensioneerde dorpeling excursies per ezel had geleid, de steile berg op naar de grot. De reisagent had moeite om op de naam van de gids te komen, maar uiteindelijk schoot het hem te binnen: Vicko.

Vicko woonde in een straat achter een café in Jelsa. Een tweede onderzoek in de stad leidde ons daarheen. ‘Roep zijn naam en iemand zal naar zijn deur wijzen.’ Dit hadden we gedaan en stonden uiteindelijk op de drempel van een huis waar we ouderwetse gastvrijheid en een overvloed aan zelfgemaakte wijn kregen aangeboden. Ja, hij was te oud om de berg op te gaan, maar zijn veertienjarige zoon wist de weg.

Bij het aanbreken van de dag, de volgende ochtend, begonnen we aan de reis en klimmen we hoger en hoger, terwijl wij en de zware uitrusting bakken in de intense zon. Op de top van de berg, voorbij het verlaten dorp Humac, begonnen we aan onze afdaling naar de nauwelijks toegankelijke grot. De klim naar beneden was een reeks steile dalingen. Wat ooit een pad was geweest, was nu een berg stenen, waardoor het pad niet meer zichtbaar was voor degenen die er niet bekend mee waren. Plots strekte de blauwe Adriatische Zee zich voor ons uit en het volgende moment beseften we dat we het gebied rond de grot hadden bereikt.’

[Artikel Edelson gevonden op artcornwall.org, als je niet kunt wachten op de volgende aflevering met de vertaling kun je daar de Engelse versie lezen]

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 291 Mary Beth Edelson op grotten/godinnentocht

De top van Saint Nicholas (628 m), het hoogste punt van het eiland Hvar waar Mary Beth Edelson was. Gevonden op: https://www.stari-grad.eu/en/things-to-do/exploring-island.

Een kunstenaar die in performances en workshops samen met de aanwezige vrouwen probeert een band te leggen naar een vrouwelijk verleden via moeders, grootmoeders, overgrootmoeders, enzovoort, is Betsy Damon, aldus Marlite Halbertsma (feministische kunst internationaal, 1978, p.54; zie ook aflevering 290).

‘Ze laat ons voelen dat we deel uitmaken van één lange vrouwelijke traditie’, schrijft ze. In aflevering 279 zijn Damon en haar werk uitgebreid beschreven.

Mary Beth Edelson (zie ook afleveringen 152, 192, 205, 217) is een kunstenaar die van Amerika naar Joegoslavië reist ‘als een reis door de tijd, terug naar de moedergodinnen’, weet Halbertsma te vertellen. Deze kunstenaar doet in een grot aan de Adriatische zee, te midden van resten van neolithische bewoning, een rituele performance om het contact met die wereld weer te herstellen. (1978, p.54)

Edelson schrijft er zelf over in Heresies, A Feminist Publication on Art and Politics, een feministisch tijdschrift dat van 1977 tot 1993 werd geproduceerd door het Heresies Collective, New York. De titel van het artikel luidt: Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave, en het is een verslag van haar reis in 1977 (Heresiespubliceert het in nummer 5, 1979).

Om een indruk te geven van hoe zo’n kunstenaarsproject in zijn werk gaat, volgt in de komende afleveringen de vertaling van dit artikel. Edelson schrijft in Pilgrimage/See for Yourself, A Journey to a Neolithic Goddess Cave, het volgende:

‘Sinds enkele jaren probeerde ik een bedevaart te maken naar een godinnensite. Ik deed al enige tijd zelf rituelen in mijn kunstpraktijk, zowel buitenshuis als in de studio. Ik kon me eraan voeden en ze in mijn gedachten vasthouden als totems, maar ik was nog steeds hongerig. Ik moest mijn rituelen uitvoeren in een echte prehistorische grot; om een ​​neolithische plek te ervaren waar ik de aarde kon ruiken, in de bodem kon porren, de lucht inademen en het gevoel te hebben dat mijn hele lichaam was doordrongen van de grotlucht en een deel van mij was geworden. Het werd een obsessie om naar een prehistorische site te gaan en het werd de representatie van de plaats om een ​​nieuwe cyclus te beginnen. Talloze subsidies waren niet toegekend en de tijd begon te dringen. Ik verkocht mijn auto en kocht de reis.

