Aflevering 253 Ideologische aannamen naar bewust niveau tillen

Sylvia Sleigh, October: Paul Rosano, 1974, Oil on canvas, 40 x 60 inches. Gevonden op: http://accolagriefen.com/artists/sylvia-sleigh-.

In de tijd dat Nochlin aan haar artikel schrijft (Some Women Realists, 1974, in: Women, Art, and Power and Other Essays, 1988, p.86-108), is de vrouwenbeweging al aardig op volle sterkte gekomen en zijn vele vrouwelijke kunstenaars zich meer concreet gaan definiëren als vrouw.

Nu heb ik ‘als vrouw’ altijd een beetje rare uitdrukking gevonden, immers je bent een vrouw, dus natuurlijk doe je alles ‘als’ vrouw. In het ‘als vrouw’ klinkt de man als maatstaf duidelijk door: deed/doet een man ooit iets ‘als man’? Maar in die tijd was het nodig om een eeuwenlange dominante mannenmaatschappij af te schudden en – zoals dat gaat met je onderscheiden – de verschillen eens even lekker stevig neer te zetten. Vrouwen verschoven welbewust de aandacht naar andere vrouwen op het gebied van kunst, politiek en in het privédomein van de verbeelding (zie aflevering 230).

Het was in die jaren 1960/70 ook een ‘hot item’ om een bepaalde stijl of bepaald onderwerp bij vrouwelijke kunstenaars te proberen vast te stellen. Linda Nochlin heeft daaraan bijgedragen door in haar artikel Some Women Realists het sociaal realisme (afleveringen 231-235), het evocatieve realisme (afleveringen 235-239), het letterlijk/ding-op-zichzelf realisme (afleveringen 239-243) en het realisme bij figuurschilders, de portretkunst (afleveringen 244-252) uit te spitten.

Ze sluit haar artikel af met de opmerking dat de beeldspraak van vrouwelijke realisten zoals Alice Neel (afleveringen 245-248, Sylvia Sleigh (afleveringen 249-252) en vele anderen een verandering in ideologische aannamen vereist. Het lijkt alsof de canons (wat als goed, maatgevend wordt beschouwd) – als het gaat om tekenen, schilderen of artistieke kwaliteit – behoorlijk goed in staat zijn tot een zekere mate van flexibiliteit. Ook lijken deze canons bepaald door vrij specifieke doelen of situaties, neem bijvoorbeeld de opmerkingen van Donald Posner in aflevering 252. (1988, p.108)

Toch zijn de ideologisch contexten waarin deze kwaliteitsoordelen zijn geformuleerd veel minder vatbaar voor verandering of zelfs maar rationele overweging, aangezien ze over het algemeen verborgen of onbewust zijn. Het is zaak deze ideologische aannamen naar een bewust niveau te trekken, zodat duidelijk wordt hoe groot de implicaties zijn van wat eerst gezien werd als zuivere esthetische kwaliteitskwesties. (1988, p.108)

In aflevering 227 nam ik de afslag naar het artikel Some Women Realists van Nochlin. Aanleiding was de bespreking van het derde thema uit feministische kunst internationaal: seksualiteit en bevrijding, geschreven door Rosa Lindenburg (zie deel 5C, begint bij aflevering 195) (1978, p.46-52). Ik sluit dit deel nu af met de laatste woorden van Lindenburg in haar artikel uit 1978:

‘De vrouw is door haar geslacht bepaald en beperkt. De bevrijding van het eigen lichaam, het beleven van de seksualiteit als bewust en vrij mens is essentieel voor de vrouwenbeweging. Het is net zo belangrijk om de nieuwe identiteit in een figuratieve beeldtaal met een boodschap uit te drukken als om het nieuwe bewustzijn in een nieuwe abstraherende voorstellingswijze symbolisch vast te leggen. Elke vrouw, elke kunstenares heeft haar eigen bewustwordingsproces, gesteund door de vrouwenbeweging. Haar eigen lichaam en de eigen seksualiteit zijn intiem en persoonlijk. Het persoonlijke wordt politiek door het voor velen herkenbaar te maken.’ (1978, p.52)

Op naar het volgende thema: zoeken naar inspirerende voorbeelden van vrouwen uit heden en verleden, die laten zien dat een vrouw meer en anders kan zijn dan de gangbare clichés vrouwen graag doen geloven.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 252 Pornografische verbeelding (m) versus uniciteit geportretteerden (v)

Philip Golub, reclining by Sylvia Sleigh, 1971. Gevonden op: http://pictify.saatchigallery.com/433858/philip-golub-reclining-by-sylvia-sleigh-1971.

