Aflevering 416 ‘Vrouwelijke kunstenaar’ wordt een geuzennaam

Rose Finn-Kelcey, The Restless Image: a discrepancy between the seen position and the felt position. Gevonden op: http://www.rosefinn-kelcey.com.

Jonge kunstenaars (v) die eind 1960, begin 1970 van de kunstacademie komen, staan veel positiever ten opzichte van hun eigen vrouwelijkheid dan Sarah Kent en haar generatiegenoten (zie aflevering 415). Ze vormen groepjes en veranderen gezamenlijk hun vooruitzichten. Vrouwen beginnen zichzelf en elkaar meer te respecteren. Ze bekijken de benaming ‘vrouwelijk kunstenaar’ heel anders, het wordt een geuzennaam.*

Vrouwen delen hun ervaringen, steunen elkaar en werken samen. Voor Rose Finn-Kelcey (1945-2014) is dat een belangrijke waarde van het collectief. Gedwongen isolement beschouwt ze als ongezond en dodelijk voor de creativiteit: ‘Ik heb de energie van andere mensen nodig’, vertelt ze aan Kent, ‘van andere vrouwen en hun werk.’ Finn-Kelcey heeft een heel nieuw gebied ontdekt, een nog niet verkend territorium: het vrouwelijk bewustzijn. Voor haar gaat het bewustwordingsproces hand in hand met de kunstpraktijk.*

De vrouwelijk toets, subtiliteit, nuance, zelfs kwetsbaarheid hebben volgens Kent allemaal hun eigen kracht. Ze vindt dat vrouwen niet langer bang moeten zijn voor hun eigen gevoeligheid, dat dit als zwak wordt afgedaan, noch voor hun kracht, dat dit als agressie wordt afgedaan. Ze kijkt ernaar uit dat vrouwelijke kwaliteiten in een werk gewoon besproken kunnen worden zonder de neerbuigende benadering.*

Kent sluit haar artikel af met een citaat van Finn-Kelcey, die het volgende benadrukt: ‘Onze ervaringen maken ons de vrouwen die we zijn en we zouden moeten leren ze te gebruiken en ze nooit te onderdrukken’.*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 415 De kruimels van de eens zo rijke taart zorgen voor verandering

Bridget Riley, Continuum. Gevonden op: https://duncanstephen.net/continuum-bridget-riley-on-exhibition-at-the-scottish-national-gallery/.

Kunstenaars (v) en critici (v) willen hun carrière niet in gevaar brengen door enige connectie met vrouwengroepen, vrouwententoonstellingen en vrouwengalerieën (zie aflevering 414).

Sarah Kent snapt dat wel, want vrouwen moeten op een wel heel smal koord balanceren. Je wilt niet het label ‘vrouw’ krijgen, want dat kan overkomen als een soort excuus en dat je bedelt om een speciale behandeling. Je wilt ook niet als feminist ‘ontmaskert’ worden, want dat kan weer overkomen als al te agressief waardoor je vervreemd raakt van die mannelijke kunstwereld waar je nou juist een plekje wilt veroveren omdat dat je enige kans op een redelijk bestaan als kunstenaar is.*

Sommige vrouwen blazen hun vrouw-zijn omver door veel vertoon van zelfvertrouwen, trots en agressieve rivaliteit, bijvoorbeeld zoiets als: ‘Ik ben een veel betere kunstenaar dan al die mannen. Het verbaasde me totaal niet dat ik de klus kreeg toegewezen. Dat is geen kwestie van arrogantie – ik wist dat ik oneindig veel beter was – kijk simpelweg naar al die mannelijke mededingers, zij stellen niets voor.’*

‘De zelfontkenning van veel vrouwen, inclusief mijzelf, is begrijpelijk maar daarom niet minder pijnlijk’, schrijft Kent. Het draagt in ieder geval niet bij tot ‘bevrijding’, weet Kent. Ze signaleert dat het onderdrukken van vrouwelijkheid in de plaats komt van vrouwenonderdrukking. Volgens haar komt de natuurlijke autoriteit en kracht van vrouwen in gevaar door een soort pseudomannelijkheid te cultiveren. Ze is bang dat vrouwen zichzelf dwingen in de positie van androgyne wezens.*

Kent heeft enorm respect voor de vrouwen die het gemaakt hebben in de door mannen gedomineerde kunstwereld en zo voor andere vrouwen een voorbeeld kunnen zijn, maar ze is ook bang dat velen van hen een hoge prijs hebben betaald als het gaat om persoonlijk geluk. Toch ziet ze veranderingen in de kunstwereld, waardoor het misschien niet meer nodig is om die hoge prijs te betalen.*

