Aflevering 391 Het subject dat de eigen wil en objecten aanschouwt

Susan Hol, ca. 1980, 65 x 50 cm. Foto van de tekening: Susan Hol.

Volgens de filosoof Arthur Schopenhauer, die romantische ideeën heeft gesystematiseerd (zie aflevering 390), hebben we voorstellingen van onszelf en van de wereld. Er bestaat volgens hem iets dat voorgesteld wordt, een object, en iets wat voorstelt, een subject. Deze info heb ik tijdens mijn universitaire opleiding meegekregen, maar het staat mooi samengevat in het boek van Rob van Gerwen Moderne filosofen over kunst. (2017, p.181)

Het subject neemt het eigen lichaam als object waar en al de lichaamshandelingen als voorstellingen, maar het subject heeft nog een tweede toegang: naar het innerlijk, de eigen wil. Voor het subject is alleen het eigen lichaam wil én voorstelling, de andere objecten zijn alleen maar voorstelling. (2017, p.181-182)

Wat heeft dit nou met kunst te maken? Immers het ging erom dat Marie Yates wil afrekenen met de negentiende-eeuwse romantiek die aan landschap in de kunsten vastgeplakt zit (zie aflevering 389-390).

Aan ieder kunstwerk gaat een idee vooraf, schrijft Schopenhauer. Mmm, klinkt logisch. En, zo vertelt hij verder, een idee is een intuïtief gevormde aanschouwelijke (beeldende) eenheid die als basis van een veelheid aan dingen kan fungeren, een soort voor-beeld. Mmm, klinkt iets onbegrijpelijker.

Maar wacht. Een idee is eigenlijk tegengesteld aan een begrip, want een begrip wordt juist uit een veelheid van dingen afgeleid. Zo is bijvoorbeeld uit alle dieren die zogen het begrip ‘zoogdier’ afgeleid. Dit is de empirische kennis, kennis die je opdoet door onderzoek en ervaring. (2017, p.184)

Het idee, het voor-beeld, dat Schopenhauer noemt, lijkt duidelijk geïnspireerd op Plato’s Ideeënwereld, een wereld waarin zich de eeuwige en onveranderlijke ideeën bevinden. Zo is bijvoorbeeld volgens Plato een bed gemaakt naar het oerbeeld Bed (idee!) uit de ideeënwereld.

In de kunst heb je niets aan een begrip, aldus Schopenhauer, want dat is al helemaal uitgekauwd. Maak maar eens iets anders van ‘zoogdier’, dat begrip ligt gewoon moervast. Een idee ontwikkelt zich in zijn aanschouwelijke (beeldende) voorstelling. Dankzij de ideeën brengt de kunst ons dichterbij de werkelijkheid zelf. (2017, p.186)

De kunstenaar, namelijk, is het genie dat niet bij alles wat zij tegenkomt meteen een begrip zoekt, zoals normale mensen doen. Neen, de kunstenaar aanschouwt iets en gaat daar helemaal in op, concentreert zich langdurig op dat ene ding en vergeet de rest, zichzelf, anderen, de wereld om haar heen. Dan, met enige gepaste hulp van haar fantasie, presenteert zij haar kennis aan anderen in een kunstwerk. De toeschouwer kan vervolgens aan de hand van dit kunstwerk kennismaken met een bepaald idee, met een voor-beeld. (2017, p.186)

Wat hier gebeurt bij Schopenhauer, maar natuurlijk ook bij zijn andere tijdgenoten, is dat het perspectief zich helemaal afwendt van de mens als sociaal wezen, het kuddedier, en de nadruk komt te liggen op het individu, het subject dat de eigen wil en objecten aanschouwt. De eigen gevoeligheid, verbeeldingskracht (fantasie) en het individualisme komen op de eerste plaats.

Wat stelt Marie Yates daar dan tegenover?

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 390 Wat is dat precies, de romantiek? Een filosofische benadering …

Marie Yates wil afrekenen met de negentiende-eeuwse romantiek die aan landschap in de kunsten vastgeplakt zit (zie aflevering 389). Hoe doet ze dat dan precies?

Voor een goed begrip moet ik toch nog wat dieper in die stroming duiken, niet via de kunstgeschiedenisroute maar de analytische filosofie. Zin in!

In de romantiek staan twee ideeën centraal, zo schrijft de filosoof Rob van Gerwen in zijn boek Moderne filosofen over kunst. ‘Ten eerste zoekt men naar een hogere eenheid …’. Verschillen tussen mensen onderling en tussen mens en natuur zorgen voor conflicten. Het idee is dat die hogere eenheid deze verschillen ongedaan maakt, en dat die eenheid het leven een zin geeft. Het tweede idee is dat de kunst dit dan het best voor elkaar kan krijgen. (2017, p. 177)

In de tijd van de romantiek zijn mensen klaar met het rationele argumenteren van de Verlichting. Het mythische gaat de boventoon voeren. De werkelijkheid kan ervaren worden in een eenheid van subject en object, door intuïtie. ‘God is natuur’, zo schrijft Van Gerwen. ‘Men beschouwt de natuur als een organische totaliteit die op de mens lijkt. Omgekeerd wordt de menselijke geest opgevat als het bewustzijn dat de natuur van zichzelf heeft.’ (2017, p.178)

De romantici benadrukken de vermogens van de creatieve verbeelding en het belang van gevoelens en intuïtie. Het is niet de filosofie die de meest geschikte bron van kennis van de werkelijkheid is (zoals wel bij de rationalisten), nee, het is de kunst, want die voldoet beter omdat zij dichter bij de goddelijke creativiteit staat. De filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) heeft deze romantische ideeën in een systematisch geheel ondergebracht in zijn hoofdwerk Die Welt als Wille und Vorstellung (1819 en 1844). (2017, p.178-179)

Schopenhauer, een eenzelvig eigenwijs mannetje en notoir vrouwenhater, wiens moeder een succesvol romanschrijver was met een druk sociaal leven, beschouwt zijn eigen filosofie als de systematische vervolmaking van de geniale gedachten van de filosofen Plato en Immanuel Kant.

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 77 Kunst is …

Sophia Narrett, So Many Hopes, 2016-17. Photo by Stan Narten. Courtesy of the artist.

Hahahahahaha, ja, ik blijf het proberen. Maar nee, helaas, wat kunst is zal altijd een raadsel blijven. Zeker in onze tijd, waarin heel veel mensen enorm veel creaties produceren van heel diverse kwaliteit. En waarvan uiteenlopende hoeveelheden mensen genieten, het waarderen, er genoegen aan beleven. Ga er maar aanstaan om daarin aan te geven wat wel en geen kunst is. Mij duizelt het bij het idee alleen al.

Kijk, ik kan natuurlijk de theorieën van filosofen als Rob van Gerwen, Jerrold Levinson en Benjamin R. Tilghman gebruiken als grenspalen en meetlatten. Ik kan ook op zoek gaan naar nóg meer theorieën, want de visies op kunst zijn eindeloos.

Ga ik allemaal niet doen.

Er zijn wel een paar dingen die mij aanspreken (ik heb niet voor niets voor de theorieën van die drie mannen gekozen 😉 ) Zo ervaar ik enige houvast in het idee – uit de theorie van Jerrold Levinson (afleveringen 44 t/m 57) – dat een maker van kunst op de een of andere manier zich moet verhouden tot dat wat anderen gemaakt hebben. Of dat nou navolging, uitwerking of een zich afzetten tegen is.

Opmerkelijk is dat ik, wanneer het gaat over je als kunstenaar verhouden tot de kunstgeschiedenis, ‘automatisch’ ofwel onbewust direct denk aan de ‘standaard’ kunstgeschiedenis. Logisch, want dat is wat bijna altijd en overal aangehaald wordt: academische schilders, reactie: impressionisme, reactie: expressionisme, reactie: kubisme enzovoort. Maar heel veel vrouwelijke kunstenaars bewandelden een heel andere route. Gold voor hen ook dit ‘navolgen, uitwerken, of een zich afzetten tegen’? Of deden zij dat heel anders?

