Aflevering 255 Creativiteit is geen waardevrij begrip

Mierle Laderman Ukeles, Maintenance Art Activity III, Performance, 1973. Gevonden op: https://alchetron.com/Mierle-Laderman-Ukeles#-.

Creativiteit is geen waardevrij begrip, zo schrijft Rosa Lindenburg in feministische kunst internationaal (1978, p.40). Het is niet helemaal helder of zij dit zelf heeft bedacht of dat ze hier citeert uit het artikel van Valie Export (zie aflevering 254).

De opmerking lijkt een open deur, maar het is toch belangrijk om dit zo klip en klaar op te schrijven.

Hoezo?

Omdat, zoals in aflevering 253 helder werd, veel ideologische aannamen verborgen of onbewust zijn. De betekenis van het begrip ‘creativiteit’ heeft vorm gekregen binnen de dominante mannenkunstwereld, wat nog niet wil zeggen dat het hiermee voor eens en voor altijd helder is omschreven.

Dus, nogmaals, creativiteit is geen waardevrij begrip. Per cultuur en per periode verschillen de soorten creativiteit die aan vrouwen en mannen worden toegeschreven. Voor vrouwen is vaak het gebied van de sociale creativiteit gereserveerd. Het gaat dan om de relaties tussen mensen, het ‘gezellig’ maken van de omgeving, allerlei vormen van kunstnijverheid. (1978, p.40)

Naast sociale creativiteit bestaat er ook productieve creativiteit, tenminste, dat schrijft Lindenburg, die het waarschijnlijk van Valie Export heeft. Bij productieve creativiteit staat de individuele ontplooiing van de maker centraal, en het eindresultaat. (1978, p.40) Het schrille contrast met de sociale creativiteit valt meteen op. Daar is nooit iets áf, kun je geen eindresultaat bewonderen en blijft de ‘maker’ en alle energie die zij in deze creativiteit steekt onzichtbaar. Mierle Laderman Ukeles (1939) geeft hieraan vorm in haar Maintenance Art Works, bestaande uit diverse performances in de jaren 1960/70 (zie ook aflevering 145).

Ze schreef in 1969 The Manifesto for Maintenance Art. Ze werd helemaal gek van alles wat nodig was om als kersverse moeder en ervaren kunstenaar te overleven. Ze begon haar onderhoudskunst met persoonlijk onderhoud en breidde het werk uit naar het onderhoud van culturele instellingen, stedelijk en maatschappelijk onderhoud en het ondersteunen van de aarde zelf.

Terwijl Mierle Laderman Ukeles sociale creativiteit als kunst aan het herwaarderen is, blijven de mannen veilig in de bunker van de productieve creativiteit en de daarvoor benodigde eigenschappen: doorzettingsvermogen, persoonlijke eerzucht, zelfstandigheid. De productieve creativiteit wordt in de kapitalistische, op mannen gericht maatschappij overgewaardeerd ten koste van de sociale creativiteit, zo schrijft Lindenburg (1978, p.40).

Wat staat vrouwen te doen?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 254 ‘Vrouwelijke eigenschappen als gouden draadjes ingeweven’

Detail of ‘The Diamonds’ Ravenstail weaving Robe©1998 Clarissa Rizal. Gevonden op: http://clarissarizal.com/gallery/weavings/.

De samenstellers van de tentoonstelling feministische kunst internationaal (1978) zijn ervan uitgegaan dat feministische kunst een vertellende, betogende kunst is. Ze hebben daarom de tentoonstelling naar onderwerp ingericht, niet naar vormcriteria, en vijf thema’s gekozen (zie aflevering 106).

In deel 5A kwam het eerste thema aan bod: bewustwording van en verzet tegen stereotype rolpatronen van mannen en vrouwen. Deel 5B, thema 2, ging over: van binnen naar buiten, rolpatronen van vrouwen en mannen in beeld. Het derde thema, deel 5C, behandelde seksualiteit en bevrijding.