Succes en falen … het is volgens Kent voor vrouwen en mannen in een nieuw licht komen te staan. Toen zij de kunstacademie verliet in de jaren 1960 was Londen nog steeds ‘swinging’, schrijft ze, met bloeiende galerieën in een economische en culturele toptijd. Kunst had een publiek en een markt en er werden reputaties opgebouwd. Kunstenaars als David Hockney en Bridget Riley (1931) werden ‘ontdekt’ op jonge leeftijd en de strijd voor een punt van de enorm rijke taart was levendig en opwindend.*

Maar dat was tegen het eind van de jaren 1960 allemaal voorbij. Die eens zo rijke taart bestond ineens uit alleen nog een paar kruimeltjes. Jonge vrouwen die eind 1960, begin 1970 van de kunstacademie komen hebben een heel andere benadering van hun eigen vrouwelijkheid dan Kent en haar generatiegenoten…*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 414 De soldaten (v) gaan manhaftig voort in de strijd

Alexis Hunter, Identity Crisis, 1974. Six black and white photographs with typed text. Collection of Sammlung Verbund di Vienna, Austria. Gevonden op: http://www.alexishunter.co.uk/radical_feminist_art_photo_hunter-2.html.

Vrouwen die aan de hand van mannelijke criteria hun leven beoordelen …  Sarah Kent doet dat zelf ook en ze vindt het misplaatst (zie aflevering 413). In deze beoordeling worden huisvrouwen gezien als de troepen die zich hebben teruggetrokken terwijl de andere soldaten (feministen, vrouwen die zichzelf niet als huisvrouw zien) manhaftig voortgaan in de strijd.*

‘Wij zijn degenen die gered zijn – ik kan geen enkele mislukking in welke vorm dan ook verdragen’, citeert Kent een kunstenaar die ze eens ontmoette. Er is volgens Kent niet alleen een neiging om vrouwelijk rollen en activiteiten af te wijzen, maar ook om de nadruk op geslacht te leggen. ‘Elk miniem partikel met het stempel ‘vrouwelijk’ is taboe’, schrijft ze en citeert kunstenaar Alexis Hunter (1948-2014): ‘Vrouwelijk betekent meestal onnozel en niet goed snik. Ik ben opgevoed met een mannelijk bewustzijn, ik verachtte vrouwen en trok op met mannen en wedijverde met mannen.’*

Kent put ook informatie over dit ‘mannelijke bewustzijn’ uit het boek van Lucy R. Lippard, From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976, p.4). Lippard schrijft daar dat haar lijfspreuk altijd is geweest: ‘Ik heb het als een persoon gemaakt, niet als een vrouw’, tot ze op een dag tot de ontdekking komt dat ze zich al die tijd heeft geschaamd voor haar sekse. Een misschien banale maar voor Lippard wereldschokkende openbaring, en van weersomstuit schaamt ze zich voor deze langdurige schaamte.*

Een veelgehoorde wens is om bekend te worden als kunstenaar en niet als een ‘vrouwelijke’ kunstenaar, een label dat minachtend of betuttelend is, aldus Kent. Veel vrouwen zeggen nadrukkelijk: ‘Ik ben in de eerste plaats een kunstenaar en in de tweede plaats een vrouw’, aldus Kent en maant de lezer te letten op deze volgorde. Naast de tegenzin de eigen sekse te erkennen, willen veel vrouwelijke kunstenaars ook liever niet geassocieerd worden met andere vrouwen uit angst dat ze weggezet worden als een soort kansarme subgroep.*

De angst is dat je in zo’n ‘vrouwensubgroep’ geen toegang meer hebt tot de gangbare kunst en beoordeeld wordt als een, mogelijk nogal onbelangrijke, aparte categorie. Het gevolg is dat vrouwen die het gemaakt hebben in de kunstwereld, kunstenaars en critici, met een grote boog om vrouwengroepen, vrouwententoonstellingen en vrouwengalerieën heen lopen: ze willen er niet mee geassocieerd worden.*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 413 Geweldige kunsthuisvrouwen

Sally Swain, Great housewives of art, 1988. Picture on the right: MRS. KLEE cleans out the bird cage. Foto: Susan Hol, van mijn eigen exemplaar van dit boek.