Het element tijd dat Levinson in zijn theorie opneemt (zie aflevering 49) spreekt mij ook aan: werken die de tand des tijds overleven, maar ook: werken die eindelijk op hun plek vallen en na tientallen, soms honderden jaren ineens vele mensen aanspreken. Zo doet de tijd ook haar werk voor feministische kunstenaars, voor vrouwen die in hun jonge jaren met hun werk vele mensen aanspraken maar plotseling totaal en tientallen jaren lang verdwenen en nu weer tevoorschijn komen.

Verder vind ik de esthetische eigenschappen van belang. Ik heb ze nu in het kader van de drie mannen besproken, Van Gerwen, Levinson en Tilghman, waardoor vooral ‘perceptueel te onderscheiden objecten’ de hoofdrol hebben gespeeld (zie afleveringen 71 en 72), die beschikken over ‘primaire en secundaire kwaliteiten’ (zie aflevering 63). Wat ik wil weten is hoe dat zit bij bijvoorbeeld een performance zoals die van Marina Abramović op het bed met kaarsen (zie voor beschrijving afleveringen 2 en 3). In zekere zin is een performance, net als een toneelstuk en een dansuitvoering, een vluchtig kunstwerk, vergelijkbaar met conceptuele kunst: je doet iets en fffoeff het is weer verdwenen. Het gaat enige tijd mee in de harten en hoofden van mensen, als je tenminste voldoende indruk hebt achtergelaten, maar er is geen object dat je kunt aanraken, vasthouden, aanwijzen en naar terug kunt keren als je daar zin in hebt.

Toevallig las ik in het blad SeeAllThis (nr. 12, winter-2018-2019) een zeer toepasselijke opmerkingen van kunstenaar Sarah van Sonsbeeck. Het artikel is getiteld Alles goud. Ze beschrijft in de slotalinea van dat artikel wat zij het allermooiste werk vindt:

Het ontroerendste kunstwerk van goud blijft voor mij toch de ongrijpbare sokkel van James Lee Byars. Ik heb het werk helaas nooit zelf gezien, maar er alleen maar een beschrijving van gelezen. Het zou een met echt bladgoud vergulde sokkel zijn, waar niets op ligt. Want ja, de sokkel van het perfecte moet natuurlijk de allermooiste sokkel ter wereld zijn. Maar op zo’n onnavolgbaar mooie sokkel kan eigenlijk niets meer liggen. Wil Byars ons zeggen dat het perfecte helemaal niet bestaat? Of zegt hij dat het alleen in onze verbeelding woont, in een hoogstpersoonlijke gedaante? Ik heb er zelfs nooit een foto van kunnen vinden en misschien is dat maar goed ook. Het allermooiste werk bestaat, leeft en flonkert het beste in je hoofd.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 69 Een conceptuele-kunst-procedé?

Idee en foto: Susan Hol.

Een conceptuele-kunst-procedé … (zie aflevering 68, de theorie van de vier keuzeniveaus van de filosoof Rob van Gerwen (in Art and Experience, 1996, zie ook aflevering 62).

Tja.

Er kán sprake zijn van behandeling op het eerste keuzeniveau (classificatie, genre, stijl) en het vierde keuzeniveau (relationele eigenschappen: waar hangt het, hoe is het door de kritiek ontvangen enzovoort).

Waar het dan op neerkomt: de kunstenaar toont de museumdirecteur waar het idee plaats moet vinden en de plek voor het bijbehorende bordje. Welk idee en welk bordje zijn inderdaad de keuze van de kunstenaar en deze instructies brengen enige materialiteit met zich mee, maar volgens Van Gerwen lijkt dit op zijn hoogst slechte kunst te zijn. De visuele, temporele, ruimtelijke of literaire impact zijn allemaal nihil: er ligt alleen een filosofische uitdaging.

