Aflevering 357 De grondig voorbereide strategie werkt!

Foto: Susan Hol

De vrouwenbeweging staat bekend om haar pluralisme. Jaaa, vrouwen zijn net mensen. In aflevering 100 staat een kleine opsomming van de diverse stromingen en richtingen. In het Engeland van de jaren 1960-80 waaraan is dat natuurlijk niet anders.

Terwijl Monica Sjöö en haar medestrijders zich richten op figuratieve kunst, godinnen en mythen (zie afleveringen 349-356), kiezen andere vrouwen ervoor deel uit te maken van de Artists’ Union, zo schrijven Roszika Parker en Griselda Pollock in hun introductie bij hun boek, getiteld Fifteen years of feminist action: From practical strategies tot strategic practices.*

In 1971 brengt de tentoonstelling Art Spectrum in Alexandra Palace (een enorm Victoriaans gebouw in Londen waar allerlei activiteiten plaatsvinden) veel kunstenaars, vrouwen en mannen, samen. Op deze grote expositie wordt iets gemeenschappelijks van de kunstenaars duidelijk: hun slechte economische situatie en isolement.*

Uit de discussies die daarop volgen valt het besluit om de Artists’ Union op te richten. Dat gebeurt in 1972. Vrouwen zorgen ervoor dat ze zich goed voorbereiden, want de Union in oprichting moet natuurlijk bemenst worden. Ze richten een vrouwenwerkgroep op en nemen grondig hun strategieën door. Ze zorgen ervoor dat ze kandidaten hebben voor alle functies in de vakbond en iemand om elke kandidaat te ondersteunen. Het werkt!*

Alle beoogde kandidaten worden gekozen. Op 29 april 1972 wordt de voorzitter van de vakbond gekozen: een vrouw; twee vrouwen worden gekozen voor het secretariaat; een vrouw komt in de ledengroep. Het feit dat vrouwen een aantal sleutelposities innemen, is voor iedereen een verrassing, zo memoreert Elona Bennet, een van de oprichters.*

Heel kort daarop, in de constitutie van 9 mei 1972, bekrachtigt de vakbond de oprichting van een Women’s Workshop.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 356 Vrouwen vernederen is de norm

Susan Hol, collage #7, 28062019.

De meeste klachten gaan over het schilderij God giving birth van Monica Sjöö (zie afbeelding in aflevering 346), het wordt pornografisch en godslasterend genoemd, schrijft Monica Sjöö in Some thoughts about our exhibition of ‘Womenpower: Women’s Art’ at the Swiss Cottage Library (zie ook afleveringen 349-355).**

Sjöö ziet het anders, zij denkt dat zodra een schilderij geen verleidelijk glimlachende vrouw met lang blond haar toont, dit – vooral mannen – stoort. De ‘god’ in haar schilderij is het tegendeel van zo’n plastic blondine. Je ziet een waardige niet-witte vrouw die recht voor zich uitkijkt zonder te glimlachen, met een kind tussen haar benen dat uit haar baarmoeder komt. Het zou zoveel meer okay zijn geweest voor de klagende mannen als ze een verleidelijke vrouw hadden kunnen bekijken, dat waren ze tenminste gewend!**

Neem de Engelse kunstenaar Allen Jones (1937), aldus Sjöö. Hij maakt vernederende sculpturen van vrouwen: ze zijn een tafel of standaard met lampenkap, met – natuurlijk – zwarte kousen over de knieën en jarretelgordels aan. Met een stalen smoel noemt hij het formele experimenten en komt daarmee weg, schrijft ze.**

En waarom? Nou gewoon, het is de norm. Neem een willekeurig Londens metrostation en kijk naar al die vernederende afbeeldingen van vrouwen die overal hangen, advertenties en posters, om van alles te verkopen, van tandpasta tot auto’s. Mensen die dit soort advertenties en afbeeldingen van vrouwen volkomen ‘normaal’ vinden, gaan op tilt als een vrouw haar overtuiging laat zien in God giving birth en proberen de tentoonstelling te sluiten of dreigen de schilderijen te beschadigen.**

Het gebrek aan lief lachende verleidelijke blondines op de tentoonstelling Womanpower, brengt veel mannen in verwarring. Ze vinden de vrouwen in de schilderijen ‘lelijk’ of ‘agressief’, een verwijt dat vrouwen die weigeren het verplichte masker van vriendelijkheid op te zetten maar al te bekend in de oren klinkt. Iemand met ook maar een beetje daadwerkelijke interesse, aldus Sjöö, kan de echte gezichten van vrouwen zien. Deze gezichten zijn volgens haar zoveel mooier, waardiger en krachtiger dan die van de plastic vrouwen in advertenties en de kunstwerken van mannen.**

