Aflevering 498 Traditie van vrouwelijke artiesten als spektakel voor een publiek

Monroe als ultiem voorbeeld van vrouwelijke artiesten als spektakel voor een publiek. Op de site waar ik deze foto vond staan nog veel meer voorbeelden: https://footeandfriendsonfilm.com/2019/02/03/my-favourite-comedies-of-the-1950s/.

Rozsika Parker* ziet twee ontwikkelingen in de recente geschiedenis van het feminisme in de performances bij tentoonstelling About Time; Video, Performance and Installation by 21 women artists terug (zie aflevering 496).

Ten eerste is er een groeiend besef van de rol van het publiek bij het vormgeven van betekenissen. Het is in een performance voor de kunstenaar mogelijk om in direct contact met het publiek te treden.*

Ten tweede is in het feminisme samenwerking altijd heel belangrijk. In de beginjaren van de performances door vrouwen is er vaak sprake van een collectief: meerdere kunstenaars zijn aanwezig in de performance. Het is een manier om het aloude beeld van de kunstenaar als bohemien (zie bijvoorbeeld aflevering 366), de solist die doet aan zuivere zelfexpressie, te doorbreken.*

In die jaren 1980 verschuift het collectieve werk naar een samenwerking tussen de individuele kunstenaar en het publiek, aldus Parker. Niet dat het publiek rechtstreeks deelneemt aan de performance, het is eerder zo dat het publiek zelden zomaar ‘lekker kan genieten’ van de performance. Het moet aan de hand van geluidsfragmenten en beelden zelf verbanden leggen, bedoelingen ontwaren en betekenis geven. De kunstenaar stelt wel zorgvuldig een bepaald kader vast met kwesties over vrouwen in een patriarchale samenleving.

Een van de problemen waarmee feministische performance kunstenaars te maken hebben, schrijft Parker, is de traditie van vrouwelijke artiesten als spektakel voor een publiek.*

Parker haalt hierbij Sally Potter aan, die daarover heeft geschreven en wat is besproken in de afleveringen 433-446. Het wordt knap lastig voor kunstenaars, zeker de kunstenaars die hun eigen lichaam inzetten in hun performances, om weg te blijven van de vrouw als object. Het publiek is immers gewend aan die objectivering via die aloude traditie.

De kunstenaars die deelnemen aan About Time hebben dat op diverse manieren ondervangen.

*Uit: Rozsika Parker, Feminist art practices in ‘Women’s Images of Men’, ‘About Time’ and ‘Issue’. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.235-237.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 448 Vervormde beelden van vrouwelijkheid verpletteren

Catherine Elwes, Menstruation 1, (1979), Slade School of Art, London. Photo by John Muellbauer, Jean Matthee, Mandy Havers or Iain Robertson. Copyright Catherine Elwes. Gevonden op: http://1970s.thisisliveart.co.uk/catherine-elwes/.

De slogan ‘het persoonlijke is politiek’ is een van de fundamenten van de politiek in de vrouwenbeweging (zie ook aflevering 447). Het legt de nadruk op de politieke aard van het dagelijkse persoonlijke leven (thuis, gezin, seksualiteit) waarin de vrouw wordt onderdrukt.*

Feministen hebben de vele getuigenissen van individuele vrouwen gebruikt om een politiek begrip van de vrouwensituatie te ontwikkelen. Er is dan ook geen vooropgezette feministische politieke theorie, maar een theorie die gebaseerd is op een enorme verzameling overeenkomstige persoonlijke ervaringen.*

Het effect van deze feministische politieke theorie op de kunstpraktijk is mooi verwoord door Cate Elwes (1952), aldus Roszika Parker en Griselda Pollock. Elwes schrijft in het Feminist Art News (FAN), no.7, 1982:

‘Het onderzoek van individuele gevallen van onderdrukking, die waarschijnlijk door mannelijk gezag als een persoonlijke gril of fundamenteel gebrek zou zijn afgewezen, werd nu gekoppeld aan de ervaringen van andere vrouwen en gedepersonaliseerd met als effect dat collectieve onderdrukking helder werd. Dit proces leverde veel autobiografische werken op die de vervormde beelden van vrouwelijkheid in de media en in de kunsten tegengingen met expliciete exposities van actuele sociale, biologische en psychologische ervaringen van vrouwen.’*

Het project om het algemene af te leiden uit het particuliere en persoonlijke botst echter, volgens Parker en Pollock, binnen het domein van de kunsten met de conventionele noties van de kunstenaar waartegen feministen zich verzetten.*

Wat zijn die conventionele noties dan?

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 447 Door de mannenblik gekleurd kijken naar haar lichaam

De eeuwenlange traditionele manier van kijken naar het lichaam van vrouwen, als een object (zie ook afleveringen 421-422), kan een belangrijke dwarsligger zijn voor vrouwelijke performancekunstenaars, zo schreven Roszika Parker en Griselda Pollock (zie aflevering 432-433). Ze wezen daarbij op een ‘uitstekend artikel over performance’ van Sally Potter (1949), dat is besproken in de afleveringen 433-446.

Hoewel de performance als nieuwe kunstvorm eindeloos veel mogelijkheden bood aan vrouwen, leverde het tegelijkertijd het grootste en meest directe gevecht op met de vrouw als afbeelding, als object, het door de mannenblik gekleurde kijken naar haar lichaam. Iemand als de performancekunstenaar Carolee Schneeman maakte het haar dagelijks werk en doel om dit beeld aan flarden te scheuren, nieuwe beelden te maken en de toeschouwer een spiegel voor te houden (zie ook aflevering 183).

In 1980 is er een internationale feministische kunsttentoonstelling getiteld Issue: Social Strategies by Women Artists. Het is georganiseerd door de beroemde kunstcritica Lucy Lippard. Ook daar gaat het om ‘naar buiten treden’, laten zien dat er meer perspectieven zijn dan alleen die van mannen. Onderwerpen zijn: racisme, imperialisme, kernoorlog, honger en inflatie. Tijdens een historische conferentie net na de opening van deze tentoonstelling (15-16 november 1980), getiteld Questions on Women’s Art, is er een clash van overtuigingen.*

Feministen staan voor zeer lastige kwesties over het maken van kunst (hoe?), wat je ervan moet vinden, hoe je je moet verhouden tot conventionele of radicale kunstpraktijken. Ga je voor de (in die tijd gangbare) conceptuele kunst, of kies je juist het (al wat op zijn retour zijnde) expressionisme, of keer je gewoon terug naar het (opnieuw opkomende) figuratieve schilderen?*

Een van de grootste conflicten op de conferentie gaat over de relatie tussen het persoonlijke en het politieke in de feministische theorie en in de kunstpraktijk.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 446 Het dialectisch principe van de performance

Foto: Susan Hol, 2018.

Sally Potter schrijft dat ze de orde achter de ogenschijnlijke wanorde wil begrijpen (zie ook aflevering 445). Wat is dan precies die wanorde volgens Potter? 

Ik denk dat Potter met ‘wanorde’ doelt op de niet-rationele ‘chaos’ van het onbewuste, het onderbewuste, de gevoelens (zie ook aflevering 445). Maar waarom zou ze daar een ‘orde’ in willen vinden?

Dat heeft alles met de mogelijkheid tot verandering te maken.

Door archetypische afbeeldingen, mythologie en symbolisme lijkt het soms of er een resterend of collectief onbewuste bestaat, schrijft Potter. Het is een plek buiten de verbale denkbeelden waar de beeldenmaker leert dit materiaal te organiseren en produceren, ongeveer zoals iemand kan leren dromen op bestelling te produceren. Welnu, Potter wil een orde vinden in dit onbewuste. Ze wil de kracht van afbeeldingen ontsluiten, het mysterie ervan ontcijferen, het hopeloos evocatieve (gevoelens, beelden oproepen) omvormen tot een moment van ontleden en begrijpen.*

Beelden werken op elkaar in. De ene afbeelding verandert in de nabijheid van een andere afbeelding van betekenis. Het principe is vergelijkbaar met de montage van een film, maar de performance heeft als unieke mogelijkheid dat de performer alle zintuigen van de kijker tegelijkertijd kan mobiliseren door de inwerking van gelijktijdige beelden in tijd, ruimte, visueel en auditief.*

De performancekunstenaar kan dus tegelijkertijd werken op het niveau van het onbewuste (beelden en muziek) en op het niveau van de rationele spraak (een dialectisch principe). Dat biedt haar de mogelijkheid om het bewustzijn binnen te dringen en daar opnieuw in terug te keren om veranderingen teweeg te brengen.*

Het dialectisch principe kan ook gaan om hoe de performance als geheel een gedaanteverwisseling ondergaat door de omgeving waarin het getoond woord – door de fysieke kenmerken van die omgeving, de associaties die het oproept, haar politieke betekenis en het publiek dat naar de performance komt.*

Dat brengt Potter bij de rol van het publiek. Publiek geeft betekenis aan de performance en slurpt niet alleen een gegeven situatie naar binnen. De performer heeft dan ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van het publiek en moet respect hebben voor hun behoeften, hoe tegengesteld die ook kunnen zijn.*

Tot slot, aldus Potter, moet je alle sporen van een afstandelijke houding achter je laten. Geen ‘niemand begrijpt me nu maar later zeker wel’-syndroom, maar manieren van werken vinden of ontwikkelen die hier en nu effectief zijn. De vraag is niet zozeer hoe je moeilijke ideeën toegankelijk moet maken, wat een minder capabel publiek impliceert waarvoor je op een betuttelende manier je werk moet ‘vergemakkelijken’. De vraag is welke passende strategie je gaat hanteren. Ontdek de specifieke functies van je werk als onderdeel van een bredere collectieve strategie, zodat je meewerkt aan de verandering van de structuren en condities waaronder we leven.

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 445 Het begrijpen van orde achter ogenschijnlijke wanorde

Foto: Susan Hol, 2018.

Afbeeldingen zijn geen losse atomen die in het niets rondzweven, er is altijd een drager, zoals fotopapier, canvas, steen of ander materiaal. Een performance is geen drager van zo’n ‘plaatje’, dus hoe definieer je ‘afbeelding’ in een performance? (Zie ook aflevering 444.)

Wat je zou kunnen doen, schrijft Sally Potter, is de performance beschouwen als een samengestelde eenheid (compositional unit). Een beweging of een serie bewegingen kun je dan zien als een afbeelding bestaande uit verschillende componenten, net als bij een tableau, of bij een combinatie van diverse lagen (licht, handeling, object).*

De eenheid van de diverse onderdelen werkt dan als een entiteit (eenheid) van visuele betekenis, aldus Potter. Er is alleen een groot verschil met beelddragers als canvas en dergelijke: bij de performance kun je deze betekenis niet als absoluut, of als een gestolde vorm beschouwen.*

Elke performancekunstenaar gaat op een eigen manier om met materialen, kiest uit de voorraad beschikbare afbeeldingen uit de kunsten, media en het leven van alledag. De keuze resulteert al in een ‘afbeelding’ met een zekere betekenis. Aan alles zit betekenis geplakt. Het vinden van een bepaalde ‘neutraliteit’ is problematisch. Hoe ‘neutraal’ kun je als feministische performancekunstenaar zijn? Neem kleding, aldus Potter, en ga maar eens op zoek naar een ‘neutraal’ kostuum. Een onmogelijke zaak. Velen kiezen nogal eens voor een overall, een vaak misplaatste keuze volgens Potter, want welke boodschap draag je uit in je performance in de kleding van werklui?*

Een ander probleem is de verbeelding of intuïtie. Hoe weet je als performancekunstenaar welk beeld/welke beelden je oproept in de hoofden van het publiek? En waar komen die beelden vandaan, hoe werken ze? Potter noemt de surrealisten en dadaïsten en hun politiek geladen streven naar de bevrijding van de verbeelding, het creëren van fantasievolle chaos in plaats van de strak gereguleerde gerationaliseerde vooroorlogse samenleving.* (Zie ook over dada de afleveringen 33-36; 164-165.)

Niet denken (rationaliteit) maar gevoel (onbewuste, onderbewuste, ‘chaos’) was volgens de dadaïsten en surrealisten nodig om los te komen van onderdrukking, op weg naar vrijheid. Maar volgens Potter is een meer bruikbare benadering, in haar tijd, de jaren 1980: het begrijpen van de orde achter de ogenschijnlijke wanorde.

