Aflevering 93 Abramović: ‘ik heb me nooit thuis gevoeld’

Bed. Idee, foto en bewerking: Susan Hol, 2013-2018.

In diverse biografieën en interviews valt te lezen dat Marina Abramović veel werd geslagen om allerlei, voor haar vaak onnavolgbare, redenen. ‘Thuis’ was een uiterst onveilige en gewelddadige omgeving voor de kleine meid. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat ze het verblijf van een jaar in het ziekenhuis omschrijft als de gelukkigste, meest geweldige tijd van haar leven.

In de biografie When Marina Abramović dies (James Westcott, 2014, p.16) valt te lezen dat Abramović in het ziekenhuis was opgenomen vanwege een toenemende versterkte bloedingsneiging na de diverse klappen (zoals een neusbloeding die nauwelijks stopte), maar ook omdat de wond van een uitgevallen melktand dagenlang bleef bloeden. Voor de aandoening hemofilie (niet of nauwelijks te stoppen bloeding) werd uiteindelijk geen enkele aanwijzing gevonden, aldus Westcott.

De precieze oorzaak en welke behandeling effectief kon zijn bleven een mysterie. Wat niemand indertijd bedacht, schrijft Westcott, was de mogelijkheid van psychosomatiek. Volgens Westcott kon het een psychosomatische reactie zijn op de komst van haar broertje, een hysterische truc om de aandacht en liefde van haar ouders te winnen. Als bewijs daarvoor noemt hij een vergelijkbaar medisch geval in een voetnoot (Westcott, 2014, p.16).

Mocht Westcott hierin gelijk hebben, dan zou ik eraan toe willen voegen dat het ook een manier was om aan de eenzaamheid en het fysieke geweld te ontsnappen. De door hem gebruikte term ‘hysterisch’ begrijp ik dan in de vroege freudiaanse betekenis: psychische problemen die zich uiten in lichamelijke symptomen. In mijn werk als dramatherapeut ben ik dit regelmatig tegengekomen. Zo bleek een oudere vrouw met hoge bloeddruk, die naar eigen zeggen ‘verder niks mankeerde’, een fikse innerlijke strijd te voeren over de situatie rondom het overlijden van haar echtgenoot zes jaar daarvoor. Via theaterachtige spelsituaties kwam dit aan bod en ter sprake. Het heeft haar geholpen: de hoge bloeddruk verdween.

Het is, met andere woorden, goed mogelijk dat de kleine Marina zichzelf onbewust een dienst bewees en een veilig heenkomen creëerde in het ziekenhuis. Ze vertelt in het boek Getting there (Segal, 2015, p. 109): ‘Iedereen zorgde voor mij en niemand strafte mij. Ik heb me nooit thuis gevoeld in mijn eigen huis en ik voel me nooit ergens thuis.’

De in haar vroege kinderjaren, maar ook nog lang daarna, opgelopen psychische pijn, de doelbewuste, herhalende en directe handeling van de zelfverwonding (zie afleveringen 88 t/m deze aflevering), het ‘klopt’ allemaal. Als je puur naar deze aspecten kijkt, kun je Marina Abramović een slachtoffer van huiselijk geweld noemen die verlichting van haar psychische pijn vindt in zelfverwonding. Maar is dat het hele verhaal?

N.B. Er zijn talloze boeken en artikelen van en over Abramović. Wil je meer over haar leven weten? Keuze genoeg. Ik denk dat James Westcott met zijn biografie When Marina Abramović dies, het meest volledig is. Abramović heeft eraan meegewerkt. Het meest recente boek van haar is Walk through walls, een memoir. Dat is een mooi verhaal maar … nou ja, in mijn blog over dat boek heb ik dat duidelijk verwoord.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 92 Abramović: ‘alles was extreem’

Omslag ‘Getting there’, overgenomen van https://www.bol.com/nl/f/getting-there/9200000040610721/.

Marina Abramović’ grootmoeder nam de kleine Marina in huis omdat ze zich zorgen maakte over haar gezondheid. Uit die tijd stamt ook een vrij typisch verhaal, genoteerd door James Westcott in When Marina Abramović dies (2014, p.13).

Dat verhaal gaat als volgt: grootmoeder Milica moest kleindochter Marina op een dag even alleen thuis laten. Ze zette haar kleindochter aan tafel met een glas water voor zich en zei dat Marina moest blijven zitten. Ze zou gauw weer terug zijn. Twee uur later kwam Milica terug. Ze zag dat haar kleindochter in exact dezelfde houding zat als toen ze wegging en niet eens een slokje water had genomen.

