Aflevering 484 Kunstpraktijk ad. 1 Vrouwelijke cultuur (moeder kunst)

Mary Kelly and son, recording session for Post-Partum Document, 1975. Foto gevonden op: https://frieze.com/article/parent-trap?language=de.

Mary Kelly heeft in haar essay On sexual politics and art* een tamelijk verwarrende mix van psychoanalytische theorieën gepresenteerd (zie afleveringen 471-483). Nu wil ze de kunst van vrouwen koppelen aan haar verhaal.

Ze begint met 1) Vrouwelijke cultuur (moeder kunst).

Volgens Kelly speelt bij ‘moeder kunst’ de identificatie met de vrouw die zorgt, ofwel de moeder die je voedt. De moeder geeft melk en dus alle ‘goede dingen’. De ‘moeder kunst’ kunstenaar herwaardeert de producten (liefdeswerk noemt Kelly dat) van deze moeder, zoals het maken van patchwork quilts, kaarsen, brood en het uitvoeren van een variatie aan magische rituelen.*

Deze moeder is de ‘fallische moeder’, schrijft Kelly.* Hiermee bedoelt ze, denk ik, de ‘symbolische volkomenheid’ (zie aflevering 481). Als freudiaanse uitsmijter voegt Kelly daaraan toe dat deze moeder ‘de ongecastreerde ‘parthenogenator’ van de preoedipale instantie’ is.*

Wat dat dan precies mag betekenen? Eigenlijk doelt Kelly op de vroege moeder-kindrelatie, als alles nog symbolisch volkomen lijkt tussen die twee en de vader nog geen (castrerend) roet in het eten heeft gegooid (zie ook aflevering 481). Parthenogenese is overigens de maagdelijke voortplanting. De moeder is dan dus als een soort Maria, de vrouw van de ‘onbevlekte ontvangenis’.

Maar het is niet allemaal brood en rozen. Nee nee, er ‘is ook de gecastreerde en (onbewuste) verachte moeder van het oedipuscomplex.’* Dat is dus nadat die vader zijn plaats in het geheel is komen opeisen. Het wordt dan een geworstel voor het kind tussen een voorkeur voor de moeder of de vader.

Het liefdeswerk van die verachte moeder wordt volgens Kelly door vrouwelijke kunstenaars aangeduid als ‘vrouwenwerk’, een soort iconografie van slachtofferschap. De kunstvormen die Kelly hierbij noemt zijn installaties en performances. Deze performances kenmerken zich door obsessieve activiteiten als schrobben, strijken en eten klaarmaken. Dat klaarmaken van eten is volgens Kelly mogelijk een verwijzing naar de kannibalistische relatie tussen moeder en kind, of naar de totem-maaltijd, waarin inname van de vader betekent zijn naam en status toe-eigenen.*

Totem-maaltijd? Dat komt van een omstreden freudiaanse theorie. Het is iets met totem, vadermoord of het verlangen ernaar, een oerhorde, absoluut gezag van vader, die vermoord wordt, en broers die na de vadermoord een clan en nieuwe cultuur (totemisme) starten.

Afijn, dus, nou ja, goed, maar wat voor werk van welke kunstenaars hoort hier volgens Kelly bij?

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 483 Bemind worden en verliezen

Susan Hol, Licht, 2019, collage 20x23cm.

Freud heeft in al zijn wijsheid twee typen onderscheiden, weet Mary Kelly, als ze het wat uitgebreider wil hebben over de behoefte om bemind te worden en de angst om geliefde objecten te verliezen (zie aflevering 482). Het gaat om ‘objectkeuzes’ in de liefde.

Kies je (word je verliefd op) een ander als aanvulling (om jezelf volledig te maken, net als toen met je moeder), of omdat die ander je weerspiegelt (je laat zien wat je bent, was, wilt zijn, enzovoort)? Dan ben je in het eerste geval het afhankelijke type volgens Freud (de vrouw die zorgt of de man die beschermt), en in het tweede geval het narcistische type.

Kelly noemt dit tweede type niet alleen narcistisch, maar ook vrouwelijk. Waarom? Wat heeft ze precies voor ogen? De behoefte van vrouwen om bemind te worden of de angst om geliefde objecten te verliezen? Hebben mannen dat niet dan? Lijkt mij toch van wel.

Of gaat het om de gerichtheid op zichzelf (wat immers de definitie van narcisme is)? In die jaren 1970 focussen vrouwen/feministen/kunstenaars zich op de vrouw, de vrouwelijke cultuur, (oer)moeders, het vrouwenlichaam, de ervaringen van vrouwen, het spreken van vrouwen enzovoort (zie bijvoorbeeld ook aflevering 477).

Misschien wordt het wat duidelijker allemaal als ze haar bevindingen loslaat op de kunstpraktijk van vrouwen. Ze doet dat in vier onderdelen: vrouwelijke cultuur (moeder kunst), vrouwelijke anatomie (body art), vrouwelijke ervaring (ego kunst), en vrouwelijk discours (de ander kunst).

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 482 Genotzuchtig instinct

Foto gevonden op: https://dsmmeisjes.nl/ik-ben-een-narcist/.

Als de fallus/symbolische volkomenheid staat voor het vermogen het geliefde object te behagen, oorspronkelijk de moeder, dan is een bedreiging voor deze fallus/symbolische volkomenheid (meestal de vader) een enorme bedreiging voor het narcisme van het kind, aldus Mary Kelly (zie ook aflevering 481).*

Het narcisme omschrijft Kelly als ‘een genotzuchtig instinct dat later door het ego vorm krijgt door verscheidene identificaties’.* Dat is een freudiaanse betekenis van narcisme. Het betekent in feite dat dit een ontwikkelingsfase is waarin het kind in eerste instantie totaal met zichzelf bezig is en zich later openstelt voor relaties. Alice Miller (1923-2010) laat in haar boek Het drama van het begaafde kind (eerste druk 1979) een heel andere kant van narcisme zien (in het psychoanalytisch woordenboek staat een artikel over haar).

Kelly bijt zich stevig vast in de, wat zij noemt, enorme bedreiging voor het narcisme van het kind. Ze vindt dit vooral bij vrouwen van bijzonder belang, omdat vrouwen het dreigende symbolische ‘gebrek’ moeten zien te begrijpen.* Ik neem aan dat ‘gebrek’ hier dan op zijn freudiaans betekent: niet in het bezit van een penis.

In haar poging dit ‘gebrek’ te begrijpen, aldus Kelly, werkt de vrouw juist de karakteristieke kenmerken van vrouwelijk narcisme uit. Ze bedoelt hiermee de behoefte van vrouwen om bemind te worden en haar angst om haar geliefde objecten te verliezen, in het bijzonder haar kinderen.*

Hierna lijkt ze een ander, freudiaans, onderwerp te bespreken, maar na een hoop gepuzzel snap ik dat het te maken moet hebben met bemind worden en geliefde objecten.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 481 Symbolische volkomenheid versus realiteit

©Susan Hol, MAN, 2014. Foto en bewerking Susan Hol.

Het lacaniaanse in Mary Kelly’s zin ‘De fallus wordt de bevoorrechte betekenaar in taal’ (zie aflevering 479), heeft dus te maken met het woord ‘betekenaar’ (zie aflevering 480).

Hoe vermoeiend ook om een woord als ‘fallus’ niet te ziet als iets dat bestaat uit zes tekens, maar het op lacaniaanse wijze allerlei betekenissen, begeerten en verlangens toe te dichten, moet ik toegeven dat daar natuurlijk heus wel íets in zit. Het woord ‘fallus’ roept allerlei associaties op, tenzij je het hele woord niet kent, dan zegt het je niets en is het inderdaad iets met zes tekens.

Maar waarom wordt die fallus de ‘bevoorrechte betekenaar in taal’?

Nou, gewoon, omdat de samenleving patriarchaal is, dûh. Maar dat is voor Kelly niet genoeg, want ze is overtuigd van het psychoanalytische kader waarin aspecten als de borsten, de moeder en alle goede objecten van het kind een rol spelen. De aan- of afwezigheid van dit soort aspecten in een babyleven tot het leert spreken, is volgens Kelly in hoge mate van invloed op de (h)erkenning van de aan- of afwezigheid van de penis.*

Zij ziet vrouwelijkheid als synoniem aan de ‘negatieve betekenis’ van vrouwen in de orde van taal en cultuur. Het begint volgens haar al voor de geboorte, bij de achternaam die van de vader komt. Vervolgens wordt daar verder aan gebouwd op het moment dat het castratiecomplex zorgt voor de intrede in de taal (ja, echt, dat schrijft Kelly echt).*

Haar verklaring van het castratiecomplex is freudiaans: jongens zijn bang voor de penis, meisjes zijn afgunstig qua penis, maar haar verklaring van het gevolg ervan is lacaniaans: later maakt het kind de vergelijking penis = baby.* Al klopt dit niet helemaal, want het gaat niet zozeer om de penis als het ding op zichzelf, maar eerder om de fallus, wat meer een soort (freudiaanse én lacaniaanse) symbolische volkomenheid is (wat dan mijn inziens weer is ingegeven door patriarchale zienswijzen, om de fallus een dergelijke betekenis te geven).

Die fallus, ofwel symbolische volkomenheid, wil het kind in eerste instantie voor de fallische moeder zijn, maar de vader steekt daar een stokje voor (eh, sorry, onbedoelde woordspeling). Híj heeft de fallus (ofwel echt de penis), komt tussen kind en moeder (castratie, voor de jongen is dat angst zijn penis kwijt te raken), en het kind stopt met pogingen de fallus/symbolische volkomenheid te zijn.

Dan sleept Kelly ook nog het freudiaanse narcisme erbij.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 480 Een taaltheorie toepassen op psychoanalyse, pffft

De lacaniaanse taal die Mary Kelly gebruikt in haar zin ‘De fallus wordt de bevoorrechte betekenaar in taal’ (zie aflevering 479), komt van Jacques Lacan (1901-1981). Zijn werk heeft mij altijd erg tegengestaan vanwege de onnoemelijke vaagheid in zijn taalgebruik. Hij heeft de taaltheorie van de linguïst Ferdinand de Saussure (1857-1913) toegepast op de psychoanalyse. Alleen het idee al, daar kan toch niets goeds van komen. Maar goed, laat ik niet zeuren.

De ‘betekenaars’ zijn bij Lacan basiselementen van de taal. Nu is taal is een systeem van tekens. Zo niet bij Lacan, voor hem is het een systeem van betekenaars. Zo is ‘fallus’ niet zomaar een woord dat bestaat uit de zes letters f a l l u s, maar drukt het allerlei betekenissen, begeerten en verlangens uit. Pffft.

Luce Irigaray (1930), Belgisch filosoof, psychoanalyticus, taalkundige, feminist en voormalig student van Lacan, neemt zijn werk onder de loep en heeft er fikse kritiek op. In de video bij deze aflevering vertelt Isabelle Hamley in ruim 18 minuten over het werk van Irigaray, waaronder dus die kritiek op Lacan. Ik vind het reuze interessant wat Hamley te vertellen heeft. Als je het Engels machtig bent, is het prima te volgen.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 479 Het fundamenteel verdeelde ‘sprekende subject’

Foto gevonden op: http://ikvrouwvanjou.nl/2015/03/fabels-over-feminisme/.

Mary Kelly beschouwt niet alleen het subject liever als dynamisch en sociaal gevormd (zie aflevering 478), ze ziet ook het ‘sprekende subject’ als fundamenteel verdeeld.*

Juist, ‘het sprekende subject’, en waar komt dat dan ineens vandaan? Bovendien, hoezo ziet ze dat ‘sprekende subject’ als ‘fundamenteel verdeeld’?

Om met dat laatste te beginnen, volgens Kelly bestaat het fundamenteel verdeeld zijn van het ‘sprekende subject’ bijvoorbeeld uit de scheiding tussen bewust en onbewust. Je handelt soms bewust, soms onbewust, en elke kant heeft zo de eigen kenmerken. Een andere vorm van verdeeld zijn is dat je enerzijds je eigen drijfveren (signifying processes noemt Kelly dat) hebt, en er anderzijds sociale beperkingen zijn door gezinsstructuren of productiewijzen.*

Voor wat betreft het ‘sprekend subject’, Kelly komt daar zelf op terug. ‘Waarom zei ik “sprekend subject”?’, schrijft ze.* Ja! Precies! Waarom? ‘Omdat we op het moment van onze intrede in de taal, we een vrouwelijke of mannelijke positie innemen in de symbolische structuur van onze samenleving’, is haar antwoord.* Ah.

En dan schrijft ze: ‘Leren spreken is afhankelijk van het vermogen om afwezigheid te conceptualiseren en verschillen vast te stellen.’* Ofwel, met andere woorden: dat je een paard (concept) in de wei (concept) kunt onderscheiden (verschillen) en benoemen, óók als je thuis in je kinderstoel zit (afwezigheid conceptualiseren, zie ook aflevering 450).

Ik neem aan dat Kelly hier vooral doelt op de vrouw/man positie die een kind, met het leren van taal, snel leert kennen en innemen ‘in de symbolische structuur van onze samenleving’ (zie hierboven), want in de volgende zin komt ineens de fallus weer om de hoek kijken. ‘De fallus wordt de bevoorrechte betekenaar in taal’, schrijft ze, waarmee ze lacaniaanse taal uitslaat…

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 478 Hoezo penisnijd?

Germaine Greer. Foto gevonden op: https://www.theguardian.com/books/2015/nov/01/germaine-greer-angry-outspoken-feminist-lioness.

Volgens Mary Kelly kan je de hele kwestie helemaal niet reduceren tot penisnijd (zie aflevering 477). Ik moet dan wel even nadenken over wat dat ook alweer kan zijn, die ‘hele kwestie’, want zo eenduidig is haar verhaal tot nog toe niet.

Doelt ze op de vraag ‘Wat is feministische kunst?’ (zie aflevering 471), of het idee dat ‘ideologie’ echt niet een homogeen iets is maar eerder een verzameling sociaal-culturele aspecten? Of gaat het haar om de kunst = ideologie vergelijking, met het streven naar minder een elitaire positie van de kunstwereld met minder ontoegankelijke kunst? (Zie afleveringen 472-473.)

Ik moet zeggen, ik weet het niet. Wat ze in ieder geval wel wil is dat haar publiek/de lezer de praktijk van vrouwen in de kunst begrijpt.

Goed, penisnijd. Een subject (menselijk subject, vrouwelijk subject, jezelf als subject) bestaat niet als het geen penisnijd heeft ervaren, schrijft Kelly. Tenminste, als het een bepaald idee van het subject is, namelijk een op zichzelf staand, uiterst transcendentaal (boven alles uitstijgend, zie ook aflevering 450 over transcendentaal) subject dat zich buiten het sociale geheel bevindt, maar er wel aan meedoet en via de ervaring kennis opdoet.

Mmm, nou heb ik best lang gepuzzeld op dit stukje, maar nog steeds snap ik niet dat een subject, ook al is het dat bepaalde idee van het subject, niet bestaat als het geen penisnijd heeft ervaren. Voor mij is het hele idee van penisnijd een … tja … idee, van een of andere man die gefixeerd was op seksualiteit (ik noem geen namen, nou oké, meneer Sigmund Freud).

Kelly beschouwt het subject liever als dynamisch in plaats van statisch, als sociaal gevormd in plaats van op zichzelf staand, transcendentaal en buiten het sociale geheel.* Dat is mooi natuurlijk, en bij dat ‘soort’ subject is dan geen sprake van penisnijd? Ze schrijft het niet, zoals ze best veel in het ongewisse laat.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 477 Cultureel feminisme keert patriarchale opvattingen om

Simone de Beauvoir. Foto gevonden op: https://nl.archolda.com/simone-de-beauvoir-en-second-wave-feminism/.

Wat wil Mary Kelly zeggen met ‘het cultureel feminisme keert de patriarchale opvattingen om’ (zie aflevering 476)?

Voor zover ik het begrijp bedoelt ze dat cultureel feministen een alternatieve vrouwencultuur willen creëren in het heden, met vrouwenboekhandels, feministische poëzie, vrouwentheater enzovoort, maar ook de connectie willen maken met vrouwen uit het verleden, en dat ze voor zichzelf een toekomst willen uitdenken van sociale praktijken die op zichzelf staan.*

Ofwel, aldus Kelly, het in elkaar zetten van ‘een afzonderlijk symbolisch systeem’. Kelly noemt dit ‘wederom eendrachtig, niet tegenstrijdig en exclusief’ (zie ook aflevering 472 Feministische kunst kan geen eilandje zijn, en aflevering 473).*

Kelly is van mening dat het effect hiervan alleen maar een bevestiging oplevert van de negatieve plaats van vrouwen in de politieke praktijk: de gettoïsering (het apart zetten) van vrouwen gaat door, alleen wordt het niet meer als zodanig herkend. Het geeft een plek aan fantasieën over Amazones, matriarchaten en maagdelijke moeders, die alle goede dingen bevatten, evenals baby’s, en natuurlijk de fallus, hét symbool waarop het patriarchaat het alleenrecht heeft.*

Je verwacht het niet, die fallus, en dat realiseert Kelly zich ook, want ze voegt er tussen haakjes aan toe: ‘Nu denkt u waarschijnlijk: Oh nee, ze gaat de hele kwestie reduceren tot penisnijd.’*

Dat gaat ze natuurlijk niet doen, maar ze gaat wel dieper in op de kwestie penisnijd.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 476 Gettoïsering van seksualiteitskwesties

Patti Smith with Bolex, 1969. Foto gevonden op: https://onlinegallery.art/nl/blog/feministische-kunstenaressen-en-hun-werk-een-analyse-754/.

Niet alleen is er de neiging het revolutionaire feministische vuur te doven (zie aflevering 475), er is ook sprake van ‘gettoïsering van seksualiteitskwestie’, aldus Mary Kelly.*

Gettoïsering? Is dat een Nederlands woord? Niet volgens de officiële kanalen van de Taalunie en Van Dale. Wel blijkt op internet een ruimhartig gebruik van dit woord.

Gettoïsering stamt natuurlijk af van het woord getto, en dat woord ken ik vooral als historische term: de afgesloten stadswijk waar Joden moesten wonen. The free dictionary echter geeft meerdere betekenissen, waarvan er eentje wel heel specifiek past bij dit feuilleton: begrenzen of beperken tot een bepaald gebied, bepaalde activiteit of categorie: vrouwen gettoïseren als huisvrouwen.

Goed, hoe ‘gettoïseer’ je dan de ‘seksualiteitskwestie’?

Dat krijg je volgens Kelly voor elkaar met een socialistische theoretische praktijk zónder kritiek op patriarchale (en ook kapitalistische) sociale relaties. Gettoïsering van seksualiteitskwestie is dan een politiek gevolg van die socialistische theoretische praktijk. En dat heeft weer een bepalend effect op de ideologische vormen van feminisme, aldus Kelly.*

Ze geeft een voorbeeld aan de hand van het cultureel feminisme, wat ze tussen haakjes ‘een tendens binnen de vrouwenbeweging’ noemt en er verder niets over uitlegt.*

In aflevering 102 heb ik een klein overzicht van de (activistische) feministische richtingen opgenomen, waaronder het cultureel feminisme. Het is ontstaan uit de radicalen, die vrouwenonderdrukking beschouwden als fundamenteel en de vrouw-man tegenstelling als meest essentieel (jaren 1960-70). Het cultureel feminisme (jaren 1970) legt de nadruk op de eigen cultuur van vrouwen: de eigenheid van het denken van vrouwen, haar alternatieve cultuur en de eigen ervaringen zijn het alternatief voor en kritiek op de dominante (patriarchale) cultuur.

Volgens Kelly keert het cultureel feminisme de patriarchale opvattingen om.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 475 Homogeniseren van de feministische revolutie

Afbeelding gevonden bij een biografie over de eerste Nederlandse feminist, Etta Palm, geboren als Etta Lubina Johanna Aalders, https://atria.nl/nieuws-publicaties/feminisme/feminisme-18e-eeuw-en-eerder/etta-palm-biografie/.

‘Dit onderscheid lijkt misschien haarkloverij’, schrijft Mary Kelly.*

Nu is niet helemaal helder wélk onderscheid ze dan bedoelt. Vermoedelijk gaat het over haar bewering dat ideologie niet homogeen is, maar eerder een meervoudig geheel van sociale praktijken en representatiesystemen (zie aflevering 474).

Volgens Kelly is haar onderscheid cruciaal om de praktijk van vrouwen in de kunst te begrijpen.*

Dat is mooi, nu hopen dat ze daarin ook echt duidelijk wordt.

Allereerst noemt Kelly dat mensen de neiging hebben om het revolutionaire te homogeniseren.* Nu denk ik wel te weten wat ze bedoelt, maar toch, wat betekent homogeniseren eigenlijk precies?

Tot mijn verrassing geven allerlei bronnen (diverse sites op internet, maar ook de Van Dale) dezelfde betekenis en hetzelfde – best wel verhelderende – voorbeeld. Homogeniseren is een proces met als doel een meer gelijke deeltjesgrootte te krijgen (of een meer homogeen mengsel) van substanties. Zo houdt het homogeniseren van melk in dat de vette bestanddelen van melk (melkvet) en de waterige bestanddelen tot een emulsie worden gemengd.

Hoe werkt het dan als je het revolutionaire homogeniseert? Nou, zoiets, denk ik: meng alle verschillende bestanddelen net zo lang tot ze allemaal onder één paraplu te vangen zijn.

Nu is het feminisme revolutionair. Mensen die het feminisme homogeniseren, verbannen het volgens Kelly ‘naar het rijk van economisch gegeven klassenposities (d.w.z. burgerlijk, middenklasse, niet-revolutionair)’.* Waarmee ze maar wil zeggen, denk ik, dat sommigen enorm hun best doen om het feministische vuur te doven. En die mensen zijn er natuurlijk inderdaad.

Daarna komt ze met een punt over seksualiteit.

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.