Het wordt in het artikel van Sarah Kent niet echt duidelijk wat ze met ‘deze zienswijze’ bedoelt die haar zorgen baart en die ze zo negatief vindt (zie aflevering 412).

Eerst dacht ik dat ze de aanpak van Eleanor Antin bedoelde: de weigering je te laten beperken door (patriarchale) grenzen van buitenaf en het geloof je identiteit eigenhandig vorm te kunnen geven (zie aflevering 411). Kent heeft het idee dat Antin interne en externe beperkingen en vooroordelen simpelweg laat verdampen door ze te negeren (zie aflevering 412).

Maar in de loop van het artikel wordt duidelijk dat Kent bang is dat vrouwen diep vanbinnen hun eigen geslacht ontkennen en zo het kind met het badwater weggooien: dat ze alle vrouwelijke kwaliteiten en activiteiten links laten liggen. Het blijkt haar te gaan om het afwijzen van vrouwelijkheid door vrouwen die iets willen bereiken, carrière willen maken. Hoewel het misschien absurd lijkt om bijvoorbeeld te suggereren dat een moeder haar vrouwelijkheid heeft afgewezen, zo schrijft Kent, ‘ben ik me zelfs bij kunstenaars met kinderen soms bewust van de nadruk op de mannelijke kant van hun leven en persoonlijkheden ten koste van de vrouwelijke aspecten.’*

Ze heeft het niet alleen over anderen, zo blijkt, want ze geeft zichzelf als voorbeeld: ze durft jarenlang niet te vertellen dat ze getrouwd is en een zoon heeft. Stel dat mensen gaan twijfelen aan haar geloofwaardigheid als professional en haar een dilettante, een hobbyist, knoeier, prutster vinden? Ze zou zomaar haar onderwijsbanen kunnen verliezen.*

‘Nu ben ik trots op het feit dat ik een kind heb’, schrijft ze, ‘maar ik vermoed dat deze trots draait om mijn mannelijke prestaties om hem te begeleiden en op te voeden terwijl ik gewoon doorga met mijn andere activiteiten, en dat het nadrukkelijk geen vrouwelijk trots op het moederschap is.’*

Was er altijd een kloof tussen ‘carrièrevrouwen’ en anderen? Tuurlijk. Maar wat Kent stoort is de ontkenning van het vrouwelijke principe bij sommige individuele vrouwen. ‘We hebben de neiging om onszelf te feliciteren als degenen die ‘gered’ zijn, omdat we aan de huiselijkheid zijn ontsnapt. We kijken naar huisvrouwen met een mengeling van sympathie en vrees’, aldus Kent. Er hangt soms een zweem van minachting, signaleert ze, ‘omdat deze huisvrouwen gezien worden als de belichaming van het falen waarvoor wij bang zijn’.*

De afbeelding bij deze aflevering is van en uit het boek Great Housewives of Art, van Sally Swain uit 1988. Het is een parodie op de notie van de geweldige vrouw achter de geweldige man. In de herkenbare stijl van de ‘grote schilders’ verwerkt ze de huisvrouw en huisvrouwelijke bezigheden. Swain vindt dat kunst noch het feminisme al te serieus genomen moet worden. In het boek staat ook A Letter to the World of Art, ondertekend door Housewife of Art. Het staat vol vragen, zoals: ‘Waarom winnen vrouwen geen medailles voor de schoonste, best onderhouden badkamer, of boekenprijzen voor fantastische boodschappenlijstjes? Waarom laten galerieën niet meer afbeeldingen zien van de dagelijkse huishoudelijke sleur van vrouwen? Is dat het niet waard om te schilderen? Zoveel recente kunst is onduidelijk en ontoegankelijk, is dat nou nodig? Kan kunst visueel aantrekkelijk, humorvol en een sociale boodschap hebben?

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 412 Jezelf transformeren in het beeld van je keuze

Kim Lim, Abacus, 1959, wood & wire, 17,5 x 22 x 2. Gevonden op: http://kimlim.com/sculpture/early-works/.

Eleanor Antin weigert zich te laten beperken door (patriarchale) grenzen van buitenaf en gelooft dat ze haar identiteit kan uitbreiden door haar kunstpraktijk en dat zij zichzelf kan transformeren in het beeld van haar keuze (zie aflevering 411).

Sarah Kent ziet in dat standpunt van Antin toch echt wel een sterk element van wishful thinking en bravoure.* Waarom?