Toen ik dit las was mijn eerste gedachte: als iets Abramović performances kenmerkt, is het wel dit soort uithoudingvermogen. Of moet je het wilskracht noemen? Of is het een soort hardnekkige koppigheid, een gevoel van ‘ik zal ze eens wat laten zien’?

Abramović zelf vertelt dat ze op haar zesde teruggestuurd werd naar haar ouders (bijv. in het boek Getting there, Segal, 2015, p. 109), maar Westcott (2014, p.15) laat ons weten dat ze met haar grootmoeder in het huis van haar ouders gaat wonen omdat er een baby op komst is, het broertje van Abramović.

Voor Abramović breekt dan een periode aan die ze zelf omschrijft als ‘heel ongelukkig. Ik ben opgegroeid met ongelooflijke controle, discipline en geweld thuis. Alles was extreem. Mijn moeder kuste me nooit. Toen ik vroeg waarom, zei ze: “Om je niet te verwennen, natuurlijk.” Ze had een bacteriefobie, zodat ze me niet toestond om met andere kinderen te spelen uit angst dat ik misschien een ziekte zou krijgen. […] Ik bracht het grootste deel van mijn tijd alleen door op mijn kamer. Er waren veel, veel regels. Alles moest in perfecte staat zijn. Als ik slordig in bed sliep, maakte mijn moeder me midden in de nacht wakker en droeg me op om recht laten slapen.’ (Getting there, Segal, 2015, p. 109.)

En zo gaat het nog even door…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 91 Abramović’ psychische pijn

Omslag ‘When Marina Abramović dies’, overgenomen van https://www.bol.com/nl/f/when-marina-abramovic-dies/39672046/.

Of er bij Abramović sprake is van psychische pijn? Nou en of! En daar hoef je niet naar te raden, want zij vertelt er zelf al vele jaren over. In menig interview en boek kun je haar verhalen lezen over hoe gemeen, liefdeloos en rigide haar moeder was, hoe afwezig haar vader, hoe ze zich na de komst van haar broertje helemaal in de steek gelaten voelde en hoe heftig ze mishandeld is.

Haar leven begint met een leugen over haar geboortedag. Ze is 30 november 1946 in Belgrado, Joegoslavië, geboren, maar haar ouders lieten haar in de waan dat dit 29 november was. Heel apart nietwaar. Waarom deden ze dat?

Abramović’ ouders waren trotse partizanen en streden voor een vrij Joegoslavië. Zij wilden daarom niets liever dan dat de verjaardag van hun dochter plaatsvond op de dag dat de staat Democratisch Federaal Joegoslavië (in 1943) werd opgericht. Later, op 29 november 1945, werden – na het verslaan van de nazi’s – de communisten verkozen in de regering en werd de Federale Volksrepubliek Joegoslavië uitgeroepen. Josip Broz Tito benoemde zichzelf toen als minister-president.

Alle kinderen die op 29 november waren geboren, werden uitgenodigd om deel te nemen aan de parades op de dag van de Republiek. Deze kinderen kregen op die speciale dag extra cadeautjes, werden publiekelijk geadoreerd en kregen de kans om Tito te ontmoeten. Zo niet Marina Abramović. Elk jaar weer, zo schrijft James Westcott in de biografie When Marina Abramović dies (2014, p.9), werd ze opnieuw teleurgesteld.

De pijn van Marina Abramović zit in deze jaarlijks terugkerende teleurstelling. Pas rond haar tiende jaar kwam ze erachter dat haar echte verjaardag op 30 november is. Als dit verhaal waar is, dan weet ze van jongs af aan al dat niet zij maar haar land op de eerste plaats staat bij haar ouders.

In het boek Getting there (Segal, 2015, p. 109) vertelt Abramović dat haar ouders partizanen en nationale helden waren, en heel erg streng. Tegelijkertijd vertelt ze dat haar ouders nauwelijks kende, omdat ze tot haar zesde jaar bij haar grootmoeder woonde. Haar ouders waren volgens Abramović zo druk met hun carrières dat zij voor haar alleen maar twee vreemdelingen waren die op zaterdag op visite kwamen en cadeautjes meenamen.

James Westcott schrijft in When Marina Abramović dies (2014, p.9) dat het in die tijd in Joegoslavië vrij normaal was dat grootouders de volledige verantwoordelijkheid voor hun kleinkinderen namen, vooral als de ouders veeleisend werk hadden.

Waarom nam de grootmoeder Marina Abramović in huis?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.