Susan Sontag heeft de strategie die kunstenaar Ingres hanteerde in zijn Turkish Bath – de depersonalisatie van vrouwen door het schilderen van alleen een verzameling borsten, billen en gezichten met lege blikken, en verder alles wat daarvan afleid weg te laten (zie aflevering 251, ook voor de afbeelding) – de pornografische verbeelding genoemd, aldus Linda Nochlin (Some Women Realists, 1974, in: Women, Art, and Power and Other Essays, 1988, p.107). Misschien verklaart dat (groten)deels het succes van zijn schilderij in een door mannen gedomineerde kunstwereld.

Volgens Nochlin is de scherpzinnigheid van Sleigh tegelijkertijd een wapen en een teken van haar menselijkheid: in plaats van individualiteit te vernietigen, zet ze het juist neer als een essentieel component van de erotische respons: in plaats van de hoofden van de zitters te depersonaliseren, accepteert ze niet alleen hun uniekheid, maar gaat verder en versterkt eveneens de uniekheid van hun lichamen. (Zie bijvoorbeeld de afbeelding in aflevering 251.) (1988, p.107)

Het is interessant in het licht van de onlosmakelijke verbondenheid van morele of politieke en esthetische oordelen, zo schrijft Nochlin, dat veel vrouwelijke toeschouwers de schilderijen van Sleigh als succesvol ervaren, picturaal vakkundig. Ze zien de onderwerpen als sensueel en fysiek aantrekkelijk. Het oordeel van de vrouwen is in feite in dezelfde termen geformuleerd als de kunsthistorici of critici, meestal (opgeleid door) mannen, die gereageerd hebben op de openlijke erotische aantrekkingskracht van de naakten door de mannelijke kunstenaars Watteau, Goya of Ingres. Terwijl, en nu wordt het nog interessanter, heteroseksuele mannen juist vaak afknappen op de werken van Sleigh. (1988, p.107)

Deze mannen vinden dat de figuren ‘verwijfd’ zijn, de toon ‘nichterig’, de tekening ‘zwak’, ‘vervormd’, ‘verwrongen’, of ‘incorrect’, noteert Nochlin. Is dit commentaar een poging om zichzelf te distantiëren van een mogelijk dreigende omkering van de machtsstructuur? Of zijn het pogingen tot het rationaliseren van een heel oprechte onrust, benauwdheid en woede over de nu zichtbare mogelijkheid dat mannen kunnen veranderen in lome slaapkamerschepsels en dat het afgelopen is met hun plek als actieve, bevoorrechte visuele consumenten in de eeuwenlang esthetisch gecertificeerde (officieel verklaarde) erotische kunstproducten. (1988, p.107)

De vrijheden die kunstenaars (m) zich hebben veroorloofd met de vrouwelijke figuur, is altijd gerechtvaardigd door eigentijdse canons van academische correctheid op grond van de toegenomen esthetiek en het sensuele plezier die zulke abnormaliteiten verschaften. Zo bestrijdt Donald Posner in zijn onderzoek van Watteau’s naakt Lady at Her Toilet, de achttiende-eeuwse kritiek op de anatomische missers in Watteau’s tekeningen bij dit werk, aldus Nochlin. Posner geeft toe dat de kritiek misschien terecht is, maar toch nergens op slaat, omdat anatomische correctheid het doel niet is. De schetsen zijn volgens Posner juist onovertroffen in hun poging het weelderige van het vrouwenlichaam te vangen terwijl het zich overgeeft aan ontspanning, zich rekt en draait, of zichzelf opkrult. (1988, p.107-108)

En zo heeft Nochlin een inkoppertje: ‘Verander het hierboven genoemde vrouwenlichaam in mannenlichaam en je ziet het punt van Sleigh’s interpretatie van de naakte mannelijke vorm.’ (1988, p.108)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 251 Een verzameling borsten, billen en lege blikken

Links: Sylvia Sleigh, At The Turkish Bath, 1976 Oil on Canvas 76” x 100”. Collection of The David and Alfred Smart Museum of Art, University of Chicago. Gevonden op: http://www.sylviasleigh.com. Rechts: Ingres, Turkish Bath, 1859. Gevonden op: https://www.louvre.fr/en/oeuvre-notices/turkish-bath.

De relatie die Sylvia Sleigh met de kunsthistorie legt (zie aflevering 250) is tweeledig, aldus Linda Nochlin (Some Women Realists, 1974, in: Women, Art, and Power and Other Essays, 1988, p.106).

Enerzijds zijn haar mannelijke naakten een bevestiging in de voortzetting van het gebied en de ambitie die hoort bij de grote traditie, anderzijds is het een geestige en ironische reminder van de waarden die zijn genegeerd, of in het geval van Sleigh, opzettelijk op zijn kop zijn gezet. (1988, p. 106)

Haar herinterpretatie van de traditionele groepsportretten met vrouwen, zoals de mannengroep in The Turkish Bath (linker afbeelding bij deze aflevering), geeft haar meteen ook de gelegenheid haar ontvankelijkheid voor de algemene bekoring van de mannelijke sensualiteit, en tegelijkertijd de bij elke man weer andere fysieke of psychologische aantrekkelijkheid, vorm te geven in een ultieme beeldweergave. (1988, p. 106)

In dit grote schilderij, dat vrijelijk is gebaseerd op prototypes van Delacroix en Ingres, wordt de geweldige roze en blonde teerheid van Lawrence Alloway’s achteroverleunende gedaante uitgespeeld tegen zijn doordringende blauwe intelligente oogopslag, en zijn horizontale afbeelding tegen de donkerkleurige, tengere, romantisch gekromde verticaliteit van de nabijgelegen figuur van Paul Rosano, aldus Nochlin (1988, p. 106).

Op dezelfde manier is het torso met een rijk harenpatroon van de dromerig relaxte John Perreault aangenaam gecombineerd met de wat stijvere, meer frontale onbehaarde Scott Burton die naast hem knielt, zo schrijft Nochlin, en, vervolgt ze, de genoegens van deze contrasten zelf ontstaan door de rijkheid en heldere kleuren van de decoratieve patronen tegen of waarop de figuren zijn neergezet. (1988, p. 106)

De ironie van het werk van Sleigh onthult natuurlijk de realiteit van de seksuele situatie. Als je de door Sleigh geschilderde harem in The Turkish Bath vergelijkt met die van Ingres in Turkish Bath (rechter afbeelding bij deze aflevering), wordt duidelijk dat zij in feite haar voor mannelijke zitters meer waardigheid heeft weten te bedingen. Hoe dan? Zij heeft de mannen een duidelijk geportretteerd hoofd gegeven en karakteristieke lichamen, zodat zij goed te onderscheiden verschillende menselijke wezens zijn. Ingres daarentegen maakt een soort ‘eenheidsworst’ van zijn vrouwen: een verzameling borsten en billen, en lege blikken waaruit noch intelligentie noch energie spreekt. (1988, p. 106-107)

Wat is de strategie achter deze depersonalisatie van de vrouwen?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 250 Interesse in lichaamsbeharing en de eindeloze diversiteit ervan

Sylvia Sleigh, Paul Rosaro, 1975. Gevonden op: https://whitney.org/collection/works/60178.

Sylvia Sleigh werd zo goed mogelijk afgemaakt in veel van de ogenschijnlijk ‘formele’ kritieken. Linda Nochlin citeert: ‘onbeholpen tekenwerk, ‘zwak tekenwerk’, ‘te los penseelwerk’, ‘te compact penseelwerk’, ‘incorrect perspectief’, ‘doorwrocht perspectief’, ‘mechanische compositie’, ‘ontwrichte compositie’, enzovoort. (Some Women Realists, 1974, in: Women, Art, and Power and Other Essays, 1988, p.105).

