Aflevering 439 Een soort ‘ongoing’ levende performance

Foto: Susan Hol, 2012, Bay-sur-Aube.

Een vrouwelijke performancekunstenaar die haar eigen lichaam inzet als het instrument van haar werk, draagt de last van de eeuwenlange geschiedenis met het mannelijke gezichtspunt van de vrouw (zie ook aflevering 438). Voor haar is het noodzakelijk om te onderzoeken wat de aanwezigheid van het vrouwelijk lichaam betekent, wat het betekent om bekeken te worden, aldus Sally Potter.*

Een vrouwelijke performer belichaamt de representatie van een vrouw én is een vrouw. Het onderscheid is belangrijk volgens Potter, zelfs als het wat gekunsteld lijkt.*

Waarom denkt ze dat?

De meeste vrouwen ervaren zichzelf in het dagelijks leven als een soort levende performance die maar voortduurt, aldus Potter, doordat ze niet zichzelf kunnen zijn binnen de eisen en beperkingen die vrouwelijkheid in een mannenwereld met zich meebrengen. Het helder maken van het onderscheid tussen ‘de representatie van een vrouw’ en ‘een vrouw zijn’ kan licht werpen op dit probleem.*

Veel vrouwen voelen zich gespleten, schrijft Potter. Je bent in je lichaam, niet in staat om boven je genderidentiteit uit te stijgen door je afgeperkte positie als de ‘ander’ ten opzichte van de centrale positie van de man in de patriarchale samenleving. Tegelijkertijd bevind je je ook buiten je lichaam door de handeling van het denken, door het gebruik van taal.*

Wat in godsnaam moet de vrouwelijke performancekunstenaar doen om deze constructie te ontmantelen?*

Een belangrijke strategie is het gebruik van de feministische opvatting van subjectiviteit.*

Wat is dat precies?

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 438 Afgrond gevuld met mannelijke gezichtspunten

Foto: Susan Hol, Mont Blanc, 2012. Bewerking: Susan Hol, 2019.

Vrouwen hebben een lange traditie als performer in allerlei vormen, als acteur, zanger, danser, stripper en in het variététheater, merkt Sally Potter op (zie ook aflevering 437). Als een vrouwelijke kunstenaar een performance doet in een galerie of op een andere zelfgekozen plaats van handeling, zou je kunnen zeggen dat ze die hele geschiedenis met zich meesleept.*

Misschien is de kunstenaar daar zelf niet (bewust) mee bezig, kan ik mij zo voorstellen, maar het valt niet te ontkennen dat (een groot deel van) het publiek wel degelijk is ‘opgevoed’ met deze entertainmenttraditie en dat het daardoor zeker een rol zal spelen.

De vrouw als entertainer is een geschiedenis van allerlei vermomde, geromantiseerde uitingen van vrouwenonderdrukking, schrijft Potter. De betoverende verschijning van de ballerina die kwijnend in de armen van haar geliefde hangt; de groteske koningin die speelt met en overduidelijk toegeeft aan de fantasieën van haar mannelijk publiek; de zangeres die zacht smartelijk zingt over haar ongelukkige liefde en haar slachtofferrelatie met haar geliefde.*

Dit zijn de omstandigheden waarin de vrouwelijke performer zichtbaar is geweest, altijd neergezet in relatie tot de mannelijke constructie van vrouwelijkheid en in relatie tot de verlangens van de man. Als een vrouwelijke performancekunstenaar haar eigen lichaam inzet als het instrument van haar werk, bevindt ze zich voortdurend langs de rand van de afgrond die gevuld is met dit mannelijke gezichtspunt.*

Het vrouwenlichaam, naakt of gekleed, is aantoonbaar zo door dit mannelijk gezichtspunt bepaald, dat het niet gebruikt kan worden zonder daarbij ook aan misbruik te denken. Dus, wat moeten vrouwelijke performancekunstenaars dan voor strategie hanteren? Zichzelf onzichtbaar maken? Weigeren aan wat voor optreden dan ook deel te nemen? Dat is, zo merkt Potter terecht op, natuurlijk ondenkbaar.* Wat doen deze vrouwelijke performancekunstenaars dan?

Zij nemen maatregelen om een nieuwe presentatie op te bouwen, aldus Potter.*

Hoe doen zij dit?

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 437 Drie verstorende performancefactoren

Foto: Susan Hol, 2012, Finland.

De performancekunstenaar die de mechanismen van representaties (voorstellingen, uitbeeldingen) wil ontsluieren, kan weleens het kind met het badwater weggooien volgens Sally Potter (zie ook aflevering 436).*

Als je het verhaal, de identificatie en het genoegen als de vijand ziet, kan de ontsluierstrategie van de performancekunstenaar averechts werken. Immers, zo merkt Potter op, veel komedianten en anderen die werken in het theater bewandelen een buitengewone weg. Zij houden het publiek op vele niveaus tegelijkertijd bezig. En echt niet op een slaapverwekkende manier dat alle denken voorkomt, sterker nog, precies het tegenovergestelde gebeurt. Het publiek kan lachen of huilen en aan het denken worden gezet. Een grap kan mensen ontwapenen, openen, ontspannen en dingen in ze aanwakkeren waaraan ze lang niet of nooit gedacht hebben.*

Hoe dan ook, de performancekunstenaar zal ongetwijfeld tegen een aantal verstorende factoren aanlopen. Potter noemt er drie.

  1. Een live handeling, zoals een performance, zal onvermijdelijk zijn eigen vorm van afstandelijkheid voortbrengen. Het maakt daarbij niet uit of de kunstenaar in het theater, de galerie of waar dan ook optreedt.
  2. Het optreden van de performancekunstenaar kan nooit de perfectie bereiken die de kracht van de bioscoop verklaart, want er is nooit een perfecte verduistering (sommige voorstellingen vinden zelfs op klaarlichte dag plaats) en er is nooit een echt totaal lege ruimte.
  3. De performancekunstenaar overgeleverd aan mogelijke mechanische gebreken bij het gebruik van belichting of audiovisuele apparatuur, en wordt voortdurend blootgesteld aan de risico’s van ongewenst geluid uit de omgeving.*

Deze drie punten veroorzaken volgens Potter een erosie van het perfecte statement en een precieze artistieke controle. Het is de bron van twijfel over de mythe van een absoluut verband tussen intentie en uitvoering, en als betekenis voor de huidige tijd.*

Voor vrouwen is de hele kwestie nog gecompliceerder, denk maar aan allerlei betekenissen die zich in de mannenwereld hebben genesteld als het gaat om vrouwen, entertainment, stereotype en spektakel.*

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 436 In een flits spelen met het verlangen van het publiek

Cat. No. 126 / File Name: 3413-183.jpg Sonia Delaunay Costume for title role from Cleopatra, 1918 silk, sequins, mirror and beads, wool yarn, metallic thread braid, lamé center back length: 45 1/8 in. (114.62 cm) headdress: 22.69 × 14.63 × 12.63 cm (8 15/16 × 5 3/4 × 5 in.) Overall mannequin footprint: 67 x 36 x 20 inches. Los Angeles County Museum of Art, Costume Council Fund © Pracusa 2012003 Digital Image © 2013 Museum Associates/LACMA. Licensed by Art Resource, NY

De performancekunstenaar spot met het theater, zet het neer als een karikatuur, als een plaats van catharsis met door het spel van de acteurs opgeroepen (nep)emoties, en waar je zelden tot nadenken wordt aangezet (zie ook aflevering 435).*

In het theater kan het publiek zichzelf verliezen in de door acteurs vaardig neergezette karakters, of in de manier waarop het verhaal verteld wordt, hoe de werkelijkheid wordt uitgebeeld, door het draaiboek van het verhaal. Volgens Sally Potter zien sommige performancekunstenaars dit proces van betrokkenheid als de bron van reactionaire vorming. Zij wijzen deze theatrale timing af en geven de voorkeur aan de ‘echte tijd’, het hier en nu.

Als ultiem voorbeeld van theatrale timing noemt Potter de komedianten. Zij kunnen in een flits met het juiste woord en gebaar subtiel spelen met de verlangens van een publiek en hun reacties beïnvloeden (vaak op de grenzen van verdringing en verwachting), schrijft ze.*

De performancekunstenaar gaat het juist om de precieze tijd die het duurt om een bepaalde taak te doen, een bepaalde tekst te lezen, enzovoort. Het publiek is vrij om te komen en gaan tijdens de performance. De duur van de performance hoeft niet bepaald te zijn door de conventie van zoiets als een ‘show’.*

