Aflevering 305 Feminisme en VideoArt

Natalia LL, Consumer art, 1972. Photographs 100x100cm. Gevonden op: https://nataliall.com/en/the-70s/.

Naast de performances in De Appel, te Amsterdam (zie afleveringen 296-303), werden er ook video’s, films en documentatiemateriaal getoond. Hiervoor is een aparte catalogus gemaakt die – voor zover ik kan achterhalen – niet meer verkrijgbaar is.

Op de site van De Appel worden wel de kunstenaars genoemd die video’s en films (zouden) vertonen, te weten Lynda Benglis, Mary Beth Edelson, Suzanne Lacy, Natalia LL, Christa Maiwald, Susan Milano, Susan Mogul, Ulrike Rosenbach, Marja Samson en Hannah Wilke. Ook vond ik nog een pagina op deappel.nl met wat oude foto’s van en een klein beetje tekst over de video’s.

In de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal staat vermeld dat om verschillende redenen de video’s van Natalia LL en Mary Beth Edelson niet getoond worden (1978, p.100). Natuurlijk heb ik flink gezocht naar dat oude videomateriaal, waarbij ik allereerst heb geprobeerd erachter te komen om welke video’s het gaat.

Van één kunstenaar weet ik dat zeker, omdat zij dat in haar Resume op haar website heeft opgenomen. Dit is het geval bij Susan Mogul (1949). Verder heb ik iets bruikbaars kunnen vinden van Lynda Benglis, Suzanne Lacy, Marja Samson en Hannah Wilke. Van Christa Maiwald heb ik echt niks kunnen vinden en van Susan Milano bijna niets, eigenlijk alleen een foto en een paar woorden over de video op die bovengenoemde pagina van De Appel.

Video’s van Ulrike Rosenbach zijn eerder aan bod gekomen in dit feuilleton, bijvoorbeeld aflevering 145 met Salto Mortale II. Op haar een eigen, uitgebreide website is ook het nodige te vinden. Video’s van Mary Beth Edelson (1933) zijn schaars, en gaan eigenlijk altijd óver haar in plaats van dat de video zelf het kunstwerk is. Er is overigens in dit feuilleton genoeg over haar te vinden (bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295).

Van Natalia LL vond ik in eerste instantie maar één video, waarop ze – gezicht in close-up – een banaan eet. Niet zomaar hap-kauw-slik-weg, nee, traag verorbert ze de banaan met veel tong- en lipbewegingen. Je kunt het niet eens suggestief noemen, daarvoor is het te plat, te overduidelijk wat de bedoeling is. Die ene video, die oorspronkelijk ruim een half uur duurt (😱), vind je wel vele malen terug, in – meestal door mannen – geknipte versies van een paar minuten. Daarnaast zijn van dezelfde beelden series foto’s te vinden.

En wat denk ik dan? Iets heel simpels, namelijk: Waarom?!?!?! Wat betekent: toch maar verder speuren. En ik heb inderdaad meer gevonden. Zelfs een uitgebreide website.

Maar eerst aandacht voor Lynda Benglis.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 299 Organiseren als heksenhoeders

Ulrike Rosenbach, 2013. Portait Ulrike Rosenbach, freigegeben von Renate Brandt mit vollumfänglichen Nutzungsrecht. bereits auf: http://www.kuenstlerinnenpreis.nrw.de/rosenbach/rosenbach.html veröffentlicht. Gevonden op: https://de.wikipedia.org/wiki/Ulrike_Rosenbach#/media/Datei:Ulrike_Rosenbach.jpg.

Terwijl de rok met belletjes over het hoofd van Ulrike Rosenbach valt, verdwijnen de beelden van de Madonna, Leila Khaled en Rosenbach van de monitoren. Blijkbaar richt Rosenbach de videocamera nu naar de grond, want – zo schrijft Hedy Buursma – de monitoren vertonen de afbeelding van de zilverfolie die op de vloer ligt. (Performance, video, film, feministische kunst internationaal, 1978, p.98, zie ook aflevering 298).