Hoogste tijd om de enorme onbenutte gebieden zoals het echte leven van vrouwen, haar werk, strijd en ambities als onderwerp voor kunstwerken te nemen, want pas dan zal er van alles gaan gebeuren!**

Terwijl Monica Sjöö en haar collega’s pleiten voor de figuratieve kunst als revolutionaire handeling, en onderzoek willen doen naar godinnenculturen en mythologie, streven andere vrouwen ernaar hun feminisme meer politiek in te zetten.

**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.188-190

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 355 Een bedreiging voor de patriarchale cultuur? Zeker!

‘Dankzij alle publiciteit die we kregen doordat de lokale Festival of Light (fascisten) brigade zich beklaagde bij de pornografiebrigade van Scotland Yard (ze besloten niets te doen na grondige inspectie van de tentoonstelling) kwamen grote aantallen mensen om het werk te zien, te bespreken, commentaren te schrijven in het gastenboek en zichzelf helemaal te vermaken’, schrijft Monica Sjöö in Some thoughts about our exhibition of ‘Womenpower: Women’s Art’ at the Swiss Cottage Library (zie ook afleveringen 349-354).**

Sjöö zag mensen van alle klassen, kleur en sekse in de bibliotheek komen. Niet zo vreemd, het is immers een openbare plaats is en niet alleen maar een expositieruimte.**

‘We hebben het gevoel dat we een klein beetje hebben gedaan aan het opengooien van de grote vraag wat ‘kunst’ en haar functie nu eigenlijk is, dat we een aanval hebben gepleegd op de mannelijke commerciële kunstwereld waar enorme canvassen met abstracte kunst van dealer naar dealer gaan tegen enorme bedragen en winsten en waar je bij de trendy ‘incrowd’ moet horen om überhaupt ergens te komen’, aldus Sjöö.**

De wedijver met mannelijke collega’s kost vrouwen hun menselijkheid, vindt ze. Om serieus genomen te worden moeten vrouwen moederschap en kinderen uit hun leven schrappen. Ze herinnert nog maar eens aan de man-made mythe in de samenleving dat als een vrouw eenmaal kinderen heeft, ze haar creatieve en alle andere behoeften heeft vervuld. ‘Wat ben je in godsnaam aan het doen door én moeder én kunstenaar te zijn’, zo krijgt Sjöö bijvoorbeeld te horen van een belangrijk figuur in de kunstwereld.**

Een andere versie van deze afwijzing klinkt zo: ‘het zijn wij, arme mannen, die onze behoeften moeten sublimeren in Kunst’, maar, zo hoort Sjöö ook regelmatig: er is heus geen discriminatie van vrouwen in de kunstwereld …**

‘Anyway …, vervolgt Sjöö, en schrijft over vrouwelijke naaktmodellen die als ding worden ingezet voor de mannelijke kunstenaars in opleiding: je hebt een appel, meubels, vrouwen … het is allemaal een pot nat voor deze mannen. Vrouwen dienen als (meestal naakt) ding om de mannelijke toeschouwer te plezieren.’**

‘Dus’, schrijft ze verder, ‘als wij in onze tentoonstelling schilderijen van vrouwen hebben die de rauwheid van seksualiteit en bevalling tonen – de werkelijkheid achter de passieve façade van de ‘gelukkige huisvrouw’ (heb je haar ooit ontmoet?) – en schilderijen van vrouwen die bezig zijn met hun eigen identiteit, en als mystieke hogepriesteressen, en een schilderij van god die baart (God giving birth, zie afbeelding in aflevering 346), dat wordt dat als een bedreiging gezien voor de hele patriarchale cultuur – en terecht.’**

**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.188-190

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 354 Onze kunst, onze levens: ondergronds en groovy en onaantastbaar

Tekening op pagina 7 van het pamflet Towards a revolutionary feminist art. Gevonden op: http://nla.gov.au/nla.obj-51715850/view?partId=nla.obj-51715966#page/n1/mode/1up.

Het tweede artikel in het pamflet Towards a Revolutionary Feminist Art is geschreven door Pat van Twest en draagt de titel Women together (Van Twest, 1971, NLA).

