Aflevering 332 Feministische kunst, niet concurreren maar zelfreflectie, zelfbevrijding en maatschappelijk verzet

Sophia Narrett, So Many Hopes, 2016-17. Photo by Stan Narten. Courtesy of the artist.

De realistische werken van feministische kunstenaars worden ook wel gezien als een bevrijdende daad na jaren van ‘neutraal’ abstract werken, aldus Ingelies Vermeulen (Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.181; zie ook aflevering 331).

Juist het belang van de inhoud wordt benadrukt door feministen als reactie op de mannelijke, meer vormgerichte benadering. De tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal laat bijna uitsluitend realistische kunst zien, maar het is moeilijk vast te stellen of de kunstenaars daadwerkelijk meer met de boodschap dan de vorm bezig zijn geweest. (2006, p.181)

Zo vertelt kunstenaar Marianne Smits dat ze actief is in de vrouwenbeweging, maar dat haar werk niet feministisch is. Ze legt in ieder geval die intentie er niet in. ‘… misschien zien de objecten die ik maak er vrouwelijk uit, maar juist bij vrouwen wekken ze agressie’. En Wies de Bles (zie aflevering 330) zegt: ‘Kunst moet in de eerste plaats kunst zijn, vaktechnisch goed gemaakt werk, ongeacht je onderwerp. Maar misschien maak ik wel een soort ondergronds verborgen feminisme, alleen vanuit de wil om ondanks alles door te gaan.’ (2006, p.181-182)

Normaalgesproken gaat het bij het samenstellen van een tentoonstelling over ‘kunst’ en ‘selectie’, maar de vrouwen van de Stichting Vrouwen in de Beeldend Kunst (SVBK) spreken bij de samenstelling van Feministische Kunst Internationaalover ‘werkstukken’ en ‘keuze’. Dit heeft alles te maken met de in de vrouwenbeweging zo belangrijke solidariteit, een tegenhanger van de in de kunst gebruikelijke elitaire, ondemocratische mannencultuur. Geen concurrentie, maar specifieke uitingen van zelfreflectie, zelfbevrijding en maatschappelijk verzet van kunstenaars (v). (2006, p.182)

Feministisch engagement tonen, dát vinden de SVBK-vrouwen belangrijk voor hun tentoonstelling. Het doel daarbij is om de bestaande vrouw-man rolverdeling én de bestaande mannelijke kwaliteitsnormen in de kunstwereld aan de kaak stellen. Hoezo zouden naaien, breien, handwerken en het gezellig maken van de omgeving, ofwel de traditionele technieken van vrouwen, ‘waardeloos’ zijn? Niet voor vrouwen, anders waren deze technieken allang uitgestorven, maar wel voor die eenzelvige mannelijke kunstwereld. (2006, p.182)

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.

Aflevering 330 Feministische kunst: vorm versus inhoud

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.65. Wies de Bles, Keurslijf, 1979, polyester, 75 x 45 cm.

Van kunst in dienst van een ideologie, zoals feministische kunst, krijgen velen de rillingen over de rug (zie aflevering 329). In de tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal was in ieder geval veel werk te zien met een overduidelijke boodschap. Dat stoorde een groot aantal critici. Zij vonden dat een te grote aandacht voor de inhoud afdeed aan de aandacht die de kunstenaar voor de vorm moest hebben, aldus Ingelies Vermeulen (Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.180).

De criticus Peters, zo schrijft Vermeulen, noteerde in Kunstbeeld: ‘de artistieke relevantie van een kunstwerk (staat en valt) niet met de aard van de anekdotische inhoud, maar met de manier waarop daaraan vorm gegeven is’ (in: 2006, p.180).

Dûh, zou ik haast zeggen. Maar is die eis van vorm boven inhoud niet de antieke mannelijke manier van kijken naar kunst? Het werk Keurslijf (1979) van Wies de Bles (1941) bijvoorbeeld (zie afbeelding bij deze aflevering), heeft wat mij betreft een goede balans in vorm en inhoud.

Deze kunstenaar koos ‘uit een soort rebellie tegen conventies’ in haar studiejaren (1959-1964, vrije academie te Den Haag) ‘voor beeldhouwen in plaats van schilderen, het tegenovergestelde van wat men van meisjes verwacht’, aldus Rosa Lindenburg in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal (1978, p.65).

De lichamelijke inspanning van het beeldhouwen betekent voor Wies de Bles een krachtmeting met zichzelf. Voor haar werk met polyester ontwikkelt ze haar eigen procedé. De versnippering van tijd in haar huisvrouw-kunstenaarsbestaan benut ze ten volle: ‘Terwijl het polyester hard wordt, schil ik de aardappels. En onder de afwas bedenk ik hoe ik het beste en het snelste verder kan gaan’, aldus De Bles (1978, p.65)

Voor De Bles is kunst een vorm van poëzie, van innerlijke realiteit die zichtbaar gemaakt wordt. Haar onderwerp staat los van, maar is ook verbonden met haarzelf. Voordat er sprake was van ‘feministische kunst’, koos ze al feministische onderwerpen. Het schaduwbestaan van vele vrouwen, hun verborgen ware identiteit, heeft ze verbeeld met een kamerscherm waarover wat vrouwenondergoed hangt. Haar serie korsetten vormen een commentaar op de vereenzelviging van het vrouwenlijf met het maatschappelijk keurslijf. (1978, p.65)

Eigenlijk is het fascinerend dat de waardering van vorm boven inhoud met hand en tand werd verdedigd naar aanleiding van tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal, er was immers een tijd dat vooral de inhoudelijke betekenis van een kunstwerk belangrijk was…

De komende tijd zal ik in de vorm van een feuilleton de lezer meenemen in mijn zoektocht. De zoektocht naar wat? Iets met kunst, performance, Abramović, feminisme, esthetica, filosofie. Dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. Inhoudsopgave Feuilleton Abramović, met links per aflevering.