Thema 4zoeken naar inspirerende voorbeelden van vrouwen uit heden en verleden, die laten zien dat een vrouw meer en anders kan zijn dan de gangbare clichés vrouwen graag doen geloven, is net als thema 3 geschreven door Rosa Lindenburg (1948, zie info in aflevering 194). (feministische kunst internationaal, 1978, p.40-45). Haar artikel is getiteld Gouden draadjes; Over de herwaardering van traditionele vrouwelijke creativiteit.

Als je het hebt over herwaardering van traditionele vrouwelijke kwaliteit, kom je heel snel bij de zogenaamde ‘toegepaste’ kunst terecht, een onderwerp dat in dit feuilleton al een aantal keer eerder aan bod is geweest (afleveringen 139, 161-163, 169-170, 193). De sterke vertegenwoordiging van vrouwen in de toegepaste kunsten ligt met name op het terrein van textiel. Het gebied van de schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur, de zogenaamde ‘hogere’ kunst in de westerse kunstgeschiedenis, is oververtegenwoordigd door mannen.

Door de vele mannen in de ‘hogere’ kunst en de vele vrouwen in de ‘toegepaste’ kunst, heerste het idee dat vrouwen over minder creatieve talenten zouden beschikken. Hier is sprake van een dubbele onderwaardering: van vrouwelijke creativiteit en van toegepaste kunst. Lindenburg citeert een (nogal poëtische) uitspraak van criticus Peter Gorsen (1933-2017): ‘In het fijnmazige patroon van onderdrukking en afhankelijkheid zijn de vrouwelijke eigenschappen als gouden draadjes ingeweven. Het is de taak van de feministische kunst de gouden draden uit dit patroon te lichten om daarmee een systeem van ondermijnende beelden op te bouwen. Dat kan het begin zijn van een feministische kunst die haar tanden zet in de tegenstrijdigheden, die in het kapitalisme ingebakken zit.’ (1978, p.40)

Lindenburg onderscheidt in haar artikel ‘sociale creativiteit’ en ‘productieve creativiteit’. Ze baseert dat op een stuk van de Oostenrijkse kunstenaar Valie Export (zie ook aflevering 155), getiteld Überlegungen zum Verhältnis von Frau und Kreativität, en dat komt uit de Duitse versie van feministische kunst internationaal: Kunstlerinnen International 1877-1977 (1977). Een keer raden hoe de verdeling onder mannen en vrouwen is als het gaat om sociale en productieve creativiteit…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 155 Feministisch realisme: VALIE EXPORT ofwel Hier Ben Ik!

VALIE EXPORT (1940) … staat dat niet, ehm, ‘roeperig’, zo’n naam in kapitalen? Wel, dat is precies de bedoeling. HIER BEN IK, wil het zeggen, VROUW, FEMINISTISCH KUNSTENAAR, EN IK LAAT ME NIET IN EEN HOEK DRUKKEN. Zoiets. Maar nu even klaar met die hoofdletters.

De Oostenrijkse Waltraud Hollinger heeft haar kunstenaarsnaam VALIE EXPORT in 1967 aangenomen. Over het waarom ervan zijn veel mooie verhalen, maar feit is dat ze iets moest verzinnen om op te vallen tussen de zogenoemde Weense Actionisten.

Wie?

In de jaren 1960 ontstond uit de Happenings (mijn blog Flashmob = Happening? gaat hier wat dieper op in) het Weens Actionisme. De Weense Actionisten waren mannen die zich met een vergaand, compromisloos anti-estheticisme richtten op het doorbreken van taboes. Het begon met beschilderen en besmeuren van het eigen lichaam. Later werd het heftiger, met extreme vormen van zelfverminking (zoals Günter Brus deed, info gevonden op MoMA-webpagina.)

Ja, ja, zelfverminking … Marina Abramović, waar dit hele onderzoek mee begon (zie deel 1, deel 2 en vooral deel 3), bevond zich qua performances met zelfverminking in ‘goed’ gezelschap. Zij was zeker niet de enige en ook de tijd waarin het gebeurde speelt een rol. Maar hier kom ik (veel) later op terug.