Vaak zal een performancekunstenaar tijdens de performance het publiek wijzen op verschuivingen in de voorstelling van zaken, zij zal zich ín en buiten de performance begeven, er commentaar op leveren. Potter vergelijkt dit met de schilder die zich niet tot het kader van haar doek beperkt maar daarbuiten verder schildert op de muur, om zo te wijzen op het inlijsten. Ze vergelijkt het met de filmmaker die met het oppervlak en de plastische (aanschouwelijke) kwaliteiten van film werkt en de aandacht vestigt op de structurerende kunstgrepen van het koppelen van beelden.*

De theoretische context is volgens Potter het post-linguïstische structuralisme, waarin de nadruk ligt op hoe betekenissen tot stand komen (de ‘taal’ van het medium) en dat wat gezegd wordt veel minder belangrijk is. Het doel is om de ‘onschuld’ van de representatie (voorstelling, uitbeelding) te vernietigen, om de mechanismen ervan bloot te leggen.*

Deze strategie kan averechts werken, aldus Potter.*

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 435 Performance als een soort anti-vakkundigheid

Mierle Laderman Ukeles, Maintenance Art Activity III, Performance, 1973. Gevonden op: https://alchetron.com/Mierle-Laderman-Ukeles#-.

De dadaïsten, futuristen en surrealisten gebruikten performances als strijdmiddel (zie aflevering 434). Ze haalden voor hun acties en evenementen inspiratie uit andere vormen van performance, zoals cabaret, en uit de (protest)activiteiten rondom politieke kwesties, zoals manifestaties.*

Maar de minachting van deze dadaïsten, futuristen en surrealisten voor bourgeoisie waarden heeft iets ludieks. Het doet volgens Potter eerder denken aan aristocratische humoristen die een geprivilegieerde vorm van protest uitvoeren, dan aan de strijd van revolutionairen. Bovendien zorgen zij ervoor dat hun werk altijd binnen de context van de kunstgeschiedenis een plek houdt.*

Potter vraagt zich af hoe het zit met de hedendaagse (jaren 1980) performancekunstenaars. Zij zien volgens haar hun werk bij voorkeur helemaal los van elke vorm van theatraliteit. Waarom? Omdat zij bang zijn dat zij niet serieus genomen worden, dat zij gezien worden als een entertainer die tamelijk onbelangrijke kwesties aanroert.*

Maar Potter heeft het idee dat niet alle performancekunstenaars op deze manier denken. Sommigen zien hun werk los van elke vorm van theatraliteit, omdat zij kritiek hebben op de belangrijkste functie van het theater: het publiek een pleziertje gunnen (in de vorm van toneelstukken, opera, dans, muziek enzovoort). De performancekunst wordt dan het kader voor deze kritiek, door een combinatie van formele en structurele strategieën, aldus Potter.*

Wat zijn dan die formele en structurele strategieën?

Sommige performancekunstenaars beschrijven hun werk als een soort anti-vakkundigheid, zo beweert Potter, om hun manier van optreden te onderscheiden van de vaardigheid van acteurs om een karakter neer te zetten. De performance wordt gezien als ‘doen’ – een activiteit die bekeken wordt in plaats van een stuk dat gespeeld wordt.*

Een karakter neerzetten wordt door deze performancekunstenaars gezien als een techniek, gebaseerd op een literaire traditie, die zwaar leunt op het geschreven en gesproken woord, en die nauw verbonden is met de esthetiek van de illusie: de toeschouwer wordt door middel van identificatieprocessen uitgenodigd te vergeten waar zij zich bevindt en zich in een andere tijd en plaats te wanen.*

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 434 Wat betekent het om jezelf performancekunstenaar te noemen?

The Stepney Sisters performing at the Women’s Free Art Alliance on the occasion of their exhibition, 14th Feb 1975, King Henry’s Road, London. Photograph: Gabriella Grasso. Gevonden op: https://archive.ica.art/whats-on/women-working-collectively-what-your-value.

De artist ofwel kunstenaar maakt deel uit van een cultuur die vanaf de negentiende eeuw is gedefinieerd, gefinancierd en geconsumeerd door de midden- en heersende klasse, schrijft Sally Potter in haar artikel On shows (zie ook aflevering 433).*

Hoe gaan kunstenaars om met de last van deze klassengeschiedenis en wat betekent het voor hen? Potter stelt de vraag en beantwoord hem ook.*

Voor sommigen, schrijft ze, is het kunstwerk zelf een kritiek op kunst en de voorgeschreven rol van de kunstenaar. Dit is een continue vorm van een naar zichzelf verwijzend protest (gevolgd door kritiek op hoe het protest tot verkoopbaar kunstvoorwerp is geworden).*