Al ondersteboven schommelend zegt Rosenbach ‘Frau sein, Frau sein, Frau sein …’.

Volgens Buursma heeft het afwijzen van de Madonna, en dan specifiek die Rosenbach heeft gebruikt in haar performance (een schilderij van Stefan Lochner, zie ook aflevering 298), nog een ander aspect: het afwijzen van de westerse cultuur- en kunstgeschiedenis die een geschiedenis is van alleen mannen. Dit afwijzen van de bestaande symbolen houdt het zoeken naar een eigen weg in, aldus Buursma. (1978, p.98-99)

Rosenbach zei daar zelf over: ‘We moeten leren hoe we onze ziel kunnen vertrouwen, terwijl we leren dat ons recht haar te bezitten verankerd ligt in ons bewustzijn van de godin, het vrouwelijke principe van het universum en in ons zelf – uit deze bron komt onze onafhankelijkheid – we zijn bereid te strijden voor eenvoud. We zijn gelijkberechtigd en verplicht bij te dragen aan politieke, gemeenschappelijke en persoonlijke oplossingen, we zijn verplicht vrouwen te leren hoe ze zich als heksenhoeders kunnen organiseren en zullen onze tradities met haar delen […].’ (1978, p.99)

Op 13-12-1978 is in De Appel, te Amsterdam de performance van Lydia Schouten. Deze performance is volgens Buursma een van de meest direct herkenbare.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 298 Ulrike Rosenbach: schommelen tussen 2 uitersten, performance

Ulrike Rosenbach, Salto Mortale, Bonnefantenmuseum, Maastricht. photographer: © Jutka Rona, Amsterdam © De Appel, Amsterdam & de kunstenaar/the artist. Gevonden op: https://deappel.nl/nl/exposities/exhibition-of-videotapes-and-documentation.

Een performance van een heel ander kaliber dan dat van Anna Paci (zie afleveringen 296-297) is die van Betsy Damon, de volgende op het lijstje van Hedy Buursma in haar artikel Performance, video, film (feministische kunst internationaal, 1978, p.97-98).

De trouwe lezers van dit feuilleton denken nu: hé, maar die naam komt mij bekend voor. Klopt! Deze performance is uitgebreid besproken in de afleveringen 278-279, over de The 7000 Year Old Woman, en uitgevoerd op 6-12-1978 in de ruimte van het PIAC in Amsterdam.

Dus ga ik meteen door naar Ulrike Rosenbach, óók vaker genoemd in dit feuilleton (afleveringen 145156 en 295). Rosenbach is de derde kunstenaar die Buursma noemt. Rosenbach voert Salto Mortale (8-12-1978) uit in de ruimte van het PIAC in Amsterdam. Bij haar performance speelt de videomonitor een grote rol, schrijft Buursma. (1978, p.98)

Rosenbach, gekleed in een zwarte blouse en broek met daarover een zwarte rok met belletjes aan de zoom, schommelt heen en weer op de schommel die aan het plafond bevestigd is. In haar handen houdt ze een videocamera. Ze richt de camera op twee afbeeldingen boven haar: de Madonna, een schilderij van Stefan Lochner, en de Palestijnse vrijheidsstrijdster Leila Khaled, maar ook op zichzelf. (1978, p.98)

Het publiek ziet op twee monitoren afwisselend de gezichten van de Madonna, van Leila Khaled en van Rosenbach. Het gezicht van Rosenbach is afwisselend van veraf en dichtbij te zien. De kunstenaar schommelt in deze performance tussen twee uitersten. Aan de ene kant de irreële en passieve Madonna die gelaten haar lot ondergaat omdat zij, uitverkoren door een ‘goddelijke wil’, de mensheid moet helpen verlossen. Het andere uiterste is de werkelijkheid van de actieve vrijheidsstrijder die met de dood voor ogen bewust haar lot in eigen handen neemt om haar volk te helpen. (1978, p.98)

‘Ulrike Rosenbach wijst beide mogelijkheden af’, aldus Buursma (1978, p.98), maar vertelt er niet bij waar zij die wijsheid vandaan heeft.

Na ongeveer een kwartier schommelen gaat Rosenbach ondersteboven aan de schommel hangen, waarbij de rok met belletjes over haar hoofd heen valt … (1978, p.98)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 295 Alle sterke vrouwelijke voorbeelden zijn van belang

Mary Beth Edelson, Ana Mendieta, 1990s 6×8 feet, Oil on canvas. Gevonden op: https://www.huffpost.com/entry/sara-zielinski-interviews-mary-beth-edelson_b_582e8498e4b0eaa5f14d42fa

Niet alleen Mary Beth Edelson reist af op zoek naar oude culturen en rituelen (zie afleveringen 291-294), Ana Mendieta doet dat ook (zie afleveringen 203-215). De twee vrouwen kennen elkaar trouwens. Edelson noemt Mendieta in een interview ‘een goede vriendin’ die wat jonger is dan zij (huffpost.com).

Marlite Halbertsma noemt bij de derde mogelijkheid tot identificatie (zie aflevering 287), naast de kunstenaars Besty Damon (aflevering 291) en Edelson, de kunstenaar Ulrike Rosenbach (zie ook afleveringen 145 en 156). (feministische kunst internationaal, 1978, p.54-55)

‘In het werk van Ulrike Rosenbach staan begrippen als identificatie en energie-uitwisseling centraal, al is bij haar de uitkomst van dit proces onzeker en niet zonder tragiek’, schrijft Halbertsma. ‘Vrouwen zijn in de loop van de tijd zoveel van hun eigen tradities kwijtgeraakt, dat hun identiteit niet dan na lang zoeken gevonden kan worden. Het heeft geen zin de geschiedenis eenvoudig om te draaien en de opofferende Madonna door de agressieve Amazone te vervangen. Dit leidt tot zelfdestructie’, aldus Halbertsma (1978, p.55).

Ze sluit haar artikel Sterke voorbeelden af met het volgende: ‘Identificatie is een proces van toe-eigening. Omdat de patriarchale maatschappij vrouwen weinig positiefs te bieden heeft, zijn alle sterke vrouwelijke voorbeelden van belang om ons te helpen bij het scheppen van onze eigen feministische normen en waarden.’ (1978, p.55)

Het laatste artikel in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.97-100) gaat over de nieuwe kunstvormen performance, video en film. Kunstvormen die vrouwen zo gretig omarmden omdat ze nog nauwelijks ‘besmet’ waren door patriarchale invloeden.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 280 Het (nog lang niet) laatste woord over samenwerking

Sandy Orgel, Linen Closet, 1972. ‘As one woman visitor to my room commented, “This is exactly where women have always been—in between the sheets and on the shelf.”  It is time now to come out of the closet’, writes Sandy Orgel. Gevonden op: http://www.womanhouse.net.

‘Het verst doorgevoerde voorbeeld van samenwerking is wel de Woman’s Building in Los Angeles’, schrijft Lidewijn Reckman (feministische kunst internationaal, 1978, p.57). ‘Hier zijn allerlei vormen van feministische organisaties en activiteiten – zowel maatschappelijke als culturele – onder één dak gebracht. Er is een galerie, een centrum voor kunsthistorische studies, een boekwinkel, een drukkerij, een uitgeverij, er zijn theaterruimtes en filmzalen.’ (1978, p.57)

De Woman’s Building is ook aan bod geweest in de afleveringen 110-111, maar Reckman vertelt iets meer over wat er gedaan werd, zoals cursussen op allerlei gebied waaronder beeldende kunst, en een twee jaar durende opleiding in feministische kunst op academieniveau, waarbij de deelnemers een kunstgemeenschap vormen en zich samen met verschillende kunstdisciplines bezighouden. Tijdens zomerkunstprogramma’s kunnen feministen zeven weken lang hun creatieve mogelijkheden ontwikkelen, of kunstenaars hun feministische inslag. (1978, p.57)

De basis van de cursussen wordt gevormd door praatgroepen. Het gaat wederom om het bewustwordingsproces en het materiaal dat daaruit voorkomt voor het beeldend werk. Het is een vorm van samenwerking die ook te zien was bij Womanhouse, Los Angeles, 1971 (zie afleveringen 145, 217, 263-264). Een leegstaand huis kreeg zeventien kamers die elk een facet toonden van de dagelijkse sleur van het huisvrouwenbestaan. Aan de buitenkant keurig netjes en onopvallend, aan de binnenkant een grote dikke vette breuk met het beeld van de zorgende moeder, de perfecte gastvrouw, de attractieve minnares, de sobere huisvrouw en de punctuele, vindingrijke kokkin. (1978, p.57)

Het ging bij al die programma’s indertijd om de persoonlijke ontwikkeling en de professionele ontwikkeling tegelijkertijd. Je zag het niet alleen in Amerika, maar ook in Europa. Zo baseert Urike Rosenbach (zie ook aflevering 156) in Duitsland vanaf 1976 cursussen, bestaand uit drie fasen: theorieonderzoek (vrouwengeschiedenis), bewustwording (praatgroepen), praktijk (met materiaal uit de vorige twee fasen). Ze heeft vier groepen begeleid, maar moest elke groep om verschillende redenen weer afbreken. (1978, p.57)

In die tijd is in Nederland nog niets begonnen op dat gebied, maar er is wel begonnen met discussies over een opleiding binnen de Stichting Vrouwen in de Beeldende Kunst (SVBK). Verder zijn er zomerweken voor kunstenaars (v) waar het werk van en met elkaar besproken wordt, de beroepspositie onder de loep wordt genomen en met video geëxperimenteerd. Tot slot zijn er plannen voor vrouwenkunsthuizen, vrouwencultuurcentra en andere activiteiten om een feministisch kunstcircuit te realiseren. (1978, p.58)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 188 Wie is de ‘echte’ ik?

Faith Ringgold, Mrs. Jones and Family, 1973. From Family of Woman Mask Series. Sewn fabric and embroidery. Collection of the artist. © Faith Ringgold. Gevonden op: https://www.brooklynmuseum.org/eascfa/dinner_party/womens_work.

Waar Marieken Verheyen een schijnontwikkeling zichtbaar maakt (zie aflevering 187), komen Annette Messager en Martha Wilson ‘in verzet tegen deze clichébeelden van de ‘mooie’ vrouw’ (Liesbeth Brandt Corstius, feministische kunst internationaal, 1978, p.37).

Annette Messager (1943), Frans beeldend kunstenaar, beschilderde met zwarte inkt een foto van een gaaf vrouwengezicht: ‘lelijke lijnen, die de jaloezie achtergelaten heeft’, aldus Brandt Corstius. Messager heeft veel meer werk gemaakt waarbij ze de sociale mythe van de vrouw aan de kaak stelt.

Martha Wilson (1947) toont net als Marieken Verheyen haar eigen gezicht, maar dan in twee foto’s naast elkaar met rechts een zo lelijk mogelijk onopgemaakt gezicht en links een zo mooi mogelijk opgemaakt gezicht. Het werk is getiteld I Make Up the Image of My Perfection/ I Make Up the Image of My Deformity (mei 1974).

Wilson ervaarde dat kunst maken een proces van identiteitsvorming is. Ze merkte dat ze een nieuw zelf kon genereren uit dat wat overbleef na het verwijderen van de ideeën van haar vriend, haar leraren en haar ouders. (From the center, feminist essays on women’s art, 1976, p.106).

Het masker van de make-up werd ontrafeld en afgegooid. De ‘maatschappelijke en commerciële druk om zich mooi te maken’ (Brandt Corstius, 1978, p.37) kreeg de middelvinger en de beha ging in de fik. Wat overigens heeft geleid tot de zogenaamde ‘natuurlijke’ cosmetica en ‘soft look’ beha’s. Ja, laat dat maar aan de commercie over.