Om op te vallen in die door mannen gedomineerde groep actionisten, moest Hollinger alle zeilen bijzetten, net als de vele andere vrouwen die een poot aan de grond in de kunstwereld wilden krijgen. Met de kunstenaarsnaam VALIE EXPORT lukte dat behoorlijk goed. Ze had slim gekozen. Ten eerste was Export in die tijd de naam van een populair sigarettenmerk. Ten tweede was het een feministisch statement, want ze ontdeed zich zo van de naam van haar vader (Lehner) en die van haar ex-echtgenoot (Hollinger). En tot slot springt haar naam tot op de dag van vandaag in geschreven tekst overal bovenuit.

Maar goed, het ‘citeren van de westerse kunstgeschiedenis’ (Feministische kunst internationaal, 1978, p.13, en zie afleveringen 148-155) deed EXPORT door te onderzoeken welke gevoelens bij welke lichaamshoudingen (Körperkonfigurationen) horen op historische schilderijen. Ze zag die schilderijen als een ‘archief van lichaamshoudingen’ en gebruikte die informatie om – door middel van performances, films, video’s en foto’s – de ‘normering van de vrouwelijke lichaamsbeweging, lichaamstaal, en de daarmee verbonden functies in onze cultuur aan het licht te brengen.’ (1978, p.13).

De catalogus toont één werk van EXPORT: een fotootje met de titel De werkster en gedateerd op 1976 (1978, p.13). Intrigerend beeld, vind ik, vooral omdat het zo anders is dan al haar heftige werk waar internet vol mee staat (en waar ik deze dus niet kan vinden). Ik heb het fotootje (strijkbout, stapel borden, bestek en kunstenaar) maar even gefotografeerd en op mijn Pinterest gezet, bord My PhD. En op de valreep vond ik toch ook nog een website van/over haar.

Bij Ulrike Rosenbach heeft het citeren uit de kunstgeschiedenis een andere functie.

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 83 Niet jatten, maar netjes vragen

Seven Easy Pieces, Donna Karan. Foto van internet, klik op de foto voor de link.

Haar nieuwe benadering in de wereld van de performance, het introduceren van de re-enactement (zie aflevering 82), geeft Abramović de gelegenheid iets recht te zetten. Geen gejat van de originele ideeën van kunstenaars, maar keurig toestemming vragen zoals het hoort en zoals het ook gebeurt in de muziekwereld. Nou ja, ook bij muziek wordt natuurlijk heel wat gejat, maar goed, in de wereld van de performance was helemáál geen sprake van ‘credits’.

Abramović kiest een aantal performances die ze opnieuw wil uitvoeren en gaat op pad om toestemming te vragen. Die toestemming krijgen gaat bij sommigen niet vanzelf en een enkeling weigert, maar over het algemeen gaan de kunstenaars akkoord met een re-enactment.

Abramović giet het geheel in een project dat ze Seven Easy Pieces noemt. De performance van Gina Pane op het bed met kaarsen, The Conditioning, first action of Self-Portrait(s), zit daar ook bij.

De titel van Abramović’ project is wat vreemd, want erg ‘easy’ zijn die ‘pieces’ niet. Naast de kaarsen-performance van Gina Pane re-enact ze Body Pressure (Bruce Nauman, 1974), Seedbed (Vito Acconci, 1972), Action Pants: Genital Panic (Valie Export, 1969), How to Explain Pictures to a Dead Hare (Joseph Beuys, 1965), haar eigen Lips of Thomas (1975) en doet ze afsluitend een nieuw werk: Entering the Other Side (2005).

Dat zijn allemaal behoorlijk heftige performances. Bovendien doet Abramović de zeven performances in zeven dagen, zeven uur per dag. Een zware opgave.

Ik heb lang gezocht naar het waarom van deze titel, maar vond geen antwoorden. Wat ik wel vond was Seven Easy Pieces van Donna Karan. Mogelijk verwijst Abramović – met enig gevoel voor humor – naar de uitvinder van de titel?

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk.