Aflevering 272 Fusie van ‘hogere’ en ‘lagere kunst’

Miriam Schapiro, Miriam’s Life with Dolls, 2006. Acrylic, fabric and collage on paper, 30¼ x 60 inches. Courtesy of Flomenhaft Gallery. Gevonden op: http://www.artcritical.com/2015/06/24/femmage-by-miriam-schapiro-and-melissa-meyer/.

Miriam Schapiro, de mede-uitvinder van femmage (zie afleveringen 145, 268, 270-271), maakt met lapjes stof grote abstracte waaiervormen of schikt ze in kleurige patronen tot het symbool van vrouwelijke dienstbaarheid: het schort, aldus Rosa Lindenburg (feministische kunst internationaal, 1978, p.45).

Schapiro ontwerpt daarnaast in die vroege jaren 1970 oosters geïnspireerde gewaden voor de nieuwe, bewust vrouw. Verder vervaardigt ze een serie getiteld Collaboration, waarbij ze de femmage-techniek gebruikt om de anonieme vrouwelijke creativiteit op gelijk niveau te brengen met de kunst van een vrouw als Mary Cassatt (1844-1926) die wél doordrong tot de gevestigde kunstwereld. (1978, p.45)

Als laatste ontwikkeling van de herwaardering van vrouwelijke creativiteit in de kunst noemt Lindenburg het opnemen van verschillende aspecten in één kunstwerk. Zo ontwerpt Joyce Kozloff een ruimte die wordt gevormd door een vloer van keramische tegels en zijden gordijnen met opgedrukte patronen. Ze maakt daarmee een nieuwe omgeving met elementen uit de opgewaardeerde vrouwenkunst uit de Pattern Painting beweging. (1978, p.45) Kozloff en deze beweging zijn uitgebreid ter sprake gekomen in de afleveringen 259 en 260.

De zogenoemde ‘lagere’ en ‘hogere’ kunstvormen zijn in elkaar opgegaan door een bewust feministische stellingname in het creatief proces, concludeert Lindenburg (1978, p.45).

Op naar thema 5, het laatste thema van deze serie in deel 5.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 271 Femmage, ga er maar aanstaan (vele criteria)

Ria van Eyk, My woven diary 1976.9.01 – 1977.5.31. Gevonden op: https://www.stedelijk.nl/nl/collectie/95436-ria-van-eyk-my-woven-diary-1976.9.01-1977.5.31.

Een femmage-werkstuk, gecreëerd vanuit bewust vrouwelijk standpunt, gaat verder dan traditionele aspecten van de vrouwelijke cultuur (zie afleveringen 269 en 270). Melissa Meyer en Miriam Schapiro noemen een aantal criteria om een kunstwerk als femmage te kunnen beschouwen:

  • gemaakt door een vrouw;
  • sparen en verzamelen als belangrijk ingrediënt;
  • restjes belangrijk bij het proces en bij de uiteindelijke verwerking;
  • thema heeft verband met het vrouwenleven;
  • elementen van verborgen beeldtaal;
  • het thema richt zich tot een intieme groep ingewijden;
  • het gaat om een privé- of openbare gebeurtenis;
  • dagboekachtig karakter;
  • tekening en/of handschrift maken deel uit van het werkstuk;
  • silhouet-voorstellingen op ander materiaal gehecht;
  • afleesbare voorstellingen in verhalende volgorde;
  • abstracte vormen creëren een patroon;
  • het werk bevat foto’s of ander gedrukt materiaal;
  • het werk heeft een functionele en een esthetische waarde.

Van deze criteria moet de helft of meer aanwezig zijn, pas dan is sprake van femmage.

De Nederlandse Marianne Smits (in 2004 terug ‘gedoopt’ naar haar familienaam Grootenboer) en Ria van Eyck voldoen zeker aan een aantal femmage-criteria. Voor hen is echter het verwerken van kleuren in hun kunstwerken van groot belang, en vooral ook dat die kleuren bepaalde gevoelens moeten symboliseren. Smits doet dat in de jaren 1970 in haar visuele dagboeken van textiel, Van Eyck weeft het in haar wandkleden (zie afbeelding bij deze aflevering). Beide kunstenaars zijn nog steeds actief (klik op hun naam en je komt op hun websites) en hun belangstelling voor kleur is allesbehalve minder geworden.

Miriam Schapiro was zelf uiterst actief in het creëren van femmage-werkstukken.

Bron bij dit blog: tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal, 1978, p.44-45 (Rosa Lindenburg).

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 270 Hobby-Art?

Miriam Schapiro, Collaboration Series: Mary Cassatt and Me, 1976. Collage, waterverf op papier. In femmage-techniek (zie aflevering 145) geeft Schapiro een verbinding aan tussen de sociale creativiteit van de vrouw (het verwerken van lapjes) en het werk van een succesvol kunstenares. Foto gevonden bij: https://www.flickr.com/photos/54207686@N07/5685443430.

Vrouwen werken al eeuwenlang met restjes stof, prentjes, kleurige draden en allerlei ander ‘waardeloos’ materiaal om iets nieuws te maken. Rosa Lindenburg duidt dat als ‘vrouwelijk hobbyisme’, waarschijnlijk geheel in traditie met hoe er ook nog in die tijd tegen werk van vrouwen werd (en misschien nog steeds wordt) aangekeken. (feministische kunst internationaal, 1978, p.44)

Ik zie het meer als werken met de middelen die je tot je beschikking hebt om – zonder dat iemand je een (afkeurende) strobreed in de weg legt – iets te doen met je creatieve mogelijkheden. Lucy Lippard schijnt erop gewezen te hebben dat de populariteit van dergelijken Hobby-Art (zie aflevering 269) bij vrouwen uit de middenklasse vooral berust op de oude traditie in het vrouwenleven om van niets iets te maken. (1978, p.44)

Lindenburg merkt op dat er vanuit de kunstwereld erg neergekeken wordt op zulke Hobby-Art ten behoeve van bazaars, geschenkenhuisjes, kunst- en kerkmarkten. Toch ligt hier een potentieel aan vrouwelijke creativiteit dat genegeerd wordt, schrijft Lindenburg (die geloof ik Lippard citeert, maar dat is niet echt duidelijk; 1978, p.44). Genegeerd, jawel, maar door de kunstwereld dan, lijkt mij, want Hobby-Art vindt wel degelijk gretig aftrek onder een groot publiek.

De verwachting onder feministen is dat wanneer het onderscheid tussen ‘hogere’ en ‘lagere’ kunst, tussen museumkunst en folkloristische kunst meer zal vervagen, iets dergelijks als Hobby-Art serieus genomen moet worden. En dat kan alleen maar als feministische kunst niet zal eindigen als een van de vele stromingen in de patriarchale kunstwereld, maar open zal blijven staan voor vrouwelijke creativiteit. (Lindenburg/Lippard, 1978, p.44)

Het is deze Hobby-Art die Melissa Meyer en Miriam Schapiro op het idee van de term femmage bracht (zie afleveringen 145 en 268). Met deze term wilden zij aangeven dat technieken als collage, assemblage, découpage en fotomontage allang door vrouwen in hun dagelijkse bezigheden gebruikt werden, vóór ze door mannen in de gevestigde kunst gemonopoliseerd werden. (1978, p.44)

Visuele dagboeken als merklappen, fotoalbums, poëziealbums en het maken van lappendekens, zijn oude vormen van het femmage-proces. In Nederland pasten Marianne Smits en Ria van Eyck het oude idee van visuele dagboeken op een nieuwe manier toe.

Hoe dan?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 264 Dollhouse

Miriam Schapiro and Sherry Brody, Dollhouse, 1972. Gevonden op: https://hyperallergic.com/283426/miriam-schapiros-road-to-feminism/.

Bij elke ruimte van het vrouwenhuis (Womanhouse, zie aflevering 263) hoorde een bewustwordingsproces in groepsverband, schrijft Rosa Lindenburg (feministische kunst internationaal, 1978, p.43; zie ook aflevering 263).

De keuken symboliseerde bijvoorbeeld het centrum van de machtsstrijd tussen man en vrouw, een uiterste consequentie van de rolverdeling. De vrouwen bouwden de keuken om tot ‘verzorgende’ keuken. Alle muren en voorwerpen werden bedekt met een vleeskleurige laag en plastic eieren werden getransformeerd tot plastic borsten. Lindenburg: ‘Een totale identificatie van de vrouw met haar rol was bereikt en werd tegelijkertijd becommentarieerd.’ (1978, p.43)

Miriam Schapiro en Sherry Brody maakten samen voor het vrouwenhuis een poppenhuis, omdat dit speelgoed traditioneel deel uitmaakt van de meisjeswereld en meisjes moet voorbereiden op de vrouwelijke rol. Het vrouwenhuis mag dan zijn opgeheven, dit poppenhuis bestaat nog steeds (zie afbeelding bij deze aflevering). De kunstenaars hebben gezorgd voor een mooie aankleding van en in het poppenhuis, maar tonen tegelijkertijd de bedreigingen die de illusie verstoren. Het huis laat duidelijk de omgeving van de vrouwelijke kunstenaar zien, compleet met atelier en mannelijk naaktmodel. (1978, p.43)

Niet alleen in Amerika, maar ook in Engeland zijn het huishouden en de verzorgende rol van de vrouw voor verschillende kunstenaars (v) een bron van inspiratie in de jaren 1970. Typerend daarvoor is het project van Kate Walker, dat zich als een olievlek uitbreidde. Haar project, getiteld Postal Event, of A Portrait of the Artist as a Young Housewife, begon met haar buurvrouw die verhuisde. Beide kunstenaars begonnen elkaar, genaaide of gebreide, kunstobjecten toe te sturen die te maken hadden met het huishouden of de vrouwelijke folklore. Uiteindelijk werd door kunstenaars en amateurs uit verschillende Engelse steden meegedaan aan dit project. (1978, p.43; zie ook aflevering 145).

In de catalogus bij de extra info over de kunstenaars valt te lezen dat Walker in 1938 in Leeds is geboren en in 1975 het project ‘activiteiten per post’ is begonnen met haar vriendin en verhuizende buurvrouw Sally Gallop. Ze onderhielden het contact met het sturen van brieven en kleine kunstwerken. Een jaar later waren er al meer dan twaalf vrouwen betrokken bij het project. Het aantal kleine kunstwerken was gegroeid tot boven de 200. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.95)

Wat is eigenlijk het doel van dit project?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 259 Herhalingsmotieven en kleurenrijkdom in weven, lapwerk en naaien

Joyce Kozloff, Striped Cathedral, 1977, acryl/canvas, 72 x 180 inch. Gevonden op: http://www.joycekozloff.net/1970-1977-early-works/sgrtt3ii44ht7ovgck53hw732ksn7g.

Joyce Kozloff (1942) en Miriam Schapiro (1923-2015) laten zich vanuit een feministisch bewustzijn inspireren door herhalingsmotieven en de kleurenrijkdom van vrouwenkunsten als weven, lapwerk en naaien. Zij maken deel uit van de Pattern Painting-beweging (zie aflevering 258). (Rosa Lindenburg, feministische kunst internationaal, 1978, p.42)

In deze beweging komen ook veel motieven voor uit niet-Westerse culturen die niet direct verbonden zijn met vrouwelijke creativiteit. Waarom maken feministen hiervan gebruik? Dat gaat ‘vanzelf’. De herwaardering van de decoratieve kunsten brengt ook een erkenning voor anonieme artistieke prestaties van vrouwen met zich mee. (1978, p.42)

Maar heeft het opnieuw bewust hanteren van traditionele vormen van vrouwelijke creativiteit bij het publiek altijd het beoogde effect? Worden daarmee niet bestaande vooroordelen bevestigd? Dit zijn twee heel terechte vragen van Lindenburg (1978, p.42), die ze helaas niet beantwoord. Misschien dat ik daar in de loop van dit onderzoek iets aan kan doen.

De schilderijen van Kozloff zijn volgens eigen zeggen ‘architecturale fantasieën’, grote doeken waarom decoratieve patronen  zijn aangebracht, schrijft Lidewijn Reckman in de catalogus bij de extra info over de kunstenaars (feministische kunst internationaal, 1978, p.77-78). Het zijn patronen zoals je die ziet in de architectuur (stapelen van bouwmaterialen), in tapijten (de ineen geweven draden) en in de decoratief met tegels beklede wanden, vloeren en plafonds van bijvoorbeeld Moorse gebouwen. Deze patronen bepalen de structuur en functie van het gebouw of kleed. (1978, p.77)

In het schilderij Striped Cathedral (zie afbeelding bij deze aflevering) zet Kozloff twee verschillende zaken naast elkaar, aldus Lindenburg, namelijk de decoratieve motieven uit de toegepaste kunst en grote kleurvlakken zoals gebruikelijk bij de schilders van de – door Clement Greenberg gedoopte – postpainterly abstraction, een gevestigde moderne kunstrichting. Decoratie en kleurvlakken krijgen zo een gelijke status en vormen samen een nieuwe decoratieve vorm. Het feminisme heeft volgens Lindenburg een belangrijke impuls gegeven aan deze nieuwe decoratieve vormen, die een gevarieerd antwoord laten zien op minimal art en postpainterly abstraction. (1978, p. 42)

Wat zegt Kozloff er zelf over?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 225 Van androgynie naar vagina

Judy Chicago, Primordial Goddess plate from The Dinner Party, 1979, china paint on porcelain, 14 in. diameter, Elizabeth A. Sackler Center for Feminist Art, Collection of the Brooklyn Museum. © Judy Chicago. Gevonden op: http://www.judychicago.com/gallery/.

Katharina Sieverding (1944), geboren in Praag maar op vijfjarige leeftijd verkast naar Duitsland, verbeeldt volgens Rosa Lindenburg de onderlinge verwisselbaarheid van het mannelijke en vrouwelijke, zónder daaraan een kritisch commentaar of een herwaardering te koppelen (zie aflevering 223; feministische kunst internationaal, 1978, p.51).

De kunstenaarsloopbaan van Sieverding gaat van decorontwerp naar beeldhouwwerk tot uiteindelijk fotografie en film. In de jaren 1970 is ze ervan overtuigd dat het ‘gendergevecht’ in jezelf plaatsvindt en werkt veel met fotomontages. Ze legt daarbij foto’s van haar eigen gezicht en dat van mannen over elkaar, zodat er een beeld ontstaat waarin je niet meer de vinger kan leggen op wat nou mannelijk en wat vrouwelijk is.

Deze benadering heeft volgens Lucy R. Lippard meer weg van de traditionele (Platonische, Gnostische enz.) mythe van androgynie als twee (2) in een (1) (From the center, feminist essays on women’s art, 1976, p.128). Voor zover ik het begrijp gaat dit dan over het verenigen van het vrouwelijke en mannelijke in het eigen lichaam: binnen- en buitenkant lijken op elkaar en het vrouwelijke en mannelijke is noch vrouwelijk noch mannelijk.

In de jaren 1980 en de jaren erna zie je androgynie steeds meer verschijnen in kunst en cultuur, waaronder bij popartiesten zoals David Bowie, Marilyn Manson, Prince, Grace Jones en vele anderen.

Het laatste punt op het lijstje van Rosa Lindenburg is 8. vrouwelijke beeldtaal (female imagery) (feministische kunst internationaal, 1978, p.51, zie ook de afleveringen 202, 203, 217-224) en volgens haar is dat ‘een typisch verschijnsel van de feministische kunst aan de Amerikaanse Westkust en wordt [dit] door feministes niet algemeen aanvaard’ (1978, p.48).

In dit ‘verschijnsel’ staan vaginale vormen centraal, aldus Lindenburg, en is dat allemaal begonnen in de jaren 1960 bij kunstenaars als Faith Wilding (zie aflevering 145), Judy Chicago (zie afleveringen 107-115) en Miriam Schapiro (zie afleveringen 110, 133, 145 en 193). Zij waren opgeleid in de zogenaamde post-painterly abstraction. (1978, p.51)

Na even zoeken op internet zag ik dat de term post-painterly abstraction in 1964 is bedacht door Clement Greenberg voor ‘zijn’ (hij was de conservator) tentoonstelling in Amerika, waaraan 31 kunstenaars (m) deelnamen. De manier van schilderen is ontsproten uit het abstract expressionisme, in die zin dat een aantal kunstenaars geen zin meer had in gegooi en gesmijt met verf maar juist iets heel straks op het doek wilde zetten.

De vrouwen die waren opgeleid in post-painterly abstraction zagen hierin geen uitdrukkingsmogelijkheden meer. Vooral Judy Chicago heeft de richting ‘vrouwelijke beeldtaal’ het meest bekend gemaakt, met haar schilderijen en ook met haar boek Through the Flower uit 1974. Het project waarbij ze de meeste bekendheid geniet onder het grote publiek is The Dinner Party, waarin onder andere 39 keramische borden zijn opgenomen met heel duidelijke vaginale vormen.

Chicago liet zich inspireren door Georgia O’Keeffe, die grote gedetailleerde bloemen schilderde en daarbij onbedoeld vaginavormen afbeeldde (zie afleveringen 111, 141 en 142). ‘Ook in overdrachtelijke zin wordt de vagina wel gelijkgesteld met de bloem (to deflower = ontmaagden) en de vlinder, die in de traditionele iconografie geassocieerd wordt met wedergeboorte’, aldus Lindenburg (1978, p.51).

Judy Chicago schrijft in haar biografie over haar ommezwaai …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 202 Woedende jaren 1970 feministisch kunstenaar schildert nu stoere bonkige tractors

Niet alleen in het boek My secret garden (Diepe gronden) van Nancy Friday uit 1973 praten vrouwen vrijelijk over hun seksuele fantasieën (zie ook aflevering 194), dat gebeurde ook in bewustwordingsprogramma’s in vrouwenhuizen (Rosa Lindenburg, feministische kunst internationaal, 1978, p.47).

Voor vrouwelijke kunstenaars zijn die gesprekken dé aanleiding om niet alleen over seksualiteit te sparren met allerlei vrouwen, maar ook om met seksuele frustraties aan de slag te gaan ‘en daarmee nieuwe energie en creativiteit vrij te maken’ (1978, p.47). Het waren Judy Chicago en Miriam Schapiro die op het idee kwamen dit als educatief materiaal in te zetten (zie aflevering 110). En dat leidde weer tot het onderzoek naar de vrouwelijke beeldtaal (zie Deel 4D, afleveringen 133, 139-157).

Populair middel bij deze kunstenaars is het eigen naakte lichaam. Zij voeren bijvoorbeeld naakt een performance uit of gaan het eigen naakte lichaam te lijf in – de uit de performance en conceptuele kunst ontstane – bodyart. Volgens Lindenburg is dit op zichzelf al taboedoorbrekend, ‘omdat de mannelijke wereld de vrouw als seksobject blijft bekijken’. Ze noemt als voorbeeld Carolee Schneemann en haar performance Interior Scroll, waarbij Schneemann naakt een opgerolde tekst uit haar vagina haalt (zie aflevering 183). ‘De vagina als bron van leven staat hier ook voor de bron van kennis over leven’, merkt Lindenburg gevat op. (1978, p.47)

De kunstenaar die in haar werk aan de slag gaat met aspecten van haar eigen seksuele bewustwordingsproces, volgt een dubbel spoor: een persoonlijke en een beroepsmatige weg. Aangezien het persoonlijke een rol speelt, loopt de kunstenaar tegen dezelfde dingen aan als andere feministen. Lindenburg heeft een handzaam lijstje gemaakt van onderwerpen waarmee feministische kunstenaars zich bezighouden:

  1. agressie tegen het stereotype vrouwbeeld als seksobject
  2. woede over de lichamelijke geconditioneerdheid van de vrouw
  3. taboes over vrouwelijk lichaam en seksualiteit doorbreken
  4. bevrijding en herwaardering eigen lichaam, seksualiteit en erotiek
  5. openlijke interesse van vrouwen voor mannelijke lichamelijkheid en seksualiteit
  6. lesbische erotiek
  7. androgynie
  8. vrouwelijke beeldtaal (female imagery).

