Aflevering 277 Individuele ervaringen en belevingen omzetten in gemeenschappelijke

Susan Hol, RijkGevuldBloemstillevenMetTulp, 2017. Tulpenproject waarbij ik gebruik maak van foto’s van tulpen die zijn ingestuurd door mede-tulpen-enthousiastelingen (zie ook het blog erover, klik daartoe op de foto).

De Duitse kunstenaars Dagmar Dorsten en Elke Lixfeld hebben ook enige jaren samengewerkt, zo schrijft Lidewijn Reckman in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.56) over het samenwerken van kunstenaars (v) (zie afleveringen 273-276). De vrouwen hielden zich bezig met het zichtbaar maken van de voorwaarden voor menselijke relaties; de zorg voor elkaar, het scheppen van sfeer en het inrichten van ruimtes, aldus Reckman. Deze kunstenaars en hun werk zijn al aan bod gekomen in aflevering 268, dus zie aldaar 😉

Natuurlijk noemt Reckman als voorbeeld van samenwerking tussen kunstenaars The Dinner Party, al is dit een samenwerking van een kunstenaar – Judy Chicago – met tweehonderd, vaak vrijwillige, helpers. In verschillende ateliers werd gewerkt met diverse technieken, want dit kunstwerk bevat ook onderdelen met traditioneel vrouwelijke technieken als keramiek en naaldwerk. (1978, p.56) Dit project is in de afleveringen 71 (met YouTube-filmpje), 225, 261 en 262 besproken.

Aflevering 265, getiteld A Portrait of the Artist as a Young Housewife, nog vers in het geheugen? Reckman noemt logischerwijs de ‘postkunst’ van Kate Walker en Sally Gallop – beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw – ook als samenwerkingsproject. Kleine genaaide, gehaakte of gebreide kunstwerken, bijvoorbeeld een gebakken ei of een sofakussen getransformeerd tot vagina met ritssluiting, gingen over de post naar elkaar. De postkunst groeide uit tot een groot uitwisselingsproject per post. (1978, p.56-57)

Kunstenaars zoeken niet alleen aansluiting bij elkaar maar ook bij het publiek. Reckman heeft het over samenwerking tussen professionele kunstenaars en ‘amateurs’, maar heeft het daarna over ‘vrouwenpubliek’. Ze schrijft ook: ‘Juist bij de feministische kunstenares zal het verwijt vanuit de vrouwenbeweging, dat zij ‘elitair’ bezig is, dubbel hard aankomen. Vandaar de pogingen om in haar onderwerpkeuze aansluiting te zoeken bij haar vrouwenpubliek.’ (1978, p.57)

Een niet zo gemakkelijke stap. De diskwalificatie ‘elitair’, waar ook in onze tijd zo ruimhartig mee gestrooid wordt, betekent wel dat deze ‘elite-persoon’ beschikt over specifieke vaardigheden en kennis die het gemiddelde publiek niet heeft. Maar samenwerking met het vrouwenpubliek biedt de kunstenaars wel de mogelijkheid om individuele ervaringen en belevingen om te zetten in gemeenschappelijke. Reckman noemt daarbij de happenings van de jaren 1960 (zie ook afleveringen 81, 180, 199), waarbij de actieve deelname van het publiek een vereiste was voor het realiseren van het kunstwerk. (1978, p.57)

Uit deze samenwerking met het publiek ontstaan ook initiatieven voor workshops …

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 265 A Portrait of the Artist as a Young Housewife

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.95. Postal Events, 1975, activiteiten per post, gemengde techniek, 20 x 30 cm.

De ‘postkunst’ ontstond toen Kate Walker en Sally Gallop, beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw, geen buren meer waren en elkaar vanaf begin 1975 via de post kunstwerken stuurden. Het project groeide enorm en werd in 1976 een reizende (Engeland, Amerika, Duitsland) expositie met bijna 300 werken (zie ook aflevering 145).

Het doel van het project is communicatie, niet het maken van een kunstwerk. Het materiaal voor het werk komt uit de dagelijkse omgeving van de vrouwen en bestaat uit restjes van verschillende aard, zoals stof, wol, karton, knopen enzovoort, allemaal materiaal dat in een huishouden altijd voorhanden is. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.95.)