Voordat ik New York verliet, onderzocht ik zeven sites in de hoop er minstens één te kunnen vinden en toegang te krijgen. (Ik was er al vaak in gedachten geweest.) Dat Joegoslavië, door archeologen het ‘Oude Europa’ genoemd, mij aansprak, kwam voort uit mijn verlangen om te beginnen met een beschaving die verband hield met zowel de vroegste godinnenaanbidding en haar kunstvormen als de latere die godinnen aanbaden. Wat ik me voorstel en van plan ben, is om mijn bedevaart de komende jaren in het gebied rond de Middellandse Zee voort te zetten, om de sporen te vinden van onze archeologische herstory, om te fotograferen en te documenteren, rituelen uit te voeren, natuurlijke objecten van de locaties te verzamelen en mijn reacties vast te leggen terwijl ik deze waarnemingen omzet in mijn werk.

Na aankomst op het eiland Hvar in de Adriatische zee voor de kust van Joegoslavië, ging ik op zoek naar de neolithische grot genaamd Grapceva, met alleen de wetenschap dat het in de buurt van Jelsa was, wat een kleine havenstad aan de noordkant van het eiland bleek te zijn …’

[Artikel Edelson gevonden op artcornwall.org, als je niet kunt wachten op de volgende aflevering met de vertaling kun je daar de Engelse versie lezen]

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 287 Maria Pinińska-Bereś, het vrouwelijk lichaam als gerecht

Maria Pinińska-Bereś, Table II – The Feast, 1968. Gevonden op: https://contemporarylynx.co.uk/maria-pininska-beres-breaking-social-conventions.

Marlite Halbertsma noemt in haar artikel Sterke Voorbeelden als eerste vorm van identificatie het herkennen van de eigen problematiek in die van andere vrouwen en het ontwikkelen van onderlinge solidariteit (zie afleveringen 282-283). De tweede vorm is identificatie met grote vrouwen uit het verleden en heden (zie afleveringen 284-286).

Een derde mogelijkheid die Halbertsma noemt is: ‘identificatie met een door het patriarchaat bijkans overwoekerde vrouwelijke tegencultuur, waarvan de heksen in de late middeleeuwen wellicht de laatste uitlopers waren in Europa’ (feministische kunst internationaal, 1978, p.54).

Tovenarij en heksen zijn volgens Halbertsma terug te vinden in het werk van Mary Beth Edelson en Maria Pininska-Beres. De eerste kunstenaar, Edelson, is aan bod geweest in de afleveringen 152, 192, 205, 217. Van Maria Pinińska-Bereś heb ik tot nog toe nooit gehoord, maar gelukkig brengt de extra info in de catalogus (feministische kunst internationaal, 1978, p.85-86) uitkomst en is er ook op internet het een en ander te vinden.

Maria Pinińska-Bereś is Pools. Ze is in 1931 in Poznan geboren en in 1999 al overleden, in Kraków. Ze deed de kunstacademies in Katowice en Kraków. Tot 1965 maakte ze vooral figuratieve sculpturen, daarna verschoof haar interesse naar abstractie en het gebruik van zachte, lichtgewicht materialen, een medium dat volgens haar dichtbij de praktijk van vrouwen stond. (1978, p.85; Tate UK)

Pinińska-Bereś onderzoekt in haar werk het genderverschil in de patriarchale samenleving met groeiend consumentisme. Ze maakt daarbij gebruik van de voorraad kwesties die te maken hebben met vrouwelijkheid. Voor haar installaties kiest ze ‘doodgewone’ materialen, bijvoorbeeld papier-maché, naaiwerk, quilts, kussens en spons afgezet met stof. In feite net als de popart wijze van werken. (1978, p.85; Tate UK)

In 1968 begon Pinińska-Bereś met een serie werken onder de titel Psycho Furniture. Het gaat over de objectivering van vrouwen voor mannelijk plezier. Ze naait roze vormen, gemodelleerd naar vrouwelijke lichaamsdelen, die ze combineert tot met absurde, ‘dienende’ machines. (Tate UK) Voor een indruk, zie deze foto.

In die tijd, 1968, maakt ze ook tafels met delen van het vrouwelijk lichaam als gerecht. De foto bij deze aflevering is bijvoorbeeld haar kunstwerk dat in 1968 aan het publiek is getoond. Toen ze in 1993 een conferentie over feministische kunst bijwoonde deed ze een schokkende ontdekking.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 217 Het vrouwenlichaam onder een vergrootglas

Maria Carlier, poppen, 1973, textiele materialen, menselijke figuren, © 2019 Maria Carlier. Gevonden op: https://www.rotterdamsekunstenaars.nl.

Met welke onderwerpen houden feministische kunstenaars zich bezig? Rosa Lindenburg maakte een overzicht (feministische kunst internationaal, 1978, p.48):

  1. agressie tegen het stereotype vrouwbeeld als seksobject
  2. woede over de lichamelijke geconditioneerdheid van de vrouw
  3. taboes over vrouwelijk lichaam en seksualiteit doorbreken
  4. bevrijding en herwaardering eigen lichaam, seksualiteit en erotiek
  5. openlijke interesse van vrouwen voor mannelijke lichamelijkheid en seksualiteit
  6. lesbische erotiek
  7. androgynie
  8. vrouwelijke beeldtaal (female imagery).

Punt 1 en 2 zijn besproken in de afleveringen 202 en 203.

Het doorbreken van taboes over het vrouwelijk lichaam en de vrouwelijke seksualiteit gaat niet zonder zelfonderzoek van het eigen lichaam. Zo heeft de kunstenaar Maria Carlier (1943, geboren te Utrecht) een paarse Speculum pop gemaakt met bijbehorende losse vagina. Tijdens de tentoonstelling van die pop was er ook een vrouwelijke arts van de NVSH die uitlegde hoe je jezelf met een spiegel kunt onderzoeken. (feministische kunst internationaal, 1978, p.49.)

Kunstenaar Marianne Wex (1937) maakte niet alleen foto’s van mannen en vrouwen die zitten, staan en lopen (zie aflevering 148 en de afbeelding daar, plus aflevering 187), ze maakte ook het boek Klitorisbilder, met foto’s van clitorissen in allerlei vormen en maten (1978, p.49).

Vrouwen worden zich steeds meer bewust van het eigen lichaam en ontdekken het eigen plezier in seksualiteit. Vrouwen zetten zich af tegen de culturele en maatschappelijke opgedrongen beelden van de perfecte vrouw en blijven bij voorkeur voorlopig weg uit de handen van de arts (en dan vooral de gynaecoloog).

Een enorm taboe is de menstruatie. Judy Chicago is daar eens goed voor gaan zitten en maakt de Tampaxlithografie (1971), een fotolitho van de kunstenaar die een bebloede tampon verwijderd. Ze maakt ook de menstruatiebadkamer in Womanhouse (1972; de links gaan naar de foto van het werk op Chicago’s website, zie ook aflevering 111).

Marjoke Kuypers, zo schrijft Rosa Lindenburg, schildert in 1976 zeer natuurgetrouw een bebloed maandverband en Mary Beth Edelson (zie ook aflevering 152) gaat nog een stap verder in de tentoonstelling Blood Mystery and me, waarin ze het menstruatiebloed positief wil waarderen. Bezoeksters konden hun ervaringen uitwisselen over het verband tussen seksualiteit en bloed, over menstruatie, geboorte en menopauze. Eigenlijk was het een soort ‘omdenken’ avant la lettre: door de gedachte aan positieve mogelijkheden van de eigen sekse kan de vrouw het menstruatiebloed ook gaan waarderen. (1978, p.49-50)

Voor Edelson is het, net als bij Ana Mendieta, een route naar het verre verleden, naar matriarchale culturen. Edelson voelt zich aangesproken door het vruchtbaarheidsprincipe als onderdeel van de verering van de moeder(aarde)godin.

Wat Lindenburg opvalt is dat abortus en geboorte nauwelijks voorkomen in de thematiek van de feministische kunst. Ze vraagt zich af of dit misschien nog een taboe is voor feministische kunstenaars. ‘…de consequentie van het biologische vermogen van de vrouw is tevens de oorzaak van haar gevangenschap’, schrijft Lindenburg, en: ‘… de vrucht in de moederschoot neemt na de bevalling bezit van de moeder’ (1978, p.50).

Maar Mary Kelly (zie ook aflevering 145) is daar juist diep ingedoken. Ze maakte Post-Partum Document, een zes jaar durende verkenning van de moeder-kindrelatie, verdeeld over zes series, inclusief vlekkerige luiers van haar kind. Haar werk heeft, bezield door feminisme en psychoanalyse, een diepgaande invloed gehad op de ontwikkeling en kritiek van conceptuele kunst. Voor afbeeldingen en info, zie haar site.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.