Aflevering 172 De geestelijkheid vond het onzedelijk …

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.28. Georgine Schwartze, Vrouw met kruiwagen, 1898, Foto IAV, Amsterdam, Verblijfplaats onbekend.

Naast de vele kunstenaars (m/v) die het soort kunstwerken maken dat van hen verwacht wordt (zie aflevering 171), zijn er de kunstenaars (m/v) die dat vooral niet doen. Hun bijzondere en opvallende kunstwerken zijn vaak een uitdrukking van een politieke overtuiging.

Voorbeelden daarvan zijn allerlei sociale kwesties zoals de positie van de vrouw, de strijd van de arbeidster, het verbod op abortus en het recht op eigen ontplooiing.

Liesbeth Brandt Corstius noemt als vroeg voorbeeld van een ‘feministisch’ schilderij het werk van Lilly Martin Spencer (1822-1902): De jonge echtgenoot – eerste marktdag, 1854 (link gaat naar foto van het schilderij). De man op het schilderij heeft boodschappen gedaan op de markt. In vele delen van de wereld was (is?) dat nogal schokkend, een (pasgetrouwde) mán die naar de markt gaat!

Dat blijkt mee te vallen in Cincinnati, de Midden-Amerikaanse stad waar de kunstenaar woonde, want daar is het de gewoonte dat ‘de heren naar de markt gaan’. Overigens, deze kunstenaar – tevens voorvechter van vrouwenemancipatie, drankbestrijding en afschaffing van slavernij – heeft haar hele leven haar echtgenoot en zeven kinderen kunnen onderhouden met haar zeer populaire, enigszins humoristische genrestukken. (feministische kunst internationaal, 1978, p.28)

In Nederland ging het er ernstiger aan toe. Georgine Schwartze (1854-1935) maakte Vrouw met kruiwagen, 1898 (zie afbeelding bij deze aflevering), en Suze Bisschop (Robertson, 1855-1922) schiep een oeuvre waarin het harde bestaan van de volks/plattelandsvrouw geschilderd wordt.

Voor Schwarze was haar werk een uitzondering tussen veelal gebeeldhouwde portretbustes. Aanleiding voor haar om dit krachtige beeld te maken was de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, Den Haag.

Bisschop was zeer sociaal bewogen en dat spreekt uit haar ‘kunstwerken, waarin de vrouwen vergroeid lijken met hun werk en hun aardse omgeving: de aardappelschilster, de vrouw bij het spinnenwiel (zie afbeelding in aflevering 106), de vrouw aan de wastobbe, de boerin op het bleekveld en het meisje met de kruik, om slechts enkele titels van haar werk te noemen’, aldus Brandt Corstius (1978, p.28-29).

Een leerling van Bisschop was Marie Heijermans (1859-1937), zus van de schrijver Herman Heijermans. Broer en zus waren beide zeer sociaal bewogen. Marie Heijermans geeft in haar schilderijen en tekeningen ‘direct verslag van het mensonterend bestaan van de armste vrouwen’ (Brandt Corstius, 1978, p.29).

Een voorbeeld hiervan is Slachtoffer der ellende, 1897 (link gaat naar foto van het schilderij). Het werk – een naakte vrouw op de voorgrond, een oude heer op de achtergrond die voor de spiegel zijn boord omdoet, en in het midden een stoel met daarop een bankbiljet – veroorzaakte onmiddellijk een rel op de Brusselse wereldtentoonstelling in 1897: de geestelijkheid vond het onzedelijk.

Maar hoe bereikte Heijermans haar ‘doelgroep’, de arbeider?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 106 Feministische kunst: één soort kunst voor alle vrouwen?

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.29. Kunstwerk van Suze Robertson, getiteld: Spinster. Houtskool en conté op papier, 48x32cm, Haags Gemeentemuseum.

Omdat de samenstellers van de tentoonstelling feministische kunst internationaal (1978) ervan uitgaan dat feministische kunst een vertellende, betogende kunst is (zie aflevering 105), hebben zij de tentoonstelling naar onderwerp ingericht en niet naar vormcriteria. Zij hebben de volgende thema’s gekozen:

  • bewustwording van en verzet tegen stereotype rolpatronen van mannen en vrouwen;
  • herwaardering van creatieve uitingen van vrouwen in het verleden en in andere culturen;
  • vrouwelijke seksualiteit in de feministische kunst;
  • zoeken naar inspirerende voorbeelden van vrouwen uit heden en verleden, die laten zien dat een vrouw meer en anders kan zijn dan de gangbare clichés vrouwen graag doen geloven;
  • samenwerking tussen feministische kunstenaressen onderling en tussen de feministische kunstenares en haar vrouwenpubliek.

Deze indeling naar onderwerp zien de samenstellers van de tentoonstelling ook als een mogelijkheid om over kunstwerken te discussiëren in het licht van de diverse feministische ideologieën.

Door het label ‘feministische kunst’ lijkt het over één soort kunst voor alle vrouwen te gaan, maar dit is zeker niet het geval. ‘De kwaliteit van het feministische kunstwerk’, zo schrijft Halbertsma, ‘laat zich niet afmeten aan de mate waarin het door zoveel mogelijk vrouwen wordt begrepen en gewaardeerd, noch aan de omvang van het vrouwenpubliek dat het weet te bereiken.’

Nu was het niet zo dat alleen de inhoud van de gekozen werken telde. Bij de selectie van werken voor de tentoonstelling werd ook gekeken naar compositie, vorm, kleur, materiaal en techniek. Het criterium was dat de inhoud feministisch moest zijn, maar wel beeldend adequaat en interessant geformuleerd. Clichés moesten formeel en inhoudelijk vermeden worden.

De samenstellers van de tentoonstelling feministische kunst internationaal (1978) kozen de meest recente werken, ‘aangezien het feminisme een tijdsgebonden stroming is en steeds verandert’, zo schrijft Halbertsma.

De vrouwen die de tentoonstelling samenstelden ontdekten wel dat de kwaliteitsnormen uit de door mannen gedomineerde kunstgeschiedenis, kunstkritiek en kunstpolitiek, niet zomaar weg waren. Ze worstelden ermee, en zo ook de kunstenaressen, vooral als het ging om de formele kanten van het kunstwerk. Er werd hard gezocht naar een eigen feministische norm voor het maken en beoordelen van kunst, los van de mannelijke normen voor ‘mooi’ en ‘lelijk’.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.