Pat houdt niet van hoofdletters typen en ze doet niet mee aan de taalkundig afspraken op het gebied van interpunctie, er is geen punt of komma te bekennen in haar stuk. Ze houdt ook niet van ‘gezeur’ over de afwezigheid van vrouwen in de kunsten als gevolg van onderdrukking. Misschien vonden vrouwen die kunsten gewoon niet de moeite waard. Bovendien, zo mijmert ze, als vrouwen de plaats van mannen hadden gehad, dan zouden ze niet alles van de andere sekse afgeschreven hebben als waardeloos. (NLA)

Pat vindt het tijd om in lachen uit te barsten. De revolutie van vrouwen is de ultieme absurditeit en dat is precies het punt waar de kunst van vrouwen begint. Niet om in grote zalen op te hangen, op het toneel uit te voeren, het te publiceren of het in de goede kranten te laten recenseren. Nee. (NLA)

Pat schrijft: ‘onze kunst moet onze levens zijn, ondergronds en groovy en onaantastbaar, het moet alle bourgeois concepten en gevestigde respectabiliteitsspelletje weigeren die vrouwen zo netjes op haar plaats houden … een leven vol creatieve energie IS kunst’. (NLA)

Had Pat toch nog een páár hoofdletters gebruikt.

Vervolgens bevat het pamflet een lang stuk van Ann Berg en Monica Sjöö, een hartenkreet over de positie van vrouwen, maar ook een met hoofdletters geschreven: Fuck Your ‘Objectivity’ And Your Middle-Class Culture! En: dat vrouwen zijn grootgebracht in een leven vol leugens. Het is daarnaast een belofte dat vrouwen gaan voor nieuwe trots, zusterschap en het bereiken van een andere wereldvisie. (NLA)

Verder gaan de vrouwen in het pamflet vooral in op de herontdekking van godinnen, oervrouwen in Afrika, de vrouw als eerste creator, namelijk van nieuw leven, en de verwerpelijkheid van de bestaande dominante bourgeoisie/kunstwereld die voornamelijk wordt bevolkt door mannen. (NLA)

Op de laatste pagina van het pamflet dicht Monica Sjöö lyrisch over de vrouw en noemt Henry Miller en Ramakrishnan ‘a fart on the surface’. Ze is niet geïnteresseerd in deze scheten op het oppervlak, ze is op zoek naar de vrouw: ‘Where are you?’

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 352 Professioneel kunstenaar + vrouw = vloeibaar + ijs ofwel: contradictio in terminis

Pamfletvoorblad Towards a revolutionary feminist art. Van Monica Sjoo, Liz Moore, Ann Berg, 1973. Gevonden op: http://nla.gov.au/nla.obj-51715850/view?partId=nla.obj-51715966#page/n1/mode/1up.

De kunstenaars proberen tijdens de openbare bijeenkomst (zie aflevering 351) ‘dapper een constructieve discussie te organiseren’, aldus de auteur in het feministische tijdschrift Spare Rib (1973, no.12, p.19, zie ook aflevering 349-351).**

Een verloren zaak, want al gauw lopen de gemoederen in de Swiss Cottage Library hoog op. Er heerst vooral boosheid en er worden veel hoogdravende woorden gebruikt. Ann Berg, een van de deelnemende kunstenaars aan de tentoonstelling Womanpower (zie aflevering 349), probeert het doel van haar en haar collega’s uit te leggen, zo schrijft de auteur en citeert haar: ‘het bewustzijn van vrouwen vergroten om zich bewust te worden van zichzelf als creatieve wezens’. Het antwoord daarop van iemand uit het publiek is: ‘vrouwelijke kunstenaars kunnen pas vrij zijn als je de hele arbeidersklasse bevrijdt hebt’.**

‘De bijeenkomst barst al snel uit in een chaotische verscheidenheid aan gedrag’, schrijft de auteur en geeft daarvan een beeldend verslag. Als eerste noemt ze een man die zijn T-shirt aan stukken trekt en verklaart: ‘Ik mag dan het lichaam van een man hebben, maar ik heb de ziel van een vrouw’. Terwijl hij dat doet, schrijft ze vervolgens, springt een andere man overeind die een tirade over zijn moeder afsteekt. Tot slot noemt ze een derde persoon die ondertussen schreeuwend rondloopt op de bijeenkomt met de woorden dat ‘we allemaal morele burgerwachten zijn’.**

Het moet inderdaad een ongelooflijk zootje geweest zijn op die bijeenkomst. De auteur sluit haar verslag dan ook af met de woorden: ‘Als je een gefrustreerde deelnemer aan de bijeenkomst bent en echt de gezichtspunten van de kunstenaars wilt weten, lees dan hun pamflet Towards a Revolutionary Feminist Art’ (zie ook aflevering 349). Het pamflet is voor 10 pence te verkrijgen.**