Kent denkt dat interne en externe beperkingen niet zomaar verdampen, gewoon, omdat jij ze negeert, en dat je vooroordelen niet zomaar kunt wegnemen. Volgens haar moet elke vrouw die haar eigen mogelijkheden en die van haar sekse probeert te vergroten, ongelooflijk hard werken om ook naar iets te bereiken en haar prestaties erkend te krijgen. Kent haalt Kim Lim (1936-1997) aan, die opmerkt: ‘Een vrouw moet zich wat betreft de buitenwereld dubbel bewijzen.’*

Ik vind het wel bijzonder dat Kent eerst in haar artikel klaagt over het gebrek aan support van tijdgenoten, over de neiging van andere vrouwelijke kunstenaars om kritisch of jaloers op hun rivalen te zijn (zie aflevering 410), en dat ze vervolgens zelf nogal zuinig doet over de optimistische benadering van Antin en het afdoet als ‘wishful thinking en bravoure’. Wie zegt dat Antin niet keihard heeft gewerkt en dat haar aanpak een manier is geweest om in ieder geval zichzelf te (blijven) motiveren? Natuurlijk verdwijnen eeuwenoude patriarchale beperkingen niet als een veertje in de wind, daarvan zal Antin zich zeker ook bewust geweest zijn.

Het blijkt dat Kent zich meer thuis voelt bij uitlatingen zoals die van Lim. Ze is erover verbijsterd dat vrouwen, inclusief zijzelf, het zich dubbel moeten bewijzen nog steeds pikken. Ze heeft het zelf altijd heel vanzelfsprekend gevonden dat ze twee keer zo hard moest werken als de mannen die ze kende, schrijft ze. Toch is het niet voldoende om alleen maar kunstwerken te maken, zoals duidelijk is geworden voor de feministisch kunstenaar Susan Hiller (1940-28 januari 2019, zie ook aflevering 340).*

‘Ik geloofde altijd dat als je werk maar goed was, het vanzelf zijn weg in de cultuur zou vinden’, vertelt Hiller aan Kent. ‘Maar na acht jaar realiseerde ik me dat mijn manier van werken, mijn aanpak, totaal ineffectief was geweest, omdat mijn werk onvermeld was gebleven. Hierdoor heb ik me altijd anoniem gevoeld.’*

Er is een ander aspect van ‘deze zienswijze’, schrijft Kent, die haar vooral zorgen baart omdat het zo negatief is.* Welke zienswijze bedoelt ze dan?

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 411 Schreeuwend gebrek aan enige vorm van instemming of welwillendheid

Volgens Sarah Kent is er in Engeland niet zo’n sterke feministische beweging geweest als in Amerika of de rest van Europa. Het gevolg daarvan is dat Engelse vrouwen niet zoiets als een groepsidentiteit hebben ontwikkeld. Zij hebben de neiging om de problemen die vrouwen collectief treffen te omzeilen door hun gender te negeren, aldus Kent.*

Vrouwen proberen elk haar eigen unieke onafhankelijke strijd te voeren, naast mannen, en veel te veel vrouwen hebben deze strijd verloren, schrijft Kent (zie ook aflevering 410). Het is voor haar een reden om te onderzoeken hoe vrouwen in Engeland zich hebben moeten gedragen om als kunstenaar te overleven. Ze wil er graag op wijzen dat deze attitudes, hoewel hoognodig in het verleden, niet meer nodig zijn, dat ze juist op veel manieren vooruitgang belemmeren.*

Door het schreeuwende gebrek aan enige vorm van instemming of een beetje welwillendheid en geconfronteerd met vaak regelrechte vijandigheid, geven veel vrouwen het gewoon maar op, aldus Kent. Anderen hebben ondanks dit gebrek aan enige vorm van support hun inspanningen volgehouden. Kent ziet bij deze vrouwen de ontwikkeling van een ietwat uitdagende en koppige kijk op de dingen, gelardeerd met enige arrogantie.*

Als voorbeeld haalt ze Eleanor Antin (1935) aan die het bovenstaande samenvat met de volgende woorden: ‘De gebruikelijke hulpmiddelen voor zelfdefinitie – geslacht, leeftijd, talent, tijd en ruimte – zijn slechts tirannieke beperkingen van mijn keuzevrijheid.’* Kent haalt dit citaat uit het boek van Lucy R. Lippard, From the center, feminist essays on women’s art (Dutton, New York, 1976, p.105). Een citaat dat ik in mijn exemplaar van dat boek ook heb onderstreept 😉