Hierbij is de volgorde 1 tot 4 geen toevallige, het zijn de stadia die elke vrouw – dus ook de kunstenaar – doorloopt tijdens het bewustwordingsproces, aldus Lindenburg. (1978, p.48)

Toch maakt de kunstenaar haar eigen keuzes in het bepalen van haar beeldende kunst onderwerp. Kunstenaars kennende, zullen zij niet ‘keurig’ een voor een de drie stadia verbeelden. Bovendien zal de persoonlijke voorkeur een belangrijke rol spelen, gezien de verwevenheid van het beroepsmatige en persoonlijke deel als het gaat om seksualiteit.

Een aantal voorbeelden bij punt 1. agressie tegen het stereotype vrouwbeeld als seksobject, is werk van Joan Semmel (zie afleveringen 194 en 197), Inez van Beusekom (aflevering 191) en Dottie Attie (aflevering 154).

Voorbeelden bij punt 2. woede over de lichamelijke geconditioneerdheid van de vrouw, zijn de kunstwerken van Maina-Miriam Munsky (aflevering 190), Juanita McNeely (aflevering 198), Miriam Cahn (afleveringen 150, 151), Andreina Robotti (aflevering 152) en Karen Carson, die een geweldige website blijkt te hebben, echt genieten die kunstwerken van haar. Als je op haar site op Past Work klikt en Beds kiest, kom je bij het werk uit de jaren 1970 wat bij dit punt b past. En wat ze nu schildert zie je ook in het filmpje bij deze aflevering. Ik vind dat geweldig! 🙂

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 147 Feministisch essentialisme, of toch liever niet…

Simone de Beauvoir. Foto gevonden op: https://www.philosophytalk.org/blog/simone-de-beauvoir

Er is natuurlijk niet zoiets als dé vrouwelijke identiteit (zie aflevering 146). Eeuwenlang hebben juist mannen geprobeerde de vrouw te reduceren tot iets dat behoort tot een bepaalde soort. Je hebt de vlieg, de tor, de vogel, de beer, de aap en de vrouw, zoiets.

Als je het ‘essentieel vrouwelijke’ centraal stelt, verdwijnt het individu. Begrijpelijk is het feministisch essentialisme wel. Het is een beweging die bij veel onderdrukte groepen terug te vinden is. ‘De patriarchale maatschappij discrimineert vrouwen juist op hun vrouw-zijn – het weer tonen van die identiteit is tegelijk een protest tegen de onderdrukking als een trots hanteren van het vrouw-zijn’, schrijft Marlite Halbertsma in Feministische kunst internationaal (1978, p.12).

Maar wat is dan die identiteit? Hoe ontwar je dat web van mannelijke overheersing, waar begin jij en waar die patriarchale maatschappij? Je mag dan, om Simone de Beauvoir nog eens van stal te halen, niet als vrouw geboren maar tot vrouw gemaakt zijn in de patriarchale maatschappij, die kennis verandert niet ineens wie en wat je bent. Je schudt niet zomaar dat patriarchaat van je af.

Een manier om daar in ieder geval een begin mee te maken is die van de kunstenaressen in de jaren 1960/70, zoals Judy Chicago met haar biomorfe vormen in schilderijen, sculpturen en op motorkappen (zie aflevering 107). Zij haalde de vrouwelijke organen uit hun verborgen wereld, liet het volle licht erop schijnen. Nu is een vrouw natuurlijk meer dan alleen biologische functies, maar allez, het was een begin.