Het pamflet is inmiddels online beschikbaar gesteld door de National Library of Australia (NLA). Het pamflet is gescand, dus het duidelijk ouderwets typmachinewerk, inclusief verbeteringen met typex :-), is zichtbaar. Op de eerste pagina staan de contactgegevens van Monica Sjöö, Liz Moore en Ann Berg. Daarna komt het stuk getiteld Artists connected with the women’s liberation movement, geschreven door Moore in maart 1971 (zie ook aflevering 346). De eerste zin luidt: ‘Het is moeilijk om een professioneel kunstenaar te worden als je een vrouw bent’ en ze vervolgt met: ‘Dat idee is voor de meeste mensen een contradictie in termen’. (NLA)

Dus het idee professioneel kunstenaar + vrouw is, als ik die contradictie even dieper uitwerk, net zoiets als vloeibaar + ijs of vierkant + cirkel. Een beeldende manier om de situatie van de vrouwelijke kunstenaar te omschrijven.

**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.187

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 351 Vrijmoedig politieke en emotionele schilderijen

Omslagen van het tijdschrift Spare Rib, uitgekomen van 1972-1993. Afbeelding gevonden op: https://www.vice.com/en_us/article/bj8mz4/how-spare-rib-magazine-revolutionized-womens-publishing.

De onvriendelijke commentaren in het gastenboek bij de expositie Womanpower (zie aflevering 350) zijn volgens de kunstenaars niet zozeer een aanval op de tentoongestelde kunstwerken, maar meer een reactie op de vrouwenbeweging, aldus de auteur in het feministische tijdschrift Spare Rib (1973, no.12, p.19, zie ook aflevering 349).**

Deze auteur is daar niet zo zeker van. ‘We zijn allemaal zo gewend geraakt aan het idee dat een kunstwerk een kruising is tussen amusement, beursobligaties en iets heiligs, dat veel mensen eigenlijk gewoon beschaamd en verward raken door de vrijmoedige politieke en emotionele aard van de schilderijen van de vrouwen’, schrijft ze. Volgens haar is polemische kunst zo’n rariteit in Engeland dat het publiek ver buiten de comfortzone wordt geduwd en afwerend reageert.**

Kunst moet esthetisch genoegen leveren en vermaak en zeker geen vrouwenbewegingszaken uitdragen. ‘We zijn gewend aan indoctrinatie in de reclame en zeker niet in kunst’, aldus de auteur. Maar het is volgens haar niet vreemd dat polemische kunst zo zelden voorkomt, het is namelijk een van de meest moeilijke kunstvormen. Als een boodschap overtuigend moet worden overgebracht in tweedimensionale beelden, dan is het uiterst lastig om clichés te vermijden.**

Het gevaar van clichés wordt volgens de auteur goed geïllustreerd door het werk van Monica Sjöö God giving birth (zie afbeelding bij aflevering 346), een schilderij waarop een vrouw een kind baart. Het is zeker geen clichéafbeelding, aldus de auteur, maar het wordt verkeerd begrepen. Pas als je tot je laat doordringen wat voor ideeën allemaal achter een matriarchale god zitten (bijvoorbeeld door te lezen wat Sjöö er zelf over schrijft), begrijp je hoe sterk het symbool is in het schilderij. Maar ja, zo schrijft de auteur verder, schilderijen laten afbeeldingen zien en geen argumenten, waardoor er mensen zijn die er godslastering in zien.**

Ze beschrijft ook de openbare bijeenkomst (genoemd in aflevering 349) die de kunstenaressen organiseren om de bezwaren van het publiek op hun werk te bespreken en de kwesties die door de tentoonstelling zijn ontstaan over vrouwen en kunst. Dat blijkt een hilarische boel te zijn geweest…**

**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.187

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 350 Schilderijen van barende vrouwen, goed voor veel ophef

Omslagen van het tijdschrift Spare Rib, uitgekomen van 1972-1993. Afbeelding gevonden op: https://www.gaystarnews.com/article/spare-rib-every-issue-landmark-womens-magazine-now-free-read-online280515/#gs.6lwhum

De auteur van het Womanpower tentoonstellingsverslag in het feministische tijdschrift Spare Rib (1973, no.12, p.19, zie ook aflevering 349) ziet dat de kunstenaars een vastberadenheid delen om de eigen ervaringen in hun kunstwerken te verwerken, om de spirit van de vrouwenbeweging te portretteren, en om de door mannen gedomineerde kunstwereld uit te dagen in vorm en inhoud van hun werk.**

‘Elke keer dat ze exposeren roepen ze buitengewone reacties op’, schrijft ze. Bij Womanpower komt de politie eraan te pas. Het publiek heeft geklaagd en er zijn bedreigingen. In het kielzog van de politie arriveren de critici en verslaggevers die tot dat moment de expositie hebben genegeerd. De pornobrigade van de politie is ingeroepen, aldus de auteur, omdat een aantal schilderijen barende vrouwen laat zien.**

Ze weet te vertellen dat Monica Sjöö zich heeft afgekeerd van de abstracte kunst en zich is gaan richten op feminisme en figuratieve kunst na de geboorte van haar eerste kind. Ze citeert Sjöö, die het baren van haar kind een ‘waardige en ongelooflijke’ ervaring vond. Een ervaring die haar doet nadenken over de visie van de samenleving op vrouwen. Ze begint barende vrouwen te schilderen die sterk, waardig en immens kalm en beheerst zijn, in een stijl die voor iedereen toegankelijk is.**

Wie kan zulke schilderijen nu echt, serieus, beschouwen als obsceen of ernstig slecht voor kinderen? De auteur begrijpt er niets van. Voor haar is de tentoonstelling in de Swiss Cottage Library in Londen een van de meest levendige exposities die ze ooit heeft gezien. Tijdens haar bezoek wordt ze voortdurend aangesproken door mensen die hun hart moeten luchten over wat ze zien, en er staat een lange rij bezoekers die iets willen schrijven in het gastenboek. Ze leest daarin commentaren als ‘Zo is dat zuster’, ‘Dit zegt het allemaal’, tot ‘Als je je bh gaat verbranden, gooi je schilderijen er dan bij’.**

**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.187

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 349 Exposeren buiten de gebaande paden

Deze tekening is gemaakt door Judith Meinders als omslag bij mijn afstudeerscriptie ‘Een berg fietswielen in de hoek van een museumzaal’.

In April 1973 organiseert Monica Sjöö met andere figuratieve kunstenaars – Liz Moore, Beverley Skinner (onvindbaar), Roslyn Smythe (onvindbaar), Ann Berg – de tentoonstelling Womenpower (zie ook aflevering 346). Ze benaderen eerst Serpentine Gallery voor het evenement, maar worden geweigerd. Wat maar goed ook is, achteraf gezien, want hierdoor zijn ze genoodzaakt op zoek te gaan naar alternatieven buiten de conventionele galerie, zo schrijven Roszika Parker en Griselda Pollock.*

Ze kiezen ervoor om in Swiss Cottage Library te exposeren. Het is een nieuw initiatief dat veel navolging krijgt van andere feministen. Deze keuze trekt een publiek dat normaalgesproken geen galeries bezoekt. Het werk van Monica Sjöö God giving birth (zie afbeelding bij aflevering 346), een schilderij waarop een vrouw een kind baart, wekt venijnige kritieken en de kunstenaar wordt bedreigd met juridische tenlastelegging: men vindt dat er sprake is van blasfemie en obsceniteit.*

De kunstenaars betrokken bij Womenpower scheppen een ander belangrijk precedent dat later veel navolging vindt op feministische tentoonstellingen: ze organiseren een meeting om de bezwaren van het publiek op hun werk te bespreken en de kwesties die volgens hen door de tentoonstelling zijn ontstaan over vrouwen en kunst.*

In het feministische tijdschrift Spare Rib, 1973, no.12, p.19 verschijnt een verslag van de tentoonstelling. Parker en Pollock hebben dat verslag integraal opgenomen in hun boek onder de titel 1973 Dossier: ‘Womenpower’ (1). De auteur van dat verslag heeft het over een ‘controversionele tentoonstelling’, ‘zeer uiteenlopende stijlen’ van de kunstenaars en heel ‘diverse onderwerpen’. Toch signaleert ze een duidelijke overeenkomst…**

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78
**Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.187

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 347 Tactisch protest tegen orthodoxie formalistische abstractie

Susan Hol, collage #4, 15062019. Even een braaf plaatje beste lezers, in de hoop dat de spam van WordPress bij mijn blog iets minder walgelijk wordt. Ga mij bezinnen op maatregelen.