Het formaat van de kunstwerken is klein, het moet immers op de post. De vrouwen stemmen de afmetingen af op wat door de posterijen is toegestaan. In die kleine kunstwerken wordt het hele onzichtbare bestaan van vrouwen in die jaren 1970 naar de oppervlakte gehaald. Belangrijk thema’s zijn de sleur van het dagelijks leven, het huishouden, de kinderen, seksualiteit, en allerlei lief en leed in dat huishouden. (1978, p.95)

Interessant is dat deze thema’s als vanzelf komen bovendrijven. Alle vrouwen zijn vrij te maken wat zij willen, niets is vooraf vastgelegd, en toch verschijnen steeds diezelfde thema’s. En denk maar niet dat de vrouwen die meedoen aan het project hetzelfde zijn, welnee, ze verschillen in leeftijd, zijn niet allemaal feminist, hangen verschillende ideologieën aan, dus denken beslist niet hetzelfde, en de burgerlijk staat is bij ieder weer anders. Dus waarom zouden toch steeds die thema’s opkomen? (1978, p.95)

Wel, dat is samen te vatten in die ene zin van Reckman, die het totaal heeft gezien, een van de exposities met de 300 werken: ‘Het geheel vormt een samenhangend verhaal en een beeld van de kunstenares als huisvrouw, aan huis gebonden met weinig uitwijkmogelijkheden.’ (1978, p.95).

Het samenwerken aan dit project is een bemoediging voor de deelnemers. Ze wisselen ervaringen uit en het project Postal Event, of A Portrait of the Artist as a Young Housewife, is een gezamenlijk bewustwordingsproces geworden.

Meer info over dit project: Feministo: a portrait of the artist as a young housewife, posted by: Joan Braderman, coming from Heresies: A Feminist Publication on Art and Politics, Volume 3, No. 1, Issue 9, 1980.

Het fraaie is, postkunst bestaat nog steeds. Ik ken zelf een paar vrouwen die met elkaar een postkunstgroep vormen. Elke maand hebben ze een bepaald, vooraf besproken, thema en sturen ze elkaar hun kleine kunstwerken toe. En waarom ook niet, het is simpelweg hartstikke leuk! En nee, de thema’s van de in hun huishouden gevangen zittende huisvrouwen voeren niet meer de boventoon.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 264 Dollhouse

Miriam Schapiro and Sherry Brody, Dollhouse, 1972. Gevonden op: https://hyperallergic.com/283426/miriam-schapiros-road-to-feminism/.

Bij elke ruimte van het vrouwenhuis (Womanhouse, zie aflevering 263) hoorde een bewustwordingsproces in groepsverband, schrijft Rosa Lindenburg (feministische kunst internationaal, 1978, p.43; zie ook aflevering 263).

De keuken symboliseerde bijvoorbeeld het centrum van de machtsstrijd tussen man en vrouw, een uiterste consequentie van de rolverdeling. De vrouwen bouwden de keuken om tot ‘verzorgende’ keuken. Alle muren en voorwerpen werden bedekt met een vleeskleurige laag en plastic eieren werden getransformeerd tot plastic borsten. Lindenburg: ‘Een totale identificatie van de vrouw met haar rol was bereikt en werd tegelijkertijd becommentarieerd.’ (1978, p.43)

Miriam Schapiro en Sherry Brody maakten samen voor het vrouwenhuis een poppenhuis, omdat dit speelgoed traditioneel deel uitmaakt van de meisjeswereld en meisjes moet voorbereiden op de vrouwelijke rol. Het vrouwenhuis mag dan zijn opgeheven, dit poppenhuis bestaat nog steeds (zie afbeelding bij deze aflevering). De kunstenaars hebben gezorgd voor een mooie aankleding van en in het poppenhuis, maar tonen tegelijkertijd de bedreigingen die de illusie verstoren. Het huis laat duidelijk de omgeving van de vrouwelijke kunstenaar zien, compleet met atelier en mannelijk naaktmodel. (1978, p.43)

Niet alleen in Amerika, maar ook in Engeland zijn het huishouden en de verzorgende rol van de vrouw voor verschillende kunstenaars (v) een bron van inspiratie in de jaren 1970. Typerend daarvoor is het project van Kate Walker, dat zich als een olievlek uitbreidde. Haar project, getiteld Postal Event, of A Portrait of the Artist as a Young Housewife, begon met haar buurvrouw die verhuisde. Beide kunstenaars begonnen elkaar, genaaide of gebreide, kunstobjecten toe te sturen die te maken hadden met het huishouden of de vrouwelijke folklore. Uiteindelijk werd door kunstenaars en amateurs uit verschillende Engelse steden meegedaan aan dit project. (1978, p.43; zie ook aflevering 145).