Verder was het teruggrijpen op vrouwelijke creativiteit uit vervlogen tijden een mooi eerste gebaar: we waren er allang, alleen zó onzichtbaar. Toch heeft het een lastige kant, want die creativiteit is tegen de verdrukking in ontstaan. Het vond plaats ‘in de beperkte ruimte die door mannen werd toegestaan’ (Halbertsma, p.12). Is het wel tot volle bloei gekomen creativiteit? Was er sprake van autonome vormgeving?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 146 Abstractie, geometrie, keramiek, textiel: vrouwelijke beeldtaal

Miriam Schapiro, Collaboration Series: Mary Cassatt and Me, 1976. Collage, waterverf op papier. In femmage-techniek (zie aflevering 145) geeft Schapiro een verbinding aan tussen de sociale creativiteit van de vrouw (het verwerken van lapjes) en het werk van een succesvol kunstenares. Foto gevonden bij: https://www.flickr.com/photos/54207686@N07/5685443430.

Seksualiteit, fragmentatie (afleveringen 140-144), het huishouden (aflevering 145), en dan nu het beloofde derde niveau: de zogenoemde traditionele vrouwelijke creativiteit van de vroegere, oude natuurvolkeren. Volgens Marlite Halbertsma biedt ook dat een aanknopingspunt voor het formuleren van een vrouwelijke esthetica (Feministische kunst internationaal, 1978, p.11).

Eeuwenlang hebben vrouwen in allerlei culturen vele (gebruiks)voorwerpen in keramiek en textiel gemaakt. Ze bouwden hutten en versierden deze met abstract-geometrische motieven. Halbertsma wijst erop dat ‘Amerikaanse feministische kunstenaressen deze decoraties of het decoreren als handeling tot uitgangspunt hebben genomen voor feministische schilderijen en objecten’ (p.11).

Halbertsma geeft hiervan geen voorbeelden, maar verderop in de catalogus vond ik een werk van Miriam Schapiro dat past in deze categorie (Feministische kunst internationaal, 1978, p.44, zie de afbeelding bij deze aflevering).

En nu?

Nu hebben we drie niveaus van vrouwelijke beeldtaal besproken, gezien en doorgespit, maar wat moet je ermee? Zijn de wezenlijke eigenschappen van de vrouwelijke esthetica inderdaad abstract-geometrisch (niveau 3), met vertoning van het element herhaling (niveau 2, aflevering 145) en in de vorm verwijzend naar het geslacht van de maakster (niveau 1, afleveringen 140-144)? En is het specifiek iets voor vrouwelijke kunstenaars om bestaand materiaal opnieuw te gebruiken en toe te passen in een fragmentarische, collageachtige werkwijze bij het maken van objecten en het inrichten van ruimten?

In deze tijd lijken de feministische puzzels van de vrouwelijke kunstenaars uit de jaren 1960/70 gedateerd. Was het niet simpelweg – achteraf gezien, als alles gemakkelijker te snappen is – een stap op weg naar de ontsnapping uit de patriarchale vesting?

Wat goed is, heel goed, en nuttig, want niemand mag vastzitten in een vesting. En elke kunstenaar moet een eigen beeldtaal zien te vinden, een eigen stijl. Waarmee meteen het nadeel van het formuleren van een vrouwelijke esthetica aan het licht komt: er kan een feministisch essentialisme ontstaan, ofwel: het in beelden positief benadrukken van de vrouwelijke identiteit.

Dé vrouwelijke identiteit of een?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 145 Vrouwelijke esthetica: het huishouden

Womanhouse (January 30 – February 28, 1972) organized by Judy Chicago and Miriam Schapiro, co-founders of the California Institute of the Arts (CalArts) Feminist Art Program. PIctured here, cover of the original exhibition catalog designed by Sheila de Bretteville. Foto gevonden op: http://www.womanhouse.net

Zo, dat was het eerste niveau (afleveringen 140-144), met werk van de feministische avant-garde, waarbij seksualiteit en fragmentatie een belangrijke rol spelen.

