Aflevering 417 Olie en water samenbrengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit

Studio International, Journal of Modern Art, heeft in 1977 het thema ‘Women’s Art’ gekregen. Het tijdschrift opent met een artikel van Linda Nochlin; Ellen H. Johnson bespreekt vijftig jaar portretschilderen door Alice Neel (zie aflevering 363); negen critici (v) buigen zich over werk van kunstenaars (v) (afleveringen 364-408); en Sarah Kent geeft inzicht in de ervaringen van een vrouwelijke kunstenaar (afleveringen 409-416).

Op pagina 197 van Studio International gaat Lucy R. Lippard in op politieke kunst: Caring: five political artists. Lippard … in dit feuilleton al zo veelvuldig genoemd. Ik heb het even nagekeken. In de afleveringen 107-114 bespreek ik haar in verband met Judy Chicago. In de afleveringen met Louise Bourgeois komt Lippard ook voor (115-116; 119-123; 125-135), en verder nog zo hapsnap in zo’n dertien afleveringen. Deze inmiddels 82-jarige beroemde en zeer ervaren criticus was in 1977, toen ze dit artikel schreef, veertig jaar.

Goede politieke kunst moet vragen oproepen, schrijft Lippard, maar ook overtuigingen bevestigen. Een politiek kunstwerk komt tot stand via de kunstenaar die zich bewust is van het conflict tussen kunst en de echte wereld, terwijl het werk tegelijkertijd bedoeld is voor de echte wereld, aldus Lippard. Misschien dat het politieke kunstwerk van vrouwelijke kunstenaars op weg is naar de uitgang, dat het vertrekt uit de kunstwereld.* Waarom?

De ervaringen van vrouwen zijn anders (sociaal, seksueel, politiek) dan die van mannen, dus de kunst van vrouwen is ook anders, schrijft Lippard* Ik schat in dat ze bedoelt dat deze kunst misschien wel té anders voor de door mannen gedomineerde kunstwereld.

De politiek kunstenaars in het artikel van Lippard gebruiken woord en beeld. Volgens Lippard is dat noodzakelijk voor politiek effectieve kunst, zelfs binnen het frame van de zogenoemde visuele kunst ‘wereld’, schrijft ze. Verder gebruiken ze collage in hun pogingen om kunst en politiek, twee grootheden die zich net zo goed laten mengen als olie en water in een marktgeoriënteerde kunstwereld, samen te brengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit. Geen gemakkelijke weg.*

De politiek activistische kunstenaars die na het stukje van Lippard tijdschriftpagina’s met werk vullen zijn May Stevens (1924; zie ook afleveringen 192-193), Nancy Spero (1926-2009; zie afleveringen 149, 192), Mary Beth Edelson (1933; zie bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295), Adrian Piper (1948) en Martha Rosler (1943; zie video bij deze aflevering, een performance).

*Lippard, Lucy R. (1977). Caring: five political artists. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 197-207.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 192 May Stevens: ‘essentiële onderdelen om de wereld te begrijpen’

May Stevens, Mysteriën en politiek, 1978, olieverf op doek, 198 x 360 cm. Gevonden op: http://figurationfeminine.blogspot.com/2009/05/may-stevens-1924.html

Niet alleen de werkomgeving (aflevering 190) en de vergaderingen (aflevering 191) waren overbevolkt met mannen, ook de politiek was lang alleen een mannending.

Zo ook de politieke gevangenen en de slachtoffers van martelingen. Toch concentreert kunstenaar Nancy Spero (1926-2009, zie ook aflevering 149) zich in haar werk op het martelen van vrouwen, ‘omdat symbolisch gezien het seksuele misbruik van vrouwen tekenend is en omdat hun kwetsbaarheid historisch gezien dat ook is. Vrouwen zijn zogenaamd altijd beschermd, maar ze zijn overal ter wereld het slachtoffer’, aldus Spero in feministische kunst internationaal, geciteerd door Liesbeth Brandt Corstius (1978, p.38).

Volgens Spero is het martelen van vrouwen een institutie geworden, zijn martelingen een institutie van de staat, die voornamelijk door mannen beheerst wordt.

De politiek komt ook aan bod in het werk van Amerikaanse May Stevens (1924). Ze maakt bijvoorbeeld een interessant schilderij: Mysteriën en politiek (1978, zie afbeelding bij deze aflevering).

Hoezo interessant?

Omdat de schilder in dit schilderij vele aspecten in één beeld heeft samengevoegd: moederschap, politiek, creativiteit, reflectie en actie. Volgens Brandt Corstius probeert Stevens in dit schilderij ‘de verdeelde gevoelens van vrouwen over de politiek weer tot één geheel te maken’ (1978, p.38).

In het schilderij vormen Alice Stevens, de moeder van de schilder, en Rosa Luxemburg het uitgangspunt. Beiden zijn grote voorbeelden uit het verleden, zo schrijft Rosa Lindenburg (feministische kunst internationaal, 1978, p.92). Stevens ging met deze voorbeelden aan de slag toen zij actief betrokken raakte bij de strijd van de vrouwenbeweging.

Als politiek actieve vrouw, feminist en kunstenaar put zij uit verschillende bronnen. Tijdens een paneldiscussie in 1978 zei ze:

Ik probeer zowel het verleden als het heden te bestuderen – noch marxisme, noch feminisme, noch de geschiedenis van kunst accepteer ik daarbij geheel, maar ik vind in alle drie essentiële onderdelen om de wereld te begrijpen. (1978, p.92)

Op het schilderij Mysteriën en politiek, staat Stevens moeder met haar pasgeboren dochter, geheel in het wit. Het andere grote voorbeeld, de revolutionaire politica Rosa Luxemburg, is rechts van het midden weergegeven in een (voornamelijk wit) portret. Naast Stevens moeder zit kunstenares Poppy Johnson (onvindbaar op internet, alleen dit) met een tweeling in haar armen. Zij stelt als charitasfiguur het moederschap voor, aldus Lindenburg. Andere kunstenaressen om haar heen verkeren in verschillende stadia van zwangerschap: het privéleven (moeder) en de feministische kunstenaar ineen. (1978, p.92)

Links op het schilderij zijn verschillende kunstenaressen bezig met hun werk, rechts zijn ze bezig met actie voeren. Volgens Brandt Corstius en Lindenburg staat kunstenaar Mary Beth Edelson (zie aflevering 152) ook op het schilderij. Afgebeeld ‘als de grote godin’ in de linker bovenhoek. (1978, p.39, p.92) Maar wat is de linker bovenhoek in het werk van Stevens?

Is dat het schilderij met de naakte figuur zonder hoofd (zou een werk van Edelson kunnen zijn), of is het de vrouw in het zwart? Maar hoe ‘godinnerig’ is die vrouw in het zwart dan? Na fiks speuren op internet kwam ik wel een foto van Edelson tegen die lijkt op de vrouw in het zwart.

In de hoek linksonder is Betsy Damon afgebeeld als De 7000 jaar oude vrouw. ‘In het midden – met zwarte jas – staat Stevens zelf: tussen de activisten rechts, kijkend naar de kunst links. Zij geeft aan dat de scheiding tussen het persoonlijke, raadselachtige leven en het openbare leven van de politiek overbrugd moet worden, ook door de kunstenares’, aldus Brandt Corstius (p.39).

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 150 Feministisch realisme: Miriam Cahn

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.66. Kunstwerk van Miriam Cahn in boek met tekeningen, Haags Gemeentemuseum.

Dat ik twijfel of er sprake is van kunst of creatieve therapie (zie aflevering 149) is op zich niet zo raar. Immers, de creatieve therapie is ontstaan doordat psychotherapeuten de kunsten hun therapiepraktijken binnen haalden, en doordat kunstenaars de therapeutisch kracht van schilderen en beeldhouwen ontdekten.

De tijd dat creatieve therapie ontstond en groeide was in diezelfde jaren 1950/60/70 waarin het feminisme opnieuw opbloeide. Toeval? Ik dacht het niet. Er kwam simpelweg steeds meer ruimte en aandacht voor de innerlijke roerselen van mensen.

Miriam Cahn (1949) liet zich, net als een cliënt creatieve therapie, inspireren door wat er bij haar van binnen speelt. Het verschil met de cliënt is dat kunstenaar Cahn vanuit dat innerlijk de connectie met de maatschappij buiten haar legt. Een ander verschil is dat de kunstenaar werkt met een publiek voor ogen, terwijl de cliënt vooral werkt aan haar of zijn persoonlijke herstel van een mentale aandoening (depressie, somberheid, rouw/verliesverwerking) en op zoek is naar bijvoorbeeld minder destructief gedrag en meer energie, geluk, gezondheid, plezier en inzicht.

Op de tentoonstelling Feministische kunst internationaal (Haags gemeentemuseum, 1978) waren boeken van Cahn met series tekeningen te zien, een onderdeel van haar serie Verweigerungen (weigeringen), wat één continu werkproces vormt, aldus Rosa Lindenburg (tentoonstellingscatalogus, 1978, p.66).

Cahn vertelt in de catalogus (1978, p.66) het volgende: ‘Ik teken, omdat na alle ballast aan technieken die ik geleerd heb, en na alle gangbare mannelijke inhouden, het tekenen het meest primitieve is: je neemt een stuk papier, een potlood en je ‘noteert’ dat wat naar boven komt. Intussen heeft voor mij het tekenen op deze manier een eigen dynamiek gekregen: ik kan me bij wijze van spreken ‘intekenen’ in een zich steeds weer herhalende, volledige woede. Het resultaat zijn steeds groter wordende series van tekeningen, die steeds meer plaats en ruimte innemen.

[…] Ik vind het belangrijk dat het geheel er provisorisch uitziet en van voorbijgaande aard is, dat het een proces toont, dat het datgene toont dat op dat moment plaatsvindt.

Omdat ik een vrouw ben en ook nog feministe, betekent dit voor mijn werk dat de inhoud overwegend (niet altijd) vrouwelijk is, als je dat tenminste zo kunt zeggen: mijn buik, mijn menstruatie, mijn isolatie, mijn wensen, seksualiteit enzovoort. De woede en het verdriet grijpen me tot nu toe bij alles het meeste aan, en dat wil ik tekenen: wat er gebeurt als ik over deze onderwerpen, al tekenend, nadenk.

Ik gebruik mijn individuele ervaringen als een zeef om algemene dingen tot deze maatschappij te zeggen, vanuit mijn vrouwelijk kijk erop. Misschien kom ik ooit over de woede en het verdriet heen. Wie weet. De serie Verweigerungen geeft globaal gezegd een beeld van mijzelf, samen met mijn eenzaamheid en mijn radeloosheid in seksueel opzicht. Het gaat me om de onderdrukking van vrouwen, en de invloed daarvan op het individu, invloeden die we al duizenden jaren met ons meedragen. Omdat het nu mijzelf betreft, laat ik het zien en de meest directe manier om deze gevoelens weer te geven voor mij zijn tekeningen.’

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 149 Feministisch realisme: Nancy Spero

Nancy Spero, Torture of Woman, jaren 1970. Afbeelding gevonden op: http://magazine.art21.org/2010/04/16/nancy-speros-torture-of-women/#.XIY20i1x-jg

Van de twee kunstenaars Nancy Spero en Miriam Cahn was werk te zien tijdens de tentoonstelling Feministische kunst internationaal in het Haags gemeentemuseum in 1978. In de catalogus worden beide kunstenaars genoemd als voorbeeld van het feministisch realisme (zie ook aflevering 148) en worden in diezelfde catalogus nader belicht.

Nancy Spero (1926-2009) verbeelde het onderwerp geweld, zo schrijft Rosa Lindenburg in de catalogus (p.91). Spero maakte bijvoorbeeld in 1966 een serie tekeningen tegen de atoombom en zijn vernietigingskracht. Daarna volgde een serie gouaches over de oorlog in Vietnam: ‘Codex Artaud’. Op dat moment, zo schrijft Lindenburg, is haar politieke engagement al gebaseerd op een feministisch bewustzijn.

In 1974 maakte zij een lange beeldstrip met verminkte vrouwenfiguurtjes, gevleugelde figuren, uitgeknipte en opgeplakt gouaches. Dit monumentale kunstwerk was een reactie op de martelingen die vrouwen in Chili moesten ondergaan, aldus Lindenburg. Spero noemt in het kunstwerk elke gemartelde vrouw bij naam en leeftijd, de datum van de arrestatie, en de marteltechniek.

Spero: ‘Tot nu toe werd de geschiedenis gepresenteerd door mannen, en dan werden er ook vrouwen mee bedoeld. Ik besloot om de geschiedenis van de mensheid door vrouwen te laten vertegenwoordigen. Niet alleen om de geschiedenis om te draaien, maar om te zien wat het betekent om de geschiedenis aan de hand van de afbeeldingen van vrouwen te tonen. Ik concentreer me op het martelen van vrouwen, omdat symbolisch gezien het seksuele misbruik van vrouwen tekenend is en omdat hun kwetsbaarheid historisch gezien dat ook is. Vrouwen zijn zogenaamd altijd beschermd, maar overal ter wereld zijn ze het slachtoffer. Dat is een institutie geworden. Martelingen zijn een institutie van de staat, die voornamelijk door mannen beheerst wordt.’ (1978, p.91)

Spero laat zich inspireren door kwesties buiten haar, politieke issues die vrouwen, en daardoor ook haar, raken en waarmee ze zich kan verbinden.

Miriam Cahn doet het tegenovergestelde. Zij laat zich juist inspireren door wat er bij haar van binnen speelt en maakt van daaruit de connectie met de maatschappij buiten haar.

Ik moet zeggen, al lezende sloeg bij mij toch weer de twijfel toe: is dit kunst of hebben we het hier over creatieve therapie? Of sluit het een het ander niet uit?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.