Waarom werd haar werk zo negatief beoordeeld? Nochlin heeft een sterk vermoeden dat het reacties zijn op de onderliggende politieke implicaties van haar werk. Volgens haar zou het zomaar kunnen dat Sleigh het scherpst de kwesties heeft opgeworpen omtrent het mannelijk naakt gerepresenteerd door de vrouwelijke kunstenaar. (1988, p.105)

Hoewel niet ronduit politiek bedoeld, hebben sommige werken zeker een politiek effect, aldus Nochlin, zeker als je ervan uitgaat dat seksualiteit een van de belangrijkste politieke kwesties is in die jaren 1970. Als voorbeelden noemt ze de volgende werken, die allemaal te vinden zijn op de site sylviasleigh.com (denk ik, er staan helaas geen titels bij de werken):

  • Nude Portrait of Allan Robinson (1968)
  • Paul Rosano Seated, Nude (1973)
  • Nick Tischler Nude (1973)
  • The Court of Pan (After Signorelli) (1973), een grootschalige groepscompositie
  • The Turkish Bath (1973) (zie aflevering 218 voor de afbeelding). (1988, p.105)

De mannelijke naakten van Sylvia Sleigh dwingen tot het nauwkeurig onderzoeken van wat nu eigenlijk ‘natuurlijk’ is, en ‘acceptabel’, en ‘correct’ in het rijk van voelen of zijn, én in het rijk van de kunst. Sleigh bevindt zich overigens in goed gezelschap als het gaat om negatieve oordelen, zo moesten Courbet, Manet en de jonge Ingres het ook ontgelden vanwege de onderliggende politiek kwesties over wat nu eigenlijk ‘normaal’ is. (1988, p.105)

Zijn de mannelijke naakten van vrouwelijke schilders heroïscher en minder voluptueus afgebeeld dan hun vrouwelijke evenknieën? Nochlin denkt van wel. Deze kunstenaars brengen de mannelijke sensualiteit in beeld en proberen dit niet ten koste te laten gaan van zijn – in ieder geval potentiële – potentie. Tegelijkertijd moeten/willen zij een eigentijdse voorstelling creëren van mannelijke zinnelijkheid met een hoofdzakelijk vrouwelijk publiek in gedachten. Een mogelijke kernoplossing voor dit probleem is het feit dat Sleigh haar modellen als individu neerzet, met naam en toenaam. Net als Martha Edelheit (zie afleveringen 199-201) weigerde zij anonieme modellen te schilderen. (1988, p.105-106)

De mannelijke naakten van Sleigh zijn allemaal portretten en ze gaan, zo schrijft Nochlin, bij wijze van spreken ‘all the way’: ze zijn uitgevoerd in hoogst persoonlijke details zoals huidskleur, vorm van de genitalia, of het patroon van de lichaamsbeharing. Sleigh heeft gezegd dat haar interesse in lichaamsbeharing en de eindeloze diversiteit ervan natuurlijk te maken heeft met plezier in de decoratieve mogelijkheden, maar dat dit vooral is ontstaan als reactie op de idealisering van het gladgeschoren naakte lichaam zoals haar dat is opgelegd op de academie in haar studiejaren.

Net als vele andere kunstenaars, bijvoorbeeld Manet met zijn Olympia, of Déjeuner sur l’herbe, legt Sleigh de link met kunst uit het verleden, aldus Nochlin (1988, p.106). Sleigh is dus, in de terminologie van – daar-is-ie-weer – de filosoof Jerrold Levinson, een ‘kunstbewuste maker van kunst’ (zie afleveringen 41, 44-57 voor zijn historische definitie van kunst).

Hoe legt Sleigh die relatie met de kunsthistorie?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 249 De actieve kunstenaar (v) versus het passieve model (m)

Links: Paula Modersohn-Becker, Self Portrait, 1906. Gevonden op: https://arthistoryproject.com/artists/paula-modersohn-becker/self-portrait-1906/. Rechts: Jane Kogan, Self Portrait, oil on canvas, 84″ x 34″, 1969-vroege jaren 1970. Gevonden op: https://www.provincetownartistregistry.com/K/jane-kogan.html.

Duitse expressionist Paula Modersohn-Becker (1876-1907, zie ook afleveringen 248, 195) gaf volgens Linda Nochlin de toon aan op het gebied van het naakte zelfportret met haar delicate en tegelijkertijd krachtige Self Portraituit 1906 (zie afbeelding links bij deze aflevering): ‘waarin ze twijfel zaait over de paradijselijke heerlijkheden van Paul Gauguin’s exotische Eva’s of Liliths door de broeierige Teutoonse (Germaanse) ernst van het met bloemen versierde hoofd, en het vermoeide hangen van de zware schouders’ (Some Women Realists, 1974, in: Women, Art, and Power and Other Essays, 1988, p.104).