In de afgelopen afleveringen (61 t/m 68) heb ik aandacht besteed aan de theorie van de vier keuzeniveaus van Van Gerwen. Deze theorie geeft niet de voorwaarden voor afzonderlijke kunstwerken, maar voor artistieke procedés. Al zijn deze specificaties voor artistieke procedés uiteindelijk de basis voor de esthetische beoordeling van feitelijke kunstwerken. Is er bijvoorbeeld eenmaal een erkend artistiek procedé ‘kubisme’, dan kun je zonder al te grote problemen een enkel werk waarderen dat past bij dat erkende procedé.

De theorie van Van Gerwen komt tot een karakterisering van kunst. Puntsgewijs:

  1. Kunstwerken laten een of ander artistiek procedé zien.
  2. Een procedé is alleen artistiek als het keuzen van het tweede niveau (toepassing materiaal) en derde niveau (representationele of expressieve eigenschappen) omvat (omdat kunstwerken belevingen moeten toestaan die tegemoetkomen aan het acquaintance principle).
  3. Een procedé is artistiek als eenmaal is aangetoond dat het esthetisch de moeite waard is, ofwel het moet zijn aangetoond dat het gelijksoortige werken rechtvaardigt.
  4. De gelijksoortigheid van deze gelijksoortige werken moet worden vastgesteld door passende esthetische beoordelingen.

Na verschijning van zijn proefschrift vertelde Van Gerwen mij dat hij nog een drie-trapsdefinitie heeft samengesteld. Deze wijkt niet echt af van de hierboven genoemde vier punten, maar formuleert het iets bondiger. Ter info voeg ik deze definitie toe in de oorspronkelijke versie, in het Engels dus. Referentie: het staat op zijn site, hier.

1. X is a work of art if and only if it properly instantiates an established artistic procedure. 2. An ordered set of phenomenological specifications concerning the manipulation of material is a procedure if it allows for more than one proper instantiation. 3. A procedure is artistic if it has allowed for one or more instantiations with acclaimed high artistic value.

Zo. Weten we nu wat kunst is?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 68 Is een dichtgegooid gat in de grond een kunstwerk?

Hier was ooit een gat, maar dat hebben we weer dichtgegooid 🙂 Foto: Susan Hol.

Een dichtgegooid gat in de grond? Lijkt mij geen kunstwerk.

Dus dan is Placid Civic Monument van Claes Oldenburg (zie aflevering 58) geen kunstwerk? Nee. Of ja. Of misschien toch niet. Hoe zit dat nou?

Als je het bekijkt vanuit de theorie van de vier keuzeniveaus van de filosoof Rob van Gerwen (in Art and Experience, 1996, zie ook aflevering 62), lijkt er sprake van behandeling van keuzen op het tweede niveau (materiaaltoepassing). Maar je kunt het niet ervaren, want het gat is weer dichtgegooid en er is niets meer van te zien. Er is dus geen werk beschikbaar voor de zintuigen (zie afleveringen 63 en 64).

Bovendien lijkt Oldenburg zijn zogenaamde werk te hebben vernietigd (het gat dichtgegooid) voordat hij een esthetisch doel van het derde keuzeniveau (representatie/expressie) bereikte. Het acquaintance principle, dat je de juiste en passende esthetische oordelen pas kunt vellen als je zelf het werk hebt gezien (zie aflevering 64), kun je hier niet toepassen. Behalve misschien als je toentertijd bij dat graafwerk van de doodgravers en het weer dichtgooien van het gat geweest bent.

Maar wat moeten wij, die het nooit gezien hebben, ermee? Weten waaruit het waarschijnlijk bestaat, door de verhalen van anderen (getuigenis), lijkt mij niet voldoende om het te begrijpen.