Volgens Kent lijkt deze opmerking van Antin op het eerste gezicht een buitengewoon positieve benadering te beschrijven. Een weigering om beperkt te worden door grenzen van buitenaf moet toch wel duiden op een enorme hoeveelheid energie en doorzettingsvermogen, aldus Kent, en een vastberadenheid om de wereld tegemoet te treden als iemand die vrij is haar eigen eisen te stellen, ongeacht geslacht, ras of klasse. Het negeren van de beperkte reikwijdte van de traditioneel aangeboden rollen, lijkt volgens Kent een enorm volhardingsvermogen en optimisme te impliceren.*

Zo gelooft Antin dat ze door haar kunstpraktijk haar identiteit kan uitbreiden en zichzelf zelfs kan transformeren in het beeld van haar keuze…*

De video bij deze aflevering is een ontroerend prachtig mini-overzicht, van Eleanor Antin die op hoge leeftijd vertelt over hoe haar portretten tot stand zijn gekomen. Zij is een van de belangrijkste kunstenaars van haar generatie en een pionier op het gebied van performance en conceptuele kunst in Zuid-Californië, zo valt te lezen bij de video. Met CARVING: A Traditional Sculpture daagt ze 1972 de tradities van sculptuur, zelfportretten, fotografische documentatie en prestaties uit. In 148 zwart-wit foto’s toont ze de transformatie van haar lichaam terwijl ze 37 kilo afvalt in 37 dagen. In 2017 voert Antin haar historische prestatie opnieuw uit: CARVING: 45 Years Later. Ze is dan op zoek naar haar ‘gebeeldhouwde’ lichaam, in 100 dagen in 500 zwart-witfoto’s.

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 410 Houd vol, maar wees niet té succesvol!

Edwina Leapman, Untitled (c. 1979), acrylic on linen, 183 x 168 cm. Gevonden op: http://www.annelyjudafineart.co.uk/exhibitions/paintings-1978-2016-edwina-leapman

De problemen die specifiek vrouwen treffen (zie aflevering 409), zijn vaak ongrijpbaar en lastig af te bakenen, schrijft Sarah Kent. Het is daarom bijna onmogelijk ze te bestrijden. Er zijn bijvoorbeeld tot op heden zo weinig succesvolle vrouwen, dat er bijna geen voorbeeld bestaat. Zonder voorbeelden waarop je terug kunt vallen, moet elk individu volgens Kent haar eigen voorhoedegevecht leveren.*

Kent vindt de ervaringen van kunstenaar Edwina Leapman (1934) een typisch voorbeeld. Leapman vertelt dat ze al vanaf haar twaalfde helemaal verslingerd is aan kunst. ‘Iedereen was ertegen’, zegt ze, ‘ook mijn ouders. Mij werd verteld dat de geschiedenis heeft laten zien dat kunst en vrouwen niet samengaan. Ik denk dat ik enorm veel vertrouwen in mezelf gehad moet hebben. Ik dacht: of ik ben dit, of niets, en ik wilde niet niets zijn.’*

Voor vrouwen die niet de krachtige overtuiging en vastberadenheid van Leapman bezitten, is het knap lastig om het bewijs van de geschiedenis naast zich neer te leggen. Vrouwen beschikken ook niet over de stille ondersteuning van traditie die mannen wel genieten. Als een vrouw toch doorzet, wacht haar een intens gevoel van isolatie, schrijft Kent.* Een onderwerp dat al eerder in dit feuilleton aan bod is geweest, specifiek in aflevering 343 Het probleem van isolement.

Het helpt ook totaal niet dat vrouwelijke kunstenaars een minderheid zijn, dat zij erg weinig aanmoediging krijgen, zelf niet van hun tijdgenoten, en dat zij met gemengde gevoelens bekeken worden door andere vrouwen en mannen. Vrouwen ondersteunen elkaar niet vaak in dit land, schrijft Kent. Zij hebben juist de neiging om kritisch of jaloers op hun rivalen te zijn. Een succesvolle vrouw kan woede en bitterheid verwachten, maar als ze faalt of zich terugtrekt wordt ze veracht.*

‘Ik heb vaak gedacht dat wil een vrouw in Engeland een beetje geliefd zijn, vooral door mannen’, aldus Kent, ‘zij haar strijd moet volhouden, maar nooit te veel mag bereiken!’*

*Kent, Sarah (1977). Engendering self-respect. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 194-196.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.