Als meer recent voorbeeld noemt Nochlin Jane Kogan (1939), die voor zichzelf poseerde in net zo’n paradijselijke setting als Modersohn-Becker, maar dan wel een stuk provocerender. Nochlin noemt Interiorized Self-Portrait, wat ik helaas niet kan vinden. (1988, p.104) Er is sowieso erg weinig over Kogan te vinden, maar gelukkig wel de afbeelding (rechts) bij deze aflevering.

Dat schilderij van Kogan, getiteld Fantasy Self Portrait, maakt wel meteen het verschil met het zelfportret van Modersohn-Becker behoorlijk duidelijk. In de afbeelding zie je de kunstenaar in de prestigieuze rol van arts, zo valt op de sitepagina met Kogan te lezen, en dat in een tijd waarin vrouwen maar zelden geaccepteerd werden voor een studie Medicijnen. Het ruiterjasje moet laten zien dat ze een actieve vrouw is, maar ze draagt ​​ook een rijk gedecoreerde prostituee-achtige jarretelgordel. De cervicale dilatator, een bruut uitziend stuk gereedschap van de gynaecoloog (voor het openen van de baarmoederhals), in haar hand, wordt iets verzacht door de grote bloemen. De zelfgenoegzame, boosaardige kat werpt, net als de toeschouwer of de kunstenaar, een geamuseerd oog op de gebeurtenissen.

Nog een stap verder in de verfijning van het naakte, vrouwelijke zelfportret thema, zo schrijft Nochlin, is het dubbelportret waarin de vrouwelijke deelnemer van het paar, in plaats van de mannelijke (denk aan Rembrandt en Saskia voor het traditionelere prototype), de kunstenaar is en de man is gereduceerd – of verheven, afhankelijk van hoe je ernaar kijkt – tot de rol van gezel-model. (1988, p.104-105)

Sylvia Sleigh (1916-2010; zie ook aflevering 218) maakte deze sekse-rolomkering volkomen helder in haar schilderij Philip Golub Reclining (1971), waarin ze zichzelf representeert als de geklede, actieve kunstenaar, bezig met het schilderen van het naakte, passieve, mannelijke model voor haar. Iets vergelijkbaars qua rolomkering, al is het in een iets andere stemming, is Double Portrait I (1972-1973) van Marcia Marcus (1928). (1988, p.105) Dat schilderij heb ik niet kunnen vinden en ook over haar kan ik niet veel vinden, maar wel dit filmpje en dit filmpje op YouTube, wat dan toch wel weer een beetje een beeld geeft over de kunstenaar en hoe zij werkte.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 223 Marina Abramović en Ulay: androgynie en géén feminisme

Relation In Time, gevonden op: https://www.dazeddigital.com/artsandculture/article/37015/1/marina-abramovic-and-ulay-reconcile-in-new-interview; Rest Energie, gevonden op: https://ago.ca/exhibitions/marina-abramovic-and-ulay-rest-energy; AAA-AAA, gevonden op: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/22/abramovic-moet-kwart-miljoen-betalen-aan-ulay-a1522737; Imponderabilia, gevonden op: http://www.artnet.com/artists/mario-carbone/performance-di-marina-abramovic-e-ulay-L0SbNplgRIlbCIY9z-qedQ2.

Wat heeft het iconische werk Sister Chapel (zie aflevering 222) met androgynie te maken? Volgens Rosa Lindenburg komen in het kunstwerk drie figuren voor waarbij sprake is van androgynie: de vrouwelijke David in Womanhero van Martha Edelheit; Lilith van Sylvia Sleigh, omdat deze vrouw een actieve bijbelfiguur is die als gelijke van Adam werd gezien; en Zelfportret als superwoman van Sharon Wybrants, omdat de overname van de kleding van Superman in dit portret duidt op androgyne associaties (feministische kunst internationaal, 1978, p.51).