Roszika Parker en Griselda Pollock gebruiken de pamflettekst van Monica Sjöö (zie aflevering 346) om te wijzen op een tactisch protest in de vroege jaren 1970.*

Het overheersende fundamentalisme van formalistische abstractie viert hoogtij in die jaren en veel vrouwelijke kunstenaars … wel … ze vonden het een onbevredigende manier van werken. De Amerikaanse  Judy Chicago worstelt daar ook mee: ‘Ik moest onder ogen zien dat mijn werk onmogelijk op de juiste waarde geschat kon worden in de mannelijke kunstwereld met de formalistische waarden’ (zie aflevering 109).

De kunstbewuste makers van kunst, zoals de filosoof Jerrold Levinson het noemt in Defining Art Historically (1990, zie ook afleveringen 44 en 107), zitten volgens Judy Chicago te vast in traditionele geformaliseerde manieren van doen. Ze vindt het tijd voor de nieuwe menselijke dimensie, voor het loskomen van die geformaliseerde tradities van techniek, formaat, grootte, kleur, lijn, vorm, textuur, perspectief en materialen. Voor haar is het de hoogste tijd om de eigen ervaringen en gevoelens niet meer te negeren, maar te betrekken bij het werkproces van de kunstenaar én bij het bekijken van een kunstwerk door het publiek, aldus Chicago. (Zie ook afleveringen 112113.)

Het tactische protest tegen de orthodoxie van de formalistische abstractie, heeft in Engeland een krachtige impact op de revival van het figuratieve schilderij, aldus Parker en Pollock. Toch is die positie niet ongecompliceerd, schrijven de twee kunsthistorici, omdat figuratieve kunst belast is met een geschiedenis van betekenissen, toepassingen en associaties.*

Wat is het probleem dan?

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 346 Geen gepriegel met kleurenvlakjes

Monica Sjöö met links: God giving birth, 1969, oil on canvas; en rechts: ???, misschien de tekst die bovenaan het schilderij staat: celebrating the great mother crete 2000 BC. Gevonden op: http://www.missingwitches.com/2018/10/14/episode-4-monica-sjoo-the-earth-is-a-witch-and-the-men-still-burn-her/.

‘Vrouwelijke kunstenaars maken contact met elkaar, komen uit hun isolement’, schrijft Liz Moore in haar statement in 1971 bij de tentoonstelling van de Women’s Liberation Art Group (zie aflevering 345). En ze vervolgt met:

‘We beginnen de waarde van ons eigen en elkaars werk te erkennen; te leren om het zonder mannelijke goedkeuring te stellen, trots te zijn om in elkaars gezelschap te exposeren. We leren elkaar het vertrouwen te geven om onze eigen visie op een nieuw bewustzijn te verkennen en te ontwikkelen: en we geloven dat de bestaande op mannen georiënteerde kunstwereld, verwrongen als het is, vervormd tot een soort internationale aandelenmarkt, de transfusie nodig heeft van deze nieuwe visie en dit nieuwe bewustzijn om te kunnen overleven.’*

Het jaar erop, in 1972, zo schrijven Parker en Pollock, stelt Liz Moore samen met Monica Sjöö (1938-2005) eigen werk ten toon op de National Women’s Liberation Conference, in Londen. Zij weten een levendig debat uit te lokken met de opmerking dat figuratieve schilderijen de enige passende stijl is voor feministische kunstenaars.*

Sjöö werkt haar ideeën over de anti-abstractiepositie uit in een pamflet, getiteld Towards a Revolutionary Feminist Art. Het stuk is een begeleidend schrijven bij de tentoonstelling Womenpower, die plaatsvond in 1973 in de Swiss Cottage Library in Londen. Parker en Pollock nemen uit dat stuk van Sjöö het volgende citaat op:

‘We betreuren de abstracte onderzoeken, speelse gimmicks die kenmerkend zijn voor tevreden en succesvolle mannelijke kunstenaars. Hoewel we ons ervan bewust zijn dat deze niet geheel zonder doel en interesse zijn, hebben we het gevoel dat het niet mogelijk is als leden van een onderdrukte groep – de helft van het menselijk ras – en met een krachtig communicatiemiddel in onze handen om maar een beetje te gaan zitten spelen met de realiteit van het oppervlak.’*

Ofwel, niet met de (abstracte) verdeling van vlakjes gaan zitten priegelen, vermoed ik zo, maar iets maken dat daadwerkelijk iets te zeggen/betekenen heeft. En Sjöö geeft zelf het voorbeeld, getuige haar werken in de afbeelding bij deze aflevering.

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.