Waarom?

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 444 Het ontwerpen van een nieuwe beeldtaal

Foto: Susan Hol, 2018. Bewerking: Susan Hol, 2019.

De politieke insteek die Sally Potter en anderen ambiëren in hun werk (zie aflevering 443), gaat om het oproepen van vragen rondom zaken als ‘individueel eigenaarschap van ideeën’ en het ‘najagen van originaliteit’.*

Door samen te werken met anderen is het mogelijk om te discussiëren over de vorm en (politieke) inhoud van het werk, en het mogelijk effect ervan op het publiek. ‘Het dwingt je om je bewust te zijn van wat je aan het doen bent’, aldus Potter.*

Voor Potter is deze samenwerking ook een manier om bepaalde deskundigheidsgebieden te combineren en van elkaar bepaalde vakkundigheid te leren. Ze noemt ook een praktisch niveau: de mogelijkheid van het verdelen van taken. Verder stelt het ze in staat om ideeën uit te proberen op aanwezige anderen, om afstand te nemen van wat ze aan het doen zijn en er samen naar te kijken.*

Potter en haar performancepartners lenen toepassingen uit verschillende bronnen, zoals het theater. Ze kiezen de manieren van werken die zijn ontworpen om zich te richten op de performance zelf, op een welbewuste werkwijze die geen ‘goed’ of ‘fout’ bevat. Het helpt ze om wat minder van zichzelf bewust (verlegen, te kijk gezet voelen) te zijn, te experimenteren met verschillende uitdrukkingswijzen, bewegingen enzovoort, en vooral om zich te ontdoen van ouwe troep, om via de eerste stadia van een idee een volledige uitvoering te bereiken. Potter en de haren hopen zo een nieuwe beeldtaal te ontwerpen.*

Wat kan dan die beeldtaal zijn? Dat is aan het slot van Potters artikel het onderwerp.

Je kunt afbeeldingen niet bespreken als iets dat in het niets ronddobbert. Een afbeelding hangt altijd samen met de wijze waarop deze is vormgegeven. Een schilderij werkt heel anders dan een foto, aldus Potter. Maar wat is een afbeelding in een performance? Hoe definieer je dat?*

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 443 Activering van een zichzelf vernietigend idee

Foto: Susan Hol, 2014, Chaugey. Bewerking: Susan Hol, 2019.

Behalve dat de performancekunstenaar start met wat zij kent – schilderen, beeldhouwen, dansen (zie aflevering 442) – is er ook een ander belangrijk aspect: de documentatie.

Op de improvisatie na, wat weer een discipline op zich is, hebben alle, zelfs de zeer minimale, performances meestal een soort script, schrijft Sally Potter. Soms wordt de fysieke vorm van het script – een A4-tje met instructies, een schets, de sporen (materialen) die de performance zal achterlaten – als belangrijker dan de performance beschouwd. De gebeurtenis is dan ontworpen met het van tevoren bedachte besluit om te documenteren.*

Een goed voorbeeld hiervan is Marina Abramović, zij is van documenteren, documenteren en nog meer documenteren (zie aflevering 82 ‘Rip-offs’).

Maar dat geldt niet voor iedereen. Er zijn kunstenaars die juist de performance gebruiken als symbool van vluchtigheid, als anti-documentatie (denk ook aan de Land Art kunstenaars die werk maken in de natuur met als doel dat het vergaat; zie afleveringen 31, 75 en 76, en mijn artikel over Land Art). De performance moet voor deze kunstenaars geen enkele vorm (artefact) achterlaten, het moet een puur tijdelijke aangelegenheid zijn, de activering van een idee dat zichzelf vervolgens vernietigt. Dit wordt, aldus Potter, beschouwd als deel van de strijd tegen de het uitdijende kapitalisme.*

Als mensen samenwerken is er vaker sprake van het systematiseren van werkprocessen. Soms is het doel dat ieders ideeën bijdragen aan nieuwe inzichten bij de deelnemers voor de performance als geheel, soms werken performancekunstenaar zij aan zij samen terwijl ze toch hun eigen individuele bijdrage blijven onderscheiden als hun eigen werk. Kunstenaars die in dezelfde ruimte een performance doen of samen een serie performances doen, kunnen de indruk wekken van een verbinding, of juist van onenigheid.*