Een vrouwelijke David en een vrouw in Supermankleding … is dat androgynie? Of doe je dan aan omkering van geslacht? Feministische kunstenaars combineren in hun werk vaak vrouwelijke en mannelijke kenmerken om het man-vrouw/sterk-zwak denken te doorbreken. Misschien is dat niet per se androgynie, maar als de toeschouwer een vrouw in kleding van Superman ziet, kan er een luikje in het brein opengaan: hé, ja zeg, dat kan ook. Volgens mij is dat van dezelfde categorie als iemand vertellen over je bezoek aan een arts en dan de plotselinge verbazing op het gezicht van de ander zien als in de loop van het gesprek blijkt dat het gaat om een vrouwelijke arts. Nog steeds denken wij bij arts (en vele andere beroepen) éérst aan een man. Feministische kunstenaars en sowieso vrouwen die kracht, vitaliteit en energie wilden heroveren, willen dit soort denken aan de kaak stellen.

Volgens Rosa Lindenburg is er buiten de feministische kunst niet zozeer sprake van androgynie, maar meer van onderlinge verwisselbaarheid van het mannelijke en vrouwelijke, zónder daaraan een kritisch commentaar of een herwaardering te koppelen (1978, p.51).

Als voorbeeld noemt ze daarbij de krachtmetingen tussen Marina Abramović en Ulay in hun performances. En verdomd, ze heeft gelijk. Abramović beweert zelf steevast dat ze geen feminist is (zie ook aflevering 94 Abramović: ‘Ik ben altijd een soldaat geweest’) en Lindenburg laat hier zien dat die bewering van Abramović klopt.

In haar tijd met Ulay was ze simpelweg een hardwerkende kunstenaar. Er is in hun performances geen onderscheid tussen de vrouw en de man. Ze zijn twee gelijkwaardige personages in hun performances. Het gaat niet over vrouw-manverhoudingen, het gaat over de mens, menselijke relaties, de grenzen van het bestaan, communicatie … Kortom, over zaken die uitstijgen boven dat benepen onderscheid tussen vrouw en man.

Simone de Beauvoir heeft ook over androgynie geschreven en toevallig vandaag kwam ik in Dole (FR) in het Musée des Beaux Arts twee androgyne portretten tegen…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 222 Androgynie, een soort hemelse droom

Schwarzenbach wordt door Breslauer het mooiste wezen genoemd en ze refereert daarbij aan de engel Gabriël (zie aflevering 221). Misschien is dat wel het aantrekkelijke van androgynie, dat het boven het gewoon menselijke uitstijgt en meer een soort hemelse droom is.

Volgens Rosa Lindenburg gebruiken feministische kunstenaars androgynie vaak als het heroveren van kracht, vitaliteit en energie – eigenschappen die eeuwenlang vrijwel uitsluitend werden toegeschreven aan mannen. Lindenburg noemt als voorbeeld Dotty Attie, dat zij androgyne voorstellingen in haar seksuele dromen gebruikt (zie aflevering 154).

Daarnaast noemt ze Sister Chapel.

Eh, Sister Chapel? Wasda?

Na even zoeken kom ik op internet een fantastisch filmpje tegen over de Sister Chapel. Dat filmpje is nota bene in 2016 geplaatst. Het gaat om een kunstwerk uit de jaren 1970, dat, jawel, daar heb je het weer, verdwenen was in de vergetelheid, maar dus kort geleden in ere is hersteld. Het is het filmpje bij deze aflevering.

Okay, eerst maar eens bij het begin beginnen. Wat is de Sister Chapel?

Het is een kunstwerk met een verhaal dat begint bij de verhuizing van Ilise Greenstein (1928-1985) in 1973 van New York naar Miami, Florida. De kunstenaar maakt daarmee geen goede ‘move’, want ze voelt zich geïsoleerd van de kunstscène in New York. Ze raakt gefrustreerd en bang en gaat aan de slag met intensief zelfonderzoek. Ze neemt deel aan feministische groepen en activistische organisaties. Tijdens dat proces ontstaat het idee voor een eregalerij voor vrouwen. In deze hall of fame wil Greenstein de prestaties van vrouwen vanuit een vrouwelijk perspectief presenteren.