Opvallend veel kunstenaars (v) hebben zich beziggehouden met het thema masker. Brandt Corstius noemt Renate Eisenegger, Maria Lassnig, Verita Monselles, Gina Pane, Yvonne Rainer, Ulrike Rosenbach, Liedie Veldhuizen, Betsy Damon, Doris Volling, Rebecca Horn, Joan Jonas, Faith Ringold, Marjoke Kuipers, Nancy Kitchel, Suzy Lake en Katharina Sieverding.

Enig zoekwerk levert het volgende lijstje met in ieder geval foto’s van werk en soms ook wat informatie op:

Met de maskers luid en duidelijk zichtbaar, is de volgende stap de vraag wat je doet als je dat masker eenmaal hebt afgerukt.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 157 Feministische kunst, visie op vrouw-zijn, momenten van bewustwording en vrouwenstrijd

Ulrike Rosenbach, Art is a Criminal Action, 1969. Deze is 1 van vele versies. Het origineel (zie https://www.ulrike-rosenbach.de) is een fotomontage gebaseerd op Warhols ‘Double Elvis’ uit 1963 (zij vroeg en kreeg daarvoor toestemming van Warhol). Gevonden op: https://priskapasquer.art/shop/ulrike-rosenbach-art-criminal-action-alone/.

Ook feministische kunstenaars zijn op Levinsonsiaanse wijze kunstbewuste makers van kunst (zie meer over de theorie van Levinson in de afleveringen 44-57). Zij maken deel uit van een wereld vol kunst, hedendaags en tot ver in het verleden, waar zij het bestaan van afweten.

Alleen al het feit dat het feministisch realisme teruggrijpt op kunst uit het verleden, maakt dat het niet los staat van andere kunststromingen maar ermee verbonden is (zie aflevering 156). Het past ook in haar eigen tijd, de jaren 1960/70/80, een tijd van groeiend bewustzijn, het zoeken naar (nieuwe) rituelen, abstractie, persoonsgebondenheid, verandering en bevrijding (zie bijvoorbeeld aflevering 155).

Wat het feministisch essentialisme (afleveringen 147, 148) en feministisch realisme (afleveringen 148-156) bijzonder maakt, ‘los’ van andere kunststromingen, is dat het meer gaat om ‘de visie op het vrouw-zijn en de momenten van bewustwording en vrouwenstrijd; in de feministische video- en performancekunst wordt meer het proces van die bevrijding getoond’, aldus Marlite Halbertsma (Feministische kunst internationaal, 1978, p.15).

Halbertsma ziet in de richtingen feministisch essentialisme en feministisch realisme binnen de feministische kunst twee polen van de feministische ideologie: ‘Het feminisme is introvert voor zover het zich bezint op de essentie van het vrouw-zijn, los van de traditie en de vastgeroest rolpatronen, en extravert als politieke beweging die de situatie waarin vrouwen leven concreet aan de kaak stelt’ (1978, p.15).

‘In haar algemene kritiek op de patriarchale samenleving reikt het feminisme over vele eeuwen heen en ziet de vrouwelijke essentie achter uiterlijke veranderingen; in haar politieke kritiek op de patriarchale samenleving valt de aandacht op concrete actuele misstanden’ (1978, p.15).

Feministen denken na over hun vrouw-zijn in een door mannen beheerste wereld, aldus Halbertsma. Aan één ding valt logischerwijs niets te veranderen, het vrouw-zijn. De ‘strijd’ behelst een continu nadenken over de eigen identiteit en de revolutie ontketenen in je omgeving.

‘Het feminisme is geen stelsel van abstracte leuzen of een verbureaucratiseerde politieke machine, maar een totaal van vrouwen die hun eigen identiteit willen vinden en handhaven. Het persoonlijke is politiek’ (1978, p.15).

Maar oude ideeën zijn machtig. Wat is die macht?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.