In de catalogus bij de extra info over de kunstenaars valt te lezen dat Walker in 1938 in Leeds is geboren en in 1975 het project ‘activiteiten per post’ is begonnen met haar vriendin en verhuizende buurvrouw Sally Gallop. Ze onderhielden het contact met het sturen van brieven en kleine kunstwerken. Een jaar later waren er al meer dan twaalf vrouwen betrokken bij het project. Het aantal kleine kunstwerken was gegroeid tot boven de 200. (Lidewijn Reckman, feministische kunst internationaal, 1978, p.95)

Wat is eigenlijk het doel van dit project?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 145 Vrouwelijke esthetica: het huishouden

Womanhouse (January 30 – February 28, 1972) organized by Judy Chicago and Miriam Schapiro, co-founders of the California Institute of the Arts (CalArts) Feminist Art Program. PIctured here, cover of the original exhibition catalog designed by Sheila de Bretteville. Foto gevonden op: http://www.womanhouse.net

Zo, dat was het eerste niveau (afleveringen 140-144), met werk van de feministische avant-garde, waarbij seksualiteit en fragmentatie een belangrijke rol spelen.

Het tweede niveau in de speurtocht naar de vrouwelijke esthetica (Marlite Halbertsma, Feministische kunst internationaal, 1978, p.10, zie ook aflevering 139) omvat de wereld van het huishouden. Volgens Halbertsma heeft het gebied van huishoudelijke creativiteit invloed gehad op bepaalde vormen van feministische kunst. Het gaat dan om thema’s die geïnspireerd zijn op 1) de steeds terugkerende handelingen in het huishouden, 2) de inrichting van de ruimte, en 3) het spaarzaam omgaan met restjes.

1) De herhaling is volgens Halbertsma vooral bij de video- en performancekunst terug te vinden, ‘omdat die media zich nu eenmaal beter daarvoor lenen’ (p.10). Als voorbeelden noemt ze Waiting van Faith Wilding, Maintenance Art van Mierle Laderman Ukeles, en Salto Mortale II van Ulrike Rosenbach. De herhalingen krijgen vaak een bezwerende, rituele functie, aldus Halbertsma, en ik denk dat ze gelijk heeft.

2) Het thema geïnspireerd op ‘inrichting van de ruimte’, komt helder terug in het grootste project op dit gebied en dat is Womanhouse in Los Angeles in 1971 (met Judy Chicago, zie ook aflevering 111, het project is zeer goed gedocumenteerd op een geheel eigen website). Womanhouse was een eenjarig grootschalig samenwerkingsproject met studenten (v), de kunstenaars-docenten Judy Chicago en Miriam Schapiro, en een aantal plaatselijke (LA) kunstenaars (v) van naam en faam.

De studenten zochten en vonden een huis, verbouwden dit eigenhandig in een paar maanden tijd en verzorgden vervolgens – naar geheel eigen kunstzinnig inzicht van de vrouwen – de inrichting. ‘Womanhouse werd de bewaarplaats van de dagdromen die vrouwen hebben als ze hun leven onder hun handen laten wegglippen tijdens het wassen, bakken, koken, naaien, schoonmaken en strijken’, staat geschreven op de pagina http://www.womanhouse.net/statement.

3) Tot slot het thema geïnspireerd op ‘spaarzaam omgaan met restjes’. Halbertsma schrijft: ‘Het verzamelen en combineren van allerlei persoonlijke objecten, vaak van waardeloos materiaal (‘vrouwen durven niets voor zichzelf uit te geven en gooien ook nooit iets weg’) is een kenmerk van veel feministische kunst’ (p.10). Als voorbeelden noemt ze onder andere Postal Art van Kate Walker en haar groep, en Post Partum Document van Mary Kelly.

De ‘postkunst’ ontstond toen Kate Walker en Sally Gallop, beiden kunstenaar, moeder en huisvrouw, geen buren meer waren en elkaar vanaf begin 1975 via de post kunstwerken stuurden. Het project groeide enorm en werd in 1976 een reizende (Engeland, Amerika, Duitsland) expositie met bijna 300 werken. Meer info: Feministo: a portrait of the artist as a young housewife, posted by: Joan Braderman, coming from Heresies: A Feminist Publication on Art and Politics, Volume 3, No. 1, Issue 9, 1980.

Post-Partum Document was een zes jaar durende verkenning van de moeder-kindrelatie door Mary Kelly, verdeeld over zes series. Het zorgde bij de expo in 1976 voor ophef omdat Kelly ook de vlekkerige luiers van haar kind in haar werk had opgenomen. Haar werk heeft, bezield door feminisme en psychoanalyse, een diepgaande invloed gehad op de ontwikkeling en kritiek van conceptuele kunst. Voor afbeeldingen en info, zie haar site.

Bij dit thema noemt Halbertsma de term ‘femmage’, gelanceerd door Melissa Meyer en Miriam Schapiro. Het is ‘een verzamelbegrip voor collage, assemblage, découpage en fotomontage. Kenmerken van een femmage werkstuk zijn onder meer dat het bewaren en verzamelen een belangrijke rol speelt en dat het onderwerp nauw met het leven van de maakster verbonden is’, aldus Halbertsma.

En dan rest nog het derde niveau…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.