Toch lijkt er zich toch een soort artistiek ‘conceptuele kunst procedé’ te hebben ontwikkeld, aldus Van Gerwen, door toeschouwers te dwingen na te denken over een non-kunstwerk (ofwel conceptuele kunst).

Wat is dan dit conceptuele-kunst-procedé?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 67 Fountain is geen kunstwerk

Foto: Susan Hol, 2015-2018.

Is Fountain geen kunstwerk? Nee.

Dat kun je volmondig zeggen als je het bekijkt vanuit de theorie van de vier keuzeniveaus van de filosoof Rob van Gerwen (in Art and Experience, 1996, zie aflevering 62).

Ook weleens lekker.

Maar hoe zit dat dan?

De omgekeerde pispot bevat geen keuzen van het tweede en derde niveau: er is geen sprake van ‘feitelijke toepassing van het gebruikte materiaal, zoals kleurkeuze, verfdikte, soort kwasten, de plaats waar die ene klodder verf in die bepaalde kleur wordt gezet of hoeveel steen weggehakt moet worden’ (niveau 2), en ook niet van ‘representationele of expressieve eigenschappen die de maker in het werk wil realiseren, hierbij hoort het besluit dat het werk af is als het verlangde esthetische effect is bereikt’ (niveau 3).

Het urinoir lijkt mogelijk op een sculptuur: dat zou een keuze van het eerste niveau kunnen zijn (‘classificaties in de kunsten en artistieke genres, en daarmee samenhangend de keuze voor bijvoorbeeld genre en stijl’). Maar, aldus Van Gerwen, aangezien een sculptuur altijd het resultaat is van behandeling van de keuzen op het tweede niveau kan zelfs dit ontkend worden. Wat Van Gerwen hier bedoelt: wat je neerkwast op dat doek (niveau 2) draagt mede bij aan je keuze voor classificatie, genre, stijl (niveau 1). Fountain bevat geen keuzen op het tweede niveau, dus daarom ook niet op het eerste niveau.

Hoe zit dat met conceptuele kunst? Bijvoorbeeld Claes Oldenburgs gegraven en dichtgegooide gat in de grond in Central Park New York achter het Metropolitan Museum (zie aflevering 58). Is Placid Civic Monument een kunstwerk?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 66 Wanneer is iets kunst?

Gele winterroos, detail, Susan Hol, 2018.

Een kunstenaar kan niet volledig verantwoordelijk zijn voor haar keuzen, als zij alle drie de keuzeniveaus (genre/stijl; materiaal; representatie/expressie, zie aflevering 62) bij het maken van een werk uitvoert.

Huh? Hoezo dat?

Dat komt, aldus de filosoof Rob van Gerwen (in Art and Experience, 1996), omdat artistieke procedés (zie aflevering 61) een eigen dynamiek hebben. Bovendien zijn ze ingebed in culturele processen die je niet volledig onder controle hebt.

Daarnaast kan de kunstenaar allerlei keuzen maken die uiteindelijk toch niet in het werk terechtkomen. Zij kan dan diverse intenties hebben, zo schrijft Van Gerwen, maar alleen de keuzen die in het voltooide werk terechtkomen en die het publiek kan waarnemen en ervaren, zijn artistiek relevant.

Het gaat volgens Van Gerwen niet over de intenties van de kunstenaar, nee, het gaat erom dat een ding of gebeurtenis pas een kunstwerk kan zijn als het een combinatie is van keuzen van het eerste, tweede en derde niveau: een kunstwerk moet bestaan uit primaire en secundaire kwaliteiten die werken op esthetische wijze (zie ook afleveringen 62, 63 en 64).

Wanneer is er dan sprake van een kunstwerk?

Volgens Van Gerwen is er sprake van een kunstwerk als een object het resultaat is van behandeling op alle vier de keuzeniveaus, genoemd in aflevering 62. Tezamen zijn de vier keuzeniveaus een voldoende voorwaarde om iets een kunstwerk te noemen.