Het werkproces dat Potter zelf en anderen ambiëren heeft eerder een politieke lading.*

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 442 Wég met dat mystieke aura

De nieuwe vaardigheden waarmee vrouwen hun voordeel kunnen doen (zie aflevering 441), zijn er niet zomaar. Immers, ‘vrouwelijk’ staat zo ongeveer gelijk aan een gebrek aan allerlei vaardigheden, zodat de met de opvoeding meegekregen en voortdurend gewaardeerde vaardigheden van mannen veel beter uit de verf komen, aldus Sally Potter.*

Het is ondertussen welbekend en ook Potter wijst erop: vrouwen hebben eeuwenlang geen toegang gehad tot het zich eigen maken van allerlei vaardigheden. Daarbij zijn eeuwenlang de zogenaamde ‘vrouwenvaardigheden’ stelselmatig afgedaan als niet belangrijk en/of waardeloos. Als reactie hierop zagen sommige vrouwen meesterschap als het grootste voorbeeld van hoe vaardigheden kunnen onderdrukken, omdat het een verschil demonstreert tussen superioriteit (meester/man) en inferioriteit (onkundig/vrouw).*

De een zijn werk wordt hogelijk gewaardeerd, de ander haar werk hogelijk geminacht. De strategie van de vrouwenbeweging is steeds om te laten zien dat de mannelijke privileges prima haalbaar zijn voor vrouwen. Vrouwen leren vrouwen, vrouwen delen hun vaardigheden, bouwen nieuwe vaardigheden op, en breken zo het mystieke aura van professionalisme af. Zij werken richting het verwerkelijken van ieders talent.*

Hoe zit het met de mystieke aura’s die verbonden zijn met het ‘creatieve’ werkproces? Hoe gaat een performancekunstenaar te werk?*

Dit kan volkomen persoonlijk zijn, schrijft Potter, maar het startpunt is vaak de praktijk waarin de kunstenaar geschoold is. Zo kan de beeldhouwer die performancekunstenaar wordt beginnen met het maken of vinden van een object en vandaaruit verder gaan werken. Zij kan bijvoorbeeld het object in beweging brengen om een tijdsverloop te verbeelden, zij kan het object een ruimte geven (kamer of set) om zo een scenario te suggereren.*

De schilder die performancekunstenaar wordt kan een bestaand schilderij nemen of een principe uit de schilderkunst, zoals ruimte in de Renaissance schilderkunst, en de formele en ideologische componenten gebruiken als basis voor een ‘script’. Of ze kan haar eigen dromen als beginpunt gebruiken voor een performance, bijvoorbeeld door beelden samen te voegen, of door iets met schrijven, notitieboeken, dagboeken en dergelijke te doen.*

Een danser kan een serie bewegingen, een tableau of een herinnering aan de verborgen aspecten van haar danstraining, als basis gebruiken voor een performance.

In de video bij deze aflevering, Glauben Sie nicht, dass ich eine Amazone bin, uit 1975, zie je het hoofd van een middeleeuwse Madonna van een schilderij van Stefan Lochner en daaroverheen geprojecteerd het gezicht van Rosenbach, die focust, een pijl en boog opricht, schiet en wegloopt.
*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 441 De performance laat de mist optrekken

Foto: Susan Hol, 2011, Bretagne.

De strategie om de feministische opvatting van subjectiviteit als basis voor kunstwerken te gebruiken (zie aflevering 440), resulteert in diverse manieren van aanpak. Sally Potter noemt er twee:

  • opbouw van een beeldtaal die is gebaseerd op het vrouwenlichaam;
  • onderzoek van de vrouwstereotypen en hoe zij functioneren.*

Hierbij kunnen onderwerpen aan bod komen als:

  • menstruatie;
  • voortplanting;
  • vrouwelijke seksualiteit;
  • onderuithalen van het eindeloos door mannen geportretteerde ‘vrouwelijk mysterie’.*

De werkwijzen kunnen zijn:

  • bewijsmateriaal verzamelen van het onnoembare (taboes, niet te beschrijven dingen) of de sporen ervan;
  • de mythe, het taboe en een cult van de moeder tegenover het patriarchale zetten;
  • het mannelijk staren naar vrouwen met gelijke munt terugbetalen, de eeuwenlange stilte rondom vrouwen doorbreken en het vrouwelijk naakt/de muze aan het woord laten;
  • stereotyperingen blootleggen en bekritiseren;
  • het tegenovergestelde doen van wat de stereotype verwachting is.*

Het zijn allemaal manieren om te ontsnappen aan en zich te keren tegen de gevormde beelden van de vrouw als passief en incompetent wezen. In dit opzicht kan juist de performance goed werken, want vrouwen hebben positieve en ingenieuze manieren gevonden waarop ze de onmogelijke voorgeschreven rollen uit de weg gaan of bekritiseren.*

Als voorbeeld haalt Potter weer de ‘kwijnende, betoverende’ ballerina, de ‘mannen uitdagende’ groteske koningin en de slachtofferige smartelijke zangeres aan (zie aflevering 438). Feministen laten zien hoeveel fysieke kracht en energie de ballerina nodig heeft om er ‘betoverend’ uit te zien, ze geven de ‘groteske’ koningin een scherpe tong die laat zien hoe zij gebruikt wordt, en ze laten de zangeres krachtige liederen zingen.*

Het toont allemaal een sterke vrouwelijke aanwezigheid en geeft een idee van nieuwe vaardigheden waarmee vrouwen hun voordeel kunnen doen.*

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 440 Zogenaamde futiliteiten zijn wél belangrijk

Foto: Susan Hol, 2012, Chaugey.

De feministische opvatting van subjectiviteit (zie aflevering 439) hangt samen met de bevindingen van de vrouwenbeweging. De zogenaamde, door mannen gepromote, objectieve ideologie blijkt door onderzoek van feministen vooral een weerslag van subjectiviteit. Het gezin, persoonlijke relaties, politieke structuren, schijnbaar onbelangrijke acties, woorden en voorwaarden, spelen allemaal een rol in de totstandkoming van ‘objectieve’ ideeën, idealen, theorieën, geschiedschrijving.*

Kortom, glasheldere objectiviteit bestaat niet.

De vrouwenbeweging heeft volgens Sally Potter ook laten zien dat een samenleving met machtsrelaties die zijn gebaseerd op sekse-, raciale en klassenverschillen, deze verschillen inprent in de vroege kinderjaren. Hierdoor gaan mensen deze verschillen ervaren als ‘natuurlijk’ en doen ze geen enkele moeite meer om op zoek te gaan naar rationele verklaringen.*

En zo lijkt de positie van de witte middenklasse man ‘natuurlijk’, wat vanzelfsprekend riekt naar partijdigheid en irrationaliteit, aldus Potter. Het verhult wat werkelijk wordt gedacht en wat subjectief wordt ervaren als het gaat om sekse, ras en klasse. In de door mannen gedomineerde kunstpraktijk heeft dit geleid tot een nadruk op formalisme, ‘zuiverheid’, kunst om de kunst (l’art pour l’art), en het afschrijven van de afbeelding (zie ook de afleveringen 265-379, over platheid in de kunst).*

De kunstenaars die de feministische opvatting van subjectiviteit als basis voor hun werk gebruiken, doen dat in het kader van een totaalstrategie: het herijken van het domein van het vrouwelijke, ofwel dit door mannen negatief gekarikaturiseerde gebied een nieuw aanzien geven op basis van de eigen vrouwelijke voorwaarden.*

Dit betekent dat de vrouwelijke kunstenaar zich juist volledig richt op de persoonlijke ervaring en persoonlijke relaties, bij voorkeur niet van plan is om te generaliseren, en voorrang geeft aan het emotionele in plaats van het intellectuele leven. Als je anders kijkt naar deze kenmerken, schrijft Potter, dan zul je erachter komen dat al die dingen die als onbelangrijk zijn afgedaan in feite van diepgaand politiek belang zijn.*

Het promoveren van de vrouwelijke subjectiviteit tot de status van objectief belang is voor sommigen kunstenaars een prioriteit. Welke benaderingen en werkwijzen volgen dan uit deze subjectiviteit?

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.