Anderen geven prioriteit aan het vernietigen van de geformuleerde definitie, schrijft Potter. Zij willen aantonen dat de vaardige handwerker (artisan, zie aflevering 433) net zo goed intellectuele, verbeeldingsvolle of creatieve doelen heeft en daarin niet verschilt van de kunstenaar, dat de huisvrouw creëert, dat de kunstpraktijk een levenspraktijk is en niet het eigendom van de elite.*

En dan zijn er nog de mensen voor wie, aldus Potter, het gebruik van de naam kunstenaar betekent dat zij daarmee het recht pakken op iets dat hen systematisch is ontzegd: het recht om op grote schaal te werken met ideeën binnen een vorm van productie waarover zij de volledige controle hebben.*

Potter is na de beschrijving van deze drie ‘groepen’ klaar voor de volgende vraag:

Wat betekent het om jezelf een performancekunstenaar te noemen?*

Het meest eenvoudige antwoord op deze vraag is natuurlijk: een kunstenaar die optreedt (een performance doet). De vragen die dan, naar mijn idee terecht, onmiddellijk opkomen bij Potter zijn: Is een performance door een kunstenaar anders dan andere vormen van een publiek optreden en entertainment? Is de kunstvorm performance op de een of andere manier naar een hoger plan getild, namelijk de status van een kunstvorm?*

Om deze vragen te beantwoorden kijkt Potter naar de dadaïsten, futuristen en surrealisten. Voor hen was de performances op zichzelf de manier om de functie van kunst te laten verdwijnen, dit radicaal te veranderen – om het verouderde aura van de ‘hoge cultuur’ aan te vallen.

*Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 433 De status van het vrouwenlichaam

Kirsten Jüstesen, Het beeldhouwwerk, 1978. Gevonden op: https://theartstack.com/artist/kirsten-justesen/sculpture-2-7.

Volgens Roszika Parker en Griselda Pollock ontstaat er bij de performance een probleem dat specifiek voor vrouwen geldt: de status van het vrouwenlichaam (zie ook aflevering 432).*

De eeuwenlange traditionele manier van kijken naar het lichaam van vrouwen, namelijk de vrouw zien als een object (zie ook afleveringen 421-422), kan een belangrijke dwarsligger zijn. Sally Potter (1949) heeft een ‘uitstekend artikel over performance geschreven’, aldus Parker en Pollock, en dat artikel is in hun boek Framing Feminism opgenomen.*

‘Mijn intentie is om vragen op te werpen die gesteld moeten worden bij en over vrouwen die werken met performances’, opent Potter haar artikel On shows. Ze baseert haar artikel mede op de ervaringen die ze heeft opgedaan als danser, choreograaf, musicus en filmmaker. Ze heeft af en toe ‘met enige terughoudendheid’ gewerkt onder het label ‘performancekunstenaar’, schrijft ze.**

In een poging haar terughoudendheid te onderzoeken, maar ook waarom vele vrouwen die met performances werken zich alsmaar afvragen wat ze nou eigenlijk doen en hoe ze hun werk het best kunnen beschrijven, duikt ze de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de negentiende eeuw, de tijd dat de klassenverschillen zich verstevigen ten dienste van het nieuwe industriële kapitalisme. In die tijd raakt het woord artist (kunstenaar) los van de woorden artisan (handwerker) en artiste (performer).**

Het verschil tussen deze drie woorden impliceert niet alleen drie onderscheiden werkwijzen, maar moet ook een bepaalde klassepositie benadrukken. Zo wordt een artisan gezien als een vaardige handwerker zonder intellectuele, verbeeldingsvolle of creatieve doelen (kwaliteiten waarmee de bourgeoisie druk is om ze zich toe te eigenen), aldus Potter. De artiste is dan een entertainer, al betekent dit voor vrouwen meestal ‘iets met prostitutie’, want het tonen van een vrouwenlichaam in een performance staat in die tijd gelijk aan een vorm van verkopen.**

Het woord artist tot slot is gereserveerd voor schilders, beeldhouwers en soms ook voor schrijvers en componisten. Deze kunstenaar is onderdeel van een cultuur die voornamelijk door de midden- en heersende klasse wordt gedefinieerd, gefinancierd en geconsumeerd. Als je jezelf dus artist ofwel kunstenaar noemt, dan reken je jezelf tot een geschiedenis van allerlei klassenbepaalde betekenissen, concludeert Potter.**

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78.
**Uit: Sally Potter, On shows. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.290-292.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.