Tenminste.

Dit gaat op voor alle traditionele kunstwerken, aldus Van Gerwen.

Pffft, daar gaan we weer. Wat dan te denken van Fountain? Of van Abramović performance op het ‘bed’ met de brandende kaarsen direct onder haar? (Zie aflevering 2 voor een beschrijving van Abramović’ performance, aflevering 3 geeft een link naar een foto ervan.)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 65 Sappige knapperige rode appel

Appeltaart!, Susan Hol, 2015-2018.

Wat is de polymodaal belichaamde samenhang van de zintuigen (zie aflevering 64)?

Dat is het totaalplaatje van de samenwerkende zintuigen van een mens: zien, horen, proeven, voelen geven je tezamen een completer beeld van de dingen om je heen, bijvoorbeeld een rode appel die koel aanvoelt in je warme hand en waarin je bijt.

En wat is dan de perceptie die ten grondslag ligt aan onze morele ‘agency’ (zie aflevering 64)?

De betekent dat de dingen die je merkt, te weten komt, ofwel ‘gewaarwordt’ (perceptie), het uitgangspunt vormen van je vermogen tot ethisch handelen in een bepaalde omgeving (morele agency). Terwijl jij in die koele rode appel bijt, draait je partner zich om bij het geluid van de sappige knapperige appel. Je ziet hoe hij zijn lippen aflikt en biedt aan de appel te delen of wijst naar de fruitschaal met een grote berg koele rode sappige appels.

Je moet dus een kunstwerk zélf gaan bekijken (acquaintance principle, zie aflevering 64), anders mis je de zintuigelijke indrukken die samen het totaalplaatje vormen van dat wat je waarneemt. Zonder die zintuigelijke indrukken is het moeilijk of zelfs onmogelijk om tot een passend esthetisch oordeel te komen over dat kunstwerk.

Het maakt met andere woorden nogal wat uit of iemand je vertelt over het werk van Louise Bourgeois (getuigenis) of dat je het werk zelf gaat bekijken. Net als het nogal wat uitmaakt of iemand je vertelt over het laatste boek van Renate Dorrestein (getuigenis) of dat je het boek zelf gaat lezen. Je oordeel kan geen passend esthetisch oordeel zijn als je je alleen baseert op een getuigenis.

Maar wanneer kan een ding of een gebeurtenis nou een kunstwerk zijn?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 64 Ga zélf kijken!

Goud, Susan Hol, 2013-2017.

Als je zeker wilt weten of een herfstblad goud kleurt, heeft het geen zin om beter te luisteren. Je kunt dus bij secundaire kwaliteiten niet buiten dat ene zintuig, bijvoorbeeld zicht, treden om te bewijzen dat wat je waarneemt, gouden herfstbladeren, ook echt bestaat (zie ook aflevering 63).

Als je zoiets als primaire en secundaire kwaliteiten belangrijk vindt bij het beoordelen van een kunstwerk, dan is het natuurlijk ook belangrijk om dat kunstwerk echt zélf te gaan bekijken. Dat zelf gaan bekijken is volgens de filosoof Rob van Gerwen (in Art and Experience, 1996) nodig om de vier keuzeniveaus bij het vervaardigen van een kunstwerk te kunnen reconstrueren (zie aflevering 61, 62, 63).

Als toeschouwer kijk je bijvoorbeeld welk genre en/of welke stijl de kunstenaar heeft gekozen (niveau 1), hoe het zit met de toepassing van materiaal (niveau 2), welke representationele of expressieve eigenschappen je in het werk kunt ontwaren (niveau 3) en, tot slot, kijk je naar de relationele eigenschappen: waar hangt het, hoe is het door de kritiek ontvangen, heeft het een lijst, hoe is de belichting, wat vinden de andere toeschouwers, enzovoort (niveau 4).

De noodzaak om een kunstwerk zelf te gaan bezichtigen noemt de filosoof Richard Wollheim (1923-2003) het acquaintance principle. Ik heb daar even een apart item van gemaakt voor de categorie ‘wat betekent …’ op mijn blog, zie hier.

Waar het bij het acquaintance principle om gaat is dat je esthetische oordelen pas kunt vellen als je zelf het werk hebt gezien. Een getuigenis van iemand anders is dus niet voldoende. Van Gerwen omschrijft het acquaintance principle als volgt:

Het is dan misschien mogelijk om onze kennisclaims te baseren op getuigenissen, dat geldt niet voor onze esthetische oordelen. We moeten bekend zijn met een kunstwerk om het te kunnen beoordelen, want bij kunstwaardering compenseert de empathische verbeelding actief een beperkte aansporing door het kunstwerk van onze zintuigen.

Die laatste zin klinkt misschien wat onbegrijpelijk, maar het gaat hier over ‘verbeeldingswaarneming’, besproken in aflevering 18 (en deels in de afleveringen 19 en 20). De empathische verbeelding, ofwel je welwillendheid en verbeelding, zet je actief in om het kunstwerk te begrijpen, zelfs als het kunstwerk je weinig aanwijzingen geeft. Je zag dit bijvoorbeeld gebeuren toen het publiek verwoede pogingen deed om Fountain te waarderen met omschrijvingen als  ‘…een mooie Boeddha’ of ‘… de benen van de dames van Cézanne’ (zie Boeddha van de badkamer).

Van Gerwen schrijft ook:

Alleen in polymodaal belichaamde samenhang dragen de gegevens van onze zintuigen bij aan de perceptie die ten grondslag ligt aan onze morele ‘agency’.

Right! Wasdatdan?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.

Aflevering 63 Primaire en secundaire kwaliteiten

Medicijnwiel, Susan Hol, 2014-2017.

De kunstenaar zal bij het maken van haar werk de eerste drie keuzeniveaus van artistieke intentionaliteit (zie aflevering 62) uitvoeren, of juist het tegengestelde doen, maar zich sowieso verhouden tot deze keuzeniveaus.

Het vierde keuzeniveau (zie aflevering 62) zal niets aan het kunstwerk zelf veranderen. Het brengt alleen bepaalde aspecten of eigenschappen van het kunstwerk sterker naar voren dan andere. Zo kan de lijst om een schilderij (in bijvoorbeeld goud, blauw of rood) ervoor zorgen dat de toeschouwer de kleuren in een werk anders ziet, maar deze kleuren in het schilderij zelf zijn niet veranderd. Maar stel dat de kunstenaar het schilderij maakte met een bepaalde lijst in gedachten, dan maakt de lijst deel uit van de keuzen van het tweede niveau. Al met al niet zo eenduidig als het lijkt, dit keuzeniveau.

Zijn er absolute betrouwbare voorwaarden voor het waarnemen van een kunstwerk?

Nee, schrijft de filosoof Rob van Gerwen in Art and Experience, 1996 (zie aflevering 61 en 62). Maar wil je nog in staat zijn tot een béétje een esthetische interpretatie van een kunstwerk, dan moet dat werk objectieve eigenschappen hebben, of primaire en secundaire kwaliteiten.

Eh, primaire en secundaire kwaliteiten?

Ja. Dit komt van de filosoof John Locke (1632-1704).

Primaire kwaliteiten zijn vorm, aantal en beweging en doen zich voor aan meer dan één zintuig, ofwel zijn ‘polymodaal toegankelijk’, zoals Van Gerwen dat noemt. Je kunt ze zien, voelen en (soms) ook horen.

Secundaire kwaliteiten zijn kleuren, geluiden, geuren en smaken, en doen zich voor aan slechts één zintuig: geluiden -> gehoor; kleuren -> zien; geuren -> reuk enzovoort.

Kun je buiten dat ene zintuig treden, bijvoorbeeld gehoor, om te bewijzen dat wat je waarneemt, geluid, ook werkelijk bestaat?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.