Het tweede niveau in de speurtocht naar de vrouwelijke esthetica (Marlite Halbertsma, Feministische kunst internationaal, 1978, p.10, zie ook aflevering 139) omvat de wereld van het huishouden. Volgens Halbertsma heeft het gebied van huishoudelijke creativiteit invloed gehad op bepaalde vormen van feministische kunst. Het gaat dan om thema’s die geïnspireerd zijn op 1) de steeds terugkerende handelingen in het huishouden, 2) de inrichting van de ruimte, en 3) het spaarzaam omgaan met restjes.

1) De herhaling is volgens Halbertsma vooral bij de video- en performancekunst terug te vinden, ‘omdat die media zich nu eenmaal beter daarvoor lenen’ (p.10). Als voorbeelden noemt ze Waiting van Faith Wilding, Maintenance Art van Mierle Laderman Ukeles, en Salto Mortale II van Ulrike Rosenbach. De herhalingen krijgen vaak een bezwerende, rituele functie, aldus Halbertsma, en ik denk dat ze gelijk heeft.

2) Het thema geïnspireerd op ‘inrichting van de ruimte’, komt helder terug in het grootste project op dit gebied en dat is Womanhouse in Los Angeles in 1971 (met Judy Chicago, zie ook aflevering 111, het project is zeer goed gedocumenteerd op een geheel eigen website). Womanhouse was een eenjarig grootschalig samenwerkingsproject met studenten (v), de kunstenaars-docenten Judy Chicago en Miriam Schapiro, en een aantal plaatselijke (LA) kunstenaars (v) van naam en faam.

De studenten zochten en vonden een huis, verbouwden dit eigenhandig in een paar maanden tijd en verzorgden vervolgens – naar geheel eigen kunstzinnig inzicht van de vrouwen – de inrichting. ‘Womanhouse werd de bewaarplaats van de dagdromen die vrouwen hebben als ze hun leven onder hun handen laten wegglippen tijdens het wassen, bakken, koken, naaien, schoonmaken en strijken’, staat geschreven op de pagina http://www.womanhouse.net/statement.

3) Tot slot het thema geïnspireerd op ‘spaarzaam omgaan met restjes’. Halbertsma schrijft: ‘Het verzamelen en combineren van allerlei persoonlijke objecten, vaak van waardeloos materiaal (‘vrouwen durven niets voor zichzelf uit te geven en gooien ook nooit iets weg’) is een kenmerk van veel feministische kunst’ (p.10). Als voorbeelden noemt ze onder andere Postal Art van Kate Walker en haar groep, en Post Partum Document van Mary Kelly.

De ‘postkunst’ ontstond toen Kate Walker en Sally Gallop, beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw, geen buren meer waren en elkaar vanaf begin 1975 via de post kunstwerken stuurden. Het project groeide enorm en werd in 1976 een reizende (Engeland, Amerika, Duitsland) expositie met bijna 300 werken. Meer info: Feministo: a portrait of the artist as a young housewife, posted by: Joan Braderman, coming from Heresies: A Feminist Publication on Art and Politics, Volume 3, No. 1, Issue 9, 1980.

Post-Partum Document was een zes jaar durende verkenning van de moeder-kindrelatie door Mary Kelly, verdeeld over zes series. Het zorgde bij de expo in 1976 voor ophef omdat Kelly ook de vlekkerige luiers van haar kind in haar werk had opgenomen. Haar werk heeft, bezield door feminisme en psychoanalyse, een diepgaande invloed gehad op de ontwikkeling en kritiek van conceptuele kunst. Voor afbeeldingen en info, zie haar site.

Bij dit thema noemt Halbertsma de term ‘femmage’, gelanceerd door Melissa Meyer en Miriam Schapiro. Het is ‘een verzamelbegrip voor collage, assemblage, découpage en fotomontage. Kenmerken van een femmage werkstuk zijn onder meer dat het bewaren en verzamelen een belangrijke rol speelt en dat het onderwerp nauw met het leven van de maakster verbonden is’, aldus Halbertsma.

En dan rest nog het derde niveau

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.