Het is tijd om de geschiedenis als hij-story te doorbreken en vrouwen in het zonnetje te zetten. In 1974 schrijft ze een concept. Een paar vrouwen willen alvast graag meedoen aan het portretteren van vrouwelijke rolmodellen naar eigen keuze. Het gezamenlijke kunstwerk gaat de Sister Chapel heten, als tegenhanger van de tot op het bot patriarchale Sistine Chapel (Sixtijnse kapel). Over hemelse droom gesproken …

De groeiende groep vrouwen – uiteindelijk werken dertien kunstenaars samen – gaat aan het werk. Elke kunstenaar werkt in de eigen individuele stijl aan een zelfgekozen portret. Er ontstaan elf panelen, een cirkelvormig abstract beschilderde plafond met in het midden een spiegel (Ilise Greenstein), en een ontwerp voor een ronde tentachtige stoffen behuizing, om een ​​intieme ruimte te creëren (Maureen Connor).

De levensgrote canvassen – met hedendaagse en historisch belangrijke vrouwen, goden en mythologische figuren, en abstracte heroïsche vrouwen – worden geschilderd door Alice Neel (Bella Abzug-the Candidate), June Blum (Betty Friedan als de profeet), Betty Holliday (Marianne Moore), Elsa M. Goldsmith (Jeanne d’Arc), May Stevens (Artemisia Gentileschi), Shirley Gorelick ( Frida Kahlo), Cynthia Mailman (God), Diana Kurz (Durga), Sylvia Sleigh (Lilith), Martha Edelheit (Womanhero) en Sharon Wybrants (Zelfportret als superwoman).

In het gespiegelde midden zien kijkers zichzelf in gezelschap van de helden in dit zusteruniversum. De hoop is om zo bij de toeschouwers een nieuwe manier te laten ontstaan om naar geschiedenis, cultuur en zichzelf te kijken, om bekende, vaak onbewuste aannamen over genderrollen, (h)erkenning en relaties vanuit een vrouwelijk perspectief te bekijken.

De Sister Chapel (1974-78) is op diverse plaatsen tentoongesteld, maar in 1980 begon het gapende gat van de vergetelheid. (Info: wikip.)

Tot 2016! Het jaar waarin het YouTube-filmpje bij deze aflevering werd gemaakt.

Maarre, wat heeft dit alles met androgynie te maken?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 218 Het mannenlichaam onder een vergrootglas

Sylvia Sleigh, At The Turkish Bath, 1976 Oil on Canvas 76” x 100”. Collection of The David and Alfred Smart Museum of Art, University of Chicago. Gevonden op: http://www.sylviasleigh.com.

Het vierde punt van Rosa Lindenburg (zie aflevering 217) is bevrijding en herwaardering eigen lichaam, seksualiteit en erotiek, maar schrijft zelf dat hiervan weinig voorbeelden te vinden zijn in de feministische kunst. Waarom? ‘Omdat de meeste vrouwen nog op weg zijn’, schrijft ze (feministische kunst internationaal, 1978, p.50).

Ze noemt wel weer een werk van Joan Semmel (zie ook de afleveringen 194 en 197), de kunstenaar die in staat is met haar werk de vrouwelijke toeschouwer te bereiken. De nieuwe vrouwbeelden die zij creëert zijn gemakkelijk om je mee te identificeren. Haar schilderijen tonen seksualiteit in gelijkwaardigheid en zonder prestatiedwang.

Het vijfde punt op het lijstje van Rosa Lindenburg is de openlijke interesse van vrouwen voor mannelijke lichamelijkheid en seksualiteit. Hiervan is schande gesproken, tenminste, bij kunstwerken die geen blad voor het beeld hadden genomen. Zo schildert Sylvia Sleigh mannen in een kwetsbare houding, op dezelfde manier als mannen hun vrouwelijke modellen schilderen. ‘Mannen vinden het bedreigend om op een schilderij een penis in erectie te zien’, aldus Lindenburg, ‘Is het ongewoonte of verlegenheid ten opzichte van een vrouwelijk publiek?’ (1978, p.50)

Er is nog een kunstenaar die de man met de penis in erectie schildert, Eunice Golden. Maar zij maakt er een ‘landschap’ van. Of, zoals Lindenburg het verwoord: ‘…een nieuwe Eros, waarbij fysieke kracht, emotionele aanwezigheid en het opgaan in de omgeving door elkaar heen lopen. De man, symbool van cultuur, wordt opgenomen in de natuur.’ Nou, dát is nog eens een statement in een tijd waarin de vrouw als ‘natuur’ wordt beschouwd, niet al te slim en zeker niet in staat tot zoiets als cultuur. Het werk van Golden heet Landscape #160, 1972 en een foto ervan is te vinden op haar site.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.